Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2015:2444

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
03-11-2015
Datum publicatie
23-12-2015
Zaaknummer
14/01887
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2015:3686, Contrair
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Verstek. Aanwezigheidsrecht. Het kantooradres van een advocaat dat is vermeld in de akte rechtsmiddel of de door hem verstrekte schriftelijke bijz. volmacht tot het instellen van een rechtsmiddel is niet een opgave van een adres a.b.i. art. 588a.1 onder c Sv, behoudens in een verstekzaak waarin de dagvaarding op de voet van art. 588.1 sub b onder 3° Sv ter griffie is uitgereikt om reden dat verdachte niet is ingeschreven in een GBA/BPR en niet is gedetineerd in NL, noch een feitelijke woon- of verblijfplaats van hem in NL of een adres in het buitenland bekend is. Nu bedoeld specifiek geval zich i.c. niet voordoet geeft ’s Hofs kennelijke oordeel dat de vermelding van het kantooradres van mr. X in de bijzondere schriftelijke volmacht niet kan gelden als de opgave van een adres i.d.z.v. art. 588a.1 onder c Sv niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 14/01887

Mr. Machielse

Zitting 3 november 2015

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Op 10 januari 2014 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch het hoger beroep van verdachte niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte niet binnen veertien dagen na het instellen van het hoger beroep een schriftuur met grieven heeft ingediend, noch mondeling bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven.

2. Verdachte heeft cassatie doen instellen en mr. L.E.G. van der Hut, advocaat te 's-Gravenhage, heeft een schriftuur ingezonden, houdende twee middelen van cassatie.

3.1. Het eerste middel klaagt dat het hof ten onrechte de zaak heeft afgedaan omdat artikel 588a lid 1 onder c Sv is geschonden.

3.2. Het hoger beroep is ingesteld door een advocaat middels een bijzondere schriftelijke volmacht aan de griffie van de rechtbank. In de volmacht schrijft de advocaat dat het afschrift van de appeldagvaarding kan worden gezonden naar het adres [b-straat 1], [plaats].1 De appeldagvaarding is uitgereikt overeenkomstig het bepaalde in artikel 588, lid 3 onder c, Sv.

3.3. De vermelding in de schriftelijke volmacht van het adres van de raadsman van de verdachte, [b-straat 1], [plaats], kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als de opgave van een adres in de zin van artikel 588a, eerste lid aanhef en onder c, Sv waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden. Uit de stukken van het geding kan niet blijken dat een afschrift van de appeldagvaarding aan dit adres is toegezonden, zodat ervan moet worden uitgegaan dat dit niet is geschied. Evenmin houden de stukken iets in waaruit kan volgen dat die verzending ingevolge het derde lid van artikel 588a Sv achterwege kon blijven. Daarom had het hof ervan blijk moeten geven te hebben onderzocht of er reden was het onderzoek ter terechtzitting te schorsen teneinde verdachte in de gelegenheid te stellen alsnog bij het onderzoek op de terechtzitting tegenwoordig te zijn. Van een zodanig onderzoek blijkt niet. Dat verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep en de naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak.2

Het eerste middel is gegrond.

4.1. Het tweede middel3 klaagt over schending van de redelijke termijn in de cassatiefase, omdat het dossier, nadat op de 9 april 2014 cassatie is ingesteld, eerst op 27 maart 2015 ter griffie van de Hoge Raad is ontvangen.

4.2. Dit middel behoeft geen bespreking omdat het hof, dat na vernietiging van het bestreden arrest de zaak opnieuw zal hebben te beoordelen, bij een eventuele strafoplegging met de schending van de redelijke termijn in de cassatiefase rekening zal dienen te houden.

5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

1 In de cassatieschriftuur is ten onrechte sprake van het adres [b-straat 1], [plaats].

2 HR 3 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1569.

3 In de schriftuur aangeduid als "MIDDEL III".