Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2015:2594

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
10-11-2015
Datum publicatie
03-02-2016
Zaaknummer
14/02259
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2016:163, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Conclusie AG: bewijsklacht en verwerping Meer & Vaart-verweer. HR: 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 14/02259

Zitting: 10 november 2015

Mr. Hofstee

Conclusie inzake:

[verzoeker = verdachte]

1. Verzoeker is bij arrest van 6 maart 2014 door het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch wegens 1 primair “opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod” en 2 primair “diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking” veroordeeld tot het verrichten van tachtig uren taakstraf, subsidiair veertig dagen hechtenis.

2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de rolnummers 14/02259 en 14/02260P. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.

3. Namens verzoeker heeft mr. J.L.E. Marchal, advocaat te Maastricht, een middel van cassatie voorgesteld.

4. Het middel valt uiteen in twee klachten. De eerste klacht luidt dat de bestreden beslissing innerlijk tegenstrijdig is omdat het Hof, ondanks dat het in de motivering van de afwijzing van het verzoek om de melders als getuige te (doen) horen heeft toegezegd de meldingen niet tot het bewijs van het onder 1 bewezenverklaarde te bezigen, dit blijkens de bewijsconstructie toch heeft gedaan ter verwerping van een Meer- en Vaartverweer. De tweede klacht houdt in dat met betrekking tot zowel feit 1 als feit 2 de bewezenverklaarde periode niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid.

5. Ten laste van verzoeker is bewezenverklaard dat:

“1.

hij in de periode van 7 juli 2010 tot en met 10 november 2010 te Geleen in de gemeente Sittard-Geleen, opzettelijk heeft geteeld een hoeveelheid hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2.

hij in de periode van 7 juli 2010 tot en met 10 november 2010 te Geleen in de gemeente Sittard-Geleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektrische energie, geheel of ten dele toebehorende aan Enexis, waarbij hij het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.”

6. Deze bewezenverklaringen steunen op de volgende bewijsmiddelen:

“1. Een proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij regiopolitie Limburg-Zuid, District Sittard basiseenheid Geleen, met bijlagen, d.d. 4 januari 2011 in de wettelijke vorm opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , allen brigadier van politie (dossierpagina’s 1 tot en met 8), voor zover dit inhoudt, als relaas van voornoemde verbalisanten:

p.1

Relaas van onderzoek inzake overtreding van:

Artikel 3 i.v.m. artikel 11 van de Opiumwet

-opzettelijk telen/ bereiden/ verwerken/ verkopen/ afleveren/ verstrekken/ vervoeren/ vervaardigen softdrugs/ aanwezig hebben van softdrugs (lijst II)

Artikel 310 cq 311 Wetboek van Strafrecht

- diefstal van stroom

Artikel 161 bis/161 ter van het Wetboek van Strafrecht

opzettelijk/schuld verijdelen van veiligheidsmaatregel ten opzichte van een elektriciteitsnetwerk

Verdachte:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] -1969 wonende [a-straat 1] , [woonplaats] .

p.2

Door ons, [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , allen brigadier en taakveldhouder verdovende middelen van regiopolitie Limburg-Zuid, werkzaam bij het hennepteam Sittard, wordt verklaard:

Aanleiding onderzoek:

Naar aanleiding van:

- een op 07-07-2010 ontvangen anonieme e-mail;

- een op 03-09-2010 ontvangen i3s melding.

Op verzoek van mij [verbalisant 3] , werd door [betrokkene 1] , fraude-inspecteur van Enexis B.V., een onderzoek ingesteld, naar een afwijkend belastingpatroon in het elektriciteitskabel-netwerk, waarop genoemd perceel (het hof begrijpt: [a-straat 1] te [woonplaats] ) is aangesloten. Op de betreffende elektriciteitskabel waren de percelen [a-straat 1 t/m 10] aangesloten.

Periode van de netmeting van 11 t/m 15 november 2010.

Bij het bevragen van de gemeentelijke basisadministratie, bleek dat op het adres [a-straat 1] te [woonplaats] , sinds 27-01-2009 stond ingeschreven:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] -1969.

Bij navraag bij het Kadaster te Roermond, bleek dat de woning op genoemd adres, sinds 26-06-2009 eigendom is van:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] -1969.

p. 3

Op 17-11-2010 zijn wij gegaan naar genoemd adres teneinde een onderzoek in te stellen.

