Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2015:2714

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
22-12-2015
Datum publicatie
16-03-2016
Zaaknummer
15/02221
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2016:418, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Verstekverlening. De beslissing van het Hof om tegen de verdachte verstek te verlenen en het onderzoek ttz voort te zetten is achteraf bezien onjuist. Gelet op het grote belang van de verdachte om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn dient de verdachte de mogelijkheid te hebben om zijn zaak alsnog in h.b. in zijn tegenwoordigheid te doen behandelen. Dit leidt ertoe dat het bestreden arrest moet worden vernietigd en dat de zaak moet worden teruggewezen opdat deze opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 15/02221

Zitting: 22 december 2015

Mr. G. Knigge

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het Gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 23 februari 2015 de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.

2. Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Namens de verdachte heeft mr. M. van Stratum, advocaat te 's-Gravenhage, een middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte verstek heeft verleend tegen de niet verschenen verdachte aangezien deze ten tijde van de behandeling van zijn zaak ter terechtzitting in hoger beroep uit anderen hoofde was gedetineerd en hij niet vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn.

4. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 23 februari 2015 houdt het volgende in:

"De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.

De verdachte, gedagvaard als:

naam: [verdachte],

voornamen: [voornamen],

geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats],
Zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande

is niet ter terechtzitting verschenen.

Alle verklaringen zijn zakelijk weergegeven, tenzij anders vermeld.

Het gerechtshof constateert dat de dagvaarding goed is betekend en verleent verstek tegen de niet-verschenen verdachte.

De advocaat-generaal draagt de zaak voor en vordert, nu de verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend noch heden ter terechtzitting is verschenen, dat de verdachte op grond van artikel 416, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk wordt verklaard in het hoger beroep.

Na sluiting van het onderzoek door de voorzitter doet het gerechtshof terstond uitspraak."

(…)

Noot griffier: Na sluiting van het onderzoek en het uitspreken van het arrest, is komen vast te staan dat de verdachte uit andere hoofde gedetineerd zat in het Detentiecentrum Alphen aan den Rijn te Alphen aan den Rijn en dat voor hem geen transport is geregeld."

5. Uit het hiervoor weergegeven proces-verbaal blijkt dat na sluiting van het onderzoek en het uitspreken van het arrest is komen vast te staan dat de verdachte ten tijde van de behandeling van zijn zaak in hoger beroep in verband met een andere strafzaak was gedetineerd, zodat de beslissing van het Hof om tegen de verdachte verstek te verlenen en het onderzoek ter terechtzitting voort te zetten, achteraf bezien onjuist was. Gelet op het grote belang van de verdachte om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn brengt het vorenoverwogene mee dat de verdachte de mogelijkheid dient te hebben om zijn zaak alsnog in hoger beroep in zijn tegenwoordigheid te doen behandelen. Dit leidt ertoe dat het bestreden arrest moet worden vernietigd en dat de zaak moet worden teruggewezen opdat deze opnieuw wordt berecht en afgedaan. Het middel is derhalve terecht voorgesteld.

6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG