Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2016:311

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
02-02-2016
Datum publicatie
26-04-2016
Zaaknummer
15/03537
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2016:748, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Beklag, beslag. Artt. 552a en 94 Sv. Op de gronden vermeld in de conclusie van de AG is het middel terecht voorgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 15/03537

Zitting: 2 februari 2016 (bij vervroeging)

Mr. W.H. Vellinga

Conclusie inzake:

[klager]

1. Bij beschikking van 17 juni 2015 heeft de Rechtbank Noord-Nederland het klaagschrift ongegrond verklaard.

2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 15/03538 en 15/03537. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.

3. Namens verdachte heeft mr. P. Snorn, advocaat te Heerenveen, één middel van cassatie voorgesteld.

4. Het middel houdt in dat de Rechtbank de onjuiste maatstaf heeft toegepast, alsmede haar beschikking onvoldoende heeft gemotiveerd.

5. De Rechtbank heeft in de bestreden beschikking overwogen – voor zover voor de bespreking van het middel van belang -:

“Op 3 maart 2015 is, in verband met een verdenking van het samen met zijn partner [betrokkene 1] een professionele hennepkwekerij voeren, onder klager een personenauto, merk Mercedes Benz, type 200 Cdi, kenteken: [AA-00-AA] , in beslag genomen. Klager stelt dat de personenauto aan hem toebehoort, dat hij deze nodig heeft voor woon-werk verkeer, alsmede in verband met een ziekenhuisopname van zijn partner te Nijmegen op 21 april 2015. Hij verzoekt dan ook de teruggave van voornoemde personenauto.

(…)

De rechtbank stelt voorop, alle omstandigheden in aanmerking genomen, dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter die later over de zaak ten gronde zal oordelen, de in beslag genomen personenauto verbeurd zal verklaren. Voorts overweegt de rechtbank dat het op de weg van klager had gelegen, nu deze een beroep doet op het proportionaliteitsvereiste, om zijn standpunt dat er sprake is van een overwaarde in de orde van grootte van € 241.000,- - op het bedrijfspand en de officier van Justitie op voorhand vraagtekens heeft geplaatst bij dit bedrag, nader te onderbouwen met schriftelijke bescheiden. Nu deze onderbouwing niet is aangeleverd verzet het belang van de strafvordering zich naar het oordeel van de rechtbank dan ook tegen teruggave op dit moment, zodat de rechtbank het klaagschrift ongegrond zal verklaren.”

6. In de bestreden beschikking laat de Rechtbank in het midden of in het onderhavige geval sprake is van een beslag op de voet van art. 94 en/of 94a Sv. Het verweerschrift van de Officier van Justitie houdt daaromtrent in:

“Klager/verdachte [klager] wordt er van verdacht dat hij met zijn partner [betrokkene 1] een professionele hennepkwekerij heeft gevoerd.

Er zijn feiten en omstandigheden die aannemelijk maken dat er eerdere oogsten zijn geweest en dat dit wederrechtelijk voordeel heeft opgeleverd. Het voordeel wordt vooralsnog geschat op € 119.477,63. Er is door de rechter commissaris een machtiging conservatoir beslag verleend.

Op 3 maart jl. is conservatoir beslag gelegd op diverse goederen van verdachte en/of [betrokkene 1] , waaronder een Mercedes, (zie bijlage)

Klager verzoekt om teruggave van het conservatoire beslag (zijn Mercedes) vanwege de geringe financiële waarde en de dringende noodzaak van de auto voor hulpverlening aan klagers partner.

Tegen deze achtergrond moet er in cassatie met de schriftuur van worden uitgegaan dat het in casu gaat om een beslag op de voet van art. 94a Sv.

7. In zijn arrest van HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010, 654, m.nt. P.A.M. Mevis overwoog de Hoge Raad – met inbegrip van de hier niet vermelde voetnoten - :

“Art. 94a Sv: toetsingsmaatstaven

2.14. Bij de beoordeling van een klaagschrift van de beslagene gericht tegen een beslag als bedoeld in art. 94a, eerste of tweede lid, Sv dient de rechter te onderzoeken a. of er ten tijde van zijn beslissing sprake was van verdenking van of veroordeling wegens een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd en b. of zich niet het geval voordoet dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, aan de verdachte een verplichting tot betaling van een geldboete dan wel de verplichting tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal opleggen.”

8. Zoals de bestreden beschikking laat zien heeft de Rechtbank een andere maatstaf aangelegd en wel die welke van toepassing is als beslag is gelegd op de voet van art. 94 Sv.1 Hetgeen overigens door het middel te berde wordt gebracht kan dientengevolge buiten bespreking blijven.

9. Het middel slaagt.

10. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop de bestreden beschikking zou dienen te worden vernietigd.

11. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden, teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden behandeld en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010, 654, m.nt. P.A.M. Mevis, rov. 2.8-2.13.