Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2016:312

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
02-02-2016
Datum publicatie
26-04-2016
Zaaknummer
15/03538
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2016:749, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Beklag, beslag. Artt. 552a en 94a Sv. Op de gronden vermeld in de conclusie van de AG is het middel terecht voorgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 15/03538

Zitting: 2 februari 2016 (bij vervroeging)

Mr. W.H. Vellinga

Conclusie inzake:

[klaagster]

1. Bij beschikking van 17 juni 2015 heeft de Rechtbank Noord-Nederland het klaagschrift ongegrond verklaard.

2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 15/03538 en 15/03537. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.

3. Namens verdachte heeft mr. P. Snorn, advocaat te Heerenveen, één middel van cassatie voorgesteld.

4. Het middel houdt in dat de Rechtbank de onjuiste maatstaf heeft toegepast.

5. De Rechtbank heeft in de bestreden beschikking overwogen – voor zover voor de bespreking van het middel van belang -:

“Op 3 maart 2015 is in verband met een verdenking van betrokkenheid bij een hennepkwekerij in een loods aan de [a-straat 1] te [plaats] onder [betrokkene 2] voornoemd een bestelauto, merk Volkswagen, type Transporter, met kenteken [AA-00-AA], in beslag genomen. Deze loods is eigendom van [betrokkene 2]. Naast [betrokkene 2] is ook diens vrouw [betrokkene 1] verdachte van betrokkenheid bij voornoemde hennepkwekerij. Het klassiek beslag ex artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering is -na verkregen machtiging daartoe- omgezet in een conservatoir beslag ex artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering in verband met een toekomstige vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van [betrokkene 2] en [betrokkene 1]. Klaagster stelt eigenares te zijn van de bestelauto en verzoekt in het klaagschrift de teruggave daarvan.

(…)

De rechtbank overweegt allereerst dat het op de weg van klaagster had gelegen, omdat zij een beroep doet op het proportionaliteitsbeginsel, haar standpunt met strikken te onderbouwen. Nu deze onderbouwing niet; is aangeleverd zal de rechtbank aan deze stelling voorbijgaan.

Voorts acht de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter die later over de zaak ten gronde zal oordelen, de in beslag genomen bestelauto verbeurd zal verklaren. Naar het oordeel van de rechtbank verzet het belang van de strafvordering zich dan ook tegen teruggave op dit moment, zodat de rechtbank het klaagschrift ongegrond zal verklaren.”

6. In het onderhavige geval is sprake van een beslag op de voet van art. 94a Sv. In zijn arrest van HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010, 654, m.nt. P.A.M. Mevis overwoog de Hoge Raad – met inbegrip van de hier niet vermelde voetnoten - :

“Art. 94a Sv: toetsingsmaatstaven

2.14. Bij de beoordeling van een klaagschrift van de beslagene gericht tegen een beslag als bedoeld in art. 94a, eerste of tweede lid, Sv dient de rechter te onderzoeken a. of er ten tijde van zijn beslissing sprake was van verdenking van of veroordeling wegens een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd en b. of zich niet het geval voordoet dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, aan de verdachte een verplichting tot betaling van een geldboete dan wel de verplichting tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal opleggen.

2.15. Indien een derde - als zodanig kan ook gelden degene onder wie het beslag feitelijk is gelegd, maar tegen wie het strafrechtelijk onderzoek niet is gericht - die stelt eigenaar te zijn, op de voet van art. 552a Sv een klaagschrift heeft ingediend, dient de rechter als maatstaf aan te leggen of zich het geval voordoet dat buiten redelijke twijfel is dat de klager als eigenaar van het voorwerp moet worden aangemerkt en daarvan in zijn beslissing blijk te geven. Indien de klager als eigenaar wordt aangemerkt, zal de rechter tevens moeten onderzoeken en daarvan blijk moeten geven of zich de situatie van art. 94a, derde of vierde lid, Sv voordoet.”

7. In het onderhavige geval stelt klaagster, tegen wie het strafrechtelijk onderzoek kennelijk niet is gericht, eigenaar te zijn van de inbeslaggenomen auto. Dan dient de rechter als maatstaf aan te leggen of zich het geval voordoet dat buiten redelijke twijfel is dat klaagster als eigenaar van het voorwerp moet worden aangemerkt. Indien klaagster als eigenaar wordt aangemerkt, zal de rechter tevens moeten onderzoeken en daarvan blijk moeten geven of zich de situatie van art. 94a, derde of vierde lid, Sv voordoet.

8. De Rechtbank heeft niet de maatstaf aangelegd of zich het geval voordoet dat buiten redelijke twijfel is dat de klaagster als eigenaar van het voorwerp moet worden aangemerkt. Voor zover dat oordeel in de bestreden beschikking besloten moet worden geacht, geldt dat de Rechtbank heeft verzuimd te onderzoeken of zich de situatie van art. 94a, derde of vierde lid, Sv voordoet.

9. Het middel slaagt.

10. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop de bestreden beschikking zou dienen te worden vernietigd.

11. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden, teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden behandeld en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG