Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2015:443

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
10-02-2015
Datum publicatie
26-05-2015
Zaaknummer
13/01265
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2015:1271, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO en strafvermindering i.v.m. de overschrijding van de redelijke termijn in cassatie. Conclusie AG over o.m. art. 177 Sr en art. 177a Sr, begunstiging, omkoping, handelingen van ambtenaren al dan niet in strijd met hun plicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 13/01265

Zitting: 10 februari 2015

Mr. Hofstee

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Verzoeker is bij arrest van 27 december 2012 door het Gerechtshof ’s-Gravenhage, nevenzittingsplaats ’s-Hertogenbosch, voor “medeplegen van een ambtenaar een gift doen met het oogmerk om hem te bewegen in zijn bediening, in strijd met zijn plicht, iets te doen, meermalen gepleegd” veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de rolnummers 14-01336 ([medeverdachte 1]), 13-01258 ([medeverdachte 2]), 13-01835 ([medeverdachte 3]) en 13-01265 ([verdachte]).

3. Namens verzoeker heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Schiedam, bij schriftuur vijf middelen van cassatie voorgesteld.

4. Ik noem kort de hoedanigheid van verzoeker en zijn medeverdachten. [medeverdachte 1] was ambtenaar van de gemeente Sittard-Geleen en projectmanager. [medeverdachte 2] was ook ambtenaar (projectleider) en gedetacheerd in de gemeente Beek. Verzoeker en [medeverdachte 3] waren beiden werkzaam bij het bedrijf [A] BV.

5. Het eerste middel klaagt over ’s Hofs afwijzing van het verzoek van de verdediging om [betrokkene 1] als getuige te horen.

6. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 30 maart 2012 (p.7 e.v.) houdt het volgende in:

“De voorzitter deelt het volgende mede.

Het hof verneemt graag per verzochte getuige het onderwerp van het verhoor en het belang van de getuige. Ik vraag dat omdat er getuigen zijn die over vele voorvallen kunnen verklaren, zoals ambtenaren en medewerkers van [A] die kunnen verklaren over allerlei contacten. Het is voor de planning van de verhoren en de beoordeling van de verzoeken van belang waarom het gaat. Het hof hoort dan ook graag per getuige het onderwerp en het belang. Het gegeven dat een getuige in eerste aanleg belastend heeft verklaard is het begin van een belang, maar maakt nog niet dat sprake is van een belang.

De raadsman verklaart als volgt.

(…)

Dan gaat het bij de getuigen onder de nummers 10 tot en met 131 over mensen die ontlastend kunnen verklaren over de beweerdelijke gift in de vorm van een reis naar Monaco. Meer specifiek kunnen zij verklaren over wat gebruikelijk was bij die reis. Die werd namelijk achteraf zelf betaald door de deelnemers. Er werd in ieder geval een eigen bijdrage geïncasseerd. Zij zullen specifiek worden gevraagd naar de wetenschap van cliënt over het al dan niet betalen van de reis door de betrokken ambtenaar.

(…)

De voorzitter deelt het volgende mede.

De appelschriftuur is in ieder geval niet later dan 16 februari 2011 gedateerd. Dat houdt in dat wat betreft de bij appelschriftuur opgegeven getuigen het verdedigingscriterium geldt.

De advocaat-generaal mr. Van Duijnhoven merkt het volgende op.

Toetsend aan het verdedigingscriterium heb ik niet heel veel opmerkingen over de verzoeken. Ik vind dat de verzoeken kunnen worden toegewezen.

Ik heb wel een opmerking ten aanzien van [betrokkene 1]. Kennelijk is hij mee geweest naar Monaco. Ik vind het feit dat hij is mee geweest naar de Formule 1 of een ander uitstapje op zich onvoldoende om hem te bevragen in deze zaak. Wat kan hij uit eigen wetenschap verklaren over wat verdachte al dan niet gedaan heeft? Of [betrokkene 1], ik hoor dat thans als nadere toelichting, een betaling gedaan zou hebben, vind ik op zich onvoldoende onderbouwing. Ik zie niet meteen in hoeverre [betrokkene 1] relevant zou kunnen verklaren voor de vragen die voorliggen aan het hof.

(…)

De raadsman verklaart als volgt.

De stelling van cliënt was dat het gebruikelijk was dat er voor een uitstapje wel werd afgerekend of in ieder geval werd meebetaald. [betrokkene 1] kan bevestigen of dat gebeurd is. Voorts kan hij iets zeggen over de wetenschap van cliënt.

(…)

De voorzitter deelt als beslissing van het hof het volgende mede.

De getuigen (…) [betrokkene 2], [betrokkene 3] en [betrokkene 4] worden toegewezen. Het verzoek om [betrokkene 1] als getuige te horen wordt afgewezen, aangezien het verzoek onvoldoende onderbouwd is.”

.

7. Zoals de voorzitter heeft meegedeeld, is met betrekking tot de bij appelschriftuur opgegeven getuigen, waaronder [betrokkene 1], het verdedigingsbelang van toepassing. Onder het hoofdje “Verdedigingsbelang” heeft de Hoge Raad in zijn overzichtsarrest inzake het horen van getuigen van 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1496, NJ 2014/441 (rov. 2.6) overwogen dat van de verdediging mag worden verlangd dat zij ten aanzien van iedere van de door haar opgegeven getuigen motiveert waarom het horen van deze getuige van belang is voor enige in de strafzaak uit hoofde van de art. 348 en 350 Sv te nemen beslissing en dat afwijzing van het verzoek goed denkbaar is als het verzoek niet dan wel zo summier is onderbouwd dat de rechter buiten staat is het verzoek te toetsen aan de maatstaf van het verdedigingsbelang. Het verzoek om [betrokkene 1] als getuige te horen is afgewezen omdat het verzoek naar het oordeel van het Hof onvoldoende is onderbouwd. Over de juistheid van deze beslissing kan in cassatie niet worden geklaagd, omdat de Hoge Raad immers niet kan beoordelen of het gerechtshof een getuige terecht niet heeft opgeroepen of gehoord.2 Wel kan in cassatie worden geklaagd over de maatstaf die het Hof heeft toegepast en over de begrijpelijkheid van de beslissing. Ik meen echter dat de afwijzing niet onbegrijpelijk is. Daarbij heb ik in aanmerking genomen dat ’s Hofs motivering van de afwijzing verschilt van die in bijvoorbeeld de zaken die hebben geleid tot HR 22 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5977, NJ 2008/313 en HR 16 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL3964, NJ 2010/262. In die zaken was het verzoek als “onvoldoende gemotiveerd” afgewezen zonder dat het Hof had duidelijk gemaakt welke maatstaf het daarbij had aangelegd. Daarvan is in het onderhavige geval nu juist geen sprake.

8. Het middel faalt.

9. Het tweede middel klaagt dat het Hof heeft overwogen dat het wettig en overtuigend bewezen acht dat gehandeld is met het oogmerk om de ambtenaren te bewegen in strijd met hun plicht iets te doen, te weten het begunstigen van [A] B.V., waarbij ten aanzien van [betrokkene 6] en [betrokkene 9] nader is aangegeven dat naar het oordeel van het Hof de giften zijn gedaan teneinde een relatie met deze ambtenaren te doen ontstaan en/of te onderhouden met het doel een voorkeursbehandeling te krijgen, zulks terwijl dit niet, althans niet zonder meer, uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen kan volgen.

10. Aan verzoeker is tenlastegelegd dat:

“I.

hij (als Nederlander) op meerdere, althans een, tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 01 juni 2004 tot en met 27 januari 2009 te Voerendaal en/of Stein en/of Maastricht en/of Heerlen en/of Elsloo, gemeente Stein, en/of Nuth en/of Beek en/of Brunssum en/of Landgraaf en/of Sittard-Geleen en/of Simpelveld en/of Gulpen, gemeente Gulpen-Wittem en/of Meerssen, in elk geval in Nederland, en/ofte Maasmechelen en/of Genk, in elk geval in België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een ambtenaar, te weten

A. [betrokkene 5], zijnde ambtenaar van de gemeente Voerendaal en/of van de gemeente Stein, (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) heeft gedaan en/of (een) dienst(en) heeft verleend en/of aangeboden, te weten

- de aanleg van een tuin behorende bij de woning van [betrokkene 5] ter waarde van (ongeveer) 39.724,64 euro en/of

- een lening ter waarde van (ongeveer) 40.000,-- euro en/of

- een bemiddeling ten behoeve van een lening ter waarde van (ongeveer) 40.000,-- euro en/of

- een geldbedrag (kwijtschelding van een schuld) ter waarde van (ongeveer) 5.124,64 euro en/of

- meerdere, althans een, contant(e) geldbedrag(en) van (ongeveer) 2.000,— euro en/of

- een (contant) geldbedrag van 6.500,-- euro en/of

- een diner (bij Restaurant Da Noi te Genk),

althans enige gift en/of belofte en/of dienst,

met het oogmerk om [betrokkene 5] te bewegen in zijn bediening, als ambtenaar van de gemeente Voerendaal en/of gemeente Stein, in strijd met zijn plicht iets te doen of na te laten (sub 1) en/of

tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door [betrokkene 5] in zijn huidige en/of vroegere bediening, als ambtenaar van de gemeente Voerendaal en/of gemeente Stein, in strijd met zijn plicht is gedaan en/of nagelaten (sub 2)

bestaande uit het (telkens)

- (anders dan om zakelijke redenen) begunstigen van [A] BV en/of verdachte en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerker(s) van [A] BV en/of

- verstrekken/delen van geheime en/of vertrouwelijke en/of interne/gemeentelijke en/of niet-openbare en/of concurrentie gevoelige informatie aan/met verdachte en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerker(s) van [A] BV en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) ten gunste van [A] BV en/of verdachte en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerker(s) van [A] BV beïnvloeden van besluitvormingsprocedures (binnen de gemeente Voerendaal en/of gemeente Stein) en/of (een) (beslissingsbevoegde) collega('s) en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) toezeggen van (een) toekomstig(e) werk(en) en/of opdracht(en) en/of project(en) aan [A] BV en/of verdachte en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerker(s) van [A] BV en/of

- verstrekken van (een) fictie(f)(ve) werk(en) en/of opdracht(en) en/of (een) valse werkopdracht(en) aan [A] BV en/of verdachte en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerkers(s) van [A] BV;

en/of

B. [betrokkene 6], zijnde ambtenaar van de provincie Limburg, (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) heeft gedaan en/of (een) dienst(en) heeft verleend en/of aangeboden, te weten

- schilderwerkzaamheden aan/in de woning van [betrokkene 6] en/of

- (een) rolluik(en) en/of (een) hor(ren) en/of (een) screen(s) en/of een overkapping en/of een sectionaaldeur (inclusief plaatsing) en/of

- een dakkapel (inclusief plaatsing) en/of

- een aanrechtblad (inclusief plaatsing) en/of

- een airconditioningsinstallatie (inclusief plaatsing) en/of

- meerdere, althans een, contant(e) geldbedrag(en) en/of

- aanleg(werkzaamheden) van/in een tuin behorende bij de woning van [betrokkene 6] en/of

- een kraam-/babyborrel bij Hotel Restaurant Kasteel Ter Worm,

althans enige gift en/of belofte en/of dienst,

met het oogmerk om [betrokkene 6] te bewegen in zijn bediening, als ambtenaar van de provincie Limburg, in strijd met zijn plicht iets te doen en/of na te laten (sub 1) en/of tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door [betrokkene 6] in zijn huidige en/of vroegere bediening, als ambtenaar van de provincie Limburg, in strijd met zijn plicht is gedaan en/of nagelaten (sub 2)

bestaande uit het (telkens)

- (anders dan om zakelijke redenen) begunstigen van [A] BV en/of verdachte en/of [betrokkene 7] en/of [betrokkene 8] en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerker(s) van [A] BV en/of

- verstrekken/delen van geheime en/of vertrouwelijke en/of interne/provinciale en/of niet-openbare en/of concurrentie gevoelige informatie aan/met verdachte en/of [betrokkene 7] en/of [betrokkene 8] en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerker(s)van [A] BV en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) ten gunste van [A] BV en/of verdachte en/of [betrokkene 7] en/of [betrokkene 8] en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerker(s) van [A] BV verstrekken van (eenzijdige) informatie ten behoeve van besluitvormingsprocedures (binnen de provincie Limburg) en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) (adviseren tot) verstrekken en/of gunnen van werken en/of opdrachten en/of projecten aan [A] BV en/of verdachte en/of [betrokkene 7] en/of [betrokkene 8] en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerker(s) van [A] BV en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) goedkeuren van en/of opdracht geven tot het doen van meerwerk en/of verrichten van aanvullende werkzaamheden door/aan [A] BV en/of verdachte en/of [betrokkene 7] en/of [betrokkene 8] en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerker(s) van [A] BV en/of

- verschaffen van informatie voor het opstellen van een of meerdere fictieve offerte(s) en/of het (vervolgens) verstrekken van een of meerdere fictieve opdracht(en) aan [A] BV en/of verdachte en/of [betrokkene 7] en/of [betrokkene 8] en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerkers(s) van [A] BV;

en/of

C. [betrokkene 9], zijnde ambtenaar van de gemeente Maastricht, (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) heeft gedaan en/of (een) dienst(en) heeft verleend en/of aangeboden, te weten

- aanleg(werkzaamheden) van/in een tuin behorende bij de woning van [betrokkene 9] en/of

- het bestraten van de oprit behorende bij de woning van [betrokkene 9] en/of

- het plaatsen van een afvalcontainer bij de woning van [betrokkene 9] en/of

- schilderwerkzaamheden aan/in de woning van [betrokkene 9] en/of

- een vloerbedekking (inclusief het leggen) voor de woning van [betrokkene 9] en/of

- een volledig verzorgde (vlieg)reis naar de Grand Prix in Monaco en/of meerdere, althans een, diner(s) en/of

meerdere, althans een, contant(e) geldbedrag(en) en/of

- meerdere, althans een, toegangskaart(en) voor popfestival Rock Werchter en/of Pinkpop en/of een concert van Kane en/of (een) voetbalwedstrijd(en) en/of

- een volledige verzorgde uitstapje naar een concert van Robbie Williams,

althans enige gift en/of belofte en/of dienst,

met het oogmerk om [betrokkene 9] te bewegen in zijn bediening, als ambtenaar van de gemeente Maastricht, in strijd met zijn plicht iets te doen en/of na te laten (sub 1) en/of tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door [betrokkene 9] in zijn huidige en/of vroegere bediening, als ambtenaar van de gemeente Maastricht, in strijd met zijn plicht is gedaan en/of nagelaten (sub 2)

bestaande uit het (telkens)

- (anders dan om zakelijke redenen) begunstigen van [A] BV en/of verdachte en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerker(s) van [A] BV en/of

- verstrekken/delen van geheime en/of vertrouwelijke en/of interne/gemeentelijke en/of niet-openbare en/of concurrentie gevoelige informatie aan/met verdachte en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerker(s) van [A] BV en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) verstrekken en/of gunnen van (een) werk(en) en/of (een) opdracht(en) en/of (een) project(en) aan [A] BV en/of verdachte en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerker(s) van [A] BV en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) ophogen en/of aanpassen van (een) (eind)afrekening(en) en/of (een) factu(u)r(en) met betrekking tot werkzaamheden verricht door [A] BV en/of verdachte en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerker(s) van [A] BV en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) verschaffen van informatie voor het opstellen van (een) opgehoogde en/of aangepaste factu(u)r(en) aan verdachte en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerker(s) van [A] BV en/of (vervolgens) voor akkoord paraferen van deze opgehoogde factu(u)r(en) en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) niet (nauwkeurig) controleren van (een) eindafrekening(en) en/of (een) factu(u)r(en) afkomstig van [A] BV

en/of verdachte en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerker(s) van [A] BV en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) goedkeuren van en/of opdracht geven tot het doen van meerwerk en/of verrichten van aanvullende werkzaamheden door/aan [A] BV en/of verdachte en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerker(s) van [A] BV;

en/of

D. [betrokkene 10], zijnde ambtenaar van de gemeente Heerlen, (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) heeft gedaan en/of (een) dienst(en) heeft verleend en/of aangeboden, te weten

- meerdere, althans een, contant(e) geldbedrag(en) en/of

- een volledig verzorgde (vlieg)reis naar het Europees kampioenschap voetbal in Zwitserland en/of

- meerdere, althans een, toegangskaart(en) voor een concert van AC/DC en/of het popfestival Pinkpop en/of (een) voetbalwedstrijd(en) en/of

- een volledig verzorgd uitje/dagje quadrijden en/of kleiduivenschieten,

althans enige gift en/of belofte en/of dienst,

met het oogmerk om [betrokkene 10] te bewegen in zijn bediening, als ambtenaar van de gemeente Heerlen, in strijd met zijn plicht iets te doen en/of na te laten (sub 1) en/of tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door [betrokkene 10] in zijn huidige en/of vroegere bediening, als ambtenaar van de gemeente Heerlen, in strijd met zijn plicht is gedaan en/of nagelaten (sub 2) bestaande uit het (telkens)

- (anders dan om zakelijke redenen) begunstigen van [A] BV en/of verdachte en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerker(s) van [A] BV en/of

- verstrekken/ delen van geheime en/of vertrouwelijke en/of interne/gemeentelijke en/of niet-openbare en/of concurrentie gevoelige informatie aan/met verdachte en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerker(s) van [A] BV en/of

- verzwijgen van het onjuist en/of valselijk gebruik van begeleidingsbrieven/ stortbonnen door verdachte en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerker(s) van

[A] BV en/of

- het oneigenlijk verstrekken van begeleidingsbrieven/stortbonnen aan verdachte en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerker(s) van [A] BV en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) verwijderen (ten behoeve van [A] BV en/of verdachte en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerker(s) van [A] BV) van (een) rapportage(s)/ stuk(ken) uit gemeentelijke stukken/administratie en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) (adviseren tot) verstrekken en/of gunnen van werken en/of opdrachten en/of projecten aan [A] BV en/of verdachte en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerker(s) van [A] BV;

en/of

E. [betrokkene 11], zijnde ambtenaar van de gemeente Heerlen, (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) heeft gedaan en/of (een) dienst(en) heeft verleend en/of aangeboden, te weten

- meerdere, althans een, contant(e) geldbedrag(en) en/of

- een volledige verzorgd uitje/dagje kleiduivenschieten en/of een volledig verzorgd uitje/dagje quadrijden en/of

- meerdere, althans een, toegangskaart(en) voor (een) voetbalwedstrijd(en),

althans enige gift en/of belofte en/of dienst,

met het oogmerk om [betrokkene 11] te bewegen in zijn bediening, als ambtenaar van de gemeente Heerlen, in strijd met zijn plicht iets te doen en/of na te laten (sub 1), en/of tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door [betrokkene 11] in zijn huidige en/of vroegere bediening, als ambtenaar van de gemeente Heerlen, in strijd met zijn plicht is gedaan en/of nagelaten (sub 2) bestaande uit het (telkens)

- (anders dan om zakelijke redenen) begunstigen van [A] BV en/of verdachte en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerker(s) van [A] BV en/of

- verstrekken/ delen van geheime en/of vertrouwelijke en/of interne/gemeentelijke en/of niet-openbare en/of concurrentie gevoelige informatie aan/met verdachte en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerker(s) van [A] BV en/of

- het oneigenlijk verstrekken van begeleidingsbrieven/stortbonnen aan verdachte en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerker(s) van [A] BV en/of

- verstrekken van (een) fictie(f)(ve) werk(en) en/of (een) valse werkopdracht(en) aan [A] BV en/of verdachte [medeverdachte 3] en/of (een) andere

medewerkers(s) van [A] BV en/of (vervolgens) voor akkoord paraferen van de factu(u)r(en) ingediend op basis van dit/deze werk(en) en/of deze werkopdracht(en) en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) verschaffen van informatie voor het opstellen van (een) opgehoogde en/of aangepaste factu(u)r(en) aan verdachte en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerker(s) van [A] BV en/of (vervolgens) voor akkoord paraferen van deze opgehoogde en/of aangepaste factu(u)r(en) en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) niet (nauwkeurig) controleren van (een) factu(u)r(en) afkomstig van [A] BV en/of verdachte en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerker(s) van [A] BV;

en/of

F. [medeverdachte 2], zijnde ambtenaar van de gemeente Nuth en/of van de gemeente Beek en/of gedetacheerd bij de gemeente Beek, (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) heeft gedaan en/of (een) dienst(en) heeft verleend en/of aangeboden, te weten

- verbouwings-/timmerwerkzaamheden aan/van de zolder van de woning van [medeverdachte 2] en/of

- de vergoeding van reparatiekosten van/aan zijn de personenauto van [medeverdachte 2] en/of

- een contant geldbedrag en/of

- meerdere, althans een, toegangskaart(en) voor (een) voetbalwedstrijd(en) en/of

- het ter beschikking stellen van opslagruimte en/of

- een internetkaart,

althans enige gift en/of belofte en/of dienst,

met het oogmerk om [medeverdachte 2] te bewegen in zijn bediening, als ambtenaar van de gemeente Nuth en/of van de gemeente Beek en/of gedetacheerd bij de gemeente Beek, in strijd met zijn plicht iets te doen en/of na te laten (sub 1) en/of tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door [medeverdachte 2] in zijn huidige en/of vroegere bediening, als ambtenaar van de gemeente Nuth en/of van de gemeente Beek en/of gedetacheerd bij de gemeente Beek, in strijd met zijn plicht is gedaan en/of nagelaten (sub 2) bestaande uit het (telkens)

- (anders dan om zakelijke redenen) begunstigen van [A] BV en/of verdachte en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerker(s) van [A] BV en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) verstrekken en/of gunnen van werken en/of opdrachten en/of projecten aan [A] BV en/of verdachte en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerker(s) van [A] BV en/of

- verstrekken/delen van geheime en/of vertrouwelijke en/of interne/gemeentelijke en/of niet-openbare en/of concurrentie gevoelige informatie aan/met verdachte en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerker(s) van [A] BV en/of

- valselijk en/of onvolledig opmaken en/of ondertekenen van een referentieverklaring ten behoeve van [A] BV en/of verdachte en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerker(s) van [A] BV en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) goedkeuren van en/of opdracht geven tot en/of positief adviseren tot het doen van meerwerk en/of verrichten van aanvullende werkzaamheden door/aan [A] BV en/of verdachte en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerker(s) van [A] BV en/of

- het niet (of niet tijdig of niet volledig) informeren van het/de MT/College van B&W/gemeenteraad over de met [A] BV en/of verdachte en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerker(s) van [A] BV overeengekomen afkoopsom;

en/of

G. [betrokkene 12], zijnde ambtenaar van de gemeente Heerlen, (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) heeft gedaan en/of (een) dienst(en) heeft verleend en/of aangeboden,

te weten

- het (her)bestraten van een oprit en/of een pad en/of een terras, behorende bij de woning van [betrokkene 12] en/of

- een trap (inclusief het plaatsen), behorende bij de woning van [betrokkene 12],

althans enige gift en/of belofte en/of dienst,

met het oogmerk om [betrokkene 12] te bewegen in zijn bediening, als ambtenaar van de gemeente Heerlen, in strijd met zijn plicht iets te doen en/of na te laten (sub 1) en/of tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door [betrokkene 12] in zijn huidige en/of vroegere bediening, als ambtenaar van de gemeente Heerlen, in strijd met zijn plicht is gedaan en/of nagelaten (sub 2) bestaande uit het (telkens)

- (anders dan om zakelijke redenen) begunstigen van [A] BV en/of verdachte en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerker(s) van [A] BV;

en/of

H. [medeverdachte 1], zijnde ambtenaar van de gemeente Sittard-Geleen, (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) heeft gedaan en/of (een) dienst(en) heeft verleend en/of aangeboden, te weten

- meerdere, althans een, contant(e) geldbedrag(en), althans meerdere, althans een, geldlening(en) en/of

- meerdere, althans een, zeefdruk(ken),

althans enige gift en/of belofte en/of dienst,

met het oogmerk om [medeverdachte 1] te bewegen in zijn bediening, als ambtenaar van de gemeente Sittard-Geleen, in strijd met zijn plicht iets te doen en/of na te laten (sub 1) en/of tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door [medeverdachte 1] in zijn huidige en/of vroegere

bediening, als ambtenaar van de gemeente Sittard-Geleen, in strijd met zijn plicht is gedaan en/of nagelaten (sub 2) bestaande uit het (telkens)

- (anders dan om zakelijke redenen) begunstigen van [A] BV en/of verdachte en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerker(s) van [A] BV en/of

- verstrekken/delen van geheime en/of vertrouwelijke en/of interne/gemeentelijke en/of niet-openbare en/of concurrentie gevoelige informatie aan/met verdachte en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerker(s) van [A] BV en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) aansturen op het ondertekenen en/of verstrekken van een referentieverklaring ten behoeve van [A] BV en/of verdachte en/of [medeverdachte 3] en/of (een) andere medewerker(s) van [A] BV.”

11. Het onder I tenlastegelegde (en bewezenverklaarde) is toegesneden op art. 177, eerste lid, Sr dat als volgt luidt:

“Met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft:

1° hij die een ambtenaar een gift of belofte doet dan wel een dienst verleent of aanbiedt met het oogmerk om hem te bewegen in zijn bediening, in strijd met zijn plicht, iets te doen of na te laten;

2° hij die een ambtenaar een gift of belofte doet dan wel een dienst verleent of aanbiedt ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door deze in zijn huidige of vroegere bediening, in strijd met zijn plicht, is gedaan of nagelaten.”

12. Onder II is hetzelfde feitencomplex tenlastegelegd, maar dan gestoeld op art. 177a, eerste lid, Sr.3 Deze bepaling – en daarin is het verschil gelegen met art. 177, eerste lid, Sr – ziet op een gedraging van de ambtenaar zonder dat deze daarmee in strijd met zijn plicht raakt.

13. Het Hof heeft het aan verzoeker onder I ten laste gelegde bewezenverklaard (arrest, p. 59), met dien verstande dat:

“hij op tijdstippen gelegen in de periode van 1 januari 2005 tot en met 27 januari 2009 in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen een ambtenaar, te weten

A. [betrokkene 5], zijnde ambtenaar van de gemeente Stein, een gift heeft gedaan, te weten een contant geldbedrag van 2.000,-- euro, met het oogmerk om [betrokkene 5] te bewegen in zijn bediening, als ambtenaar van de gemeente Stein, in strijd met zijn plicht iets te doen,

bestaande uit het begunstigen van [A] BV

en

B. [betrokkene 6], zijnde ambtenaar van de provincie Limburg, een gift heeft gedaan, te weten

- schilderwerkzaamheden aan/in de woning van [betrokkene 6] en

- rolluiken en horren en sereens en een overkapping en een sectionaaldeur inclusief plaatsing en

- een dakkapel inclusief plaatsing en

- een aanrechtblad inclusief plaatsing en

- een airconditioningsinstallatie inclusief plaatsing,

met het oogmerk om [betrokkene 6] te bewegen in zijn bediening, als ambtenaar van de provincie Limburg, in strijd met zijn plicht iets te doen, bestaande uit het begunstigen van [A] BV

en

C. [betrokkene 9], zijnde ambtenaar van de gemeente Maastricht, giften heeft gedaan, te weten

- een volledig verzorgde vliegreis naar de Grand Prix in Monaco en

- een volledige verzorgde uitstapje naar een concert van Robbie Williams,

met het oogmerk om [betrokkene 9] te bewegen in zijn bediening, als ambtenaar van de gemeente Maastricht, in strijd met zijn plicht iets te doen, bestaande uit het

begunstigen van [A] BV.”

14. Het Hof heeft deze bewezenverklaring onder meer als volgt gemotiveerd (arrest, p. 56 e.v.):

“E.2 ten aanzien van de zaak [betrokkene 5]

(…)

E.2.2

Uit de gebezigde bewijsmiddelen leidt het hof af dat [betrokkene 5] van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] een bedrag van € 2.000,00 heeft ontvangen en dat [betrokkene 5], op instigatie van verdachte, de toezegging aan medeverdachte [medeverdachte 3] heeft gedaan dat hiervoor fictieve opdrachten van gelijke waarde verstrekt zouden worden. Hieruit kan naar het oordeel van het hof geen andere conclusie worden getrokken dan dat verdachte tezamen en in vereniging met [medeverdachte 3] de gift van € 2.000,00 aan [betrokkene 5] heeft gedaan teneinde hem in zijn functie van ambtenaar van de gemeente Stein te bewegen om [A] BV

in strijd met zijn plicht te begunstigen. Het hof acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat verdachte handelde met het oogmerk om [betrokkene 5] te bewegen in strijd met zijn plicht iets te doen, te weten het begunstigen van [A] BV.

E.3. ten aanzien van de zaak [betrokkene 6]

(…)

E.3.3

[betrokkene 6], aan wie verdachte tezamen en in vereniging met [betrokkene 7] en [betrokkene 8] giften heeft gedaan, had binnen de provincie Limburg een positie waarin hij direct verantwoordelijk was voor projecten binnen de provincie Limburg, in welk kader hij uit hoofde van zijn functie ook contact had met [A] BV. Verdachte wist ook dat [betrokkene 6] projectleider was.

In aanmerking genomen dat verdachte en medeverdachten [betrokkene 8] en [betrokkene 7] de bovengenoemde giften hebben gedaan aan [betrokkene 6] in een periode waarin [betrokkene 6] ook zakelijk contact met [A] BV had, kan het niet anders zijn dan dat verdachte tezamen en in vereniging met [betrokkene 7] en [betrokkene 8] de omvangrijke giften heeft gedaan met het oogmerk om [betrokkene 6] te bewegen in strijd met zijn plicht iets te doen, te weten het begunstigen van [A] BV. Naar het oordeel van het hof kan het namelijk niet anders zijn dan dat de giften werden gedaan aan [betrokkene 6] teneinde een relatie met hem te doen ontstaan en/of te onderhouden met het doel een voorkeursbehandeling te krijgen.

E.4 ten aanzien van de zaak [betrokkene 9]

(…)

E.4.3

Verdachte heeft tezamen en in vereniging giften gedaan aan [betrokkene 9]. [betrokkene 9] had binnen de gemeente Maastricht een positie waarin hij direct verantwoordelijk was voor projecten binnen de gemeente, in welk kader hij uit hoofde van zijn functie ook contact had met [A] BV. Verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] hadden in hun functie binnen [A] BV ook zakelijk contact met [betrokkene 9]. Verdachte wist ook dat [betrokkene 9] projectleider was.

In aanmerking genomen dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] de bovengenoemde giften hebben gedaan aan [betrokkene 9] in een periode waarin [betrokkene 9] ook zakelijk contact met [A] BV had, kan het niet anders zijn dan dat verdachte tezamen en in vereniging met [medeverdachte 3] de (omvangrijke) giften heeft gedaan met het oogmerk om [betrokkene 9] te bewegen in strijd met zijn plicht iets te doen, te weten het begunstigen van [A] BV.

Gelet in het bijzonder op de inhoud van de telefoongesprekken gevoerd door verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] kan het naar het oordeel van het hof namelijk niet anders zijn dan dat de giften werden gedaan aan [betrokkene 9] teneinde een relatie met hem te doen ontstaan en/of te onderhouden met het doel een voorkeursbehandeling te krijgen.

15. Verzoeker is vrijgesproken van de concreet tenlastegelegde gedragingen van de genoemde ambtenaren én van hetgeen onder II is tenlastegelegd, als gezegd de handelingen die door deze ambtenaren (zouden) zijn verricht zónder daarmee in strijd te komen met hun plicht (art. 177a, eerste lid, Sr).

16. De gedragingen van de genoemde ambtenaren heeft het Hof ingekleurd door (i) het toepassen van de term “begunstigen” in de bewezenverklaring, (ii) zijn bewijsoverweging aangaande [betrokkene 5] en (iii) gebruikmaking van de aanduidingen een “voorkeursbehandeling” en een “relatie met hem, de ambtenaar, te doen ontstaan” in zijn bewijsoverwegingen met betrekking tot [betrokkene 6] en [betrokkene 9]. Ik heb mij afgevraagd of uit de bewijsconstructie van het Hof in voldoende mate tot uitdrukking komt dat het gaat om gedragingen van ambtenaren in strijd met hun ambtsplicht als bedoeld in art. 177, eerste lid, Sr. Het maakt voor de strafwaardigheid uit of die gedragingen wel of niet strijdig zijn met de ambtsplicht, nu art. art. 177a Sr een lager strafmaximum kent.

17. In de onderhavige zaak hebben het “begunstigen” en de “voorkeursbehandeling” bestaan uit (onder meer) het voorzien van voorinformatie aan [A] en/of het verstrekken van een fictieve opdracht aan dit bedrijf. Uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen kan immers worden afgeleid dat het om verzonnen werk ging waarvoor opdrachtbonnen werden uitgeschreven op grond waarvan de afdeling financiën tot betaling aan [A] overging (bewijsmiddel 4, [betrokkene 5]), het verstrekken van één op één opdrachten aan telkens [A] als tegenprestatie tegenover alle giften van [A] (bewijsmiddel 10, [betrokkene 6]) en een “soepele houding” ten aanzien van [A] waarbij het ontvangen van giften heeft meegespeeld (bewijsmiddel 34, [betrokkene 9]). Kennelijk heeft het Hof hier onder begunstigen, voorkeursbehandeling en het doen ontstaan en/of onderhouden van een relatie met de ambtenaar het in strijd met de ambtsplicht handelen verstaan (terwijl de ambtenaar zich door riante giften – de tegenprestatie – liet inpakken).

18. Ook gelet op de delen van de tenlastelegging die het Hof niet wettig en overtuigend bewezen acht, heeft het Hof de bewijsvoering kennelijk willen inperken tot de gedragingen die in strijd zijn met de plicht van de ambtenaar (art. 177, eerste lid, Sr). Dat oordeel heeft het Hof sterk laten doorklinken in de vrijspraak van hetzelfde, onder II tenlastegelegde feitencomplex waarbij, zoals gezegd, het gaat om gedragingen van de ambtenaar die niet in strijd met zijn ambtsplicht zijn.

19. Mitsdien geeft het oordeel van het Hof niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting.4 Daaraan doet niet af dat in de onderhavige zaak telkens enkel “begunstigen” is bewezenverklaard. Ik acht de bewezenverklaring naar de eis der wet voldoende met redenen omkleed en de juridische kwalificatie daarvan juist.

20. Het tweede middel faalt eveneens.

21. Het derde middel klaagt dat de bewezenverklaring voor zover betrekking hebbende op zaak A (“[betrokkene 5]”) in beslissende mate steunt op de verklaring van een getuige die door de verdediging niet is kunnen worden ondervraagd.

22. Onder I sub A is bewezenverklaard hetgeen hierboven onder 13 is weergegeven.

23. Blijkens het daarvan opgemaakte proces-verbaal heeft de raadsman van verzoeker op de terechtzitting van 29 november 2012 het woord gevoerd overeenkomstig zijn daarbij overgelegde pleitaantekeningen. Voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, is toen aangevoerd (p. 61):

“Edelgrootachtbaar College, [betrokkene 5] is verschenen als getuige bij de raadsheer-commissaris. Aldaar heeft hij echter geen vragen willen beantwoorden. Hij heeft zich beroepen op zijn verschoningsrecht.

Dat betekent dat mijn cliënt niet de mogelijkheid heeft gehad deze getuige kritisch te bevragen (to question and challenge).

De getuige [betrokkene 5] heeft - op onderdelen - belastend verklaard over het aan cliënt tenlastegelegde. Deze verklaring op deze onderdelen echter worden niet, of niet in voldoende mate ondersteund door de inhoud van andere bewijsmiddelen. Om die reden kan de verklaring van deze getuige niet bijdragen aan het bewijs. Anders gezegd, een bewezenverklaring waarbij de verklaring van [betrokkene 5] als uitgangspunt wordt genomen, levert strijd op met artikel 6 van het EVRM, aangezien deze bewijsbeslissing in dat geval uitsluitend of in beslissende mate zal zijn gebaseerd op deze getuige die niet is kunnen worden gehoord.5

Conclusie: naar mijn opvatting kan hetgeen tenlastegelegd is hier niet wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.”

24. Het Hof heeft ten aanzien van dit deel van de bewezenverklaring het volgende overwogen (arrest, p. 57):

“E.2.3

Het hof is van oordeel dat de bewijsbeslissing niet uitsluitend of in beslissende mate is gebaseerd op de verklaringen van [betrokkene 5]. Naar het oordeel van het hof vormt het proces-verbaal van bevindingen tapgesprekken aangaande de gift(en) en/of de dienst en de tegenprestaties in relatie tot [betrokkene 5] een essentieel onderdeel van het bewijs.”

25. De tapgesprekken waarnaar het Hof verwijst luiden blijkens het arrest aldus:

2. Het proces-verbaal van bevindingen tapgesprekken aangaande de gift(en) en/of dienst en tegenprestaties in relatie tot [betrokkene 5], voor zover inhoudende -

zakelijk weergegeven - als volgt:

De relevante tapgesprekken werden door mij opnieuw uitgeluisterd en zo nodig aangevuld dan wel gewijzigd. Bij het uitluisteren van deze tap bleken onder meer de navolgende relevante gesprekken, verkort weergegeven.

10 maart 2008 te 10:31 uur.

[medeverdachte 3] wordt gebeld door [verdachte].

R: ... Hey euh.... Effe denken ... [betrokkene 5] die moet nog dat geld hebben he

M: ...ja ...

R: ... ik had je dat ding doorgegeven ... jij kon niet he ...was dat niet 2000 of zo? ... Ik weet het al niet meer ...

M: Ja zoiets geloof ik ...ja dat moet je maar aan Ron vragen gewoon dat ie...normale kas....Ik heb niks....

R: ... Ja ... Nee. Goed als ie het maar eventjes voorschiet dan

M: ... ja precies

R: Wil jij hem even ... ? dat hij het gewoon kan ophalen ...dat we dat klaarleggen of zo

[verdachte] zegt vervolgens dat hij "hem " ook wel wil bellen dat "hij " morgen of overmorgen gewoon even langskomt als ze het hebben. [medeverdachte 3] zegt dat [verdachte] "hem" maar even moet bellen omdat "hij" [verdachte]'s vriend is.

10 maart 2008 te 11:29 uur.

[verdachte] wordt gebeld door [medeverdachte 3].

[verdachte] zegt dat hij het hier in Meersen heeft doorgegeven dat ze de centen klaar moeten leggen en dat ze hem een kwitantie moeten laten tekenen.

[verdachte] zegt dat hij hem zo even zal bellen dat hij de centen morgen kan oppikken.

[medeverdachte 3] zegt dat het goed is. [verdachte] zegt dat hij dan de kwitantie tekent als zijnde een lening. Dan hebben ze nog iets zwart op wit.

10 maart 2008 te 17:05 uur.

[verdachte] belt naar [betrokkene 5] en spreekt diens voicemail in:

[betrokkene 5] met [verdachte] hoi, ik had van jou nog een smsje gekregen. Euh die 2000 euro waar we het over hadden, die kun je gewoon op kantoor bij ons afhalen. [verdachte] zegt tegen de administratie dat die klaar liggen; hij moet dan kwitantie tekenen en dan kan [betrokkene 5] ze morgen gewoon oppikken.

10 maart 2008 te 17:07 uur.

[verdachte] belt met [betrokkene 13] en vraagt naar [betrokkene 14] met wie hij wordt doorverbonden.

[verdachte] zegt tegen [betrokkene 14] "die [betrokkene 5] komt morgen die centen halen." [betrokkene 14] zegt dat het klaar ligt. [verdachte] zegt dat [betrokkene 14] een kort briefje moet tikken waarin [betrokkene 5] bevestigt 2000 euro te hebben ontvangen van [A] als lening en terugbetaling in overleg.

[betrokkene 14] zegt dat hij sowieso een briefje had gemaakt. [betrokkene 14] zegt dat hij hem ([betrokkene 5]) zo'n briefje laat tekenen.

11 maart 2008 te 08:16 uur.

[betrokkene 5] stuurt [verdachte] een sms bericht.

sms bericht: Goedemorgen [verdachte], Dank voor je handeling en bericht. Als ik vandaag bij jullie op kantoor kom, geef ik de opdrachten af ter gelijke waarde. Gr. [betrokkene 5].

11 maart 2008 te 12:46 uur.

[medeverdachte 3] belt met [betrokkene 5].

[medeverdachte 3] zegt tegen [betrokkene 5] dat hij nog langs zou komen vandaag. Hij vraagt of dat nog gebeurt.

[betrokkene 5] zegt dat dat zeker gebeurt. [medeverdachte 3] zegt tegen [betrokkene 5] dat hij dan genoeg weet en dat hij ook niet meer hoeft te antwoorden. [betrokkene 5] vraagt aan [medeverdachte 3] of de strekking en de inhoud duidelijk was.

[medeverdachte 3] zegt dat hij even na kijkt. [medeverdachte 3] zegt dat [betrokkene 15] had gezegd dat [betrokkene 5] nog even langs zou komen. [betrokkene 5] zegt dat hij denkt dat dat tussen nu en een uur is. [medeverdachte 3] zegt dat hij dacht dat er iets fout was gegaan. [betrokkene 5] zegt absoluut niet. Hij had goede berichten daarover gekregen gisteravond. [medeverdachte 3] weet genoeg en ze zeggen elkaar gedag.

Dinsdag 11 maart 2008 te 13:55 uur.

[betrokkene 5] spreekt voicemail in van [medeverdachte 3].

[betrokkene 5] zegt dat hij ervan uitgaat dat hij de brief die hij hem geschreven heeft; de opdracht tot zich heeft genomen. [betrokkene 5] zegt dat hij er vanuit gaat dat het ene met het andere nu "matcht".

Althans hij is net bij hen op de zaak geweest en hij gaat ervan uit dat het ene en het ander nu is afgestemd op elkaar, en ook dekkend is naar mekaar. [betrokkene 5] zegt dat hij graag hoort van [medeverdachte 3].

11 maart 2008 te 15:24 uur.

[medeverdachte 3] spreekt voicemail in van [betrokkene 5].

[medeverdachte 3] zegt: De zaken zijn geregeld en ik heb het doorgenomen en het komt wel goed.”

26. De overige bewijsmiddelen ten aanzien van onderdeel I sub A houden in:

“4. De verklaring van [betrokkene 5], voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt:

Ik had in maart 2007 een krediet van 35.000,00 Euro afgesloten met uitgestelde termijn in Lanaken. Omdat dit krediet in de loop van het jaar moest worden afgelost heb ik [verdachte] daarvoor benaderd. Ik kon nergens anders terecht.

Ik heb toen op 4 maart 2008 tegen [verdachte] gezegd dat het niet anders is. Ik ben toen naar Lanaken gegaan en heb met de directeur, [betrokkene 16], van de ING-bank gesproken. Ik heb het krediet voor een jaar weggezet.

V: Wat bedoelt u met het volgende bericht?

Noot verbalisanten: Aan de verdachte wordt het navolgende sms bericht de dato 10 maart 2008 te 10.02 uur, sessie 66 getoond:

Dag [verdachte]. Met PNG-B is alles geregeld. Kunnen weer 'n jaar verder. Woensdag dient uiterlijk de rente te zijn voldaan. Morgen daarom ff bij elkaar komen in deze? 08.15u.

Gr. [betrokkene 5].

A: lk bedoelde hiermee dat de ING-bank accoord ging met de uitgestelde betaling. [verdachte] heeft mij dat geld beschikbaar gesteld, het rentebedrag.

V: Waarom wilt u "bij elkaar komen in deze"?

A: Ik denk dat ik hem toen gevraagd heb. Ik denk dat ik na het gesprek van 4 maart 2008 bij de bank, dat [verdachte] mij toen het aanbod heeft gedaan dat hij mij het geld beschikbaar wilde stellen. Ik heb tegen hem gezegd dat als het krediet verlengd zou worden dat ik niet het geld had om de rente te betalen. Ik heb hiervoor ook iets getekend.

V: Heeft u elkaar toen ontmoet, zo ja, waar vond deze ontmoeting plaats?

A: Ik heb [verdachte] die ochtend niet meer ontmoet.

V: Heeft u hiervoor nog een document moeten ondertekenen?

A: Ik ben toen die volgende dag naar het kantoor in Meerssen gegaan en heb daar getekend.

Het was een simpel briefje. Op een wit papier stond dat ik een lening aanging van het bedrag. Er stonden geen leningsvoorwaarden op dat briefje. Ik heb dit briefje ondertekend. Er is ook nooit over leningsvoorwaarden gesproken.

V: Wanneer heeft u dit geld ontvangen?

A: Op 11 maart 2008. Ik wilde daarna naar de bank in Lanaken gaan.

V: Wie heeft u het geld overhandigd?

A: Dit werd gedaan door een man. Hij stelde zich voor als de broer van [medeverdachte 3]. Hij is met mij naar een spreekkamer gegaan en daar heb ik de brief moeten ondertekenen en vervolgens overhandigde hij mij het geld.

V: Wat is uw reactie op de volgende berichten?

Noot verbalisanten: Aan de verdachte worden de volgende berichten de dato 10 maart 2008 omstreeks 17.05 uur en 11 maart 2008 omstreeks 08.16 uur getoond, (sessie 1180 en 1196)

[verdachte] belt naar [betrokkene 5] en spreekt diens voicemail in:

[betrokkene 5] met [verdachte] hoi, ik had van jou nog een smsje gekregen. Euh die 2000 euro waar we het over hadden, die kun je gewoon op kantoor bij ons afhalen. [verdachte] zegt tegen de administratie dat die klaar liggen; hij moet dan kwitantie tekenen en dan kan [betrokkene 5] ze morgen gewoon oppikken.

Sms bericht met de volgende tekst: Goedemorgen [verdachte],

Dank voor je handling en bericht. Als ik vandaag bij jullie op kantoor kom, geef ik de opdrachten af ter gelijke waarde. Gr. [betrokkene 5].

V: Wat bedoelde u met deze opmerking?

A: Zoals het daar staat. Er stond inderdaad een opdracht voor werk tegenover. Het zou werk voor de gemeente zijn geweest. Ik zou dan bijvoorbeeld een opdrachtbon uitschrijven voor werk dat in de gemeente uitgevoerd zou kunnen worden. Er zijn dus opdrachten teruggegaan. Je schrijft dan een bon uit waarop staat dat deze opdracht voor [A] is. Het is dus zo gegaan dat ik voor gelijke waarde bonnen heb uitgeschreven namens de gemeente Stein. Het is verzonnen werk, de rekening die [A] dan inlevert voor deze bonnen gaan naar de afdeling Financiën die vervolgens betaalt aan [A].

V: Op wiens initiatief ging dit?

A: [verdachte] stelde voor om de opdrachten voor het geld te geven. Het initiatief kwam van hem.

V: Wat heeft u met het geld gedaan?

A: Ik neem aan dat ik die dag nog naar de ING bank in Lanaken ben geweest om daar het geld te gaan storten, ik heb dit aan de kas van de bank gedaan. Ik heb als omschrijving "aflossing van kredietrente" opgegeven bij de storting.

5. De verklaring van [betrokkene 5], voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt:

V: In uw tas, die u bij u had bij de aanhouding, troffen wij een factuur aan d.d. 17 maart 2008 ad 900,00 euro excl. BTW ( 1.071,00 Euro incl. BTW) betreffende "project ontwikkeling Tip t.b.v. de beheersprogramma's afdeling BORA" Deze factuur is geadresseerd aan: Gemeente Stein, crediteurenadministratie [betrokkene 5].

Waar gaat deze factuur over?

A: Dit is een rekening die is binnengekomen bij de gemeente. [medeverdachte 3] en nog een medewerker hebben een presentatie gehouden bij de gemeente. Het bedrag op de rekening dekt de lading niet van hetgeen de gemeente heeft gekregen.

Dit is een deel van de 2.000,00 Euro die ik heb ontvangen.

V: In de hiervoor bedoelde tas troffen wij ook een factuur aan d.d. 17 maart 2008 ad 1.100,00 excl. BTW (1.309,00 Euro incl. BTW) betreffende "project diverse werkzaamheden ongedierte, kadavers, lokatie Catsop". De factuur is geadresseerd aan: Gemeente Stein, Crediteurenadministratie/ [betrokkene 5]. Waar gaat deze factuur over?

A: Dit is een rekening die binnengekomen is bij de Gemeente Stein. Er lag wel een kadaver en heb aan [A] gevraagd of door hen het opruimen geregeld kon worden. Het kadaver van het paard is niet door [A] weggehaald omdat er een noodslachting is geweest. Deze rekening betreft niet uitgevoerd werk.

Dit is een deel van de 2.000,00 Euro die ik heb ontvangen. Ik heb beide rekeningen afgetekend en zij vervolgens betaalbaar gesteld.”

27. Anders dan de steller van het middel meent, kan uit de tapgesprekken, met name dat van 10 maart 17.07 uur, worden afgeleid dat het de bedoeling was om in strijd met de waarheid te doen voorkomen dat de betaling van € 2.000,- aan de ambtenaar [betrokkene 5] een lening was. Het oordeel van het Hof dat de bewijsbeslissing niet uitsluitend of in beslissende mate is gebaseerd op de verklaringen van [betrokkene 5], maar dat ook het “proces-verbaal van bevindingen tapgesprekken” aangaande de gift(en) en/of de dienst en de tegenprestaties in relatie tot [betrokkene 5] een essentieel onderdeel van het bewijs vormt, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.

28. Het derde middel faalt.

29. Het vierde middel keert zich, kennelijk met het oog op het onder I sub B (“[betrokkene 6]”) bewezenverklaarde, tegen ’s Hofs afwijzing van het voorwaardelijk verzoek van de verdediging om [betrokkene 6], [betrokkene 8] en [betrokkene 7] als getuigen te horen.

30. In het proces-verbaal van (onder meer) de terechtzitting in hoger beroep van 12 oktober 2012 is, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende opgenomen:

“De voorzitter maakt de getuige er op attent dat hij zich als medeverdachte kan verschonen van het beantwoorden van bepaalde vragen.

De getuige [betrokkene 6] (…) verklaart op vragen van de raadsman als volgt.

Ik maak gebruik van mijn verschoningsrecht. Dat zal ik doen bij iedere vraag die mij gesteld wordt.

De voorzitter heeft aan de raadsheren en de advocaten-generaal de gelegenheid gegeven tot het stellen van vragen, aan de advocaten-generaal de gelegenheid tot het maken van opmerkingen en aan de raadsman en de verdachte de gelegenheid de getuige vragen te stellen en opmerkingen te maken.”

31. Blijkens zijn eerder genoemde pleitaantekeningen heeft de raadsman op de terechtzitting in hoger beroep van 29 november 2012 onder meer het volgende aangevoerd (p. 62 en 63):

“Feit I onder B: [betrokkene 6]:

Edelgrootachtbaar College, ik verzoek u cliënt ook vrij te spreken van hetgeen aan hem ten laste is gelegd onder I.B en II.B ten aanzien van de ambtenaar [betrokkene 6].

Allereerst geldt met betrekking tot de tenlastegelegde giften, belofte dan wel diensten, in zijn algemeenheid dat bij geen van de tenlastegelegde omkopingsmiddelen gesproken kan worden van plegen dan wel medeplegen door [verdachte].

[betrokkene 6] was geen persoonlijke relatie van mijn cliënt. Hij heeft nimmer persoonlijk contact met hem gehad behoudens een incidentele handdruk in het voorbij lopen op een receptie of iets dergelijks.

Ten aanzien van de tenlastegelegde giften geldt opnieuw ook hier dat deze opzettelijk moeten zijn gedaan. Ik loop ze maar even af met u.

Net als in eerste aanleg ben ik van mening dat ten aanzien van de schilderwerkzaamheden aan de woning of in de woning van [betrokkene 6] op geen enkele wijze uit de inhoud van het dossier blijkt dat [verdachte] als medepleger kan worden aangemerkt. Ook ten aanzien van de rolluiken, de horren, de overkapping, de sectionaal poort, de dakkapel, het aanrechtblad, de airco, geen medeplegen van [verdachte]. Al die beweerdelijke giften zijn een één-tweetje tussen [betrokkene 6] en de projectleider geweest. Ik zeg met name beweerdelijke giften omdat [verdachte] geen enkel inzicht heeft in de juistheid van die stelling. Hij heeft eenvoudigweg geen wetenschap gehad hiervan tot na zijn aanhouding.

Edelgrootachtbaar College, u hebt toegestaan dat de verklaring [betrokkene 6] als getuige in een andere strafzaak had afgelegd gevoegd werd aan de stukken van het geding in de zaak [verdachte].

[betrokkene 6] heeft in die verklaring wel iets gezegd over mijn cliënt en over de wijze waarop hem beweerdelijke giften en dergelijke zijn gedaan:

“[betrokkene 8] heeft mij toen gezegd dat de schilderwerkzaamheden voor rekening van [A] konden worden verricht. [betrokkene 8] zou dit intern overleggen met [verdachte]. Na dit interne overleg bleek dat [A] de schilderwerkzaamheden voor eigen rekening zou doen. Ik had verzocht om het zwart te doen maar men heeft mij vervolgens aangeboden om het werk voor niets te doen”

en

“Met [verdachte] heb ik nooit rechtstreeks contact gehad. Wanneer ik met [betrokkene 8] of [betrokkene 7] sprak over de te verrichten werkzaamheden dan zeiden zij tegen mij dat zij dat met [verdachte] zouden bespreken. [medeverdachte 3] zei ook: "Het is wel goed, maar ik zal het intern kortsluiten met mijn leidinggevende [verdachte]". Ik heb altijd begrepen dat dat [verdachte] was.... "

Cliënt betwist de inhoud van deze verklaring. Hij betwist dat [betrokkene 8] en/of [betrokkene 7] en/of [medeverdachte 3] ooit met hem gesproken hebben over de tenlastegelegde giften, beloften of diensten.

Naar mijn opvatting houdt de verklaring van deze getuige op dit punt ook niet meer in dan een conclusie en is deze daarom niet bruikbaar voor het bewijs.

Indien u daar echter anders over denkt, en de verklaring van [betrokkene 6] die hij ter zitting in hoger beroep op 8 oktober 2012 heeft afgelegd wel zou willen gebruiken voor het bewijs, dan wil cliënt [betrokkene 6] horen als getuige daarover. Ik doe dus ook hier uitdrukkelijk het voorwaardelijk verzoek.

Tevens doe ik het voorwaardelijk verzoek om in dat geval, dus als u deze verklaring van [betrokkene 6] zou willen gebruiken voor het bewijs van het aan mijn cliënt tenlastegelegde, de door hem genoemde [betrokkene 8] en [betrokkene 7] te horen op dit punt. Cliënt bestrijdt dat de getuige hier de waarheid spreekt en beiden kunnen op dat punt ontlastend verklaren over cliënt, weshalve hij een verdedigingsbelang heeft bij het horen en dit overigens ook noodzakelijk is.”

32. De bestreden uitspraak houdt het volgende in (p. 58):

“E.3.4.1

De verdediging heeft voorwaardelijk, te weten voor het geval dat het hof de door [betrokkene 6] op 8 oktober 2012 afgelegde verklaring zou willen gebruiken voor het bewijs, verzocht [betrokkene 6], [betrokkene 8] en [betrokkene 7] als getuigen te horen.

E.3.4.2

Op 12 oktober 2012 heeft het hof het verzoek van de raadsman om [betrokkene 6] als getuige te horen, toegewezen. [betrokkene 6] is op 12 oktober 2012 ter terechtzitting als getuige gehoord.

Daarbij is aan de raadsman en de verdachte de gelegenheid gegeven de getuige vragen te stellen en opmerkingen te maken.

Uit hetgeen door de verdediging ter terechtzitting in hoger beroep naar voren is gebracht, is het hof de noodzaak van het opnieuw horen van deze getuige niet gebleken. Aangezien van de noodzaak ook overigens uit het onderzoek ter terechtzitting niet is gebleken, wijst het hof het verzoek af.

E.3.4.3

Uit hetgeen door de verdediging ter terechtzitting in hoger beroep naar voren is gebracht, is het hof de noodzaak van het horen van [betrokkene 8] en [betrokkene 7] als getuige eveneens niet gebleken. Aangezien van de noodzaak ook overigens uit het onderzoek ter terechtzitting niet is gebleken, wijst het hof het verzoek af.”

33. Op grond van de stukken van het geding staat vast dat de verklaring [betrokkene 6] als verdachte in zijn eigen zaak heeft afgelegd aan het dossier van verzoeker is toegevoegd en dat [betrokkene 6] als getuige op de terechtzitting in hoger beroep van 12 oktober 2012 in de zaak van verzoeker zich op zijn verschoningsrecht heeft beroepen. Voorts staat vast dat de voorwaarde die de verdediging ter terechtzitting in hoger beroep van 29 november 2012 heeft verbonden aan het voorwaardelijk verzoek om [betrokkene 6], [betrokkene 8] en [betrokkene 7] te horen is vervuld, nu het Hof blijkens zijn arrest in de onderhavige zaak de voornoemde verklaring van [betrokkene 6] heeft gebruikt voor het bewijs van het onder I sub B tenlastegelegde (bewijsmiddel 10).

34. Dat de verdediging een goede reden had om [betrokkene 6] als getuige te ondervragen, staat buiten geschil. Het is om die reden dat het Hof op de terechtzitting van 12 oktober 2012 het verzoek van de verdediging om hem als getuige te horen, heeft toegewezen. Op de overweging van het Hof dat toen aan verzoeker en zijn raadsman de gelegenheid is gegeven de getuige [betrokkene 6] vragen te stellen en opmerkingen te maken valt wel wat af te dingen. Voor zover het middel daarover klaagt heeft het volgende te gelden.

35. Ten tijde van het wijzen van het arrest van het Hof op 27 december 2012 had het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (verder: EHRM) al wel zijn Vidgen-arrest van 10 juli 2012, nr. 29353/06, ECLI:NL:XX:2012:BX3071, NJ 2012/649 m.nt. Schalken gewezen, maar was nog niet verschenen het naar aanleiding van dat Vidgen-arrest gewezen arrest van de Hoge Raad van 29 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX5539, NJ 2013/145 m.nt. Schalken over getuigen en verschoningsrecht. Een belangrijke overweging uit het arrest van de Hoge Raad houdt in:

“3.3.3. In het licht van de uitspraak EHRM 10 juli 2012, LJN BX3071, NJ 2012/649 nr. 29353/06 (Vidgen tegen Nederland) moet thans worden geoordeeld dat in een geval als het onderhavige, waarin de op verzoek van de verdediging opgeroepen en ter terechtzitting verschenen getuige heeft geweigerd antwoord te geven op de hem gestelde vragen, de verdachte niet het bij art. 6, derde lid aanhef en onder d, EVRM voorziene recht heeft kunnen uitoefenen die getuige te (doen) horen omtrent diens niet ter terechtzitting afgelegde, de verdachte belastende verklaring. Dat betekent dat in zo'n situatie niet sprake is van het in HR 1 februari 1994, LJN AB7528, NJ 1994/427 onder 6.3.3 sub (ii) vermelde geval dat "de verdediging in enig stadium van het geding, hetzij op de terechtzitting hetzij daarvoor, de gelegenheid heeft gehad om een dergelijke verklaring op haar betrouwbaarheid te toetsen en aan te vechten door de persoon die de verklaring heeft afgelegd als getuige te (doen) ondervragen.”

36. [betrokkene 6] heeft als verdachte een voor verzoeker belastende verklaring ter terechtzitting afgelegd in zijn eigen zaak. Die situatie moet gelijk worden gesteld als een in de zaak van verzoeker niet ter terechtzitting afgelegde verklaring. Dat betekent dat het oordeel van het Hof dat de verdediging in de gelegenheid is geweest om de getuige [betrokkene 6], die een beroep deed op zijn verschoningsrecht, vragen te stellen en opmerkingen te plaatsen, naar huidige maatstaven getuigt van een onjuiste rechtsopvatting.

37. Tot cassatie hoeft dit echter niet te leiden, nu de afwijzing van [betrokkene 6] als getuige is ingegeven doordat het Hof de noodzaak daarvan niet inziet. Dat niet onbegrijpelijke en voldoende gemotiveerde oordeel kan de afwijzing van het verzoek zelfstandig dragen, waarbij ik in aanmerking neem dat het voorwaardelijk verzoek is gedaan nog geen twee maanden na de terechtzitting van 12 oktober 2012 en de verdediging op de terechtzitting van 29 november 2012 niets naar voren heeft gebracht dat erop zou kunnen duiden dat [betrokkene 6] op dat moment wel bereid zou zijn een verklaring als getuige af te leggen.

38. Wat betreft het voorwaardelijk verzoek van de verdediging om [betrokkene 8] en [betrokkene 7] als getuigen te horen, merk ik het volgende op. Dit verzoek is voor het eerst gedaan op de terechtzitting van het Hof van 29 november 2012. Meer dan dat [betrokkene 8] en [betrokkene 7] in het licht van de bedoelde, aan het dossier van verzoeker toegevoegde verklaring van [betrokkene 6] (die hij als verdachte in zijn eigen zaak heeft afgelegd) ontlastend voor verzoeker zouden kunnen verklaren, is aan het voorwaardelijk verzoek niet ten grondslag gelegd. Vandaar dat het Hof heeft overwogen dat uit hetgeen door de verdediging ter terechtzitting in hoger beroep naar voren is gebracht het Hof de noodzaak tot het horen van [betrokkene 8] en [betrokkene 7] als getuige niet is gebleken. In deze overweging ligt besloten het oordeel van het Hof dat het zich met betrekking tot de beslissingsschema’s van art. 348 Sr en art. 350 Sr door het verhandelde ter terechtzitting voldoende ingelicht acht. Dat oordeel is, gezien hetgeen door de verdediging ter zake is aangevoerd, niet onbegrijpelijk en voldoende gemotiveerd.

39. Het middel faalt in zoverre.

40. Voor zover de toelichting op het middel de klacht behelst dat het Hof de omstandigheid dat [betrokkene 6] niet ondervraagd is kunnen worden door de verdediging ten onrechte niet heeft gecompenseerd door de verzochte getuigen [betrokkene 8] en [betrokkene 7] te (doen) horen, heeft het volgende te gelden.

41. Art. 6, derde lid aanhef en onder d, EVRM luidt in de Nederlandse vertaling:

“Een ieder tegen wie een vervolging is ingesteld, heeft in het bijzonder de volgende rechten:

(…)

d. de getuigen à charge te ondervragen of te doen ondervragen (…).”

42. Uit de hier relevante en tot dusver verschenen rechtspraak van het EHRM blijkt dat het niet kunnen uitoefenen van het ondervragingsrecht op zichzelf nog niet in de weg staat aan het gebruik voor het bewijs van een ambtsedig proces-verbaal voor zover inhoudende een niet ter terechtzitting afgelegde, de verdachte belastende getuigenverklaring.6 Het aan de bewijsvoering ten grondslag leggen van zo een proces-verbaal is namelijk niet onverenigbaar met art. 6, eerste lid en derde lid aanhef en onder d, EVRM indien de verdediging in enig stadium van het geding de gelegenheid heeft gehad om de verklaring op haar betrouwbaarheid te toetsen en aan te vechten door de desbetreffende persoon als getuige te (doen) horen. Ik wijs daarvoor op het arrest van de grand chamber van het EHRM van 15 december 2011, nrs. 26766/05 en 22228/06, NJ 2012/283 m.nt. Schalken en Alkema in de zaken Al-Khawaja & Tahery tegen het Verenigd Koninkrijk. Zoals ik hierboven al heb opgemerkt, hebben het EHRM in zijn Vidgen-arrest van 10 juli 2012 en, in navolging daarvan, de Hoge Raad in zijn arrest van 29 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX5539, NJ 2013/145 duidelijk gemaakt dat wanneer de op de terechtzitting verschenen getuige een beroep doet op zijn verschoningsrecht en op grond daarvan weigert vragen zijdens de verdediging te beantwoorden niet kan worden gezegd dat de verdachte het bij art. 6, derde lid aanhef en onder d, EVRM voorziene recht heeft kunnen uitoefenen die getuige te (doen) horen omtrent diens niet ter terechtzitting afgelegde, de verdachte belastende verklaring. De enkele omstandigheid dat deze getuige op de terechtzitting is verschenen, betekent dus nog niet, anders dan het Hof heeft overwogen, dat aan de verdachte en diens raadsman de gelegenheid is gegeven vragen te stellen en opmerkingen te maken.

43. Indien de verdachte niet in enig stadium van het geding de gelegenheid tot ondervraging heeft gehad, moeten volgens het EHRM in het Al-Khawaja & Tahery-arrest in elk geval twee punten worden onderzocht:

“119.(…) First, there must be a good reason for the non-attendance of a witness.7 Second, when a conviction is based solely or to a decisive degree on depositions that have been made by a person whom the accused has had no opportunity to examine or to have examined, whether during the investigation or at the trial, the rights of the defence may be restricted to an extent that is incompatible with the guarantees provided by Article 6 (the so-called “sole or decisive rule”).”

44. Daarbij benadrukt het EHRM dat de vraag of een veroordeling “solely or to a decisive extent” is gebaseerd op een verklaring van een getuige die niet is verschenen, pas aan de orde komt als is vastgesteld dat hij een aanvaardbare reden had om niet ter terechtzitting te verschijnen. Voorts blijkt uit de rechtspraak van het EHRM dat, indien de veroordeling “solely or to a decisive extent” is gebaseerd op (het ambtsedig proces-verbaal houdende) de verklaring van een niet-ondervraagde getuige, onderzocht moet worden of de restrictie voor de verdediging - bestaande uit de onmogelijkheid de getuige te ondervragen - in voldoende mate is gecompenseerd. De wijze waarop een zodanige compensatie zal kunnen worden geëffectueerd, hangt af van de omstandigheden van het geval.8

45. De Hoge Raad heeft, de rechtspraak van het EHRM daaromtrent in ogenschouw nemend, in zijn arrest van 29 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX5539 aan het ondervragingsrecht nog de nadere invulling gegeven dat wanneer de verdachte niet in enig stadium van het geding de gelegenheid tot ondervraging van de bedoelde getuige heeft gehad, het gebruik van de verklaring niet ongeoorloofd is als deze in belangrijke mate steun vindt in andere bewijsmiddelen.9 De kwalificatie ‘in belangrijke mate’ moet aldus worden begrepen dat reeds voldoende is als de betrokkenheid van de verdachte bij het hem tenlastegelegde feit wordt bevestigd door ander bewijsmateriaal.10 Voorts zal dit steunbewijs betrekking moeten hebben op die onderdelen van de hem belastende verklaring die de verdachte betwist.11 Enkel indien voldoende steunbewijs in de hiervoor bedoelde zin ontbreekt, dient aan de verdachte die deze verklaring op haar betrouwbaarheid wenst te toetsen een aan de eisen van een behoorlijke en effectieve verdediging beantwoordende compensatie te worden geboden voor het ontbreken van de mogelijkheid tot (rechtstreekse) ondervraging van de getuige.

46. Terug naar de onderhavige zaak. Ik meen dat het Hof naast de verzoeker belastende verklaring van [betrokkene 6] voldoende steunbewijs in zijn bewijsvoering heeft opgenomen, zodat in weerwil van de steller van het middel niet aan de orde is de vraag of de verdediging voldoende compenserende factoren (de “counterbalancing factors”) zijn aangereikt. De bewijsconstructie houdt ten aanzien van onderdeel I sub B immers het volgende in:

“7. De verklaring van [betrokkene 6], voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt:

Ik werk sinds 2000 bij de provincie Limburg. Ik ben vanaf 2000 ambtenaar. Ik werd medewerker rationeel wegbeheer op het vakgebied verharding. Deze functie vervul

ik nog steeds.

8. De verklaring van [betrokkene 6], voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt:

Ik heb de bevoegdheid om rechtstreeks enkelvoudige opdrachten tot wegonderhoud te verstrekken wanneer er sprake is van een spoedeisend karakter, bijvoorbeeld in het kader van verkeersveiligheid. Deze opdrachten hebben een incidenteel karakter. Ik heb dan de bevoegdheid om onderhoud tot een bedrag van € 50.000 per opdracht te verstrekken. Ik kan in relatie tot dit soort onderhoudswerkzaamheden rechtstreeks contacten leggen met een aannemersbedrijf.

Bij dergelijke incidentele enkelvoudige opdrachten kunt u dus contact leggen met aannemers. Met welke aannemers heeft u namens de provincie Limburg contact als het gaat om dergelijk onderhoud van wegen?

Deze aannemersbedrijven zijn:

[A], gevestigd in Horst. Daarnaast heeft [A] diverse nevenvestigingen, waaronder in Meerssen en Roermond.

9. De verklaring van verdachte, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven – als volgt:

[betrokkene 6] is een projectleider bij de provincie. Ik weet dat [medeverdachte 3] en [betrokkene 6] wel eens samenwerken.

10. Het afschrift van het verkort proces-verbaal van de op 8 oktober 2012 gehouden terechtzitting van het hof in de zaak tegen [betrokkene 6], voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt:

De voorzitter houdt voor het eerste gedeelte van hetgeen primair aan verdachte ten laste is gelegd te weten - kort samengevat - het in de periode van 1 januari 2005 tot en met 27 januari 2009 aanvaarden dan wel vragen van giften/diensten/beloften, welke giften bestonden uit,

- schilderwerkzaamheden aan de woning;

- rolluiken, horren, sereens, sectionaaldeur (inclusief plaatsing);

- een dakkapel (inclusief plaatsing);

- een aanrechtblad (inclusief plaatsing);

- een airconditioningsinstallatie (inclusief plaatsing).

Verdachte verklaart hierop het volgende.

Het klopt dat ik de giften en diensten zoals die zojuist door de voorzitter zijn genoemd en die in de tenlastelegging zijn opgenomen heb ontvangen. Op de vraag wie het initiatief heeft genomen met betrekking tot deze giften in de zin dat ik ze heb aangenomen dan wel eromheb gevraagd, wil ik in het bijzonder nog het volgende verklaren.

Ik had contact met een medewerker van [A], genaamd [betrokkene 8]. Hij deed in privé-tuinen en ik heb hem op een gegeven moment gevraagd of hij iemand wist die bij mij schilderwerkzaamheden zou kunnen doen en of dat zwart zou kunnen. [betrokkene 8] heeft mij toen gezegd dat de schilderwerkzaamheden voor rekening van [A] konden worden verricht. [betrokkene 8] zou dit intern overleggen met [verdachte]. Na dit interne overleg bleek dat [A] de schilderwerkzaamheden voor eigen rekening zou doen.

Ik had verzocht om het zwart te doen maar men heeft mij vervolgens aangeboden om het werk voor niets te doen. Ik heb dat aangenomen. Daarbij is ook gezegd dat wanneer er in de toekomst nog iets zou zijn, ik maar aan de bel moest trekken. Ik heb vervolgens steeds met betrekking tot de in de tenlastelegging genoemde giften en diensten op dezelfde wijze [A] gevraagd. Ik had daarbij dan steeds de stille hoop dat zij het voor hun rekening zouden nemen en dat is ook gebeurd. Ik hoorde er ook nooit meer iets van.

Toen de dakkapel geplaatst moest worden kwam er van te voren iemand meten. Die wist dat er iets moest gebeuren. Mijn echtgenote wist dat er een dakkapel geplaatst zou worden en dat [A] de kosten daarvan voor haar rekening nam. Mijn echtgenote wist wel dat de werkzaamheden voor rekening van [A] waren.

Ik besef nu dat het te ver ging. Bij het verstrekken van één op één opdrachten koos ik steeds voor [A]. In die zin zou je kunnen zeggen dat dat de tegenprestatie was die tegenover alle giften stond. Ik begrijp dat het onacceptabel is dat dat gebeurd is.

Het is begonnen met [betrokkene 8]. Hij heeft aangeboden de schilderwerkzaamheden voor niets te doen en heeft gezegd dat ik aan de bel kon trekken als er nog eens iets was. Op een gegeven moment is hij overgeplaatst naar een andere vestiging van [A]. Hij heeft mij toen gezegd dat als er nog wat was, ik contact op kon nemen met [betrokkene 7]. [betrokkene 7] is vervolgens na enige tijd naar het buitenland vertrokken. Het plaatsen van de dakkapel en de airconditioning is met [betrokkene 7] besproken. Het plaatsen van de rolluiken, horren, sereens en de sectionaaldeur is met [betrokkene 8] besproken. Het plaatsen van het aanrechtblad is met [betrokkene 7] besproken. Wanneer ik met [betrokkene 8] of [betrokkene 7] sprak over de te verrichten werkzaamheden dan zeiden zij tegen mij dat zij dat met [verdachte] zouden bespreken.

[medeverdachte 3] zei ook: "het is wel goed, maar ik zal het intern kortsluiten met mijn leidinggevende [verdachte]". Ik heb altijd begrepen dat dat [verdachte] was."

11. De verklaring van [betrokkene 7], voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt:

Hoe lang bent u al in dienst van [A] b.v.?

Ik ben sinds januari 2003 werkzaam bij [A] b.v. Ik was eerst werkvoorbereider/calculator. Na ongeveer anderhalf jaar werd ik projectleider.

Wat is uw huidige functie bij [A] b.v.?

Ik ben thans nog steeds projectleider bij [A] b.v.

Hoe lang vervult u die functie al?

Als projectleider dus een kleine vijf jaar.

Bij welke vestigingen van [A] b.v. was u in Nederland werkzaam?

Ik heb in Nederland voor [A] b.v. alleen op de vestiging Meerssen gewerkt.

Van wanneer tot wanneer heeft U bij de vestiging Meerssen gewerkt?

Dat was van begin 2003 tot medio 2007.

Wat was destijds uw functie?

Ik was eerst werkvoorbereider/calculator en later projectleider.

Wie was uw direct leidinggevende in die functie?

In eerste instantie […] en toen ik projectleider werd was [betrokkene 8] mijn rayonleider en [verdachte] bedrijfsleider.

Heeft u bij Rijk, provincie of gemeenten een vaste ambtenaar als aanspreekpunt om zakelijke aspecten te bespreken?

Ik was werkzaam in rayon 2 van de vestiging Meerssen van [A] en dat besloeg in hoofdzaak de oostkant van Zuid-Limburg. Die contacten bestaan en ontstaan tijdens de uitvoering van een werk waar een ambtenaar is betrokken bij de uitvoering.

Bij de provincie Limburg had ik contact met [betrokkene 6].

12. De verklaring van [medeverdachte 3] voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt:

Als [betrokkene 6] mij belt gaan we kijken. Dan maken we een offerte en maken we het werk.

De werkzaamheden bij [betrokkene 6] privé heeft [betrokkene 8] (het hof begrijpt: [betrokkene 8]) aan [betrokkene 7] (het hof begrijpt: [betrokkene 7]) overgedragen en [betrokkene 7] weer aan mij.

Ik heb ook wel eens een klusje gedaan voor [betrokkene 6]. Het kwam wel eens een keer voor dat er een vraagje kwam van [betrokkene 6] of we niet ergens bij konden helpen, in de privésfeer. Dat was ook de boodschap die ik van [betrokkene 7] kreeg toen ik het contact overnam met [betrokkene 6].

Alles wat ik net over [betrokkene 6] heb gezegd mag je nu aan [verdachte] gaan vragen. Hij zal je precies het zelfde vertellen.

[verdachte] weet alles. Hij kan op al deze vragen over [betrokkene 6] dezelfde antwoorden geven. Hij is de baas. [verdachte] is geïnformeerd hierover door mij en ook door [betrokkene 7].

13. Het proces-verbaal van bevindingen in beslag genomen bescheiden lokatie 3A betreffende offerte schildersbedrijf [B] 7-2-2005, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt:

Op 27 januari 2009 werd een doorzoeking verricht bij de verdachte [betrokkene 6], [a-straat 1] te [woonplaats] (pandcode 3A). Bij deze doorzoeking werd onder meer het volgende document in beslag genomen:

3A.11.03.002: Offerte schildersbedrijf [B] d.d. 7 februari 2005, geadresseerd aan [A] BV te [vestigingsplaats], t.a.v. [betrokkene 8], betreffende schilderwerkzaamheden aan pand [a-straat 1] te [woonplaats]. In offerte is geen prijs genoemd. Offerte zit in envelop van [A], geadresseerd aan [betrokkene 6].

14. Het proces-verbaal van bevindingen in beslag genomen bescheiden lokatie 3A betreffende schilder [B] 2005 & dakdoorvoer [C] 2005, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt:

Op 27 januari 2009 werd een doorzoeking verricht bij de verdachte [betrokkene 6], [a-straat 1] te [woonplaats] (pandcode 3 A). Bij deze doorzoeking werd onder meer het volgende document in beslag genomen:

3A.11.03.005.03: notitie betreffende schilder [B] € 6.000,-.

15. Het proces-verbaal van bevindingen in beslag genomen bescheiden lokatie 3AA betreffende nota Agenda 2005, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt:

Op 28 april 2009 werd een doorzoeking verricht in de woning van de verdachten [betrokkene 6] en Moonen, [a-straat 1] te [woonplaats] (pandcode 3AA). Bij deze doorzoeking werd onder meer het volgende document in beslag genomen:

3AA.02.003.003: zwarte agenda 2005 van [betrokkene 17].

In deze agenda staan onder meer de onderstaande afspraken c.q. aantekeningen geschreven:

maandag 31 januari 2005: 14.00 uur [D] (045-5413154) / [B] verfwerk.

maandag 28 februari 2005: Schilder [B].

dinsdag 1 maart 2005 t/m donderdag 3 februari (het hof begrijpt: maart) 2005: Schilder

maandag 18 april 2005: Schilder buiten / [B] 045-5413154.

dinsdag 19 april 2005 t/m vrijdag 22 april 2005: schilder

maandag 27 juni 2005: 10.00 uur [E] rolluiken.

dinsdag 5 juli 2005: 19.00 uur [E] rolluiken.

dinsdag 26 juli 2005 en woensdag 27 juli 2005: rolluiken.

vrijdag 29 juli 2005: rolluiken.

donderdag 1 september 2005: 9.00 uur [E] rolluiken.

zaterdag 24 september 2005: 17.00 uur offerte tekenen [F].

donderdag 29 september 2005: Dakdoorvoeren maken.

woensdag 12 oktober 2005: dakdoorvoer.

donderdag 13 oktober 2005: 10.00 uur […]

maandag 14 november 2005: 10.00 uur […].

16. Een proces-verbaal van bevindingen in beslag genomen bescheiden lokatie 3AA betreffende nota Agenda 2006, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt;

Op 28 april 2009 werd een doorzoeking verricht in de woning van de verdachten [betrokkene 6] en [betrokkene 17], [a-straat 1] te [woonplaats] (pandcode 3AA). Bij deze doorzoeking werd onder meer het volgende document in beslag genomen:

3AA.02.003.002: zwarte agenda 2006 van [betrokkene 17].

In deze agenda staan onder meer de onderstaande afspraken c.q. aantekeningen geschreven:

vrijdag 7 april 2006: voortuin plaat

vrijdag 14 april 2006: voortuin plaaten (het hof begrijpt: planten)

maandag 24 april 2006: Start verbouw zolder

dinsdag 25 april 2006: zolder

woensdag 26 april 2006: ophalen KV-cabine (fon) / zolder

donderdag 27 april 2006: zolder

dinsdag 2 mei 2006 t/m vrijdag 5 mei 2006: zolder

maandag 8 mei 2006 t/m woensdag 10 mei 2006: schilder

donderdag 11 mei 2006: zolder /tuin vrij ver.

dinsdag 11 juli 2006: Bill?? / kosten?

woensdag 12 juli 2006: Bill?? / keuken.

17. Het proces-verbaal van bevindingen van onderzoek in de digitale administratie van [A] B.V. naar betaling van 2 facturen ([001] en [002]) van schildersbedrijf [B] B.V., voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven – als volgt:

Op 27 januari 2009 werd onder andere de data van de financiële administratie van het bedrijf [A] B.V. in beslag genomen. Binnen de gevoerde boekhouding van [A] B.V. werd een onderzoek uitgevoerd naar de betaling van de facturen:

- [B] B.V., factuurnummer [001], factuurdatum 9-3-2005, factuurbedrag € 2.370

- [B] B.V., factuurnummer [002], factuurdatum 27-4-2005, factuurbedrag € 3.015,13

De betaling van genoemde facturen:

- [B] B.V., factuurnummer [001], factuurdatum 9-3-2005, factuurbedrag € 2.370 en

- [B] B.V., factuurnummer [002], factuurdatum 27-4-2005, factuurbedrag € 3.015,13

is verricht op respectievelijk 3 mei 2005 en 14 juni 2005.

18. Het proces-verbaal verstrekking historische gegevens ex artikel 126nd, 1e lid Sv, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt:

Op 25 februari 2009 overhandigde [B] mij de volgende documenten:

-kopie factuur nr. [001], d.d. 09-03-2005, ad € 2370 — gericht aan [A];

-kopie bankafschriften bijschrijving € 1872,-- en € 498 (= 2370) gestort door [A];

-kopie factuur [002], d.d. 27 april 2005, ad € 3015,13 gericht aan [A];

-kopie bankafschriften bijschrijving € 2382,13 en € 633 (= 6 3015,13) gestort door [A];

-kopie factuur nr. 06056 d.d. 11 mei 2006 ad € 2671,55 gericht aan [F];

-kopie bankafschrift bijschrijving € 2671,55 gestort door [F].

Volgens verklaring van de getuige [B], hebben de facturen van 2005 betrekking op binnen en buitenschilderwerk aan de woning [a-straat 1] te [woonplaats] en hebben de facturen van 2006 betrekking op schilderwerkzaamheden op zolder van dezelfde woning.

19. De verklaring van de getuige [betrokkene 18] voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven - als volgt:

Ik heb sinds vijf jaar een timmer en bouwservicebedrijf. Ik verricht allerlei werkzaamheden. Ik weet dat ik voor [A] heb gewerkt en ik weet ook dat ik voor hen bij andere personen heb gewerkt terwijl de factuur naar [A] gestuurd moest worden. Ik kan u niet exact aangeven in welk jaar ik voor [A] ben gaan werken. Ik denk dat dit in 2005 was. Vanaf het moment dat ik opdrachten kreeg van [A] liep dit via [betrokkene 7]. Op enig moment in 2005 ben ik door [betrokkene 7] gevraagd of ik ook dakkapellen maakte. Toen ik hem dit bevestigde vertelde hij mij dat er een dakkapel getimmerd moest worden bij een woning in [woonplaats]. Ik herinner mij het adres [a-straat 1] nog. Ik ben toen in mijn eigen auto naar die woning gereden. In de woning

heb ik [betrokkene 7] ontmoet. Wel herinner ik mij dat in de woning aanwezig waren, [betrokkene 6] en [betrokkene 7]. In principe was de vrouw de opdrachtgeefster. Zij wilde dat ik de bestaande dakkapel van 1.20 zou verbreden naar 2.40. In de woning zijn wij, [betrokkene 7], [betrokkene 6] en ik naar zolder gegaan. Daar heeft zij verteld wat de bedoeling was. Ik herinner mij dat [betrokkene 6] heet. Nu u mij de naam [betrokkene 17] noemt kan ik u zeggen dat dit de naam van [betrokkene 17] was. Op verzoek van [betrokkene 17] moest er aan de achterzijde een soortgelijke dakkapel gemaakt worden. [betrokkene 17] besprak met mij wat ik moest doen. Ik denk dat het enkele maanden heeft geduurd voor dat ik reactie kreeg op de offerte. [betrokkene 7] belde mij en hij zei mij dat ik kon beginnen. Ik denk dat de dakkapel € 7.000,- of € 10.000,- gekost heeft. Het plaatsen heeft 4 tot 5 dagen geduurd. Nadat de dakkapel geplaatst was heb ik dit [betrokkene 7] laten weten. Tijdens dit gesprek heeft [betrokkene 7] mij aangegeven wat er op de factuur moest. Hij gaf aan dat er niet op moest "plaatsen dakkapel" maar werkzaamheden die ik normaliter ook voor [A] verricht zoals metselwerk, bekisting maken en dergelijke. De factuur voor het plaatsen van de dakkapel moest naar [A] gestuurd worden. Ik heb toen een factuur opgemaakt en die aan Janssen De Jong gestuurd. Ik denk dat de factuur tussen de € 9.000,- en € 10.000,- groot was. De factuur is betaald door [A]. De omschrijving op de factuur dekte dus niet de werkelijke werkzaamheden. Tijdens een van mijn gesprekken met [betrokkene 7] vertelde hij mij dat het plaatsen van de dakkapel een betaling was voor door [betrokkene 6] gemaakte overuren. Naar aanleiding van die opmerking heb ik gedacht dat [betrokkene 6] werkzaam was bij [A]. Eind 2006 heb ik in de bijkeuken van de woning van de familie [betrokkene 6] een aanrechtblad geplaatst. Ik ben toen gebeld door [betrokkene 17]. Op haar verzoek ben ik bij haar langs gegaan en zij vroeg mij toen of ik in de bijkeuken een en ander wilde veranderen. Voor zover ik het mij herinner heb ik een aanrechtblad geplaatst met wasbak en kraan. Ik herinner mij dat ik [betrokkene 17] heb gevraagd waar de rekening naar toe gestuurd moest worden. Zij antwoordde mij dat ik de factuur maar moest regelen met [betrokkene 7]. Hoe ik een en ander met [betrokkene 7] heb besproken herinner ik mij niet. Wel heb ik van [betrokkene 7] een bon gekregen waarop werkzaamheden vermeld staan. Van de bon heb ik een kopie gemaakt en die in mijn administratie opgenomen. De originele bon die ik van [betrokkene 7] heb gekregen moest ik met de factuur weer indienen bij [A]. Ik heb dit ook gedaan en daarna zijn mijn werkzaamheden betaald. Ik gebruikte op mijn factuur de omschrijving die [betrokkene 7] als werkzaamheden had opgevoerd op de van hem ontvangen bon. De facturering van de dakkapel is op soortgelijke wijze gegaan. Ook toen kreeg ik van [betrokkene 7] een bon en de daarop gestelde werkzaamheden heb ik op mijn factuur gezet. Die bon heb ik voor mijn administratie gekopieerd en de originele bon heb ik met de factuur naar [A] gestuurd. Beide facturen werden aan mij door [A] betaald.

De facturen van [G], hebben betrekking op de levering van een airco in perceel [a-straat 1] te [woonplaats]. Ik herinner mij dat na de plaatsing van de dakkapel [betrokkene 17] aan mij vroeg of ik iemand wist die een airco bij hen kon plaatsen. Die wist ik wel want een paar huizen bij mij vandaan woont een man die in airco's doet. Ik heb toen contact met [G] opgenomen. Op mijn verzoek is hij toen naar [betrokkene 6] gegaan en hij heeft daar een bespreking gevoerd over de levering van een airco. Ik weet niet hoe het gegaan is maar op enig moment kreeg ik een offerte voor een airco van [betrokkene 6]. Ik heb toen contact opgenomen met [betrokkene 7]. Ik heb [betrokkene 7] gevraagd of hij wel wist hoe duur die airco was. Hij was daar mee bekend en hij vertelde dat ik bij [A] mijn facturen voor de airco kon indienen. Ik vroeg [betrokkene 7] toen wel om bonnen. Ik heb die ook van hem gehad. Het waren in totaal drie bonnen met een totale omschrijving aan werkzaamheden voor het bedrag dat de airco zou gaan kosten. Ik heb de bonnen gekopieerd voor mijn administratie en de originele bonnen met de facturen meegestuurd.

Ik herinner mij dat het bedrag van de airco ongeveer € 11.000,- was. Het is zo dat de factuur voor de airco via mijn bouwbedrijf is gelopen en dat ik bonnen van [betrokkene 7] heb gekregen en dat ik die heb gebruikt voor mijn facturering aan [A]. Mijn facturen zijn door [A] betaald. Ik heb de facturen aan [G] betaald. [G] heeft de levering van de bij [betrokkene 6] geplaatste airco aan mij gefactureerd. Ik heb, zoals gezegd, dit door gefactureerd aan [A]. Ik herinner mij dat nadat ik de dakkapel had geplaatst er ook schilderwerk is verricht aan die dakkapel. Dit is verricht door de firma [B] uit Kerkrade. Ik heb daar contact gehad met [B] zelf. [B] heeft zijn schilderwerk aan mij gefactureerd en ik heb dit ook aan hem betaald. Ik (heb) de kosten van de factuur van [B] op gelijke wijze als hiervoor omschreven weer gefactureerd aan [A]. [A] heeft mijn factuur weer betaald waarbij [betrokkene 7] weer voor een bon zorgde zoals ik hiervoor bedoelde.

Naar aanleiding van de door u overlegde vordering heb ik in mijn administratie betalingsbewijzen, facturen en bonnen opgezocht. Alle hebben betrekking op de hiervoor genoemde werkzaamheden en op andere door mij voor [A] verrichte werkzaamheden. Ook de bescheiden die betrekking hebben op de levering van de airco van [G] en het schilderwerk van [B] overhandig ik u.

20. De verklaring van de getuige [B] voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven - als volgt:

Ik ken [betrokkene 6]. Ik heb in 2005 daar onze eerste schilderwerkzaamheden gedaan. [betrokkene 6] heeft persoonlijk contact met mij opgenomen. Ik heb gehoord van [betrokkene 17] dat ze nog wat te verrekenen hadden met [A]. [betrokkene 17] deelde ook mede dat de rekening naar [A] gezonden moest worden ter attentie van [betrokkene 8]. Zaken deed ik altijd met de echtgenote van [betrokkene 6]. De geoffreerde werkzaamheden zijn inderdaad door ons bedrijf verricht. Wij hebben zowel binnen als buiten het schilderwerk gedaan. Het schilderwerk is naar [A] gefactureerd, middels een tweetal facturen gedateerd 9 maart 2005 factuur [001] en 27 april 2005 factuur [002] het totaalbedrag van beide facturen bedraagt € 5.385,13. Door [A] is het bedrag betaald op onze ABN-AMRO bankrekening en een gedeelte van de rekening is betaald op de G-rekening. De aan [F] geoffreerde werkzaamheden zijn inderdaad door ons bedrijf uitgevoerd. Ik heb wederom de contacten met [betrokkene 6] gehad voornamelijk met [betrokkene 17]. De contacten zijn gelopen via [F]. [F] heeft alles met ons geregeld voor de werkzaamheden. De factuur is naar de opdrachtgever gezonden. Dat was in dit geval [F] te Hulsberg. De factuur ter grootte van € 2.671,55. heeft [F] betaald, zelfs binnen een termijn van twee weken.

21. Het proces-verbaal van bevindingen inzake verkregen documenten bij [F] te Hulsberg na uitvoering van de vordering artikel 126nd van het Wetboek van Strafvordering, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven – als volgt:

Door de officier van justitie werd op 09 februari 2009 een vordering gedaan ten aanzien van de onderneming [F].

Op 13 februari 2009 stelde ik een onderzoek in in de verkregen documenten. Ik zag dat het hier werkbonnen, facturen, bankafschriften en één betalingsspecificatie betrof.

[F] heeft gedurende de jaren 2005 tot en met 2007 kennelijk werkzaamheden voor de firma [A] verricht waarna die werkzaamheden werden gefactureerd en werden betaald, althans werkzaamheden werden aan [A] gefactureerd en de facturen werden betaald.

Opdrachtbonnen werden uitgeschreven door [betrokkene 19] en [betrokkene 7].

Onderstaande documenten werden door mij onderzocht:

Eén factuur d.d. 11 mei 2006 van de firma [B] schildersbedrijf te Kerkrade. Ik zag dat die factuur, groot € 2.671,55, schilderwerken betrof aan de [a-straat 1] te [woonplaats].

Eén dagafschrift no: 62, d.d. 01 juni 2006, van de ING bank, bankrekeningnummer [003] ten name van [betrokkene 18], [F] te [vestigingsplaats]. Ik zag dat vorenbedoelde factuur van [B] schilderbedrijf was betaald met de omschrijving: ""[B] Kerkrade fact nr […] werk [woonplaats]".

Drie facturen van [G], respectievelijk d.d. 29 juni 2007, 20 juli 2007 en 05 september 2007. Ik zag dat de facturen nagenoeg alle drie een gelijkluidende omschrijving hadden met betrekking tot de levering en montage van een airco-installatie bij [betrokkene 6] te [woonplaats] conform opdrachtbevestiging d.d. 29 juni 2007. De facturen waren groot respectievelijk € 6.740,51, € 5.392,40 en € 1.348,09. Totaal € 13.481,00.

Drie dagafschriften no: 86, 98, 113 van de ING bank, bankrekeningnummer [003] ten name van [betrokkene 18], [F] te [vestigingsplaats]. Ik zag dat de dagafschriften respectievelijk waren gedateerd op 02 juli 2007, 27 juli 2007 en 13 september 2007. De bedragen op de facturen kwamen overeen met de bedragen op de dagafschriften. De facturen waren betaald.

Bij proces-verbaal d.d. 28 januari 2009, documentnummer 901 werd gerelateerd dat in de woning van de verdachte [betrokkene 6], [a-straat 1] te Voerendaal werden aangetroffen:

één offerte van [F] te [vestigingsplaats], betreffende de betimmering van een zolder te [woonplaats], groot € 23.800,-, gericht aan [A],

één factuur d.d. 04 juli 2006, betreffende renovatie huis, groot € 22.000,-, gericht aan [betrokkene 6], [a-straat 1] te [woonplaats],

één offerte van [F] te [vestigingsplaats], d.d. 28 augustus 2006, betreffende bijkeuken, groot € 2.383,24, gericht aan [betrokkene 6], [a-straat 1] te [woonplaats].

één offerte, groot € 2.245,00, d.d. 01 mei 2006 van [B] schildersbedrijf te Kerkrade, betreffende schilderwerkzaamheden aan woonhuis gelegen te [woonplaats], [a-straat 1].

Uit vorenstaande en de verklaring van de getuige [betrokkene 18], moge blijken dat [F] te Huisberg in 2006 werkzaamheden heeft verricht aan / het maken en plaatsen, alsmede het laten afschilderen door [B], van een dakkapel, aan de woning van de verdachte [betrokkene 6], [a-straat 1] te [woonplaats], terwijl de kosten voor het maken en plaatsen, alsmede voor de werkzaamheden bijkeuken en de kosten van het schilderwerk, werden gefactureerd aan [A] te Meerssen, die de facturen betaalde.

Aan de hand van de opdrachtbonnen op naam van [betrokkene 7], gezien na de offertedatum, 04 april 2006, kon [F] voor € 62.849,60 factureren bij [A] en werd dit bedrag ook betaald. De offerte renovatie woonhuis, bijkeuken en schilderwerk bedroeg in totaal € 26.628,24.22.

22. Het proces-verbaal van bevindingen in beslag genomen bescheiden lokatie 3A betreffende [H] 2005 € 14.517,-, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt:

Op 27 januari 2009 werd een doorzoeking verricht bij de verdachte [betrokkene 6], [a-straat 1] te [woonplaats] (pandcode 3A). Bij deze doorzoeking werd onder meer het volgende document in beslag genomen:

3A.11.03.005.05: [H], offerte d.d. 29 juni 2005 ad 6 14.517,-.

23. Het proces-verbaal van bevindingen inzake onderzoek gevorderde documenten bij het bedrijf [H], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven - als volgt:

Op 6 februari 2009 werden aan ons door de mede eigenaar [betrokkene 20] van het bedrijf [H], informatie en bescheiden ter beschikking gesteld met betrekking tot de in medio 2005 in en aan de woning gelegen aan de [a-straat 1] te [woonplaats] aanbrengen van rolluiken, horren, sereens, overkappingen en sectionaaldeur. In de documenten wordt een offerte aangetroffen betreffende rolluiken, horren, sereens, overkapping en sectionaaldeur ten name van [betrokkene 17], wonende [a-straat 1] te [woonplaats]. De offerte wordt voor akkoord getekend door [betrokkene 17] en mede ondertekend door de eigenaar van het bedrijf [H], genaamd [betrokkene 20].

Tevens staat op de eerste bladzijde van de offerte een met pen geschreven notitie:

"Rek. diverse bouwketen voorzien van rolluiken [A] BV t.a.v. [betrokkene 8], Meerssen. Verder staat op de eerste bladzijde van deze offerte een met pen geschreven notitie: "rolluiken belangrijkste".

In de documenten wordt een factuur, nummer [004], d.d. 15 juli 2005, aangetroffen betreffende het project aan de [a-straat 1] te [woonplaats] ten name van het bedrijf [A] BV, ter attentie van [betrokkene 8], te Meerssen.

Op de factuur zagen wij, verbalisanten, als omschrijving: Betreft: Levering rolluiken.

Diverse bouwketen voorzien van rolluiken. Wij zagen dat de rekening van genoemde factuur € 14.636 bedroeg, inclusief BTW. Op de factuur zagen wij, verbalisanten, dat er met de pen een geschreven notitie was geschreven: per bank ontvangen 2-9-2005.

Tevens werd in de documenten een factuur, nummer [006], d.d. 29 augustus 2005, aangetroffen ten name van het bedrijf [A] BV, ter attentie van [betrokkene 8], te Meerssen. Op de factuur zagen wij, verbalisanten, als omschrijving: Betreft:

Levering rolluiken. Geleverd en gemonteerd diverse rolluiken voor bouwketen. Wij zagen dat de rekening van genoemde factuur € 4.760 bedroeg, inclusief BTW. Achter deze factuur zagen wij een notitieblaadje met hierop met de pen geschreven aantekeningen.

Wij, verbalisanten, zagen dat hierop onder andere staat vermeld:

[betrokkene 6], [a-straat 1] [woonplaats]

Geleverd en gemonteerd divers rolluiken bestemd voor bouwketen.

Factuur € 4000 ex BTW naar [A].

Op de factuur zagen wij, verbalisanten, dat er met de pen een geschreven notitie was geschreven: per bank ontvangen 11-10-2005.

Verder werd in de documenten een factuur, nummer [005], d.d. 18 oktober 2005, aangetroffen ten name van het bedrijf [A] BV, ter attentie van [betrokkene 8], [woonplaats].

Op de factuur zagen wij, verbalisanten, als omschrijving:

Betreft: Creditnota op fact: [006]. Niet uitgevoerde werkzaamheden i.v.m. plaatsen rolluiken aan bouwketen; Leveren maart 2006.

Op de factuur zagen wij, verbalisanten, dat er met de pen een geschreven notitie was geschreven: "per kas uitbetaald 18-10-2005."

Op 27 januari 2009 werden doorzoekingen gedaan bij onder andere het bedrijf [A] gevestigd te Meerssen en bij [betrokkene 6], wonende [a-straat 1] te [woonplaats]. Bij de doorzoeking in [a-straat 1] te Voerendaal werd onder andere de offerte van het bedrijf [H] ten bedrage van € 14.517 aangetroffen betreffende de plaatsing van rolluiken, etc. In de administratie van het bedrijf [A] BV werden de betalingen van de facturen [004] ten bedrage van € 14.636 en factuur [006] ten bedrage van € 4760 aangetroffen.

24. Het proces-verbaal van bevindingen van onderzoek in de digitale administratie van [A] B.V. naar betaling van 2 facturen ([004] en [006]) van [H] BV, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt:

Op 27 januari 2009 werd onder andere de data van de financiële administratie van het bedrijf [A] B.V. in beslag genomen. Binnen de gevoerde boekhouding van [A] B.V. werd een onderzoek uitgevoerd naar de betaling van de facturen:

- [H] BV, factuurnummer [004], factuurdatum 15-7-2005, factuurbedrag € 14.636

- [H] BV, factuurnummer [006], factuurdatum 29-8-2005, factuurbedrag € 4.760

De betaling van genoemde facturen:

- [H] BV, factuurnummer [004], factuurdatum 15-7-2005, factuurbedrag € 14.636

- [H] BV, factuurnummer [006], factuurdatum 29-8-2005, factuurbedrag € 4.760

is verricht op respectievelijk 2 september 2005 en 11 oktober 2005.

25. De verklaring van de getuige [betrokkene 20], voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt:

Ik kan mij herinneren dat ik werd opgebeld door [betrokkene 6] aan de [a-straat 1] in [woonplaats]. Ik ben daar naartoe gegaan op afspraak en heb daar een aantal rolluiken bij de woning moeten opmeten. Voor zover ik mij kan herinneren heb ik de eerste keer met [betrokkene 17] gesproken. Tijdens het gesprek vroeg [betrokkene 6] of het mogelijk was om de factuur op naam van zijn baas te zetten in verband met een spaarloonregeling en een hoop overuren, die hij gemaakt had. In de factuur moest ik dan zetten dat er rolluiken voor bouwketen geleverd werden in verband met eventuele BTW aftrek. [betrokkene 6] zei mij dat hij bij het bedrijf [A] werkzaam was. Ik heb op de offerte het bedrijf [A] gezet ter attentie van [betrokkene 8] in Meerssen. Deze gegevens heb ik van [betrokkene 6] gekregen. Na het tweede gesprek ging de familie akkoord met het plaatsen en leveren van de rolluiken, etc, door ons bedrijf met de conditie dat de factuur naar [A] gestuurd zou worden. Deze opdracht is in fasen uitgevoerd, want de sereens zijn later geleverd. In dit geval is het bedrijf [A] degene geweest die de factuur heeft betaald. Op de factuur staat als omschrijving levering rolluiken, geleverd en gemonteerd diverse rolluiken bouwketen. Dat is op verzoek van [betrokkene 6] gedaan.

26. Het proces-verbaal van bevindingen in beslag genomen bescheiden lokatie 3A betreffende renovatie zolder & bijkeuken, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt:

Op 27 januari 2009 een doorzoeking verricht bij de verdachte [betrokkene 6], [a-straat 1] te [woonplaats] (pandcode 3A). Bij deze doorzoeking werd(en) onder meer de volgende document(en) in beslag genomen:

3A.11.03.005.02: [F], offerte, onderaanneming & factuur betreffende renovatie zolder 2006 ad € 22.000,- incl. BTW alsmede bijkeuken ad € 2 383 24 incl BTW.

27. Het proces-verbaal van bevindingen van onderzoek in de digitale administratie van [A] B.V. naar betaling van 3 facturen ([…]) van [F], voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt:

Op 27 januari 2009 werd de data van de financiële administratie van het bedrijf [A] B.V. in beslag genomen. Binnen de gevoerde boekhouding van [A] B.V. werd een onderzoek uitgevoerd naar de betaling van de facturen:

- [F], factuurnummer […], factuurdatum 25-4-2006, factuurbedrag € 3.235

- [F], factuurnummer […], factuurdatum 4-5-2006, factuurbedrag € 10.000

- [F], factuurnummer […], factuurdatum 14-5-2006, factuurbedrag € 9.000

De betaling van genoemde facturen:

- [F], factuurnummer […], factuurdatum 25-4-2006, factuurbedrag €3.235

- [F], factuurnummer […], factuurdatum 4-5-2006, factuurbedrag € 10.000

- [F], factuurnummer […], factuurdatum 14-5-2006, factuurbedrag € 9.000

is verricht op respectievelijk 24 mei 2006 ([…] en […]) en 13 juni 2006 ([…]).

28. Het proces-verbaal van bevindingen betreffende ter beschikkingstelling documenten tijdens verhoor getuige [betrokkene 21], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven - als volgt:

Op 22 februari 2009 werd als getuige verhoord [betrokkene 21], van het bedrijf [G] BV te Schimmert. Tijdens dat verhoor werden door de getuige een aantal kopieën van documenten aan ons, verbalisanten, ter beschikking gesteld, t.w.:

- een kopie van de prijsopgave aan [F] inzake levering en plaatsing van een airconditioninginstallatie t.b.v. project [betrokkene 6] te Voerendaal;

- een kopie van de daarop betrekking hebbende opdrachtbevestiging, getekend door [G];

- een kopie van de daarop betrekking hebbende opdrachtbevestiging, getekend door [F] en [G];

- een kopie van pagina 2 van (vermoedelijk) de prijsopgave inzake levering en plaatsing van een airconditioninginstallatie, voor accoord getekend door [F];

een kopie van de klantenkaart van [F];

- een kopie van de klantenkaart van [betrokkene 6];

- een kopie factuur 1e termijn ad. € 6740,51;

- een kopie bankafschrift inzake betaling € 6740,51 ;

- een kopie factuur 2e termijn ad. € 5392,40;

- een kopie bankafschrift inzake betaling € 5392,40;

- een kopie factuur 3e termijn ad. € 1348,09;

- een kopie bankafschrift inzake betaling € 1348,09.2

29. De verklaring van de getuige [betrokkene 21] voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven - als volgt:

Ik ben met [betrokkene 6] te [woonplaats] in contact gekomen via [F]. [F] was daar bezig met een verbouwinkje en die familie wilde in hun woning ook een airconditioninginstallatie. Ik sprak met [F] af, dat ik die installatie via hem zou leveren. Het door mij aan [F] geoffreerde bedrag kwam uit op

€ 11.328,57. Voor dat bedrag heb ik ook een opdrachtbevestiging gestuurd aan [F]. Ik heb de installatie daar zelf geïnstalleerd. Ik heb met betrekking tot de uitvoering van de installatie over wat waar geplaatst moest worden, heb ik overleg gevoerd met zowel [betrokkene 7]. Wat mij daarbij opviel was, dat de prijs geen probleem was. Ook de best wel forse meerprijs voor design units, was geen probleem. Er is geleverd en geïnstalleerd conform de offerte en opdrachtbevestiging. Ik heb de installatie gefactureerd aan [F]. Daar is voor mij vanaf het begin geen onduidelijkheid over geweest. Er is voor mij nooit sprake geweest van factureren aan [betrokkene 7]. De factuur werd aan mij betaald door [F]. Dit was voor mij het eerste en tevens enige zakelijke contact, dat ik met [F] heb gehad.

30. Het proces-verbaal van bevindingen tapgesprekken met betrekking tot de N281, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt:

De tapgesprekken handelend over de provinciale weg de N281 werden door mij uitgeluisterd en uitgewerkt.

19-02-2008 te 22.06 uur:

[medeverdachte 3] zegt tegen zijn leidinggevende [verdachte] dat hij eerder die dag bij [betrokkene 6] was en dat deze hem vertelde dat hij geen werk meer mag geven aan [A]. [betrokkene 6] was van plan werk aan de N281 aan [A] te geven maar mocht dat niet van zijn leidinggevende [betrokkene 22] aldus [medeverdachte 3].

[verdachte] is van mening dat ze [betrokkene 22] moeten vragen waar deze mee bezig is. [medeverdachte 3] is die mening eveneens toegedaan maar geeft aan dat ze uit moeten kijken met wat ze tegen [betrokkene 22] zeggen. "Want dan weet ie dat er ene klikt binnen de provincie he" aldus [medeverdachte 3].

[medeverdachte 3] zegt verder: "Ik wil niet dat [betrokkene 23] in de problemen komt. Dat kan niet de bedoeling zijn".

[verdachte] zegt dat ze het er maar eens over moeten hebben en geeft verder aan dat [betrokkene 3] nog een keer overleg heeft met [betrokkene 25] en ook een afspraak heeft met [betrokkene 23].

21-02-2008 te 14.17 uur:

[verdachte] vraagt aan mededirecteur [betrokkene 3] wanneer deze een afspraak heeft met [betrokkene 23]. [betrokkene 3] geeft aan dat dit ergens in de volgende week is.

17-03-2008 te 10.49 uur:

[medeverdachte 3] wordt gebeld door [betrokkene 6]. [betrokkene 6] en [medeverdachte 3] spreken over de brief/offerte die [medeverdachte 3] naar de provincie heeft gezonden. De brief is volgens [betrokkene 6] terecht gekomen bij [betrokkene 22], [betrokkene 23] en [betrokkene 24].

[betrokkene 23] was er niet zo blij mee zegt [betrokkene 6] wat lachend. Hij zei iets van voordat we wat gevraagd hebben krijgen we al een offerte.

[betrokkene 6] had daarop gezegd dat [A] samen met de provincie naar het wegdek had gekeken en dat het toch niet zo vreemd was dat [A] nu met een voorstel kwam.

De offerte heeft betrekking op te verrichten reparaties aan de rechter rijbaan. [medeverdachte 3] en [betrokkene 6] spreken ook over eventuele reparaties aan de linkerbaan, maar daar wil men binnen de provincie nog niet aan aldus [betrokkene 6].

26- 03-2008 te 12.08 uur:

[verdachte] spreekt met [betrokkene 3]. [betrokkene 3] geeft aan gisterenavond te hebben zitten filosoferen met [betrokkene 25] en een aantal ambtenaren van de provincie.

[betrokkene 3] heeft onder andere tegen [betrokkene 25] gezegd dat [A] wordt geboycot door de provincie. [betrokkene 3] geeft aan nog een afspraak te hebben met [betrokkene 23] en het bij hem ook onder de aandacht te willen brengen. Mocht dat niets opleveren dan gaan we terug naar de politiek aldus [betrokkene 3].

[verdachte] geeft aan dat zij van mensen binnen de provincie horen dat die mensen geen werk aan [A] mogen geven van [betrokkene 23] en [betrokkene 22]. [verdachte] heeft een gesprek gehad met [betrokkene 22] en deze heeft daarin aangegeven [A] een lastig bedrijf te vinden.

27- 03-2008 te 09.08 uur:

[verdachte] wordt gebeld door [betrokkene 3]. [verdachte] zegt gisteren [betrokkene 22] aan de lijn te hebben gehad. [betrokkene 22] heeft aangegeven dat [A] het werk aan de N281 niet krijgt omdat ze in een andere project een procedure hebben aangespannen tegen de provincie.

[verdachte] zegt dat [betrokkene 22] werk van asfaltreparaties aan de BAM heeft gegeven, dat [betrokkene 22] daar vroeger zelf heeft gewerkt en dat diens vrouw daar nu nog steeds werkt.

[betrokkene 3] zegt een afspraak te hebben staan met de ambtenaren [betrokkene 23] op 07 april en met [betrokkene 26] op 11 april. [betrokkene 3] heeft een en ander besproken met gedeputeerde [betrokkene 25], die op de hand is van [A]. [verdachte] zegt: "...[betrokkene 23] die speelt hier een dubbelrol he... we weten dat van ambtenaren zelf dat [betrokkene 23] en die [betrokkene 22] persoonlijk op de afdeling staan he ...[betrokkene 23] ook in persoon ...en zegt van euhhh, ja niks meer naar [A]... en ehhh want daar liggen we op andere plekken mee in onmin.., en euhh Ta absoluut geen werk meer geven... En toen hadeuhhhh ... Euhhh Thijs samen met [medeverdachte 3] die hadden een offerte gemaakt voor werk op de N28L... op aanvraag van een van de ambtenaren van de provincie he... met een heel uitgebreid advies erbij he.... Dus echt een goed onderbouwd advies met een offerte ...Nou die hadden ze gewoon opgestuurd die kwam gewoon bij [betrokkene 23] die stond met die offerte weer.... euhh ja op de afdeling, zegt ja wat is dit hier he... een offerte van [A]? ...Ja had die vent gezegd van euhhh... Ja die hebben wij toen opgemaakt, wij hadden advies nodig en ja ... Zij weten daar het meeste van en wij hebben daar een goed advies van gekregen en ja euhhh... en ook nog een goede prijs die ook nog eens een keer goed past... Oh, oh, oh en toen waren ze weer afgedropen.... "

27-03-2008 te 16.03 uur:

[medeverdachte 3] belt met [betrokkene 6]. Op enig moment vraagt [betrokkene 6] aan [medeverdachte 3] of deze alleen zit. Als deze dat bevestigd zegt [betrokkene 6] dat hij [betrokkene 23] die notitie van die zoab en viaral had gegeven. In het managementsoverleg, waar [betrokkene 6] niet bij zit, hebben "ze" elkaar hierover in de haren gezeten aldus [betrokkene 6]. [betrokkene 6] zegt dat zijn chef op dezelfde lijn zit als hij en dat het zakelijk gezien een goed voorstel is.

[medeverdachte 3]: "Dan ben ik eens benieuwd... "

[betrokkene 6]: ".. Ja... het gaat goed (lachend)... "

[medeverdachte 3] is van mening dat ze niet om de aanbieding heen kunnen en dat men de weg zo niet drie maanden kan laten liggen. [betrokkene 6] geeft aan dat hij dat ook heeft gezegd en dat het zwart op wit staat.

01-04-2008 te 12.39 uur:

[medeverdachte 3] belt met [betrokkene 6]. [betrokkene 6] geeft door dat het nog niet formeel is, maar dat "de viaral" zo goed als rond is.

Vanmiddag gaat hij met [betrokkene 24] een notitie maken voor gedeputeerde staten met het voorstel de opdracht 1 op 1 aan [A] te geven. Het komt eerst bij een paar gedeputeerden en vervolgens volgende week donderdag in Gedeputeerde Staten (GS) aldus [betrokkene 6].

Letterlijk. M = [medeverdachte 3] en J = [betrokkene 6].

M: ... dan hoor ik het wel... het zou heel leuk zijn ...

J: ... (lachend) ...ja, heeft ook wat moeite gekost...

M: ... Ja dat geloof ik je ... dat geloof ik je direct dus euhh ... dat gaat zeker niet zomaar

[betrokkene 6] refereert vervolgens aan de brief / offerte van [A] aan de provincie waarin iets stond dat [betrokkene 6] mogelijk in de problemen had kunnen brengen.

J: Ja...nee, want eh (...) Want in dat schrijven van […]...he [medeverdachte 3].....

M: ...Ja...

J: Want in dat schrijven van […], dat was gericht aan […] he? Ja, daar stond nog wel iets in... een zin in van...eh...zoals met u opgenomen, samen met [betrokkene 24]..dus....tijdens de buitenopnamen met u en [betrokkene 24] opgenomen...

M: Ja, goed oke....

J: Ze kwamen nu wel vragen van eh...Ik ben toch niet met ze buiten geweest?...hoe kan dat en zo? Ik zeg, ja weet ik ook niet...hij zal wel de brief aan mij hebben willen sturen en toen hebben ze daar misschien gedacht oh stuur maar naar hem...of weet ik veel...ik weet niet wat ze bedacht hebben....

M: Nou goed, dat is een foutje, waar hebben we het over?...

J: Nee, dat klopt, maar dat was wel weer zoiets ....dat je krijgt van hoe kan dat... eh... snap

je ... dat je dat soort vragen krijgt....

[betrokkene 6] zegt verder dat [betrokkene 23] heeft aangeven dat, als GS volgende week donderdag een besluit nemen, [betrokkene 24] een officiële offerte aan kan vragen bij [A]. [betrokkene 23] wil namelijk niet nog een keer de krant halen zegt [betrokkene 6].

[betrokkene 6]: "Want [betrokkene 23] begint er ook een beetje achter te pushen he...want..eh...[betrokkene 24] die wilde nu inderdaad ...viaral, die is overtuigd, ja..eh. [betrokkene 23] ook, die vindt het ook prima.. [betrokkene 23].... alleen [betrokkene 24] was weer een beetje, je weet wel, moeilijk aan het doen. Alleen die is nou op vakantie, die is weg..en heb ik tegen [betrokkene 23] gezegd...eh [betrokkene 23] ..eh ...staat dadelijk in de krant. Is die naar [betrokkene 24] gegaan en heeft die gezegd dat [betrokkene 24] eens wat moest opschieten (opm. verb.: hierbij lacht [betrokkene 23]) ...dat hij moest zorgen dat het rond kwam, want de keuze was toch gemaakt op viaral...nou maar zorgen dat het zo snel mogelijk uitgevoerd kon worden. ".

[betrokkene 6] zegt tegen [medeverdachte 3] dat hij er zeker van moet kunnen zijn dat het werk geen fiasco wordt omdat hij anders vies op zijn bek gaat en het dan de volgende keer nog moeilijker voor hem wordt om ze te overtuigen.

01-04-2008 te 16.57 uur:

[medeverdachte 3] spreekt met [verdachte] en zegt onder andere dat hij net [betrokkene 6] aan de lijn had die hem vertelde dat de provincie voornemens is die 51 duizend vierkante meter viaral aan [A] te gunnen. Het is een opdracht van een ton waar we zeker krijgen. [medeverdachte 3]: "Ja ik had die aanbieding van de BAM. Die had ik gezien en daar ben ik net ietsjes onder gaan zitten".

Beiden spreken verderop in het gesprek over de moeizame relatie tussen [A] en de provincie Limburg. [verdachte] en [medeverdachte 3] zijn, nu ze dit werk waarschijnlijk krijgen, van mening dat ze even niet teveel stampij moeten maken richting de provincie. [verdachte] gaat [betrokkene 3], die nog een gesprek zou hebben op de provincie met [betrokkene 23], inlichten. [medeverdachte 3]: "Ik bedoel... ik hoor deze ontwikkelingen er beweegt weer van alles... dat krijg ik altijd netjes ingeseind ja dan geef ik dat ook direct aan jullie door zodat we daar adequaat op kunnen reageren he".

02-04-2008 te 11.04 uur.

[verdachte] spreekt met [betrokkene 3]. Beiden spreken onder andere over de provincie Limburg. [verdachte] refereert aan de afspraak die [betrokkene 3] heeft staan met de ambtenaar [betrokkene 23] en zegt dat ze binnenkort waarschijnlijk toch werk zullen krijgen van de provincie. [verdachte]: "Ik heb je ook nog verteld dat euhh ..[…] en euhh... […] nog een advies uitgebracht hadden he en dat wij ook nog wat prijzen doorgekregen hadden die er lagen van de BAM en daar wat mee gemarchandeerd had... Nou bereikte ons gisteren het bericht dat ze dan toch voornemens waren om ons anderhalve ton werk te gaan gunnen ".

[verdachte] zegt dat het om 50 duizend vierkante meter viaral gaat op de N281. Beiden spreken over het geplande gesprek tussen [betrokkene 3] namens [A] en [betrokkene 23] en [betrokkene 22] namens de Provincie Limburg. [betrokkene 3] geeft aan beide heren voor de voeten te willen gooien dat hun ambtenaren vertellen dat ze geen werk aan [A] mogen geven.

Vervolgens H = [betrokkene 3] en R = [verdachte]:

"R: dat mag je niet zeggen he [betrokkene 3]!... dat mag je niet zeggen!...

H: ..he?...

R: ... dat mag je nóóit zeggen! dat kan maar van twee mensen afkomen en dan hebben die een probleem en wij ook!... Die vertellen ons dat allemaal in vertrouwen Die vertellen ... Die geven ook die prijzen door aan ons.... Die zeggen ook precies wat de opstelling van hun is ... Dus euhhh.... Je moet daar maar gewoon zeggen... ja het doet de ronde...

H: ... Oh ik wou het euhh ... ik wou het noemen lacht)....

R: ... nee! nee! nee! Dat moet je niet zeggen!... Je moet gewoon (lacht) zeggen... het komt ons ter ore of het doet de ronde... of wij merken dat maar niet dat dat vanuit de afdeling komt...

H: ... Oh....

R: nee dan hebben we een euhh... ja dan worden die mensen beschadigd..

H: ..oh dat moeten we niet hebben ..(onverstaanbaar)...

R: Nee want die zorgen er nou net voor dat het op deze manier voor mekaar komt... ".”

47. Uit de inhoud van deze bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat werkzaamheden aan het huis van [betrokkene 6] zijn verricht die voor rekening zijn gekomen van het bedrijf [A] BV, als wederdienst voor het handelen van [betrokkene 6] in strijd met zijn ambtsplicht. Dit is niet alleen door (i) [betrokkene 6] aangegeven in diens gewraakte verklaring, maar wordt ook gestaafd met (ii) diverse geschriften, zoals bankafschriften en aantekeningen in inbeslaggenomen agenda’s, (iii) verklaringen van werklui die bij [betrokkene 6] hebben geschilderd of onderdelen hebben gemonteerd dan wel goederen hebben geleverd en (iv) telefoongesprekken waaraan ook verzoeker heeft deelgenomen. Verder heeft (v) [medeverdachte 3] - die als getuige ter terechtzitting in hoger beroep wél een verklaring heeft afgelegd - verklaard dat verzoeker van “alles” op de hoogte was en daarover door [medeverdachte 3] en [betrokkene 7] is geïnformeerd (bewijsmiddel 12).

48. Dat betekent dat er (meer dan) voldoende steunbewijs is en dat dit steunbewijs ook betrekking heeft op de onderdelen die door de verdediging worden betwist, zodat ook naar de huidige stand van zaken omtrent het gebruik voor het bewijs van een ambtsedig proces-verbaal inhoudende de verklaring van een getuige ten aanzien van wie de verdediging niet tot ondervraging in de gelegenheid is geweest omdat, zoals in het onderhavige geval, deze getuige zich beroept op het verschoningsrecht, het Hof de verklaring van [betrokkene 6] tot het bewijs kon bezigen zonder dat daarvoor de bedoelde compensatie behoefde te worden geboden. Ook op die grond is ’s Hofs afwijzing van het voorwaardelijk verzoek van de verdediging om [betrokkene 6], [betrokkene 8] en [betrokkene 7] niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.

49. Het vierde middel faalt in al zijn onderdelen.

50. Het vijfde middel klaagt over de overschrijding van redelijke termijn in de cassatiefase. Dit middel is terecht voorgesteld. Namens verzoeker is op 10 januari 2013 beroep in cassatie ingesteld. Het dossier is blijkens de op de stukken geplaatste stempel bij de griffie van de Hoge Raad binnengekomen op 12 maart 2014, zodat de termijn waarbinnen de stukken bij de Hoge Raad moeten zijn binnengekomen is overschreden met zes maanden. Voortvarende behandeling van de zaak, te weten een uitspraak binnen zestien maanden na het instellen van het beroep in cassatie, kan de overschrijding van de inzendingstermijn niet meer compenseren, want de termijn waarin de Hoge Raad uitspraak zou moeten doen is reeds overschreden. Een en ander moet leiden tot vermindering van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf.

51. Andere gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

52. De eerste vier middelen falen, waarbij het eerste middel en het derde middel kunnen worden afgedaan met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende motivering. Het vijfde middel slaagt.

53. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest doch alleen wat betreft de opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf, tot vermindering van de hoogte daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 AG: blijkens de zich bij de stukken van het geding bevindende appelschriftuur zijn dat de personen [betrokkene 2], [betrokkene 3], [betrokkene 4] en [betrokkene 1].

2 Zie het aangehaalde overzichtsarrest rov. 2.74.

3 Dat artikellid luidt: “Met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft: 1° hij die een ambtenaar een gift of belofte doet dan wel een dienst verleent of aanbiedt met het oogmerk om hem te bewegen in zijn bediening, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, iets te doen of na te laten; 2° hij die een ambtenaar een gift of belofte doet dan wel een dienst verleent of aanbiedt ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door deze in zijn huidige of vroegere bediening, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, is gedaan of nagelaten.”

4 Vgl. HR 20 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AW3584, NJ 2006/380 en HR 27 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT8318.

5 AG: de raadsman verwijst daarvoor in een voetnoot naar “Europees Hof voor de Rechten van de Mens, Vidgen t. Nederland, nr. 29353/06, 10 juli 2012 en Europees Hof voor de Rechten van de Mens, Luca t. Italië, nr. 33354/96, 27 februari 2001 en Europees Hof voor de Rechten van de Mens, Al-Khawaja en Tahery t. Verenigd Koninkrijk, nr. 26766/05 en 22228/06, 15 december 2011”. Op deze rechtspraak zal ik in mijn bespreking van het vierde middel nader ingaan.

6 Zie ook HR 29 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX5539, NJ 2013/145 m.nt. Schalken (rov. 3.3.4) en bijv. Hoge Raad 22 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:1020, NJ 2014/257.

7 Zie ook EHRM 10 mei 2012, nr. 28328 (Aigner tegen Oostenrijk).

8 Zie naast het Al-Khawaja & Tahery-arrest en het Vidgen-arrest ook EHRM 10 april 2012, ECLI:NL:XX:2012:BX2665, NJ 2012/648 m.nt. Schalken (Marcus Ellis, Rodrigo Simmes en Nathan Antonio Martin tegen het Verenigd Koninkrijk), waarin de nuancering wordt herhaald. Zie voorts HR 29 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX5539, NJ 2013/145, m.nt Schalken, HR 19 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1439, NJ 2013/191 m.nt. Schalken en HR 19 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4480, NJ 2013/193.

9 Vgl. EHRM 27 februari 2001, nr. 33354/96, ECLI:NL:XX:2001:AE0190, NJ 2002/101 m.nt. Schalken (Lucà tegen Italië).

10 Vgl. HR 14 april 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZD1013, NJ 1999/73.

11 Zie ook HR 12 oktober 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZD1559, NJ 1999/827, HR 20 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF5704, NJ 2003/672 m.nt. Schalken, HR 29 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX5539, NJ 2013/145 m.nt. Schalken, HR 19 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1439, NJ 2013/191 m.nt. Schalken en HR 19 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4480, NJ 2013/193.