Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2015:2515

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
10-11-2015
Datum publicatie
19-01-2016
Zaaknummer
14/00270
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2016:80, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Ontbrekende pleitnota. De ttz. in h.b. overgelegde pleitnota ontbreekt bij de aan de HR toegezonden stukken. N.a.v. een door de raadsman ex art. IV.3 Procesreglement van de Strafkamer van de Hoge Raad 2008 gedaan verzoek is bij het Hof nadere informatie ingewonnen. Op grond daarvan moet worden aangenomen dat die pleitnota niet meer beschikbaar zal komen. Nu bedoelde pleitnota ontbreekt, valt niet na te gaan of ttz. verweren zijn gevoerd dan wel of aldaar uos-en naar voren zijn gebracht. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het, nu het onherstelbaar is, nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 14/00270

Zitting: 10 november 2015

Mr. A.E. Harteveld

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het Gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 16 december 2013 de verdachte ter zake van "1. Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en 2. Medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie", veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 18 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Voorts heeft het Hof beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen, een en ander als in het arrest vermeld.

2. Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Namens de verdachte heeft mr. B. Kizilocak middelen van cassatie voorgesteld.

3. Het eerste middel klaagt dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 2 december 2013 nietig is, aangezien de door de raadsman bij die gelegenheid aan het Hof overgelegde pleitnota zich niet (meer) bij de stukken bevindt.

4. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 2 december 2013 is aldaar door de raadsman van de verdachte het woord tot verdediging gevoerd aan de hand van zijn pleitnota die door hem aan het Hof is overgelegd.

5. De in dit proces-verbaal vermelde pleitnota ontbreekt bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken. Overeenkomstig het Procesreglement heeft de raadsman van de verdachte bij faxbericht van 16 februari 2015 tijdig aan de Rolraadsheer verzocht alsnog in het bezit te worden gesteld van een afschrift van deze pleitnota. Desgevraagd heeft de griffier van het Hof bij brief van 20 februari 2015 de Hoge Raad bericht dat deze pleitnota niet op het Hof is achtergebleven.

6. Gelet hierop valt niet na te gaan of ter terechtzitting verweren zijn gevoerd of uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het, nu het blijkens bij het Hof ingewonnen informatie onherstelbaar is, nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt. Het middel is derhalve terecht voorgesteld.

7. Nu het eerste middel slaagt kan het tweede middel onbesproken blijven.

8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG