Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2016:1476

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
20-12-2016
Datum publicatie
08-02-2017
Zaaknummer
15/05853
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2017:183, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

N-o verklaring in h.b. Verzuim in schriftelijke volmacht tot het instellen van h.b. HR: Op de gronden die zijn vermeld in de CAG is het middel terecht voorgesteld. CAG: Hof heeft verdachte ten onrechte n-o verklaard op de grond dat niet sprake is van een rechtsgeldige schriftelijke volmacht tot het instellen van h.b., omdat deze niet is ondertekend door de raadsman maar in diens opdracht door een secretaresse van het advocatenkantoor. Verzuim in volmacht moet voor gedekt worden gehouden door verklaring van verdachte ttz. in h.b. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 15/05853

Zitting: 20 december 2016

Mr. T.N.B.M. Spronken

Conclusie inzake:

[verdachte]

  1. De verdachte is bij arrest van 7 oktober 2015 door het gerechtshof Den Haag niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.

  2. Namens de verdachte heeft mr. J.S. Nan, advocaat te 's-Gravenhage, een middel van cassatie voorgesteld.

  3. Het middel klaagt er onder meer over dat het hof de verdachte ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard op de grond dat – kort gezegd – niet sprake is van een rechtsgeldige schriftelijke volmacht tot het instellen van hoger beroep omdat deze niet is ondertekend door de raadsman maar in diens opdracht door een secretaresse van het advocatenkantoor.

  4. Het gerechtshof heeft in zijn aantekening mondeling arrest van 7 oktober 2015 het volgende overwogen:

"Ontvankelijkheid van het hoger beroep

De brief waarmee mr. Kessel, de raadsman van de verdachte, de griffier heeft gemachtigd hoger beroep in te stellen is namens de raadsman ("per order") ondertekend door, kennelijk, een secretaresse van het advocatenkantoor.

Ondertekening door iemand die niet de hoedanigheid van advocaat heeft levert volgens jurisprudentie van dit hof geen rechtsgeldige volmacht op in de zin van artikel 450, eerste lid, onder a, juncto artikel 450, derde lid, van net Wetboek van Strafvordering, zodat de verdachte niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het namens hem ingestelde hoger beroep."

5. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 7 oktober 2015 houdt onder meer het volgende in:

"De verdachte wordt in de gelegenheid gesteld toe te lichten hoe hij op de hoogte is geraakt van het vonnis.

De verdachte voert het woord als volgt.

Ik denk dat het vonnis bij een staandehouding of controle aan mij is uitgereikt en dat ik toen via mijn advocaat in beroep ben gegaan. Ik wist niet van de zitting in eerste aanleg."

6. In zijn arrest van 26 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:102, NJ 2016/102 heeft de Hoge Raad de eisen waaraan een schriftelijke volmacht van een advocaat aan een griffiemedewerker om hoger beroep in te stellen dient te voldoen als volgt samengevat:

"2.3.1. In voormeld arrest1 zijn eisen geformuleerd waaraan een schriftelijke volmacht van een advocaat aan een griffiemedewerker om hoger beroep in te stellen dient te voldoen. Zo moet die volmacht inhouden:
(i) de verklaring van de advocaat dat hij door de verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd tot het instellen van hoger beroep (art. 450, eerste lid sub a, Sv);
(ii) de verklaring van de advocaat dat de verdachte instemt met het door de medewerker ter griffie aanstonds in ontvangst nemen van de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep (art. 450, derde lid, Sv);
(iii) het adres dat door de verdachte is opgegeven voor de toezending van het afschrift van de appeldagvaarding (art. 450, derde lid, Sv).
Die eisen dienen te worden bezien tegen de achtergrond van de aanscherping van de wettelijke regeling voor het instellen van hoger beroep. Die aanscherping had tot doel problemen met betrekking tot de betekening van appeldagvaardingen te voorkomen althans te verminderen. Gelet op deze ratio van de eisen waaraan een door een advocaat verstrekte volmacht moet voldoen, is in zaken waarin ter terechtzitting in hoger beroep noch de verdachte noch een door hem op de voet van art. 279 Sv gemachtigde raadsman is verschenen, daarom in de regel het door een advocaat door middel van een schriftelijke volmacht aan een griffiemedewerker ingestelde beroep niet-ontvankelijk indien die volmacht niet aan alle voormelde voorwaarden voldoet.
Gelet op diezelfde ratio bestaat evenwel onvoldoende grond voor de niet-ontvankelijkverklaring van het appel op de grond dat de volmacht niet voldoet aan de hiervoor onder (i) genoemde voorwaarde ingeval ter terechtzitting in hoger beroep wel de verdachte of een door hem op de voet van art. 279 Sv gemachtigde raadsman is verschenen en deze aldaar - zonodig daarnaar uitdrukkelijk gevraagd - heeft verklaard dat aan de verlening van de (onvolkomen) volmacht de wens van de verdachte ten grondslag lag om (op rechtsgeldige wijze) hoger beroep te doen instellen, zodat dat verzuim voor gedekt kan worden gehouden (vgl. HR 20 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV6999, NJ 2012/426), en evenmin op de grond dat de volmacht niet voldoet aan de onder (ii) en (iii) vermelde voorwaarden ingeval de verdachte dan wel een op de voet van art. 279 Sv gemachtigde raadsman ter terechtzitting in hoger beroep is verschenen, aangezien het belang dat met die voorwaarden is gediend, in zo een geval niet is geschaad, zodat het verzuim voor gedekt kan worden gehouden (vgl. HR 22 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY8357, NJ 2013/75)."

7. Voorts heeft de Hoge Raad in ditzelfde arrest, waarin een soortgelijk geval als het onderhavige aan de orde was, het volgende overwogen:

"2.3.2. Het vorenoverwogene geldt op overeenkomstige wijze indien de schriftelijke volmacht van de advocaat niet door deze zelf maar door een ander, zoals in het onderhavige geval door zijn secretaresse, is ondertekend. Ook zo een verzuim kan voor gedekt worden gehouden ingeval de verdachte of een door hem op de voet van art. 279 Sv gemachtigde raadsman ter terechtzitting in hoger beroep is verschenen en deze aldaar - zonodig daarnaar uitdrukkelijk gevraagd - heeft verklaard dat aan de verlening van de niet door de advocaat zelf ondertekende volmacht de wens van de verdachte ten grondslag lag om (op rechtsgeldige wijze) hoger beroep te doen instellen."

8. De onder 5 weergegeven verklaring van de verdacht kan, ook al heeft het hof daarnaar niet uitdrukkelijk gevraagd, moeilijk anders worden verstaan dan dat aan de niet door de advocaat zelf ondertekende volmacht de wens van de verdachte ten grondslag lag om (op rechtsgeldige wijze) hoger beroep te doen instellen.
Het oordeel van het hof dat de verdachte niet ontvankelijk is in zijn hoger beroep vanwege het ontbreken van een rechtsgeldige volmacht omdat de brief waarmee de raadsman van de verdachte de griffier heeft gemachtigd hoger beroep in te stellen, namens de raadsman ("per order") is ondertekend door, kennelijk, de secretaresse van het advocatenkantoor, is dus onjuist. Dit verzuim in de machtiging moet immers door hetgeen de verdachte ter zitting heeft verklaard voor gedekt worden gehouden. Het middel is terecht voorgesteld.

9. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Hier wordt verwezen naar HR 22 december 2009, ECLI:NL:HR:BJ7810, NJ 2010/102.