Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2016:59

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
12-02-2016
Datum publicatie
22-04-2016
Zaaknummer
15/05687
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2016:728
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Procesrecht, gezondheidsrecht. Klacht tegen beslissing Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. Niet-ontvankelijkheid; art. 75 Wet BIG.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

15/05687

Mr. F.F. Langemeijer

12 februari 2016

Conclusie inzake:

[eiser]

1. [eiser] (hierna: eiser) heeft bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Amsterdam een klacht ingediend tegen psychiater [de psychiater]. Op 12 september 2014 heeft dat college de klacht afgewezen. Het door eiser daartegen ingestelde hoger beroep is bij beslissing van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg van 10 september 2015 (nr. C 2014.473) verworpen.

2. Eiser heeft bij exploot van 1 december 2015 psychiater [de psychiater] doen dagvaarden tegen de zitting van de Hoge Raad, kamer voor burgerlijke zaken, van 11 december 2015 en hem aangezegd beroep in cassatie in te stellen tegen genoemde beslissing van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg.

3. De eiser in cassatie in burgerlijke zaken is gehouden in het exploot van dagvaarding een advocaat bij de Hoge Raad aan te wijzen die hem in het geding zal vertegenwoordigen, op straffe van nietigheid (art. 407 lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Van de hem geboden gelegenheid tot herstel van dit gebrek heeft eiser geen gebruik gemaakt. Om deze reden behoort de dagvaarding nietig te worden verklaard.

4. Art. 75 Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) bepaalt dat tegen een beslissing van het Centraal Tuchtcollege geen andere voorziening openstaat dan cassatie in het belang der wet. Een voordracht tot cassatie in het belang der wet kan alleen worden gedaan door de procureur-generaal bij de Hoge Raad. Bij brief van 23 december 2015 heeft eiser zich alsnog gewend tot de procureur-generaal bij de Hoge Raad met een verzoek om cassatie in het belang der wet te bevorderen. Hierop zal afzonderlijk worden beslist.

5. Mijn conclusie strekt tot nietigverklaring van de op 1 december 2015 uitgebrachte dagvaarding.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden,

a – g