Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2016:1512

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
03-08-2016
Datum publicatie
22-03-2017
Zaaknummer
16/03827
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2016:3376
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Beschikking. Verzoekschrift tot aanwijzing van een ander gerecht, art. 510.1 Sv. Tegen OvJ bij het arrondissementsparket Limburg is verdenking gerezen dat deze zich schuldig heeft gemaakt aan computervredebreuk (art. 138ab Sr) en aantasting van computergegevens (art. 350a Sr). Verzoek is vatbaar voor inwilliging, aangezien tegen betrokkene de verdenking is ontstaan dat deze zich heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten en betrokkene t.t.v. het ontstaan der verdenking rechterlijk ambtenaar a.b.i. art. 510.1 Sv was. HR wijst Rb Rotterdam aan als gerecht voor hetwelk de (eventuele) vervolging en berechting van de zaak zullen plaatshebben.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Conclusie

Nr. 16/03827

Mr. Lanqemeiier

Parket, 3 augustus 2016

Conclusie inzake:

[betrokkene]

1. Bij de Hoge Raad is binnengekomen een verzoekschrift van de Hoofdofficier van Justitie van het arrondissementsparket Limburg om op de voet van art. 510 Sv een ander gerecht aan te wijzen voor de eventuele vervolging en berechting van [betrokkene], Officier van Justitie bij het arrondissementsparket Limburg, thans geschorst.

2. Tegen betrokkene is de verdenking gerezen dat zij zich heeft schuldig gemaakt aan - kort gezegd - computervredebreuk (art. 138ab Sr) en vernieling of beschadiging in de zin van art. 350a Sr. Betrokkene is Officier van Justitie en dus rechterlijk ambtenaar in de zin van art. 510, eerste lid, Sv.

3. In de begeleidende brief van 26 juli 2016 van de Hoofdofficier van Justitie bij het verzoekschrift is uiteengezet dat, nadat op 4 april 2013 aangifte is gedaan, een onderzoek is gestart. Het onderzoek is sinds 24 februari 2015 belegd bij de rechter-commissaris van de rechtbank te Rotterdam. Tot op heden wordt onderzoek verricht, terwijl - zoals door de Hoofdofficier van Justitie aangegeven - is verzuimd een verzoekschrift ex art.510 Sv bij de Hoge Raad in te dienen.

4. De aanwijzing van een ander gerecht dan de rechtbank Limburg en wel de rechtbank te Rotterdam, als gerecht voor de eventuele vervolging en berechting van [betrokkene], lijkt om de (zakelijke) redenen genoemd in de hiervoor genoemde begeleidende brief van de Hoofdofficier van Justitie (als ook in het verzoekschrift zelf) het meest voor de hand te liggen.

5. Ik concludeer dat de Hoge Raad de rechtbank te Rotterdam zal aanwijzen als gerecht voor hetwelk, zo het Openbaar Ministerie bij die rechtbank dit nodig oordeelt, de vervolging en berechting der zaak zullen plaatshebben.

6. In het geval dat de Hoge Raad over het bovenstaande anders oordeelt, concludeer ik dat de Hoge Raad de rechtbank te Amsterdam zal aanwijzen als gerecht voor hetwelk, zo het Openbaar Ministerie bij die rechtbank dit nodig oordeelt, de vervolging en berechting der zaak zullen plaatshebben, nu mij is gebleken dat de (historie van) beroepsgegevens van verdachte en haar echtgenoot, eveneens rechterlijk ambtenaar, geen belemmeringen opleveren voor aanwijzing van die rechtbank.

De piv. Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden