Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2016:1403

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
06-12-2016
Datum publicatie
24-01-2017
Zaaknummer
16/00320
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2017:60, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Medeplegen poging doodslag in het verkeer, inrijden op agenten, art. 287 Sr. Voorwaardelijk opzet. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2003:AE9049 en ECLI:NL:HR:1996:ZD0139. Gelet op de door het Hof gebezigde bewijsvoering waaronder de verklaring van verdachte dat hij "met 'knal die scotoe keihard' bedoelde (...) dat hij (medeverdachte) de politie keihard moest aanrijden", getuigt het oordeel van het Hof dat het gedrag van medeverdachte op aanwijzing van verdachte uitgevoerd naar de uiterlijke verschijningsvorm zozeer is gericht op de dood van de inzittenden van de politieauto dat verdachte in de samenwerking met medeverdachte de aanmerkelijke kans op het intreden van de dood als gevolg van die handeling heeft aanvaard, niet van een onjuiste rechtsopvatting en is het toereikend gemotiveerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 16/00320

Zitting: 6 december 2016

Mr. W.H. Vellinga

Conclusie inzake:

[verdachte]

  1. De verdachte is bij arrest van 22 december 2015 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, wegens 1 primair “medeplegen van poging tot doodslag, meermalen gepleegd” en 2 “diefstal door twee of meer verenigde personen” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren.

  2. Namens de verdachte heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, twee middelen van cassatie voorgesteld.

  3. Het eerste middel houdt in dat de bewezenverklaring voor wat betreft het onder 1 primair bewezenverklaarde opzet op de dood van de agenten gezien verdachtes ontkenning van dat opzet onvoldoende met redenen is omkleed.

  4. Het Hof heeft ten laste van verdachte bewezenverklaard dat:

“hij op 17 oktober 2014 op de N34 richting Zuidlaren en de A28 richting Groningen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk [verbalisant 1] (brigadier van politie) en/of [verbalisant 2] (agent van politie) van het leven te beroven, met dat opzet,

- is verdachtes mededader in een personenauto (van het merk Renault Laguna) op de N34 met hoge snelheid in voor hem tegenovergestelde richting op de door [verbalisant 1] bestuurde politieauto ingereden en de door [verbalisant 1] bestuurde politieauto zeer dicht genaderd en waarbij een aanrijding werd voorkomen doordat [verbalisant 1] met kracht remde en zijn dienstvoertuig de berm instuurde en,

- waarbij verdachte telkens via de telefoon aanwijzingen gaf aan verdachtes mededader die zich in de Renault Laguna bevond met als inhoud, zakelijk weergegeven, "dat hij de auto er voor moet knallen en gas gas doorrijden en rij hem nu aan snel draai auto en knallen en ja nu met die auto gewoon tegen die auto aan snel en knal ze rij ze blokkeer ze man",

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;”

5. Het hof heeft met betrekking tot het bewijs overwogen - voor zover hier van belang en met inbegrip van de hier niet vermelde voetnoten -:

“Bewijsverweer

Verdachte ontkent zich schuldig te hebben gemaakt aan hetgeen onder 1 primair tot en met meest subsidiair aan hem is ten laste gelegd. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte van die feiten moet worden vrijgesproken, op gronden zoals aangevoerd in de pleitaantekeningen die door de raadsvrouw ter zitting aan het hof zijn overhandigd. Kort weergegeven, komt het verweer op de volgende punten neer:

- medeplegen kan niet bewezen worden, omdat geen sprake is van nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte;

- het weggedrag van medeverdachte [betrokkene 1] kan niet gekwalificeerd worden als poging tot doodslag/zware mishandeling nu niet kan worden bewezen dat [betrokkene 1] daarop het opzet had;

- verdachte had niet het opzet op de dood of zwaar lichamelijk letsel van de aangevers [verbalisant 1] en [verbalisant 2].

- verdachte heeft ter zitting van het hof verklaard dat hij in paniek handelde, dat de hele rit hectisch verliep. Hij heeft niet tijdens de gehele rit gezien hoe [betrokkene 1] heeft gereden. Daarnaast is niet vast te stellen op welke gebeurtenissen verdachtes uitspraken precies betrekking hadden en is onvoldoende duidelijk of [betrokkene 1] zijn gedragingen in opdracht van verdachte heeft verricht. Verdachte heeft het hof in overweging gegeven nader onderzoek te laten verrichten naar de exacte locatie waar verdachte zijn uitspraken heeft gedaan, indien het hof zou menen dat het dossier niet compleet is. Daarnaast heeft verdachte het hof onder diezelfde voorwaarde namelijk voor het geval daartoe bij het hof de behoefte zou bestaan, verzocht om [betrokkene 2] en [betrokkene 1] als getuigen te horen.

De feiten

In de vroege ochtend van 17 oktober 2014 heeft verdachte, samen met medeverdachten [betrokkene 2] en [betrokkene 1], in Nieuw-Weerdinge een groot aantal hennepplanten uit een hennepkwekerij gestolen. Zij maakten daarbij gebruik van twee auto’s, te weten een witte Mercedes Sprinter (hierna: de witte bus) en een Renault Laguna. [betrokkene 2] was bestuurder van de witte bus, verdachte was bijrijder. [betrokkene 1] bestuurde de Laguna.

Na de diefstal trokken beide voertuigen de aandacht van de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] die in hun dienstvoertuig achter beide voertuigen reden. De verbalisanten gaven de witte bus uiteindelijk op de N34, bij de afrit Gasselte, een stopteken. De witte bus voldeed niet aan dat teken en ging ervandoor. In de volgende, relatief korte, periode van ongeveer zeventien minuten, waarin de verbalisanten met hun dienstvoertuig trachtten de witte bus te achterhalen en te laten stoppen voerde de bestuurder van de Renault Laguna een aantal levensgevaarlijke manoeuvres uit jegens de verbalisanten. De verbalisanten zagen gedurende deze rit dat de bestuurder van de Renault Laguna verschillende keren aan het telefoneren was.

Achteraf bleek dat op de telefoon van medeverdachte [betrokkene 1], uit hoofde van een ander strafrechtelijk onderzoek een tap liep. Hierdoor kon worden vastgesteld dat gedurende rit van ongeveer zeventien minuten veertien maal telefonisch contact is geweest tussen de inzittenden van de witte bus en [betrokkene 1], de bestuurder van de Renault Laguna. Bijeengenomen hebben verdachte en [betrokkene 1] in die rit gedurende in totaal ongeveer 8 minuten met elkaar in contact gestaan en gesproken. Hoewel de exacte locatie van de verschillende aangestraalde zendmasten niet uit het dossier kan worden afgeleid volgt uit de processen-verbaal wel dat de in die tapgesprekken aangeduide zendmasten dat de gereden route past bij de in die gesprekken genoemde locaties, namelijk plaatsen of gemeenten. Verdachte heeft erkend de gesprekken te hebben gevoerd en de route over de N 34 vanaf Borger, via Gasselte, Annen, Zuidlaren te hebben gereden waarna op de A 28 verdachte zijn weg heeft vervolgd.

Uit de verklaring van de verdachte op de terechtzitting van het hof blijkt dat hij degene was die [betrokkene 1] telkens belde en de gesprekken met [betrokkene 1] voerde. Uit de vastlegging van de tapgesprekken blijkt dat verdachte tijdens de achtervolging onder meer tegen [betrokkene 1] heeft gezegd:

- Bij aanstraling van de zendmast Drouwen, om 4:31:04 uur:

- Verdachte: "Oooh hey luister"

- [betrokkene 1]: "Ja"

- Verdachte: “Ja kom die auto knallen voor ons nu”

- [betrokkene 1]: "Vol gas voor jullie aan"

- Verdachte: “Ja kom voor ons knallen nu”

- [betrokkene 1]: "Oké, ik kom er aan"

- Verdachte: "[betrokkene 1] kom ze knallen"

- Bij aanstraling van de zendmast Drouwen, om 4:32:10 uur:

- Verdachte: ‘He kom die skowtoe (fon) nu knallen voor ons nu”

- [betrokkene 1]: "Wat"

- “Nu nu kom die skowtoe (fon) nu knallen met die auto knal op hun”

- [betrokkene 1]: "Oké"

- Verdachte: "Is goed kom op hun knallen nu"

- Verdachte: “He kom draaien kom draaien”

- Bij aanstraling van de zendmast Drouwen, om 4:33:06 uur:

- Verdachte: “He knal die skowtoe (fon) nu [betrokkene 1] ik maak alles met je goed rij hem nu aan snel draai auto en knallen”

- [betrokkene 1]: "Wat moet ik doen moet ik knallen"

- Verdachte: “Ja nu met die auto gewoon tegen die auto aan snel”

- Verdachte: “Ja knal die auto met de auto schiet op”

- [betrokkene 1]: "Oké, is cool ik hoop dat het me lukt man"

- Verdachte: "Jo"

- Bij aanstraling van de zendmast Gieten, om 4:34:00 uur:

- Verdachte: “Is goed rij honderdtachtig en knal die skowtoe (fon) keihard”

- [betrokkene 1]: "Ja, ik doe mijn best"

- Bij aanstraling van de zendmast Annen, om 4:37:26 uur:

- Verdachte: "He waar ben je dan ben je achter ons ja he"

- [betrokkene 1]: Ja, ik ben achter jullie"

- Verdachte: "Oké, doe je ding, ja doe je ding"

- [betrokkene 1]: "Ja, ik ga mijn best doen ja"

- Verdachte: Ja, ga daarnaast rijden, wij moeten iets langzamer"

- Verdachte: "Achterwiel aanraken dan spint ie doe wat je moet doen"

- [betrokkene 1]: "Ja, ik ga mijn ding doen, ja"

- Verdachte: “Ja, wij rijden langzaam, kom gewoon ervoor en knal ze gewoon dat ze niet verder kunnen, oké"

- [betrokkene 1]: "Ik laat ze anders wel achterin mij klappen"

- Verdachte: "Oké, is goed jo"

- Bij aanstraling van de zendmast Zuidlaren, om 4:38:35 uur:

- Verdachte: “Man, eeh haal ze in doe dan jonge waar wachtje op"

- [betrokkene 1]: “Bocht man ik (….) en ze gaan blokkeren mij"

- Verdachte: "Doe hoe je het moet doen snel ga ervoor pressure (fon) op de achterkant weet ik veel doe wat"

- Bij aanstraling van de zendmast Zuidlaren, om 4:39:28 uur:

- [betrokkene 1]: "Jo, versterking is er al man"

- Verdachte: Wat ja doe wat dan jonge knal ze rij ze blokkeer ze man

- [betrokkene 1]: "Ja, ik wil niet gepakt worden kerel"

- Verdachte: "Maakt niet uit broer, ik regel dat met jou hou ze nou maar tegen "aben" (fon) laten we wegrennen laten deze bus achter met die wierie desnoods"

- [betrokkene 1]: "Ja beter doe dat ik knal hem ook door"

- Verdachte. Ja nee luister blokkeer hun ja voor hun en blokkeer ze dat ze er niet langs kunnen nu"

- [betrokkene 1]: "Ja"

- Verdachte: Je hoeft ze niet tegen te houden maar ga gewoon ervoor en schud heen en weer zodat ze er niet langs kunnen schiet op schiet op"

- [betrokkene 1]: "Jo is goed is goed niet meer bellen"

- Bij aanstraling van de zendmast A28/Eelde, om 4:40:39 uur:

- Verdachte: "Eeh, ga ze voor en ga ze afsnijden schiet op"

- [betrokkene 1]: "Ik doe me ding man maar er zit ook al 1 achter mij alles ik wil niet gepakt worden voor deze kankershit" (....)

- [betrokkene 1]: "Weet je hoe kanker lang ik hiervoor ga vriend"

- Verdachte: "En je krijgt even veel jonge doe nu maar wat ik je zeg man skowtoe (fon) voor ons"

- [betrokkene 1]: "Ik doe mijn ding ja"

- Verdachte: “Ja doe je ding gewoon ik bouw op jou ik heb je niet voor niets meegenomen snij ze af”.

Gedurende deze periode waarin de politie [betrokkene 1] heeft getapt namen de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] gelet op hun processen-verbaal van bevinding onder meer het volgende waar:

- terwijl de verbalisanten met een snelheid boven de maximaal toegestane snelheid van 100 km/u over de N34 reden, zagen zij in de verte de voor hen rijdende Renault Laguna op de weg keren en vervolgens met hoge snelheid over de door hen bereden weghelft op hen af komen rijden. Op dat moment rijdt de witte bus zodanig links naast de verbalisanten, dat zij niet naar links konden uitwijken. Door hard te remmen en in de richting van de berm te sturen waardoor de auto aldaar ook belandde, kon [verbalisant 1], die de dienstauto bestuurde, op het nippertje een aanrijding voorkomen.

- Verbalisant [verbalisant 1] is ter zitting van het hof gehoord. Over dit onderdeel van de tenlastelegging heeft hij verklaard dat hij zeker wist dat de Laguna op de weghelft van de verbalisanten reed, dat de snelheid van de Laguna hoog was, dat de Laguna recht op hen af kwam, dat hij niet naar links kon uitwijken omdat de witte bus naast hem reed, dat hij heel hard geremd heeft en de berm is ingereden. Net voordat dat hij remde dacht hij “dit was het”. Verbalisant [verbalisant 2] is eveneens ter zitting van het hof gehoord. Hij heeft in dezelfde zin als [verbalisant 1] verklaard, maar ook verklaard dat toen ze met het dienstvoertuig de berm inreden, de Laguna heel hard rakelings langs hen schoot.

- verderop op de N34 werden de verbalisanten met hoge snelheid ingehaald door de Renault Laguna, die na de confrontatie weer was gekeerd. Op het moment dat de Laguna naast de politieauto reed, maakte de auto een beweging naar rechts. Door met kracht te remmen wist [verbalisant 1] een aanrijding te voorkomen;

- op de snelweg, A28, rijdende in de richting Groningen, maakte de Renault Laguna, op het moment dat de politieauto hem aan de linkerkant wilde passeren en de verbalisanten minstens honderdtwintig kilometer per uur reden, een beweging naar links, waarbij de politieauto door de Renault Laguna werd geraakt. Dit gebeurde op een moment dat in de middenberm, links van de politieauto, betonblokken stonden ter afscheiding van de rijbanen, en achter de politieauto en de Renault Laguna andere voertuigen reden, zodat het voor de politieauto niet mogelijk was om naar links of naar achteren uit te wijken.

Ter zitting van het hof heeft verbalisant [verbalisant 2] verklaard dat de Laguna probeerde het dienstvoertuig tegen de railing te duwen, dat de afstand tussen het dienstvoertuig en de betonnen railing ongeveer een meter was en dat dat met een plotselinge beweging gebeurde, die hij niet had verwacht.

(…)

Medeplegen

De deelnemingsvorm 'medeplegen' ziet op een bewuste en nauwe samenwerking gericht op de totstandkoming van een strafbaar feit. Aan het bewijs van medeplegen hoeft het niet zelfstandig verrichten van een uitvoeringshandeling niet zonder meer in de weg te staan, zoals evenmin lijfelijke afwezigheid een beletsel hoeft te vormen. Een vooropgezet plan hoeft aan het medeplegen niet ten grondslag te liggen, want medeplegen kan ook als een opwelling uit de situatie voortspruiten en zelfs stilzwijgend plaatsvinden. Evenmin hoeft iedere medepleger exact op de hoogte te zijn van de bijdragen van de andere medepleger(s) aan het strafbare feit. Wel dient er bij de medepleger sprake te zijn van een zogenoemd 'dubbel' opzet dat bestaat in een wilsgerichtheid, zowel op het tot stand brengen van het feit als op de samenwerking met de andere dader of daders.

Uit de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden blijkt dat verdachte als bijrijder van de witte bus de uitvoeringshandeling in de tenlastelegging die met de Renault Laguna zijn uitgevoerd niet zelf heeft verricht.

Uit de telefoongesprekken blijkt echter dat verdachte kort ervoor [betrokkene 1] belde. Verdachte gaf [betrokkene 1] aanwijzingen of instructies over de wijze waarop [betrokkene 1] zijn auto tegen de politieauto moest inzetten. Uit de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden volgt ook dat [betrokkene 1] de handelingen ('draaien', (pogen om) de politieauto aan te rijden ('knallen') heeft verricht Verdachte en [betrokkene 1] hebben over en weer gesproken over 'je/mijn ding doen' hetgeen naar het oordeel van het hof gezien de inhoud van de gesprekken alleen maar kan hebben betekend dat verdachte en [betrokkene 1] tezamen en in vereniging hebben geprobeerd via het gebruik van de [betrokkene 1]' auto met hoge snelheid op de politieauto in te rijden.

Uit de weergegeven tapgesprekken blijkt dat verdachte meermalen heeft gezegd dat [betrokkene 1] met zijn auto op de politieauto moest knallen. Bovendien heeft hij gezegd dat [betrokkene 1] daarbij een snelheid van 180 kilometer per uur moest rijden. [betrokkene 1] voert dit uit en rijdt met hoge snelheid recht op de politieauto af terwijl verdachte dit waar kan nemen omdat de auto waar hij in zit dicht bij die politieauto rijdt. Op geen enkel moment laat hij [betrokkene 1] weten dat die met zijn handelingen moet stoppen terwijl hij ziet dat [betrokkene 1] op de politieauto inrijdt en ook blijkt niet dat verdachte de bestuurder van de auto waar hij in zat heeft gezegd dat die de mede gevaar zettende situatie ontstaan door hun eigen voertuig moest veranderen. Het gedrag van [betrokkene 1] op aanwijzing van verdachte uitgevoerd is naar het oordeel van het hof naar de uiterlijke verschijningsvorm zozeer gericht op de dood van de inzittenden van de politieauto dat zowel [betrokkene 1] als verdachte in hun samenwerking de aanmerkelijke kans op het intreden van de dood als gevolg van die handeling hebben aanvaard. Dat de beoogde botsing niet heeft plaatsgevonden is slechts het gevolg van een ingrijpende uitwijkmanoeuvre van de bestuurder van de politieauto. Het hof is derhalve van oordeel dat verdachte en [betrokkene 1] het tenlastegelegde opzet in de vorm van voorwaardelijk opzet op de dood van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] hebben gehad.

Voor zover de raadsvrouw door het enkele noemen van het Porsche-arrest bij wijze van verweer een beroep heeft willen doen op de inhoud van dit arrest, passeert het hof dit verweer. De onderhavige casus wijkt feitelijk zodanig veel af van de casus van het Porsche-arrest dat zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, het hof niet inziet waarom een beroep op dit arrest leidt tot vrijspraak van hetgeen verdachte onder 1 primair is tenlastegelegd.

Verdachte heeft ter zitting van het hof weliswaar bekend dat hij de betreffende telefoongesprekken heeft gevoerd, maar dat hij in paniek handelde, dat de hele rit hectisch verliep. Het feit dat verdachte in paniek handelde en dat de rit hectisch verliep, sluit op zichzelf niet uit dat verdachte opzettelijk heeft gehandeld. Die opzet wordt immers zoals hierboven overwogen bewezen verklaard aan de hand van het geconstateerde gedrag van verdachte en medeverdachte [betrokkene 1] en het oordeel dat dit gedrag naar de uiterlijke verschijningsvorm gericht is op de dood van de inzittenden van de politieauto.

(…)

Het hof verwerpt de bewijsverweren en acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander heeft geprobeerd opzettelijk [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van het leven te beroven.”

6. In de toelichting op het middel wordt in de eerste plaats gesteld dat het “niet aannemelijk, zelfs uiterst onwaarschijnlijk [is] dat medeverdachte [betrokkene 1] welbewust de aanmerkelijke kans op zijn eigen dood heeft aanvaard en dat [betrokkene 1] bewust met hoge snelheid frontaal tegen de politieauto aan zou rijden, althans het door hem bestuurde voertuig met hoge snelheid zo bewust zou sturen dat een botsing een onvermijdelijk en noodzakelijk gevolg zou zijn”. Daarbij wordt verwezen naar het zogenaamde Porsche-arrest1.

7. De onderhavige zaak verschilt op voor het bewijs van het opzet essentiële punten van de zaak die ten grondslag lag aan het Porsche-arrest. In de laatste zaak brak de verdachte, voordat hij bij het inhalen op een tegenligger botste, tot twee à drie keer toe een inhaalmanoeuvre af om een aanrijding met een tegenligger te voorkomen. Daarmee werd de vraag opgeroepen of de verdachte wel bewust het risico op de koop had toegenomen dat een ander door het inhalen zou komen te overlijden, temeer daar hij ook het risico liep zelf bij dat inhalen het leven te verliezen. In de onderhavige zaak waren het opzet van de verdachte en [betrokkene 1] en het daaruit voortvloeiend rijgedrag van [betrokkene 1] er steeds op gericht de politieauto aan te rijden waardoor juist niet de vraag wordt opgeroepen of zij de aan een aanrijding met de politie-auto voor [betrokkene 1] verbonden gevolgen op de koop toenamen. Zo ook in het geval van de spookrijder die desbewust tegen het verkeer in was gaan rijden en zijn gedrag ‘kicken’ vond2, een uitdrukking die overeenkomst vertoont met de opmerking van [betrokkene 1] dat hij het knallen op de politieauto “cool” vond.

8. Naar het hof gelet op de inhoud van de telefoongesprekken, de door [betrokkene 1] uitgevoerde manoeuvres en de door hem gereden snelheden kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld, was [betrokkene 1] ter wille van het ontkomen aan de politie bereid het risico dat hij bij een aanrijding met de politieauto om het leven zou komen op de koop toe te nemen. Hij reed immers rijdend over de voor hem linker weghelft welbewust - [betrokkene 1] vond het knallen op de politieauto “cool”- en met hoge snelheid in op de politieauto die hem op die weghelft tegemoet kwam, teneinde te bewerkstelligen dat de agenten in die auto hem niet verder konden achtervolgen. Ik wijs in het bijzonder op de volgende inhoud van de tussen verdachte en [betrokkene 1] gevoerde telefoongesprekken (p. 6 van het arrest):

“Bij aanstraling van de zendmast Drouwen, om 4:33:06 uur:

- Verdachte: “He knal die skowtoe (fon) nu [betrokkene 1] ik maak alles met je goed rij hem nu aan snel draai auto en knallen”

- [betrokkene 1]: "Wat moet ik doen moet ik knallen"

- Verdachte: “Ja nu met die auto gewoon tegen die auto aan snel”

- Verdachte: “Ja knal die auto met de auto schiet op”

- [betrokkene 1]: "Oké, is cool ik hoop dat het me lukt man"

- Verdachte: "Jo"

- Bij aanstraling van de zendmast Gieten, om 4:34:00 uur:

- Verdachte: “Is goed rij honderdtachtig en knal die skowtoe (fon) keihard”

- [betrokkene 1]: "Ja, ik doe mijn best" “

9. De omstandigheid dat uit bewijsmiddel 6 zou volgen dat [betrokkene 1] pas nadat hij was omgedraaid zag dat de auto die hem op de voor hem linker weghelft tegemoet reed de politieauto was, maakt het voorgaande niet anders. Ook al zou dat het geval zijn, dan doet die omstandigheid er immers niet aan af dat [betrokkene 1] de aanmerkelijke kans dat de inzittenden van de hem tegemoetkomende auto door zijn wijze van rijden om het leven zouden komen bewust op de koop toe heeft genomen. Bovendien heeft hij - zo hem toen pas duidelijk was geworden dat de politieauto hem tegemoet reed - geen enkele poging gedaan een aanrijding met de politieauto te voorkomen, bijvoorbeeld door rechts te gaan rijden en eventueel - vanwege de hem tegemoetkomende bus - uit te wijken naar de voor hem rechter berm.

10. Anders dan de toelichting op het middel wil staat aan het bewijs van het opzet niet in de weg dat de verdachte pas zou hebben waargenomen/zou hebben kunnen waarnemen dat [betrokkene 1] op de politieauto inreed op het moment dat [betrokkene 1] hem passeerde, alsmede dat de verdachte zelf op een gegeven moment in grote angst zou hebben verkeerd. Blijkens de inhoud van de telefoongesprekken tussen de verdachte en [betrokkene 1] wilde de verdachte immers dat [betrokkene 1] met zijn auto op de politieauto zou knallen. Zo sprak de verdachte tot [betrokkene 1]: “He knal die skowtoe (fon) nu [betrokkene 1] ik maak alles met je goed rij hem nu aan snel draai auto en knallen”, en “Wat ja doe wat dan jonge knal ze rij ze blokkeer ze man.”

11. Voorts in aanmerking genomen dat het hof – naar in cassatie niet is bestreden – vaststelt dat verdachte [betrokkene 1] op geen enkel moment laat weten dat deze met zijn handelingen moet stoppen terwijl hij ziet dat [betrokkene 1] op de politieauto inrijdt en ook niet blijkt dat verdachte de bestuurder van de auto waar hij in zat heeft gezegd dat die de gevaarzettende situatie mede ontstaan door hun eigen voertuig, de bestelbus, moest veranderen, is het bewijs van het bewezenverklaarde opzet voldoende met redenen omkleed.

12. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering.

13. Het tweede middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM is overschreden.

14. De verdachte, die gedetineerd is, heeft op 24 december 2015 beroep in cassatie ingesteld. De stukken van het geding zijn blijkens een daarop gezet stempel op 13 juli 2016 bij de Hoge Raad binnengekomen. Dat brengt met zich dat de inzendtermijn van zes maanden is overschreden.

15. Naar verwachting zal de Hoge Raad binnen veertien maanden na het instellen van het beroep in cassatie uitspraak doen. Daardoor wordt de overschrijding van de redelijke termijn in voldoende mate gecompenseerd.3

16. Het middel faalt.

17. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

18. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 HR 15 oktober 1996, NJ 1997, 199, m.nt. ’tH.

2 HR 5 december 2006, LJN AZ1668, NJ 2006, 663.

3 Bijv. HR 28 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7082.