Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2015:2474

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
03-11-2015
Datum publicatie
05-01-2016
Zaaknummer
15/00689
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2016:15, Contrair
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Art. 14d.2 Sr. Het verzuim Reclassering Nederland opdracht te geven toezicht te houden en begeleiding te bieden, betreft een onmiddellijk kenbare fout die zich voor eenvoudig herstel leent door de rechter(s) die op de zaak heeft/hebben gezeten overeenkomstig hetgeen de HR heeft beslist in ECLI:NL:HR:2010:BJ7243 en ECLI:NL:HR:2012:BW1478. Maar ook indien zodanige herstelbeslissing achterwege blijft, bestaat in een geval als i.c. bij een cassatieberoep, inhoudende de klacht dat het Hof heeft verzuimd Reclassering Nederland de bedoelde opdracht te geven toezicht te houden, onvoldoende rechtens te respecteren belang. Er is in zo een geval immers sprake van een voor een ieder evidente vergissing op grond waarvan die uitspraak verbeterd moet worden gelezen en het ervoor moet worden gehouden dat aan Reclassering Nederland de opdracht is gegeven om het toezicht op de naleving van de bijzondere voorwaarden en de begeleiding van de veroordeelde op zich te nemen. De HR verklaart – gezien art. 80a RO – het beroep in cassatie n-o.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
M. van Kuilenburg annotatie in JIN 2016/42
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 15/00689

Zitting: 3 november 2015 (bij vervroeging)

Mr. Vellinga

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Verdachte is door het Gerechtshof te Den Haag wegens 1 “diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak” en 2 “poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden waarvan twee maanden voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden als in het arrest beschreven.

2. Namens verdachte heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, twee middelen van cassatie voorgesteld.

3. Het eerste middel klaagt dat het Hof ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde heeft volstaan met een opgave van bewijsmiddelen als bedoeld in art. 359 lid 3 Sv, hoewel de verdachte het onder 2 bewezenverklaarde niet heeft bekend voor zover dat inhoudt dat verdachte bij de Daihatsu Cuore het slot van het portier daadwerkelijk heeft geforceerd.

4. Verdachte heeft ter terechtzitting van het Hof onder meer verklaard1:

Ik weet nog dat ik bij de Daihatsu Cuore en de Fiat Punto heb geprobeerd in te breken (het hof begrijpt: respectievelijk de Daihatsu Cuore met kenteken [001] en de Fiat Punto met kenteken [002] zoals die onder 2 zijn ten laste gelegd).”

5. Zonder nadere toelichting, die in de schriftuur niet is gegeven, valt derhalve niet in te zien welk rechtens te respecteren belang verdachte heeft bij het alsnog weergeven van de inhoud van de bewijsmiddelen waarvan de korte inhoud hem ter terechtzitting in hoger beroep is voorgehouden.

6. Het middel kan derhalve buiten bespreking blijven.

7. Het tweede middel houdt in dat het Hof heeft verzuimd te bepalen dat het toezicht op de naleving van de bijzondere voorwaarden wordt opgedragen aan een reclasseringsinstelling en deze wordt opgedragen de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

8. Gelet op de aan de voorwaardelijke veroordeling verbonden bijzondere voorwaarden heeft het Hof kennelijk Reclassering Nederland opdracht willen geven het in art. 14d, tweede lid, Sr bedoelde toezicht te houden en de daar bedoelde begeleiding te bieden, maar heeft het verzuimd deze opdracht in het dictum van de bestreden uitspraak op te nemen. De Hoge Raad kan deze misslag herstellen door te verstaan dat het Hof Reclassering Nederland deze opdracht heeft gegeven.2

9. Het middel is terecht voorgedragen maar kan niet tot cassatie leiden.

10. Overigens zou ik mij kunnen voorstellen dat een gebrek als het onderhavige zich als kennelijke misslag leent voor herstel door het Hof en een klacht als de onderhavige kan worden afgedaan op de voet van art. 80a RO. Het gaat hier immers om een verzuim dat van minder ingrijpende aard is dan het verzuim de in art. 27 Sr bedoelde aftrek toe te passen, een verzuim dat zich volgens HR 11 september 2012, ECLI:NL:HR:BX0132, rov. 2.2.3 leent voor toepassing van art. 80a RO.

11. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.

12. Deze conclusie strekt er toe dat de Hoge Raad verstaat dat het Hof Reclassering Nederland opdracht heeft gegeven toezicht te houden op de naleving van de in de bestreden uitspraak omschreven voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden, alsmede tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep, p. 2.

2 Vgl. HR 16 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2750.