Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2015:2381

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
22-09-2015
Datum publicatie
22-12-2015
Zaaknummer
13/05151
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2015:3708, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

HR: art. 80a RO

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 13/05151

Zitting: 22 september 2015

Mr. Aben

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het gerechtshof te Den Haag heeft bij arrest van 14 oktober 2013 de verdachte ter zake van 1. “deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven”, 2. “medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd” en 3. “medeplegen van opzetheling, meermalen gepleegd”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft het hof de vorderingen van een aantal van de benadeelde partijen (gedeeltelijk) toegewezen en aan de verdachte schadevergoedingsmaatregelen opgelegd, een en ander als vermeld in het bestreden arrest.

2. Deze zaak hangt samen met de zaken met zaaknummers 13/05011 en 13/05512. In alle zaken zal ik vandaag concluderen.

3. Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld en heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur één middel van cassatie voorgesteld.

4. Het middel klaagt dat de artikelen 416 Sr, 359 en 415 Sv zijn geschonden, nu de onder 4 (bedoeld zal zijn 3, DA) bewezenverklaarde opzetheling betrekking heeft op auto’s die de verdachte zelf door misdrijf, te weten het deelnemen aan een organisatie als bedoeld in art. 140 Sr, heeft verkregen.

5. Aan de verdachte is, voor zover van belang, tenlastegelegd dat:

“1.

hij in of omstreeks de periode van 21 juli 2009 tot en met 11 oktober 2010 in Rotterdam en/of Staphorst en/of Wassenaar en/of Zwolle en/of Horst aan de Maas en/of Breda en/of Oudenbosch en/of Achterberg, gemeente Rhenen, en/of Vaassen en/of Joure, gemeente Skarsterlan, en/of Staphorst en/of 's Heer Arendskerke, gemeente Goes, en/of Breda en/of Oudenbosch en/of Oosterhout en/of Achterberg en/of Vaassen, gemeente Epe, en/of Schiedam en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit hem, verdachte en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk

- het tezamen en in vereniging met een of meer anderen plegen van diefstallen als bedoeld in artikel 310 in combinatie met 311 wetboek van strafrecht en/of

- het tezamen en in vereniging met een of meer anderen plegen van opzetheling als bedoeld in artikel 416/1/A wetboek van strafrecht en/of

- het tezamen en in vereniging met een of meer anderen plegen van oplichting als bedoeld in artikel 326 wetboek van strafrecht en/of bedrog als bedoeld in artikel 329 wetboek van strafrecht

- het tezamen en in vereniging met een of meer anderen plegen van valsheid in geschrifte en/of het gebruik maken van valse en/of vervalste geschriften als bedoeld in artikel 225 lid 1 en/of 225 lid 2 wetboek van strafrecht en/of

- het tezamen en in vereniging met een of meer anderen aanbrengen van valse kentekenplaten, als bedoeld in artikel 219 van het Wetboek van Strafrecht, en/of

- het tezamen en in vereniging met een of meer anderen witwassen van geld en/of auto's en/of andere goederen en/althans voorwerpen als bedoeld in artikel 420bis lid 1 wetboek van strafrecht, althans het plegen van misdrijven;

(…)

3.

hij in of omstreeks de periode van 21 juli 2009 tot en met 11 oktober 2010 te Rotterdam en/of Staphorst en/of Wassenaar en/of Zwolle en/of Horst aan de Maas en/of Breda en/of Oudenbosch en/of Achterberg, gemeente Rhenen, en/of Vaassen en/of Joure, gemeente Skarsterlan, en/of 's Heer Arendskerke, gemeente Goes, en/of Breda en/of Oudenbosch en/of Oosterhout en/of Achterberg en/of Vaassen, gemeente Epe, en/of Schiedam en/of Krimpen aan den IJssel en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, op verschillende tijdstippen, in elk geval eenmaal,

A. (telkens) een of meer auto('s), te weten een

- Volkswagen Caddy, origineel kenteken [015] , vals kenteken [016] en/of

- Peugeot 207, origineel kenteken [017] , vals kenteken [018]

- Volkswagen Golf, origineel kenteken [019] , vals kenteken [020] en/of

- BMW 318i, origineel kenteken [005] , vals kenteken [006] en/of

- Volkswagen Transporter, origineel kenteken [001] , vals kenteken [002] , en/of

- Seat Leon, origineel kenteken [021] , vals kenteken [022] en/of

- Volkswagen Golf, origineel kenteken [003] , vals kenteken [004] en/of

- Volkswagen Golf, origineel kenteken [023] , vals kenteken [024] heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde auto('s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs had had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf, te weten diefstal, althans door enig (ander) misdrijf, verkregen goed(eren) betrof

en/of

B. met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer auto('s), te weten een

- Volkswagen Golf, origineel kenteken [019] , vals kenteken [020] en/of

- Volkswagen Golf, origineel kenteken [003] , vals kenteken [004] ,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [betrokkene 5] en/of [betrokkene 7] en/of [betrokkene 8] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.”

