Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2016:1291

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
15-11-2016
Datum publicatie
21-12-2016
Zaaknummer
16/01976
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2016:2924, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Beklag. Art. 552a en 552p Sv. Door klaagster is cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de Rb op een klaagschrift a.b.i. art. 552a Sv. Tegen de beschikking van de Rb waarbij het in art. 552p.2 Sv bedoelde verlof t.a.v. het inbeslaggenomene is verleend, hebben de in die beschikking vermelde partijen geen beroep in cassatie ingesteld, terwijl ook in de namens klaagster i.c. ingediende schriftuur n.a.v. haar ongegrond verklaarde klaagschrift geen klachten zijn geformuleerd die betrekking hebben op het in die beschikking gegeven verlof en de gronden waarop dat berust. In cassatie moet daarom ervan worden uitgegaan dat de ex art. 552p Sv t.a.v. het inbeslaggenomene gegeven beschikking onherroepelijk is geworden. Vernietiging van de ex art. 552a Sv gegeven beschikking kan daarin geen verandering brengen. Dit betekent dat klaagster geen belang meer heeft bij het beroep tegen de beschikking van de Rb, zodat zij daarin n-o moet worden verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 16/01976 B

Zitting: 15 november 2016

Mr. W.H. Vellinga

Conclusie inzake:

[klaagster]

  1. Bij beschikking van 30 december 2015 heeft de Rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, het beklag, strekkende tot teruggave van een onder [betrokkene 2] inbeslaggenomen personenauto van het merk Volkswagen, type Touareg, voorzien van kenteken [AA-00-BB], met twee sleutels aan klaagster, ongegrond verklaard.

  2. Namens de klaagster heeft mr. P.C. Saris, advocaat te Eindhoven, één middel van cassatie voorgesteld.

  3. Het middel houdt in dat zonder nadere motivering, die ontbreekt, onbegrijpelijk is op welke gronden klaagster niet aannemelijk heeft gemaakt dat de betreffende personenauto aan haar toebehoort.

  4. De rechtbank heeft in de bestreden beschikking overwogen - voor zover van belang -:

“De rechtbank is van oordeel dat het belang van strafvordering zich op dit moment nog verzet tegen teruggave van de personenauto, nu het naar haar oordeel niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de rechtbank, later oordelend, ten aanzien van deze inbeslaggenomen personenauto verlof zal verlenen op grond van artikel 552P Sv. In het bijzonder is daarbij van belang dat klaagster met het door haar aangevoerde, niet aannemelijk heeft gemaakt dat de desbetreffende personenauto aan haar toebehoort. De auto was immers voorzien van Nederlandse kentekenplaten op naam gesteld van [A], stond bij [betrokkene 1] voor de woning en 2 autosleutels zaten bij het voertuig. De door de raadsman overgelegde stukken zijn van oudere datum en klaagster is niet verschenen in raadkamer om één en ander toe te lichten zodat er teveel twijfel is blijven bestaan of zij wel als rechthebbende kan worden aangemerkt. Derhalve zal de rechtbank het klaagschrift ongegrond verklaren.”

5. Bij beschikking van - eveneens - 26 januari 2016 heeft de rechtbank met betrekking tot onder meer de onderhavige personenauto van het merk Volkswagen, type Touareg, voorzien van kenteken [AA-00-BB], met twee sleutels aan de officier van justitie verlof verleend als bedoeld in art. 552p Sv om de auto - onder voorbehoud - ter beschikking te stellen aan een Belgische onderzoeksrechter. Tegen deze beschikking is geen beroep in cassatie ingesteld. Voorts zijn in de namens klaagster in de onderhavige zaak ingediende schriftuur naar aanleiding van haar afgewezen "Klaagschrift tegen inbeslagneming ex artikel 552a Sv" geen klachten geformuleerd die betrekking hebben op het in die beschikking gegeven verlof en de gronden waarop dat berust. Aldus moet in cassatie ervan worden uitgegaan dat die beschikking onherroepelijk is geworden. Vernietiging van de onderhavige beschikking kan daarin geen verandering brengen. Dit betekent dat de klaagster geen belang meer heeft bij het beroep tegen de onderhavige beschikking van de rechtbank, zodat zij daarin niet-ontvankelijk moet worden verklaard.1

6. Het middel kan derhalve buiten bespreking blijven.

7. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep in cassatie.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 HR 4 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:227, rov. 2.2.