Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2015:803

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
31-03-2015
Datum publicatie
02-06-2015
Zaaknummer
13/04810
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2015:1456, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Slagende bewijsklacht opzetheling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 13/04810

Mr. Machielse

Zitting 31 maart 2015

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft verdachte op 27 september 2013 voor: opzetheling, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.

2. Verdachte heeft cassatie doen instellen en mr. M. Berndsen, advocaat te Utrecht, heeft een schriftuur ingezonden houdende drie middelen van cassatie.

3. Het hof heeft bewezenverklaard dat

"hij op 25 januari 2012 te Overloon, gemeente Boxmeer, een kluis met inhoud voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die kluis wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof."

4.1. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdediging de stelling betrokken dat het bewijs tegen verdachte onvoldoende is. Verdachte was onwetend van wat zich heeft afgespeeld vanwege overvloedig drank- en drugsgebruik en is in de auto in een diepe slaap gevallen op de bijrijdersplaats voorin, zich onbewust van wat zich in zijn omgeving afspeelde. Hij heeft geen kluis in de auto gezien. Dat verdachte na de aanhouding door de politie is weggevlucht, is verklaarbaar omdat verdachte niet over papieren beschikte.

4.2. Het hof heeft in zijn arrest dienaangaande het volgende overwogen:

"Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Door de verdediging is ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat de verdachte moet worden vrijgesproken, omdat hij, verdachte, elke betrokkenheid bij dit feit ontkent en stelt dat hij van niets weet omdat hij tengevolge van overvloedig drank- en drugsgebruik (blowen), nadat hij vanuit een coffeeshop in Utrecht in de auto op de bijrijderplaats is gaan zitten, in een diepe slaap is geraakt en daar pas kort voor de aanhouding door de politie uit is geraakt. Hij had de kluis toen hij in de auto stapte niet gezien, aldus de raadsman.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Het hof leidt uit de bewijsmiddelen af dat in de auto, waarin de verdachte en zijn mededaders gezeten waren, op de achterbank een grote kluis - met een omvang van 60x60x45 centimeter - werd aangetroffen.

Blijkens de foto op pagina 179 van het proces-verbaal van politie, registratienr. PL21 ZO 2012020588, was hier sprake van een zodanig groot obstakel dat het een flink deel van de achterbank vulde. Voorts is bovenop duidelijk zichtbaar het cijferslot te zien, hetgeen duidt op een kluis. Ook is duidelijk zichtbaar te zien dat de kluis is beschadigd Uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen blijkt zonder meer dat die kluis van diefstal afkomstig was.

Na een wilde, risicovolle, achtervolging van voormelde auto door de politie, terwijl verdachte op de bijrijdersplaats gezeten was, is de auto tot stilstand gekomen, waarop de inzittenden, onder wie de verdachte, uit de auto sprongen en hard wegrenden. Kort hierna werd de verdachte aangehouden.

Het hof acht het onaannemelijk dat verdachte, zoals hij zelf verklaart, tijdens de wilde rit in de auto geheel buiten bewustzijn was en tot het laatst is gebleven, om dan, nadat de auto door de politie tot stilstand was gebracht, in paniek van de politie en de auto weg te rennen, met een blijkens het proces verbaal grote snelheid. Het hof leidt uit het feit dat de verdachte aan het einde van de achtervolging direct de auto heeft verlaten en rennend voor de politie op de vlucht is geslagen af dat hij kort voordat de auto tot stilstand kwam zich bewust moet zijn geweest van de situatie waarin hij zich bevond en daarmee van de aanwezigheid van de kluis op de achterbank, met name op de omvang hiervan. Nog daar gelaten dat het onwaarschijnlijk is dat verdachte gedurende de achtervolging door de politie niet bij bewustzijn is gekomen, terwijl dit wel het geval zou zijn geweest bij stilstand van de auto, acht het hof de wijze waarop hij op de vlucht sloeg niet getuigen van een paniekreactie onder die omstandigheden.

Ingevolge bestendige jurisprudentie (Hoge Raad 16 februari 1993, LJN: AD 1828) wordt onder "weten" dat een goed door misdrijf is verkregen in de zin van artikel 416, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, zoals subsidiair ten laste is gelegd, tevens begrepen de bewuste aanvaarding van de aanmerkelijke kans dat een goed van misdrijf afkomstig is.

Verdachte heeft zich met zijn vluchtreactie niet gedistantieerd van zijn vluchtende medepassagiers door zich bij stilstand van de auto direct voor de politie beschikbaar houden. Daaraan doet niet af dat verdachte vanwege het ontbreken van een verblijfsvergunning en het niet bij zich hebben van zijn legitimatie zou zijn gevlucht, zoals aangevoerd in eerste aanleg door de raadsman van verdachte.

Gelet op het hiervoor overwogene is het hof van oordeel dat verdachte minst genomen het voorwaardelijk opzet heeft gehad op de heling van de kluis.

Het hof verwerpt derhalve het verweer van de raadsman en acht de subsidiair ten laste gelegde opzetheling wettig en overtuigend bewezen."

Het hof heeft het bewijs onder meer gebaseerd op de volgende bewijsmiddelen:

“1.

een proces-verbaal van bevindingen van politieregio Brabant-Noord, District Maas en Leijgraaf, D3 - Team Boxmeer, proces-verbaalnummer PL21Z4 2012009296-3, d.d. 26 januari 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant 1], hoofdagent van politie en [verbalisant 2], agent van politie, (pag. 24, in samenhang met het proces-verbaal van bevindingen van voornoemde verbalisant [verbalisant 1], dossierpag. 26), voor zover inhoudende als relaas van voornoemde verbalisanten:

Op 25 januari 2012 te 21.20 uur, reed ik, verbalisant [verbalisant 1], in mijn privé voertuig op de Theobaldusweg te Overloon in de richting van de Vierlingsbeek. Bij een wegversmalling zag ik dat een voertuig, dat voor mij in tegengestelde richting naderde, mij niet voor zou laten gaan, terwijl de doorgang zich aan mij zijde van de weg bevond. Ik zag dat het voertuig met dezelfde snelheid doorreed zonder af te remmen. Ik zag dat het betreffende voertuig dat mij niet voor liet gaan een donkerkleurige oud model Mercedes betrof. Ik zag dat in dit voertuig in ieder geval 3 personen zaten. Ik zag dat zowel op de passagiersstoel voorin als achter de bestuurder een persoon zat. Het voertuig was voor mij totaal onbekend terwijl ik plaatselijk bekend ben. Hierop noteerde ik het kenteken. Dit betrof [AA-00-AA].

Omstreeks 21.30 uur haalde ik op het politiebureau te Boxmeer het voornoemde voertuig door ons politiesysteem. Ik zag dat de tenaamgestelde van het voertuig in meerdere regio’s bekend was en meerdere malen voor kwam in verband met inbraken. Hierop zijn wij, verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1] direct in een dienstvoertuig gestapt en via Oploo naar Overloon gereden.

Wij hoorden dat collega's op de Vierlingsbeeksweg omstreeks 21.57 uur, achter het voertuig reden op de A73.

Hierop is samen met hen de achtervolging ingezet via Nijmegen, Grave, naar Uden, alwaar 3 personen werden aangehouden.

2.

een proces-verbaal van bevindingen van Politieregio Brabant-Noord, District Maasland, D2 - Team Zuid Oss-Bemheze-Maasdonk, proces-verbaalnummer PL21Y2 2012009296-12, d.d. 26 januari 2012 in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant 3], brigadier van politie, en [verbalisant 4], hoofdagent van politie, (dossierpagina's 41 t/m 43), voor zover inhoudende als relaas van voornoemde verbalisanten:

Op 25 januari 2012, omstreeks 22.00 uur, bevonden wij ons in uniform gekleed en waren wij belast met surveillance werkzaamheden binnen politie regio Brabant-Noord, district Maasland. Op het portofoon kanaal van de politie regio Brabant-Noord hoorden we dat collega's van de politie regio Brabant-Noord, district Maas en Leygraaf en de collega's van de politie regio Gelderland-Zuid achter een blauwe personenauto, merk Mercedes-Benz, type C180, welke was voorzien van het kenteken [AA-00-AA], aan zaten.

Vermeld voertuig was onder verdachte omstandigheden gezien in district Maas en Leygraaf en had diverse keren stoptekens van de politie genegeerd. Wij hoorden dat het voertuig vanuit de richting Nijmegen richting de politie regio Brabant-Noord, kwam gereden. Wij hoorden over het portofoonkanaal dat de bestuurder van vermeld voertuig op collega's was ingereden en dat er diverse keren "roadblocks" werden genegeerd. Wij hoorden dat het voertuig zonder verlichting reed. Hierop zijn wij, verbalisanten, via de Dorpenweg in Ravenstein, verder in de richting Reek gereden om aldaar positie in te nemen. Wij reden in een opvallend- en als zodanig herkenbaar politie surveillance voertuig.

Op de rotonde van de N423 met de N277 in Reek in de gemeente Landerd, zagen wij dat de achtervolgende collega's richting Uden reden.

Hierop zijn wij aangesloten in de rij achtervolgende politie auto's. Wij reden met ontstoken verlichting en voerden optische en geluidsignalen. Op de Bergmaas onder Zeeland in de gemeente Landerd, kwamen wij als eerste achtervolgende politie auto achter de Mercedes-Benz te rijden. Wij, verbalisanten, zagen dat het voertuig zonder verlichting reed en tenminste 160 a 170 kilometer per uur, reed terwijl ter plaatse de maximum snelheid 80 kilometer per uur bedroeg. Wij zagen dat het voertuig continue zonder verlichting bleef rijden en auto's bleef inhalen.

Wij reden op ongeveer 100 meter achter de Mercedes-Benz. Het was op dat moment ongeveer 22.25 uur en er was vrij veel verkeer op de weg en op de kruisende wegen. Wij, verbalisanten, zagen dat het voertuig op de kruising van de Rondweg met de Industrielaan 2 auto’s inhaalde welke op de rechter rijstrook achter elkaar reden.

Wij, verbalisanten, zagen dat uit de richting Uden, een voertuig ons tegemoet kwam rijden. Ik, verbalisant [verbalisant 3], heb als bestuurder van het politie voertuig krachtig geremd om mijn snelheid terug te brengen. Ik voorzag een aanrijding van de Mercedes-Benz met het tegemoetkomende voertuig. Wij zagen ook dat het tegemoetkomende voertuig in de berm, ging staan om een aanrijding met de vermelde Mercedes te voorkomen. De Mercedes reed op dat moment nog steeds zonder verlichting. Wij, verbalisanten, zagen dat de Mercedes verder reed in de richting van de rotonde Rondweg Uden met de Bitswijk. Wij, verbalisanten, zagen dat op deze rotonde een politievoertuig met als roepnummer:27.18, de doorgang voor de Mercedes heel opzichtig en opvallend probeerde te blokkeren. Wij, verbalisanten, zagen dat het politievoertuig en de Mercedes kort met elkaar in aanraking kwamen en dat de Mercedes op de rotonde linksaf richting Bitswijk reed. Op dit moment is de 27.18 als eerste surveillance auto achter de voormelde Mercedes gaan rijden. Via de straten: Bitswijk, Ringbaan-Noord, Groeneweg, Smidsstraat, zagen wij dat de Mercedes-Benz naar de Rooijsestraat reed. Kort voor de Rooijsestraat, kwamen wij, verbalisanten, weer als eerste achtervolgende politie auto te rijden.

De bestuurder reed binnen de bebouwde kom maximumsnelheden welke lagen tussen de 80 en 100 km/u en voerde geen verlichting.

Wij, verbalisanten, zagen dat de Mercedes-Benz, op de Rooijsestraat, linksaf een hofje insloeg. Wij zagen dat de Mercedes-Benz, voorzien van het kenteken: [AA-00-AA], hier stopte en dat er 4 inzittenden uit de auto stapten en hard wegrenden van de auto vandaan. Wij, verbalisanten, zagen dat er 4 portieren open bleven staan.

Ik, verbalisant [verbalisant 4], zag vier portierdeuren open gaan en ook vier personen uit de voormelde Mercedes stappen. Ik zag dat er 2 personen links uitstapten en 2 personen rechts uitstapten. Ik zag dat de 2 personen die rechts uitstapte rechtsom hard wegrende. Ik zag ze uit het hofje de doorgaande weg, Rooysestraat inrennen. Ik, verbalisant [verbalisant 4], ben achter deze 2 personen aangerend en kon op een korte afstand volgen. Ik zag nog een derde persoon in het zwart gekleed voor me rennen, die eerder ook uit de Mercedes was gekomen. Onderwijl het rennen heb ik, verbalisant [verbalisant 4], diverse malen op luide wijze geroepen:

Politie stoppen.

Aan het eind van de Rooysestraat zag ik dat de voormelde 3 personen zich opsplitste, lk zag dat de genoemde man met het staartje linksaf de Helenastraat inrende. Ik zag dat de andere 2 mannen rechtsaf de Helenastraat inrende. Ik, verbalisant [verbalisant 4], kon kort hierop in de Helenastaat de genoemde kalende manspersoon aanhouden.

Ter geleiding voor een hulpofficier van justitie werd verdachte door [verbalisant 5] en [verbalisant 6] overgebracht naar liet bureau van politie te Uden.

De verdachte gaf op te zijn genaamd:

Naam : [naam]

Voornamen : [...]

Geboortedatum : [geboortedatum] 1993

Geboorteplaats : [geboorteplaats]

Woonplaats : [plaats]

Woonadres : [a-straat 1]

Verdachte kon zich niet legitimeren met een geldig legitimatiebewijs.

3.

een proces-verbaal van bevindingen van Politieregio Brabant - Noord, District Maas en Leijgraaf, D3 - Districtelijke Opsporing, proces-verbaalnummer PL21Y4 2012009296-4, d.d. 26 januari 2012 in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant 7], hoofdagent van politie, (dossierpagina's 46 t/m 48) voor zover inhoudende als relaas van voornoemde verbalisant:

Op 25 januari 2012, omstreeks 22.15 uur was ik, verbalisant [verbalisant 7], belast met de noodhulpsurveillance in het politiedistrict Maasland. Ik hoorde op dat moment, portofonisch, dat collega's doende waren met een achtervolging op een donkerkleurige Mercedes Benz, voorzien van het Nederlandse kenteken [AA-00-AA]. Ik hoorde dat het voertuig in de richting van Uden reed. Dit betrof richting de Rondweg te Uden. Hierop nam ik positie op de kruising Rondweg met het Bitswijk in Uden.

Op 25 januari 2012, omstreeks 22.26 uur, zag ik uit de richting van Zeeland een aantal auto's komen rijden, ik zag een auto die een fors hogere snelheid reed als de andere voertuigen. Ik zag dat achter dit voertuig diverse politie eenheden reden, ik zag dat aan de blauwe zwaailichten. Hierop zette ik mijn optische signalen in werking.

Ik zag dat het kenteken van het voertuig van de auto een Nederlands kenteken was en ik zag de lettercombinatie [AA-AA]. Ik zag dat er in het voertuig vier personen zaten. Ik besloot ter aanhouding het voertuig fysiek tot stoppen te dwingen door gecontroleerd tegen het achterwiel van het verdachte voertuig aan te rijden. Ik zag, voelde en hoorde dat ik tegen het voertuig aanreed. Ik zag dat bestuurder van de genoemde Mercedes de macht over het stuur verloor en zag dat hij begon te slingeren. Ik zag dat het voertuig nagenoeg tot stilstand kwam en dwars op de rijbaan stond op de scheiding van de rijstrook en de rotonde. Hierop stuurde ik mijn dienstvoertuig direct in de richting van de eerder genoemde Mercedes. Ik zag dat het voertuig vervolgens de tweebaans rotonde linksom nam en derhalve tegen het verkeer inreed in de richting van het centrum van Uden. Hierop volgde ik het voertuig en stelde de geluidssignalen van het dienstvoertuig in werking. Ook stelde ik het politietransparant in werking dat aan de voorzijde van het dienstvoertuig en in spiegelschrift afwisselend de rode tekst "STOP" en "POLITIE" uitstraalt. Ik volgde het voertuig op korte afstand. Ik zag dat het voertuig met hoge snelheid de Bitswijk opreed, ik zag dat het voertuig links van de vluchtheuvels reed, de rotonde recht doornam verder de Bitswijk op. Ik zag dat de Bitswijk een 30 kilometerzone betrof, lk zag dat het voertuig midden op de weg ging rijden en dat tegemoetkomende auto's moesten uitwijken om een aanrijding te voorkomen, lk zag dat het voertuig met hoge snelheid reed. Ik zag dat de geijkte snelheidsmeter van mijn dienstvoertuig snelheden aangaf van 60 tot 100 kilometer per uur. Ik zag dat vanaf de Bitswijk de weg was belegd met straatklinkers. Ik zag dat de bestuurder van de Mercedes plots remde en rechtsaf de Ringbaan Noord te Uden opreed. Ik zag dat de Mercedes bij het uitsturen van de bocht bijna in botsing kwam met een witte Volkswagen Caddy.

Ik zag dat de bestuurder van de Volkswagen Caddy moest uitwijken en krachtig moest remmen om een aanrijding met de Mercedes te voorkomen. Ik zag dat op de Ringbaan Noord diverse fietsers reden en dat voetgangers moesten rennen om niet te worden aangereden. Ik zag dat de bestuurder van die auto nergens voor stopte of uitweek. Ik zag en hoorde dat achter mij verschillende politievoertuigen reden met optische en geluidssignalen. Ik zag dat het voertuig bij drempels niet afremde. Ik zag dat het voertuig kennelijk zwaar beladen was. Ik zag dat aan de wegligging van de auto. Ik zag op de achterbank twee mannen zitten. Ik zag dat beide mannen ver uit elkaar zaten, een helemaal links in het voertuig en een helemaal rechts in het voertuig. Ik volgde het voertuig constant met een tussenafstand van 20 a 30 meter en in bochten naderde ik tot op ongeveer 10 meter. Ik zag dat het voertuig bij het nemen van de drempels, met de bodem van het voertuig, de grond raakte, ik zag dat er vonken onder het voertuig vandaan kwamen. Ik zag dat het voertuig via de Ringbaan Noord, linksaf de Aalstweg opreed, vervolgens rechtsaf de Groeneweg op. Ik zag dat de straten daar erg smal waren. Ik zag dat hij bij iedere afslag pas op het laatst instuurde. Ik schat dat de snelheid in de genoemde straatjes tussen de 60 en 60 kilometer per uur lag. Ik zag dat het voertuig aan het einde van de Groeneweg linksaf de Hoolhofstraat opreed om vervolgens direct rechtsaf de Smidsstraat op te rijden. Toen het voertuig linksaf de Sint Annastraat opreed, maakte ik plaats voor de politieauto die achter mij reed, aangezien deze auto meer vermogen had als mijn dienstvoertuig. Ik zag dat het voertuig vervolgens linksaf de Rooijsestraat opdraaide om vervolgens direct naar links een hofje op te sturen. Ik zag dat de eerste volgende politieauto het voertuig voorbijreed. Hierop plaatste ik mijn dienstauto tegen de Mercedes voorzien van het Nederlandse kenteken [AA-00-AA] aan. Ik zag dat direct vier mannen uit de auto sprongen. Ik zag dat drie mannen in de richting van de Helenastraat renden. Nadat ik achter de verdachten had aangerend ben ik terug gegaan naar mijn dienstvoertuig.

Ik zag dat collega's ter plaatse inmiddels het plaats delict hadden afgezet met lint. Hierop stelde ik een onderzoek in rondom de eerder genoemde voertuig. Ik zag dat het voertuig met vier geopende portierdeuren stond. Ik zag in dat voertuig een bruin/beige kleurige kluis liggen op de achterbank van het voertuig. Ik zag dat deze kluis was voorzien van een zilverkleurige draaiknop.

4.

Een proces-verbaal van Politieregio Brabant-Noord, District Maas en Leijgraaf, D3 - Districtelijke Opsporing, registratienummer PL21ZO 2012009296-22, d.d. 7 maart 2012 in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant 8], hoofdagent van politie, en [verbalisant 9], brigadier van politie, (dossierpagina's 58 en 59) voor zover inhoudende als relaas van voornoemde verbalisanten:

Drie van de vier inzittenden van de Mercedes-Benz werden in de onmiddellijke nabijheid van de Rooijsestraat te Uden aangehouden.

Door een verdachte werd de volgende personalia opgegeven:

[naam], geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats], wonende te [plaats], [a-straat 1].

Opgave valse naam:

De verdachte, die bij de aanhouding opgaf [naam] te heten, gaf bij de voorgeleiding bij de hulpofficier van justitie op te zijn:

[verdachte],

Geboren op [geboortedatum] 1984,

Wonende te [plaats], [b-straat 1].

Het door de verdachte gebruikte voertuig, een personenauto, merk Mercedes-Benz, type C180, kleur blauw, voorzien van het kenteken [AA-00-AA], met de daarin aangetroffen goederen werd inbeslaggenomen.

Op 26 januari 2012 werd bij de politie te Overloon door [betrokkene 1] aangifte gedaan terzake van diefstal door middel van braak.

Op 27 januari 2012 omstreeks 16.30 uur werd de aangever [betrokkene 1] aanvullend gehoord. Daarbij werd hem een foto getoond met daarop een afbeelding van onder andere, in dit dossier genoemde Mercedes-Benz voorzien van het kenteken [AA-00-AA], aangetroffen kluis.

5.

een proces-verbaal van bevindingen van Politieregio Brabant-Noord, District Maas en Leijgraaf, D3 - Districtelijke Opsporing, proces-verbaalnummer PL21ZO 201200009296-40, d.d. 28 januari 2012 in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant 10], brigadier van politie, en [verbalisant 11], hoofdagent van politie,(doorgenummerde dossierpagina's 58 en 59) voor zover inhoudende als relaas van voornoemde verbalisanten:

Wij hebben op 28 januari 2012 te 11.15 uur een tactische doorzoeking uitgevoerd in een blauwe Mercedes Cl80 met het kenteken [AA-00-AA]. In het genoemde voertuig werd het volgende goed aangetroffen en inbeslaggenomen.

Op de achterbank: een grijskleurige kluis (afmeting 60cm x 45cm x 46cm / H x B x D) met cijferslot.

6.

een proces-verbaal van aangifte van Politieregio Brabant-Noord, District Maas en Leijgraaf, D3 - Team Cuijk, proces-verbaalnummer PL21Z3 2012009307-1, d.d. 26 januari 2012 in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant 12], brigadier van politie, (dossierpagina's 162 t/m 164) voor zover inhoudende als de op 26 januari 2012 aan voornoemde verbalisant afgelegde verklaring van [betrokkene 1], wonende te [plaats], [c-straat 1]:

Gisteravond, 25 januari 2012 heb ik samen met mijn vrouw te 18:55 uur onze woning verlaten. Op 26 januari 2012 te omstreeks 01:10 uur kwamen we weer thuis. We zijn via de loopdeur van de garage aan de voorzijde de woning binnen gegaan. Ik zag toen een wit tafelkleed op de grond liggen in de woonkamer. Ik zag dat alle deuren geopend stonden. Ik zag verder dat alle laden van alle kasten in de woonkamer nagenoeg open waren getrokken. Ik zag dat er een ravage was in de hal naar de eerste verdieping. Ik zag dat de kluis welk in de hoek van onze slaapkamer was meegenomen. Deze kluis had men van de trap gegooid. Hierdoor was er behoorlijk wat schade ontstaan aan de muur en de deur in de gang en de verwarmingsradiator was vernield.

7.

een proces-verbaal van bevindingen van Politieregio Brabant-Noord, District Maas en Leijgraaf, D3 - Team Boxmeer, proces-verbaalnummer PL21Z4 2012009307-5, d.d. 27 januari 2012 in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant 13] en [verbalisant 14], aspiranten van politie, (dossierpagina 178) voor zover inhoudende als op ( Het hof begrijpt, gelet op hetgeen daarover staat vermeld in het proces-verbaal van politie onder bewijsmiddel 4) 27 januari 2012 aan voornoemde verbalisanten afgelegde verklaring van de aangever [betrokkene 1]:

U toont mij nu een foto (hof: de foto op pagina 179 van het dossier) van een auto met hierin een kluis, en vraagt mij of ik deze kluis herken. Ik herken de kluis als degene die gisteravond bij ons van de slaapkamer is weggenomen.