6. Daarvan heeft het hof bewezenverklaard dat:

“1.

hij in de periode van 21 juli 2009 tot en met 11 oktober 2010 in Rotterdam en Schiedam en elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit hem, verdachte en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk

- het tezamen en in vereniging met een of meer anderen plegen van opzetheling als: bedoeld in artikel 416/1/A Wetboek van strafrecht en

- het tezamen en in vereniging met een of meer anderen plegen van oplichting als bedoeld in artikel 326 Wetboek van strafrecht en/of bedrog als bedoeld in artikel 329 Wetboek van Strafrecht en

- het tezamen en in vereniging met een of meer anderen plegen van valsheid in geschrifte en het gebruik maken van valse en/of vervalste geschriften als bedoeld in artikel 225 lid 1 en 225 lid 2 Wetboek van strafrecht en

- het tezamen en in vereniging met een of meer anderen aanbrengen van valse kentekenplaten, als bedoeld in artikel 219 van het Wetboek van Strafrecht, en

- het tezamen en in vereniging met een of meer anderen witwassen van auto's als bedoeld in artikel 420bis lid 1 Wetboek van strafrecht

(…)

3.

hij in de periode van 21 juli 2009 tot en met 11 oktober 2010 te Rotterdam en Schiedam en elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, op verschillende tijdstippen,

A. telkens een auto, te weten een

- Volkswagen Caddy, origineel kenteken [015] , vals kenteken [016] en

- Peugeot 207, origineel kenteken [017] , vals kenteken [018] en

- Volkswagen Golf, origineel kenteken [019] , vals kenteken [020] en

- BMW 318i, origineel kenteken [005] , vals kenteken [006] en

- Volkswagen Transporter, origineel kenteken [001] , vals kenteken [002] , en

- Seat Leon, origineel kenteken [021] , vals kenteken [022] en

- Volkswagen Golf, origineel kenteken [003] , vals kenteken [004] en

- Volkswagen Golf, origineel kenteken [023] , vals kenteken [024] voorhanden heeft gehad terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van het voorhanden krijgen van voornoemde auto's telkens wisten dat het een door misdrijf, te weten diefstal, verkregen goed betrof”

7. Het middel beroept zich op de rechtsregel dat indien uit het onderzoek ter terechtzitting aannemelijk wordt dat de helingshandeling is begaan ten aanzien van een voorwerp dat diegene zelf door enig misdrijf heeft verkregen, een veroordeling ter zake van heling uitgesloten is.1

8. Aan de verdachte is onder 1 tenlastegelegd – voor zover hier van belang en kort gezegd - deelneming aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het plegen van diefstallen. Dit oogmerk heeft het hof niet bewezenverklaard. Wel bewezenverklaard zijn de eveneens tenlastegelegde oogmerken tot het plegen van opzetheling, het plegen van oplichting, het plegen van valsheid in geschrifte, het aanbrengen van valse kentekenplaten en het witwassen van auto’s. Ten laste van de verdachte is onder 3 bewezenverklaard – kort gezegd – het medeplegen van opzetheling van een aantal in de bewezenverklaring nader aangeduide auto’s. Specifieker houdt deze bewezenverklaring in dat de verdachte deze auto’s voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededaders ten tijde van het voorhanden krijgen van deze auto’s wisten dat het door diefstal (cursivering DA) verkregen goederen betrof.

9. De voorwerpen ten aanzien waarvan verdachte is veroordeeld voor opzetheling zijn zoals gezegd door diefstal verkregen. Uit het onder 1 bewezenverklaarde feit volgt niet dat verdachte de auto’s zelf door diefstal heeft verkregen. Integendeel; het hof heeft de verdachte vrijgesproken voor het deelnemen aan een criminele organisatie voor zover die het oogmerk had om tezamen en in vereniging met een of meer anderen diefstal te plegen. Ten overvloede merk ik op dat ook de inhoud van het bestreden arrest en de inhoud van de door het hof gebezigde bewijsmiddelen “niet tot de gevolgtrekking dwingt dat het de verdachte zelf is geweest die de auto’s door diefstal (door twee of meer verenigde personen) heeft verkregen.”2

10. Anders dan de steller van het middel (kennelijk) meent, volgt uit de bewijsvoering van het hof derhalve niet dat de onder 3 bewezenverklaarde opzetheling betrekking heeft op auto’s die de verdachte zelf door misdrijf, te weten het deelnemen aan een organisatie als bedoeld in art. 140 Sr, heeft verkregen.

11. Het middel lijkt voorts een andere klacht te bevatten. De steller van het middel meent namelijk dat de veroordeling wegens deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in art. 140 Sr, welke organisatie onder meer het oogmerk heeft het plegen van opzetheling, in casu in de weg staat aan een veroordeling wegens opzetheling, nu verdachte aan het criminele oogmerk van de organisatie een wezenlijke bijdrage heeft geleverd. Onder deze omstandigheden zou van een “dusdanige vereenzelviging van deelneming aan de betrokken criminele organisatie en de opzetheling sprake zijn, dat een gecombineerde bewezenverklaring als een vorm van “ne bis in idem” moet worden afgewezen.”

12. De steller van het middel miskent hiermee dat het verbod op ‘bis in idem’, zoals neergelegd in art. 68 Sr, niet van toepassing is op gevallen van gelijktijdige berechting. Het zijn de samenloopbepalingen van art. 55 Sr e.v. die voorzien in de normering van de door de steller van het middel geschetste kwestie. Dat heeft het hof ook onder ogen gezien. Hij heeft de samenval van een vervolging van - kort gezegd - heling en deelneming aan een criminele organisatie in casu aangemerkt als een geval van meerdaadse samenloop. Het hof heeft immers blijkens de in het bestreden arrest opgenomen “toepasselijke wettelijke voorschriften” art. 57 Sr toegepast. Het middel faalt ook in zoverre.

13. Het beroep leent zich voor toepassing van art. 80a RO.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,

AG

1 Vgl. HR 30 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD5149, NJ 2002/128 en HR 11 december 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB4849, NJ 2008/438, m.nt. Mevis.

2 Vgl. HR 11 december 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB4849, NJ 2008/438, m.nt. Mevis.