Na herhaald aanbellen/kloppen werd de toegangsdeur van de woning geopend door een man die later opgaf te zijn genaamd:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] -1969, wonende [a-straat 1] , [woonplaats] . Hij verklaarde de bewoner te zijn. Nadat ik, [verbalisant 3] , mij gelegitimeerd had, deelde ik hem de reden en doel van onze komst mede. Met expliciete toestemming van de bewoner, betrad ik genoemd perceel. Na een daartoe strekkende vraag, verleende de bewoner schriftelijk toestemming voor onderzoek in zijn woning.

Wij zagen dat genoemde woning, bestond uit een kelder, begane grond, 1e verdieping en een zolder.

p.4

In de kelder zagen wij meerdere attributen liggen die regelmatig door ons in hennepkwekerijen worden aangetroffen. Wij troffen daar onder meer aan: transformatoren, een droognet, een koolstoffilter met een zwaar vervuild filterdoek, een zwenkventilator, lege stekkentrays.

Tussen de diverse etages van het droognet trof ik, [verbalisant 3] , meerdere resten van droge henneptoppen aan.

Het was mij, [verbalisant 3] , bekend dat in de beide meldingen werd aangegeven dat de hennepkwekerij zich onder de keldertrap bevond. Nadat de keldertrap omhoog geklapt was, zagen wij dat zich in de ruimte daarachter, een hennepkwekerij bevond.

Wij zagen dat de kweekruimte een afmeting had van 250 cm bij 250 cm.

De kwekerij was ondergebracht in een afzonderlijke voor de teelt van hennep bestemde ruimte.

Wij zagen:

- dat in de kweekruimte zich op de grond, een met zeil bedekte opstaande rand, als waterkering, bevond;

- dat de wanden van de kweekruimte geheel of gedeeltelijk bedekt waren met een folie/zeil of andere materialen;

- dat in de directe nabijheid van de kweekruimte, een plaat/paneel hing met daarop een volautomatische groepenkast/schakelpaneel, al dan niet met een geïntegreerde tijdschakelaar en stopcontacten. In de nabijheid hiervan hingen 8 transformatoren en condensatoren;

- dat 6 transformatoren/condensatoren aangesloten bleken te zijn op een assimilatielamp. In totaal hingen er in de kweekruimte 6 assimilatielampen van 600 watt;

- dat de assimilatielampen niet in werking waren;

- dat de assimilatielampen achter elkaar in 2 rijen hingen, vastgemaakt aan houten latten, welke met touwen/metalen kettingen, waren opgehangen aan ringen in het plafond.

- dat de hoogte van de assimilatielampen, al naar gelang de hoogte van de planten, op eenvoudige wijze kon worden aangepast;

- dat aan elke lat 3 assimilatielampen bevestigd waren.

- dat op het zeil in de kweekruimte 114 plantenpotten stonden. Deze plantenpotten waren gestapeld;

- dat de plantenpotten niet meer met cocos gevuld waren. De kennelijke inhoud van de plantenpotten, lag in de kwekerij, naast de plantenpotten op het zeil;

- dat 101 plantenpotten een diameter van 20 cm hadden. 12 plantenpotten hadden een diameter van 25 cm en 1 plantenpot had een afmeting van 25 bij 25 cm. Er stonden ook 13 zwarte plantenbakken met een afmeting van 80 x 50 cm. Ook deze plantenbakken waren gevuld geweest met cocos;

- dat in de kwekerij geen hennepplanten aanwezig waren. Wel troffen wij daar meerdere bladresten van hennepplanten aan;

- dat de bladresten de voor hennepplanten specifiek lancetvormige bladeren hadden;

- dat er in een droogrek meerdere delen van droge henneptoppen werden aangetroffen;

- dat op het zeil in de kwekerij afdrukken duidelijk zichtbaar waren waar plantenpotten gestaan hadden;

- dat in de waterbak een dompelpomp aanwezig was;

- dat in de waterbak een tuinslang aangesloten was op de dompelpomp. Nabij de waterbak stond een drukspuit;

- dat in de kwekerij 1 koolstoffilter op de grond stond. Via een flexibel buizensysteem stond de koolstoffilter in verbinding met een slakkenhuisventilator die in de kwekerij ophing. De slakkenhuisventilator hing door middel van metalen kettingen/banden/touwen, aan haken welke in het plafond waren bevestigd. Direct naast de opstaande rand stond ook een losse slakkenhuisventilator op de grond, deze was niet aangesloten;

- dat de luchtverversing en de luchtafvoer werd geregeld door ventilatoren en flexibele buizen;

- dat de temperatuur in de kwekerij 29,8 graden Celsius en de luchtvochtigheid 75%, bedroeg, dit werd afgelezen op de in de kwekerij aanwezige thermo-/hygrometer.

p.5

Door mij, [verbalisant 3] , werden ter plaatse, twee MMC cannabis kleurreactietesten uitgevoerd op kleine hoeveelheden van de in de kwekerij (bladresten) en in het droogrek (henneptopje) genomen hennepmonsters.

Bij deze testen, zijnde kleurreactietesten, zag ik dat de kleurreacties de kleur rood gaven, hetgeen betekent dat de stoffen positief reageerden op de aanwezigheid van hennep, zijnde hennep genoemd op lijst II behorende bij de Opiumwet.

p.6

De stroomvoorziening is onderzocht door [betrokkene 1] , fraude inspecteur van Enexis B.V. Hierbij werd geconstateerd dat de stroomvoorziening ten behoeve van de kwekerij illegaal werd afgenomen. Het bleek dat de zegels van de hoofdaansluitkast vermoedelijk gemanipuleerd waren en dat een illegale aftakking was aangebracht, op de aansluitkabel in de hoofdaansluitkast, voor de kWh meter, voor de hoofdzekeringen.

p.7

Gedurende het onderzoek ter plaatse hebben wij geconstateerd, dat het aannemelijk is dat er sprake is van een of meerdere oogsten van hennep. Dit bleek ons uit de navolgende feiten of omstandigheden:

Er lag dik stof op de kappen en armaturen van de assimilatielampen.

Er was restafval aanwezig namelijk meerdere bladresten van hennepplanten op het zeil in de kwekerij.

Verder werden er in het droognet, delen van droge henneptoppen aangetroffen.

Er werden gebruikte lege plantenpotten en plantenbakken aangetroffen.

Kalkafzetting op het zeil en de onderzijde van de plantenpotten. De opstaande randen van het zeil waren schoon. De hoogte van de kalkafzetting aan de onderzijde van de plantenpotten en op het zeil tegen de openstaande rand kwam overeen. Kennelijk was deze kalkafzetting ter plaatse ontstaan.

Sterk vervuilde filterdoeken om de in de kwekerij aangetroffen, staande koolstoffilter en het in de ruimte direct naast de kwekerij aangetroffen koolstoffilter. De vervuiling van het filterdoek treedt pas op na langere tijd en wordt veroorzaakt door kleine stofdeeltjes, voornamelijk afkomstig van het droge kweekmedium waarin de hennepplanten geweekt worden. Door de (sterke) afzuiging van de afgewerkte lucht uit de kwekerij, komen deze stofdeeltjes in het filterdoek terecht.

p.10

Op basis van soortgelijke onderzoeken van politie Regio Limburg Zuid kan gesteld worden dat in geval van een hennepkwekerij er normaal iedere 8 tot 10 weken geoogst kan worden.

2. Het proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 17 november 2010, opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 4] , hoofdagent van politie, en [verbalisant 5] , brigadier van politie, dossierpagina’s 74-83, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte:

p.75

Ik sta alleen ingeschreven op het adres [a-straat 1] te [woonplaats]

p.76

Ik ben de eigenaar van de woning.

p.78

De ruimte waarin door de politie een hennepkwekerij1 werd aangetroffen is mijn kelder.

3. Een geschrift, als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, te weten een aangifte van Enexis B.V. van 21 december 2010 met bijlagen, opgemaakt door [betrokkene 2] (medewerker fraudebestrijding Enexis B.V.), dossierpagina’s 39 tot en met 40, inhoudende:

Aangifte

Pleegplaats: [woonplaats] Adres: [a-straat 1]

Incident: Diefstal energie na verbreken verzegeling

Namens Enexis B.V, ben ik, [betrokkene 2] in dienstbetrekking als medewerker Fraudebestrijding, uit hoofde van mijn functie bevoegd om van bovenstaand feit aangifte te doen bij de politie.

Enexis B.V. transporteert en distribueert energie naar particulieren en bedrijven, waaronder naar de contractant van bovengenoemd perceel. Enexis B.V. heeft met een persoon genaamd [verdachte] een overeenkomst betreffende aansluiting en transport van elektriciteit naar bovengenoemd perceel.

Op verzoek van politieambtenaar [verbalisant 3] is op 17 november 2010 door fraude-inspecteur [betrokkene 1] van Enexis B.V. een onderzoek ingesteld naar de meetinrichting in bovengenoemd perceel.

De fraude-inspecteur constateerde op 17 november 2010 verboden handelingen aan de elektriciteitsinstallatie en trof het volgende aan:

Illegale aansluiting op onderzijde zekeringhouder

De medewerker zag dat de zegels van de hoofdaansluitkast waren gemanipuleerd. Na het verwijderen van het deksel van de aansluitkast zag hij dat aan de onderzijde van de zekeringhouders een illegale elektriciteitsaansluiting was gemaakt. Hij zag dat deze aansluiting buiten de elektriciteitsmeter om liep naar de hennepplantage en deze voorzag van elektriciteit.

Vermogensfraude

De fraude-inspecteur zag dat de hoofdbeveiliging ten behoeve van de elektrische installatie verzwaard was. Contractueel hoort er 1 x 25A in te zitten. Hij zag dat er nu zekeringen met een waarde van onbeperkt geplaatst waren. Door voorstaande werd schade en hinder veroorzaakt aan Enexis B.V., omdat de juiste tarievenregeling niet kon worden toegepast. Voorts was het gelijktijdig af te nemen vermogen van de getransporteerde elektriciteit niet meer in overeenstemming met de installatie.

Door de manipulatie werd afgenomen elektriciteit ten behoeve van de hennepplantage niet correct via de elektriciteitsmeter geregistreerd.”

7. Voorts houdt de bestreden uitspraak nog als nadere motivering van de bewezenverklaringen in:

“Op 7 juli 2010 wordt een anonieme melding gedaan waarin wordt vermeld dat ene “ [verdachte] ” op het adres [a-straat 1] te [woonplaats] in de kelder onder de trap een hennepplantage heeft. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat zijn bijnaam “ [verdachte] ” is. Verdachte is sinds 26 juni 2009 eigenaar van deze woning.

Op 3 september 2010 ontvangt de politie wederom een anonieme melding met een vergelijkbare inhoud. In de periode van 11 november 2010 tot 15 november 2010 wordt op verzoek van de politie door de fraude inspecteur van Enexis een netmeting uitgevoerd met betrekking tot de percelen [a-straat 1 t/m 10] aan de [a-straat 1] te [woonplaats] . Uit deze netmeting blijkt dat in het verbruik in dat blok een duidelijk terugkerend patroon te zien is, hetgeen duidt op het gebruik van schakelklokken, welk patroon overeenkomt met het gebruik van assimilatieverlichting in de hennepteelt.

Naar aanleiding van de anonieme meldingen en de netmeting door Enexis zijn politieambtenaren op 17 november 2010 met toestemming van de verdachte de woning aan de [a-straat 1] te [woonplaats] binnengetreden. Na van verdachte toestemming te hebben verkregen tot onderzoek van de woning werden in de kelder de volgende zaken aangetroffen:

transformatoren;

een droognet, met tussen de verschillende etages van dit droognet, meerdere resten van droge henneptoppen;

een koolstoffilter met een zwaar bevuild filterdoek;

een zwenkventilator;

lege stekkentrays.

Achter/onder de keldertrap werd zo blijkt uit de gebezigde bewijsmiddelen een kweekruimte voor hennep aangetroffen, die op dat moment niet in bedrijf was. In deze ruimte lag zeil op de grond met daarop 114 opgestapelde ronde (gebruikte) plantenpotten en 13 rechthoekige (gebruikte) plantenbakken. Naast de plantenpotten lag een aanzienlijke hoeveelheid cocos op de grond. Op het zeil waren de afdrukken van de plantenpotten duidelijk zichtbaar. In de kwekerij waren geen hennepplanten aanwezig, maar wel meerdere bladresten van hennepplanten.

Gelet op het voorgaande, in het bijzonder het aantreffen van de resten van de droge henneptoppen in het droogrek, de lege stekkentrays, de gebruikte plantenpotten, de aanzienlijke hoeveelheid cocos op het zeil en de bladresten van hennepplanten is het hof van oordeel dat de verklaring van verdachte dat er in de kelder van zijn woning geen hennepplanten hebben gestaan en dat deze resten meegekomen zouden zijn met het tweedehands materiaal, ongeloofwaardig. Het hof acht dan ook op grond van de gebezigde bewijsmiddelen bewezen dat in de kelder van verdachte hennep is geteeld. Gezien de aangetroffen stekkentrays (bestemd voor 430 stekken), het aantal aangetroffen plantenpotten/plantenbakken (127) en de oppervlakte van de kweekruimte (6,25 vierkante meter) gaat het hof uit van twee oogsten hetgeen gezien de daarvoor benodigde kweekperiode overeenstemt met de ten laste gelegde periode.”

8. Het Hof heeft het ter terechtzitting gedane verzoek om de melders als getuige te (doen) horen als volgt afgewezen:

“Het hof wijst het verzoek tot het horen van de anonieme melders, zo dit al uitvoerbaar zou zijn, af. Het hof zal de meldingen niet als bewijsmiddel gebruiken en ziet tot het horen van die melders, gelet op het hiervoor overwogene, geen noodzaak.”

9. Ik stel voorop dat, anders dan in de samenhangende ontnemingszaak, het middel mijns inziens niet een afzonderlijke, stellige en duidelijke klacht bevat inzake het meewerken van de anonieme meldingen tot het bewijs van de tenlastegelegde feiten in de zin van art. 344a, derde lid, Sv. Voorts lees ik, eveneens anders dan in de samenhangende ontnemingszaak, in het middel noch in de toelichting daarop een afzonderlijke, stellige en duidelijke klacht aangaande ’s Hofs motivering van de afwijzing van het verzoek van de verdediging tot het horen van de anonieme getuigen. Deze punten laat ik dan ook in mijn verdere bespreking van het middel buiten beschouwing. Dit een en ander brengt mee dat de tweede klacht, die zijn pijlen enkel richt op de bewezenverklaarde aanvangsdatum, faalt.

10. Daarbij teken ik aan dat, wat de onderhavige hoofdzaak betreft, uit de bewijsmiddelen niet naar voren hoeft te komen dat al op of vanaf de eerste dag van de bewezenverklaarde periode daadwerkelijk is aangevangen met het telen van hennep. Voorts merk ik in dit verband op, dat, in weerwil van de conclusie van de steller van het middel, de bestreden uitspraak er geen blijk van geeft dat de duur van de bewezenverklaarde periode ten nadele heeft gestrekt van verzoeker.2 In het bijzonder kan uit ’s Hofs strafmotivering niet worden opgemaakt dat die periode en/of het tweetal bewezenverklaarde oogsten voor verzoeker op een nadelige manier van invloed is (zijn) geweest bij de bepaling van de strafmaat. In zoverre ontbeert de tweede klacht belang bij cassatie.

11. Wél klaagt het middel dat het Hof een uitdrukkelijk gevoerd Meer- en Vaartverweer van verzoeker heeft verworpen onder meer met kennelijk een voor de bewezenverklaring redengevend beroep op de anonieme meldingen3, terwijl het Hof elders in het arrest heeft overwogen dat deze meldingen niet als bewijsmiddel zullen worden gebezigd, weshalve het arrest op dat punt innerlijk tegenstrijdig zou zijn.

12. Ik zie dat anders. Het bedoelde Meer- en Vaartverweer is door het Hof als volgt besproken en verworpen:

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

(…)

De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep gesteld dat verdachte bij gebrek aan wettig en overtuigend bewijs integraal van het ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. Daartoe heeft de raadsvrouwe aangevoerd dat verdachte heeft verklaard dat hem, drie weken voor de politie-inval op 17 november 2010, door derden is aangeboden om een hennepkwekerij in zijn woning te beginnen. Deze personen hebben daartoe de benodigde (tweedehands) apparatuur geleverd, maar nog niet de hennepstekken. De hennepstekken zouden enige dagen na de voormelde politie-inval worden geleverd. Er was derhalve geen sprake van een in werking zijnde kwekerij en ook niet van een eerdere oogst (feit 1). Ook het wegnemen van elektrische energie (feit 2) kan volgens de raadsvrouwe niet bewezen worden geacht.

Het hof overweegt als volgt.

Op 7 juli 2010 wordt een anonieme melding gedaan waarin wordt vermeld dat ene “ [verdachte] ” op het adres [a-straat 1] te [woonplaats] in de kelder onder de trap een hennepplantage heeft. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat zijn bijnaam “ [verdachte] ” is. Verdachte is sinds 26 juni 2009 eigenaar van deze woning.

Op 3 september 2010 ontvangt de politie wederom een anonieme melding met een vergelijkbare inhoud. In de periode van 11 november 2010 tot 15 november 2010 wordt op verzoek van de politie door de fraude inspecteur van Enexis een netmeting uitgevoerd met betrekking tot de percelen [a-straat 1 t/m 10] aan de [a-straat 1] te [woonplaats] . Uit deze netmeting blijkt dat in het verbruik in dat blok een duidelijk terugkerend patroon te zien is, hetgeen duidt op het gebruik van schakelklokken, welk patroon overeenkomt met het gebruik van assimilatieverlichting in de hennepteelt.

Naar aanleiding van de anonieme meldingen en de netmeting door Enexis zijn politieambtenaren op 17 november 2010 met toestemming van de verdachte de woning aan de [a-straat 1] te [woonplaats] binnengetreden. Na van verdachte toestemming te hebben verkregen tot onderzoek van de woning werden in de kelder de volgende zaken aangetroffen:

- transformatoren;

- een droognet, met tussen de verschillende etages van

dit droognet, meerdere resten van droge henneptoppen;

- een koolstoffilter met een zwaar bevuild filterdoek;

- een zwenkventilator;

- lege stekkentrays.

Achter/onder de keldertrap werd zo blijkt uit de gebezigde bewijsmiddelen een kweekruimte voor hennep aangetroffen, die op dat moment niet in bedrijf was. In deze ruimte lag zeil op de grond met daarop 114 opgestapelde ronde (gebruikte) plantenpotten en 13 rechthoekige (gebruikte) plantenbakken. Naast de plantenpotten lag een aanzienlijke hoeveelheid cocos op de grond. Op het zeil waren de afdrukken van de plantenpotten duidelijk zichtbaar. In de kwekerij waren geen hennepplanten aanwezig, maar wel meerdere bladresten van hennepplanten.

Gelet op het voorgaande, in het bijzonder het aantreffen van de resten van de droge henneptoppen in het droogrek, de lege stekkentrays, de gebruikte plantenpotten, de aanzienlijke hoeveelheid cocos op het zeil en de bladresten van hennepplanten is het hof van oordeel dat de verklaring van verdachte dat er in de kelder van zijn woning geen hennepplanten hebben gestaan en dat deze resten meegekomen zouden zijn met het tweedehands materiaal, ongeloofwaardig. Het hof acht dan ook op grond van de gebezigde bewijsmiddelen bewezen dat in de kelder van verdachte hennep is geteeld.”

13. Het Hof heeft de verklaring van verzoeker ongeloofwaardig geacht in het bijzonder gelet op de aangetroffen situatie achter/onder de keldertrap. Het woordje “voorgaande” heeft dan ook bepaaldelijk betrekking op de beschrijving van die situatie ter plaatse. De anonieme meldingen zijn, evenals de netmeting door Enexis, aangehaald om aan te geven dat het binnentreden van politieambtenaren in de woning van verzoeker naar aanleiding daarvan heeft plaatsgevonden. Ook met weglating van de anonieme meldingen, kan de overweging van het Hof de verwerping van het Meer en Vaart-verweer als zijnde ongeloofwaardig zelfstandig dragen, zeker als daar de netmeting door Enexis (bewijsmiddel 3) nog bijkomt. Aldus bezien mist de klacht feitelijke grondslag.

14. Het middel faalt in beide onderdelen.

15. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

16. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Ik begrijp: zonder hennepplanten.

2 Voor de volledigheid wijs ik erop dat het Hof het bewezenverklaarde feit 1 niet heeft gekwalificeerd als “meermalen gepleegd”.

3 In de toelichting op het middel wordt daarbij verwezen naar HR 23 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA5851, NJ 2008/69 en HR 23 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA5858, NJ 2008/70.