Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2015:2646

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
01-12-2015
Datum publicatie
09-02-2016
Zaaknummer
15/00423
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2016:209, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Geen schriftuur ingediend, beroep in cassatie n-o.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 15/00423

Zitting: 1 december 2015

Mr. Vegter

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft bij arrest van 30 september 2014 de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep voor zover gericht tegen de vrijspraak ter zake van het onder 1 primair ten laste gelegde ten aanzien van zaaksdossiers 33, 36, 37, 38 en 39 en verdachte ter zake van 1 primair “door het verschaffen van inlichtingen opzettelijk uitlokken van opzettelijke schending van het ambtsgeheim, meermalen gepleegd” en 2 primair “door het verschaffen van inlichtingen opzettelijk uitlokken van door het verschaffen van inlichtingen opzettelijk uitlokken van opzettelijke schending van het ambtsgeheim”, veroordeeld tot een gevangenisstraf van één maand, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr, alsmede een taakstraf van dertig uren, subsidiair vijftien dagen hechtenis.

2. Deze zaak hangt samen met de zaak tegen [medeverdachte] (14/05083), waarin ik vandaag eveneens concludeer.

3. Verdachte heeft op 13 oktober 2014 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 25 februari 2015 betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv, door een raadsman een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. Binnen de termijn als bedoeld in art. 437, tweede lid, Sv is geen schriftuur houdende middelen bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.

4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep in cassatie.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden


AG