Ik herken dit mede door een vlek die op de bovenkant zit, en het feit dat het merkplaatje eraf is en wij die hier nog in het bezit hebben. Tevens heb ik de sleutels en de officiële code kaart die bij de kluis behoren nog in mijn bezit.

8.

een proces-verbaal van verhoor verdachte van Politieregio Brabant-Noord, District Maas en Leijgraaf, D3 - Districtelijke Opsporing, proces-verbaalnummer PL21ZO 2012009296-28, d.d. 26 januari 2012 in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant 15] en [verbalisant 16], beiden hoofdagent van politie, (dossierpagina's 85 t/m 89) voor zover inhoudende als de op 26 januari 2012 aan voornoemde verbalisanten afgelegde verklaring van [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1984:

Ik werd gisteren en vandaag [naam] genoemd. Ik heet [verdachte]. Ik heb dat gisteren tegen de hulpofficier van justitie gezegd.

Op 25 januari 2012 zat ik in de Mercedes-Benz, voorzien van het kenteken [AA-00-AA]. Ik zat voor op de bijrijdersstoel.

Ik ging van de ene kant naar de andere kant van de auto, toen de auto ineens stilstond zag ik allemaal drukte, sirene en politie.

Ik zag politie rennen en toen ben ik ook gaan rennen.”

4.3. De kritiek op de bewijsconstructie van het hof in het eerste middel heeft als kern dat het hof ervan is uitgegaan dat verdachte eerst kort voordat de auto tot stilstand kwam zich bewust moet zijn geworden van de aanwezigheid van de kluis in de auto. Dat zich bewust zijn is te kort geweest om te kunnen spreken van voorhanden hebben in de zin van artikel 416 Sr. Zelfs is het bewijs niet te leveren dat de verdachte zich op welk moment dan ook bewust is geweest van de aanwezigheid van de kluis in de auto. Evenmin zijn er aanknopingspunten voor het bewijs dat verdachte de aanmerkelijke kans dat de kluis van misdrijf afkomstig zou zijn bewust heeft aanvaard. Dat verdachte liever niet door de politie gepakt werd omdat hij geen verblijfsvergunning had er geen identiteitspapieren bij zich droeg vormt de verklaring waarom hij is weggerend. Daardoor heeft hij zich juist wil gedistantieerd van de kluis. Zich niet distantiëren mag niet zodanig positief worden ingevuld dat een verdachte zich ter beschikking moet stellen van en zich beschikbaar moet houden voor de politie.

4.4. Het eerste lid onder a van artikel 416 Sr heeft de volgende inhoud:

"Als schuldig aan opzetheling wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie:

a. (http://maxius.nl/wetboek-van-strafrecht/artikel416/lid1/onderdeela) hij die een goed verwerft, voorhanden heeft of overdraagt, dan wel een persoonlijk recht op of een zakelijk recht ten aanzien van een goed vestigt of overdraagt, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van het goed dan wel het vestigen van het recht wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof".

4.5. In HR 21 maart 2000, NJ 2000, 736 m.nt. Schalken, in de schriftuur onder 6 genoemd, heeft de Hoge Raad met een beroep op de wetsgeschiedenis een ruime uitleg gegeven aan de woorden "voorhanden hebben". Ieder feitelijk voorhanden hebben, met welk doel of krachtens welke titel dan ook, valt er onder, dus ook het gebruik van een van misdrijf afkomstig voorwerp. Het betrof een zaak waarin de verdachte achterop een gestolen bromfiets is gesprongen die door een ander werd bestuurd. De verdachte begreep dat de bromfiets van diefstal afkomstig was. Het hof had overwogen dat de verdachte in ieder geval op het moment dat hij op de bromfiets sprong toen de ander daarmee bij de bromfietszaak wegreed, deze bromfiets voorhanden kreeg. Daarin lag volgens de Hoge Raad besloten dat de verdachte de bromfiets tezamen met een ander als vervoermiddel heeft gebruikt en aldus voorhanden had. Het gedurende zeer korte tijdsspanne onder zich hebben van gestolen voorwerpen om die uit nieuwsgierigheid te kunnen bekijken, is volgens de Hoge Raad echter onvoldoende om aan te nemen dat de verdachte die voorwerpen in de zin van artikel 416 Sr voorhanden heeft gehad. Voor zulk voorhanden hebben is een zekere feitelijke zeggenschap nodig.1

De woorden "voorhanden hebben" komen ook in andere delictsomschrijvingen voor. Ik wijs op het eerste lid van artikel 26 Wet wapens en munitie, dat het verbiedt om een wapen of munitie van de categorieën II en III voorhanden te hebben. Daar wordt onder "voorhanden hebben" begrepen het hebben van een zekere zeggenschap, het kunnen beschikken over de betreffende voorwerpen.2 Daarvan kan zelfs sprake zijn als men niet direct de feitelijke mogelijkheid heeft om bijvoorbeeld de wapens onder zich te nemen.3 Anderzijds is het korte tijd vasthouden van een wapen dat een ander wil laten zien, onvoldoende om te kunnen aannemen dat de verdachte "tezamen en in vereniging met een ander" het wapen voorhanden heeft gehad.4

4.6. Dat verdachte zich kort voordat de auto tot stilstand kwam zich bewust moet zijn geweest van de aanwezigheid van de kluis op de achterbank van de auto, is mijns inziens onvoldoende om, zoals het hof heeft bewezenverklaard, aan te nemen dat verdachte als solopleger zich aan opzetheling schuldig heeft gemaakt. Er is geen bewijs voor enige feitelijke zeggenschap of voor het kunnen beschikken over de kluis, of voor een gezamenlijk gebruik. Enkel het kortdurende besef dat zich op de achterbank in de auto een kluis bevond, is onvoldoende voor het "voorhanden hebben". Het zich niet distantiëren van de andere inzittenden van de auto en het zich niet terbeschikkingstellen van de politie zou wellicht in verband kunnen worden gebracht met een gezamenlijk optreden met de anderen, maar in de onderhavige zaak is verdachte niet voor medeplegen veroordeeld, terwijl bovendien de Hoge Raad zich op het standpunt stelt dat als er wel een tenlastelegging van medeplegen is aan het zich niet distantiëren op zichzelf voor het medeplegen geen grote betekenis mag worden toegekend.5

De bewezenverklaring van opzetheling is naar mijn mening inderdaad ontoereikend gemotiveerd.6

5.1. Het tweede middel klaagt dat het bewijs dat de opzetheling plaats heeft gevonden te Overloon, gemeente Boxmeer, tekortschiet.

5.2. Uit bewijsmiddel 6 blijkt dat de kluis is gestolen uit een woning te Overloon. De Mercedes is uiteindelijk in Uden tot stilstand gekomen. Als verdachte zich eerst kort daarvoor bewust is geworden van de aanwezigheid van de kluis in de auto is het feit niet in Overloon gepleegd.

Het middel slaagt.

6.1. Het derde middel klaagt over schending van de redelijke termijn doordat de inzendtermijn, door de Hoge Raad op acht maanden gesteld, is geschonden.

6.2. Aangezien deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest behoeft dit middel geen bespreking.7

7. Het eerste en het tweede middel zijn naar mijn mening gegrond. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging aanleiding behoort te geven.

8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

1 HR 31 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU6053, ook in de schriftuur genoemd.

2 HR 12 september 1978, NJ 1979, 84.

3 HMG 4 december 1985, NJ 1986, 304.

4 HR 23 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN7725.

5 HR 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474, rov. 3.2.2.

6 Mijns inziens vindt dat zijn oorzaak in het feit dat het hof uiteindelijk er vanuit is gegaan dat verdachte eerst kort voor dat de auto tot stilstand kwam zich bewust is geweest van de aanwezigheid van de kluis in de auto. Gelet op het verloop van de wilde achtervolging, waarbij de Mercedes waarin verdachte was gezeten tegen een politieauto is aangereden en verschillende malen de grond raakte bij het passeren van verkeersdrempels, waarbij de bestuurder van een Mercedes hoge snelheden bereikte en bruusk bochten nam, achtervolgd door politieauto's met sirenes en zwaailichten had ik mij ook kunnen voorstellen dat het hof de gehele verklaring van verdachte dat hij alleen maar in de auto zou hebben geslapen als volstrekt ongeloofwaardig terzijde had gesteld.

7 HR 17 juni 2008, NJ 2008, 358 m.nt. Mevis, rov. 3.5.3.