Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2015:2461

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
03-11-2015
Datum publicatie
23-12-2015
Zaaknummer
14/06584
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2015:3713, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Betekeningsperikelen. Rechtsgeldige betekening appeldagvaarding? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2002:AD5163 m.b.t. het feit dat aan een cassatieklacht over de betekening van een dagvaarding slechts gegevens ten grondslag kunnen worden gelegd die blijken uit de stukken van het geding of die als vaststaand kunnen worden aangenomen op grond van eerst in cassatie overgelegde bescheidden, aan de herkomst en betrouwbaarheid waarvan in redelijkheid niet kan worden getwijfeld. I.c. is in cassatie gesteld dat de dagvaarding in h.b. niet aan verdachte i.p. is uitgereikt en dat hij niet degene is geweest die de akte van uitreiking heeft ondertekend. Gelet op de ID-staat SKDB waarin is vermeld dat het paspoortnummer van verdachte X is en een overgelegde kopie van een t.n.v. verdachte gesteld en van een handtekening voorzien paspoort met nummer X, welk paspoortnummer en welke handtekening niet overeenkomen met het paspoortnummer en de handtekening op de akte van uitreiking van de appeldagvaarding, is het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel van het Hof dat de appeldagvaarding rechtsgeldig is betekend niet naar de eis der wet met redenen omkleed. De HR verklaart om doelmatigheidsredenen de appeldagvaarding nietig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 14/06584

Zitting: 3 november 2015

Mr. T.N.B.M. Spronken

Conclusie inzake:

[verdachte]

  1. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft bij arrest van 21 november 2014 het vonnis van de Rechtbank Midden-Nederland bevestigd, waarbij de verdachte wegens “opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen”, is veroordeeld tot een geldboete van € 750,-, subsidiair vijftien dagen hechtenis, waarvan € 500,-, subsidiair tien dagen hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

  2. Mr. M.Th.M. Zumpolle, advocaat te Utrecht, heeft namens verdachte één middel van cassatie voorgesteld.

  3. Het middel behelst de klacht dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, heeft geoordeeld dat de oproeping in hoger beroep rechtsgeldig is betekend.

  4. Het hof heeft tegen de op de terechtzitting in hoger beroep op 7 november 2014 niet verschenen verdachte verstek verleend. De daar wel verschenen raadsman verklaarde niet uitdrukkelijk door de verdachte te zijn gemachtigd en heeft verzocht de behandeling van de zaak aan te houden en te bekijken of de dagvaarding in hoger beroep op de juiste wijze is betekend. Daarop heeft het Hof het volgende overwogen:

“Na gehouden beraad deelt de voorzitter als beslissing van het hof mede dat een afweging dient plaats te vinden tussen het recht van verdachte om bij de behandeling van zijn rechtszaak aanwezig te zijn enerzijds en het belang van een voortvarende rechtspleging en de belangen van de organisatie van het gerecht anderzijds. Nu de dagvaarding in hoger beroep in persoon aan verdachte is uitgereikt en verdachte kennelijk geen contact heeft gezocht met zijn raadsman dient het belang van een voortvarende rechtspleging te prevaleren. Het aanhoudingsverzoek van de raadsman wordt daarom afgewezen.

Op vordering van de advocaat-generaal verleent het hof verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan.”

5. In de toelichting op het middel wordt gesteld dat de verdachte in de periode van september 2014 tot omstreeks 18 november 2014 in Egypte verbleef en het daarom niet mogelijk is dat de dagvaarding in hoger beroep in Nederland in persoon is uitgereikt. Bij de stukken van het geding bevindt zich een naar het GBA-adres van de verdachte ([woonplaats]) gezonden akte van uitreiking van de dagvaarding in hoger beroep, welke niet is uitgereikt en is teruggezonden naar de afzender. Daarnaast bevatten de stukken van het geding een akte van uitreiking van de dagvaarding in hoger beroep op het adres [a-straat 1] te Utrecht, de laatst opgegeven woon- of verblijfplaats van de verdachte waar hij naar eigen zeggen sinds 2011 niet meer woont, die op 3 oktober 2014 is uitgereikt aan ‘de geadresseerde in persoon’ waarbij onder "Handtekening voor ontvangst" een handtekening is geplaatst en een paspoortnummer ([001]) is vermeld.

6. Vooropgesteld moet worden dat aan een cassatieklacht over de betekening van een dagvaarding of oproeping slechts gegevens ten grondslag kunnen worden gelegd die blijken uit de stukken van het geding of die als vaststaand kunnen worden aangenomen op grond van eerst in cassatie overgelegde bescheiden, aan de herkomst en betrouwbaarheid waarvan in redelijkheid niet kan worden getwijfeld (vgl. HR 12 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5163, NJ 2002/317).

7. Namens de verdachte is in cassatie gesteld dat de dagvaarding in hoger beroep niet aan hem in persoon is uitgereikt en dat hij niet degene is geweest die de akte van uitreiking heeft ondertekend. Daartoe is een kopie van een ten name van de verdachte gesteld, op 11 november 2009 afgegeven paspoort overgelegd. Het paspoortnummer van de verdachte ([002]) komt, evenals de op dit paspoort geplaatste handtekening niet overeen met het paspoortnummer en de handtekening op de akte van uitreiking van 3 oktober 2014 van de dagvaarding van verdachte in hoger beroep.

8. Gelet op het voorgaande acht ik het aannemelijk dat het niet de verdachte is geweest die op 3 oktober 2014 heeft getekend voor ontvangst van de dagvaarding in hoger beroep en dat deze derhalve niet in persoon is uitgereikt aan de verdachte. Dit brengt mee dat deze oproeping niet geldig is betekend.

9. Het middel slaagt.

10. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

11. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot nietigverklaring van de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG