Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2015:2191

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
22-09-2015
Datum publicatie
28-10-2015
Zaaknummer
14/05069
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2015:3165, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Slagende bewijsklacht medeplegen. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2014:3474. Het Hof heeft voor zijn oordeel dat sprake is van het “medeplegen” van doodslag op X en Y in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte, nadat tussen X en de groep waarmee verdachte was, een vechtpartij was ontstaan, op verzoek van “Bo” diens vuurwapen uit zijn (verdachtes) auto heeft gehaald en aan Bo heeft gegeven, waarna Bo X en Y met dat vuurwapen heeft gedood. Deze omstandigheden zijn evenwel niet zonder meer voldoende om te kunnen aannemen dat verdachte de doodslag op een of beide heeft medegepleegd. Ook overigens kan het medeplegen niet uit de bewijsvoering worden afgeleid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 14/05069

Zitting: 22 september 2015

Mr. T.N.B.M. Spronken

Conclusie inzake:

[verdachte]

  1. Verdachte is bij vonnis van 17 september 2014 door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, wegens twee keer het medeplegen van doodslag, veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien jaren, met aftrek van het voorarrest. Het hof heeft tevens beslist over de inbeslaggenomen voorwerpen.

  2. Mr. C. Reijntjes-Wendenburg, advocaat te Maastricht, heeft namens verdachte twee middelen van cassatie voorgesteld.

  3. Het eerste middel bevat de klacht dat de bewezenverklaring van het bestanddeel ‘tezamen en in vereniging’ in het onder 1. en 2. bewezenverklaarde telkens onvoldoende steun vindt in de bewijsmiddelen, althans dat de bewezenverklaring van dat bestanddeel telkens ontoereikend is gemotiveerd.

  4. Het hof heeft ten laste van de verdachte bewezenverklaard:

1.

“dat hij, op 9 december 2012 te Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft zijn mededader opzettelijk met een vuurwapen meerdere kogels afgevuurd op [slachtoffer 1] , tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden;”

2.

“dat hij op 9 december 2012 te Sint maarten, tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven heeft beroofd, immers heeft zijn mededader opzettelijk met veel kracht met een vuurwapen meermalen tegen het hoofd van [slachtoffer 2] geslagen, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 2] is overleden.”

5. Aan het onder 1. en 2. bewezenverklaarde heeft het hof de volgende bewijsmiddelen ten grondslag gelegd (AG: nummering is mijn toevoeging):

“1. Een proces-verbaal van bevindingen (dossier Bevindingen en Ambtshandeling, bijlage 2), in de wettelijke vorm opgemaakt en op 9 december 2012 gesloten en getekend door [verbalisant 1] , buitengewoon agent van politie bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende de verklaring van voornoemde verbalisant, kort samengevat en zakelijk weergegeven:

“Op 9 december 2012 omstreeks 5.20 uur kwamen agenten [verbalisant 2] , [verbalisant 3] en ik ter plaatse bij nachtclub Daikiri te Sint Maarten. Brigadier [verbalisant 4] vertelde mij dat twee mannen neergeschoten waren en waarschijnlijk dood waren. Ik hoorde dat zij zei dat een man dood in een auto lag. Zij wees naar een zwarte personenauto van het merk Hyundai Sonata. Tevens hoorde ik dat zij zei dat het tweede slachtoffer op de straat lag. Zij wees hierbij naar een man die op de grond lag. Ik ben naar het slachtoffer in de auto gerend. Ik zag dat de man een gat in zijn hoofd had en bloed op zijn hoofd en kleren had. Ik zag dat de man niet meer ademde. Nadien ben ik naar het tweede slachtoffer gegaan. Ik zag dat ook hij een gat in zijn hoofd had. Ik zag dat de man wat schudde met zijn lichaam, maar hoorde dat hij niet op aanspreken reageerde. Omstreeks 05.24 uur kwam de ambulance ter plaatse. Op 05.26 uur verliet de ambulance de plaats delict met het slachtoffer dat daarvoor op de straat lag. Omstreeks 05.41 uur was de ambulance terug op de plaats delict. De verpleegkundigen zeiden dat de man in de auto overleden was en dat zij hem in de auto hadden laten liggen.”

2. Een proces-verbaal van bevindingen (dossier Technische Opsporings en Herkenningsdienst), in de wettelijke vorm opgemaakt en op 8 januari 2013 gesloten en getekend door [verbalisant 5] en [verbalisant 6] , respectievelijk brigadier en buitengewoon opsporingsambtenaar bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende de verklaring van voornoemde verbalisanten, kort samengevat en zakelijk weergegeven:

“Op zondag 9 december 2012 omstreeks 06.00 uur gingen wij naar de A. Th. Illidge road ter hoogte van de nachtclub Son Latino. Op een afstand tussen negenendertig en veertig meter, gemeten vanaf de linker balustrade van Son Latino troffen wij de volgende sporen aan: een bloedplas en een huls van het kaliber.38 special type Federal (SVO-nr. 479-T7). Volgens informatie van collega's heeft het slachtoffer dat naar het Sint Maarten Medical Centre is afgevoerd op de plek gelegen waar de bloedplas lag. Op een afstand van vijfenveertig meter gemeten vanaf de linker balustrade van Son Latino stond links van het wegdek de personenauto, Hyundai Sonata, kenteken [AA-00-BB] , kleur zwart, waarin het lichaam van een man lag. Later in het onderzoek bleek het slachtoffer dat in de personenauto lag genaamd te zijn [slachtoffer 1] , geboren [geboortedatum] 1987. Diezelfde dag ontvingen wij het bericht dat het tweede slachtoffer in het Sint Maarten Medical Centre was overleden. Dit slachtoffer bleek later in het onderzoek genaamd te zijn: [slachtoffer 2] , geboren [geboortedatum] 1991. Tijdens de sectie op het lichaam van [slachtoffer 1] zijn twee kogels uit het hoofd van [slachtoffer 1] veiliggesteld. Veiliggestelde stukken van overtuiging: SVO-nr. 479-T7, SIN-nr AADU4290NL, waarmerking: een koperkleurige huls met bodemstempel ".38 Federal Special"; SVO-nr. 479-T43, SIN-nr AADV7503NL, waarmerking: kogel uit het hoofd van het slachtoffer [slachtoffer 1] ; SVO- nr. 479-T44, SIN-nr AADV7511NL, waarmerking: kogel uit het hoofd van het slachtoffer [slachtoffer 1] .”

3. Het verslag houdende een in- en uitwendige schouwing verricht op het lichaam van [slachtoffer 1] , geboren [geboortedatum] 1987, teneinde na te gaan de oorzaak van diens dood (dossier Technische Opsporings en Herkenningsdienst), opgemaakt door patholoog J.A. van Raalte, voor zover inhoudende, kort samengevat en zakelijk weergegeven:

“ [slachtoffer 1] is overleden aan de gevolgen van een schotwond aan de linker zijde van het hoofd waarbij de kogel een opvallend groot botdefect veroorzaakte aan het schedelbot en teruggevonden werd in het midden tussen beide hersenhelften, deze verwonding heeft tot de dood geleid. Een tweede inschot in de buitenzijde van de linker wenkbrauw onder de huid van het linker bovenooglid en werd teruggevonden in de benige delen van het neustussenschot tussen beide ogen.”

4. Het verslag houdende een in- en uitwendige schouwing verricht op het lichaam van [slachtoffer 2] , geboren [geboortedatum] 1991, teneinde na te gaan de oorzaak van diens dood (dossier Technische Opsporings en Herkenningsdienst), opgemaakt door patholoog J.A. van Raalte, voor zover inhoudende, kort samengevat en zakelijk weergegeven:

" [slachtoffer 2] is overleden aan de gevolgen van een trauma aan het hoofd. Rechts van het midden en op de hoogte tussen beide bovenkanten van de oren is de schedel geraakt. Er is daar een grote driehoekige wond ontstaan met iets meer naar het midden van het achterhoofd een tweede scheur en heeft uitgebreid over 6 cm daar terplaatse botbreuken in de schedel veroorzaakt en de binnenzijde van het gehoor gebroken, maar er waren geen hersenbeschadigingen die verklaard zouden kunnen worden door een eventuele kogel verwonding. De verwonding heeft echter tot zwelling van de hersenen geleid en door druk van de kleine hersenen in het achterhoofds gat zijn dood veroorzaakt. De rechterzijde van de kleine hersenen toonden een daarbij passende beschadiging. Een zeer goede mogelijkheid is dat de grote stervormige wond niet ontstaan is door een afketsende kogel maar door een toegebrachte slag."

5. Een proces-verbaal van technisch onderzoek (dossier Technische Opsporings en Herkenningsdienst), in de wettelijke vorm opgemaakt en op 17 december 2012 gesloten en getekend door [verbalisant 5] en [verbalisant 6] , respectievelijk brigadier en buitengewoon opsporingsambtenaar bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende de bevindingen van voornoemde verbalisanten, kort samengevat en zakelijk weergegeven:

“Wij, verbalisanten, hebben een onderzoek verricht naar de kogelbanen en de mogelijk achtergebleven kogels in de Hyundai Sonata voorzien van kenteken [AA-00-BB] . Wij hebben drie kogels aangetroffen en drie kogelbanen gereconstrueerd. Spoornummer 479- T16, SIN-nr AADR2365NL, waarmerking: kogel uit rechter bijrijdersportier; Spoornummer 479-T17, SIN-nr AADV7530NL, waarmerking: kogel uit rechter bijrijdersportier.”

6. Een verslag houdende een munitieonderzoek naar aanleiding van een schietincident in Sint Maarten op 9 december 2012 (dossier Technische Opsporings en Herkenningsdienst), opgemaakt en op 27 februari 2013 getekend door [verbalisant 7] , voor zover inhoudende de bevindingen van voornoemde rapporteur, kort samengevat en zakelijk weergegeven:

De huls AAA044290NL (het Hof begrijpt: AADU4290NL) is van het kaliber .38 Special. De vier kogels AADV7503NL, -11NL, -30NL en AADR2365NL passen het best bij het kaliber .38 Special.

Het is zeer veel waarschijnlijker dat de kogels AADV7503NL, -11NL, -30NL en AADR2365NL zijn afgevuurd uit een en dezelfde loop dan dat de kogels zijn afgevuurd uit meerdere lopen van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken.

De huls AADU4290NL is vermoedelijk verschoten met een revolver. De afvuursporen in de vier kogels AADV7503NL, -11NL, -30NL en AADR2365NL passen bij revolvers van het merk Colt.”

7. Een proces-verbaal van vierde verhoor verdachte [verdachte] (Persoonsdossier verdachte [verdachte] , bijlage 12), in de wettelijke vorm opgemaakt en op 28 december 2012 gesloten en getekend door [verbalisant 8] en [verbalisant 9] , respectievelijk brigadier en buitengewoon agent van politie bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte, kort samengevat en zakelijk weergegeven:

Noot verbalisanten: Wij tonen [verdachte] de foto's welke ook bij zijn 3e verklaring werden getoond. (Het Hof stelt vast dat het een collectie van 11 foto's betreft.)

“Photo 2: That's a picture of [betrokkene 1] and me. [betrokkene 1] is wearing a red shirt. [betrokkene 1] with the red shirt was the loose cannon that night (het Hof begrijpt: op 9 december 2012 in nachtclub Son Latino te Sint Maarten). He was very wild. I believe he was in trouble with someone and he told me to go and look for the "thing", meaning the gun. This was before the fight started. I went to the car and I took out a black old revolver from the handrest of the car. I know that it was a revolver because it had a barrel. It is possible that from the distance from the car to the entrance of Francis Bar that people could've seen me with the gun in my hand. [betrokkene 1] walked up to me and took the gun from my hands. I just let it loose and he took it. He disappeared. I heard gunshot by a glass shattering. That gunshot was followed with two to three more shots. To what I saw, it was that [betrokkene 1] was in the middle of the road shooting at a dark colored car. At this same point, I saw that this car reversed and hit up in a drive way of a building on the other side of the road. I saw then that this car came to a full stop. I saw people running and screaming everywhere. [betrokkene 1] hit another guy with the butt of the gun he was holding. I saw that he hit this guy several times to the head. I saw [betrokkene 1] hit the guy on the head and when the guy fell to the floor, [betrokkene 1] continued hitting the guy to the head.”

8. Een proces-verbaal van een hoorzitting ondervraging van [betrokkene 2] (dossier Rechtshulpverzoek, bijlage 23), in de wettelijke vorm opgemaakt en op 28 januari 2013 gesloten en getekend door [verbalisant 13] en [verbalisant 14] , respectievelijk hoofdadjudant bij de gerechtelijke politie op St. Martin en rechercheur bij de Recherche Brigade van St. Martin, voor zover inhoudende als verklaring van de medeverdachte [betrokkene 2] , kort samengevat en zakelijk weergegeven:

“Vraag: Wat betreft het weekend van 8 op 9 december 2012, u bent naar het discotheek "El Son Latino" geweest. Op welke manier? Antwoord: Wij zijn daar naartoe gegaan in twee auto's: een witte Toyota Corolla en een witte Hyundai elantra.

Vraag: wij laten u 11 foto’s zien. Kunt u ons vertellen wie de personen op deze foto’s zijn? Antwoord: Op foto 2: De rasta “ [betrokkene 3] ” en met de rode trui [betrokkene 1] en rechts van hem [betrokkene 4] [het Hof stelt vast dat dezelfde foto als foto 2 aan de verdachte is getoond bij diens vierde verhoor en waarop volgens het proces-verbaal van bevindingen ontvangen foto’s van de Fransen (gevoegd als bijlage bij het derde verhoor van de verdachte, Persoonsdossier bijlage 11), in de wettelijke vorm opgemaakt en op 20 december 2012 gesloten en getekend door [verbalisant 10] , brigadier bij het Korps Politie Sint Maarten, van links naar rechts staan afgebeeld: [verdachte] , [betrokkene 1] en [betrokkene 4] ].

Wij waren ons aan het amuseren in Son Latino. Het was ongeveer rond 4 uur in de ochtend, tegen sluitingstijd. Men heeft de gewoonte om naar buiten te gaan en naar muziek te luisteren in de auto.

Er stond een groep buiten en [betrokkene 5] probeerde al lopend zijn weg door de groep te forceren. [betrokkene 6] en [betrokkene 7] begonnen te zeggen dat ze gingen vechten. Ik zag dat [betrokkene 6] [betrokkene 5] volgde. De rasta [betrokkene 3] kwam naar mij toe met een wapen in de hand. Hij hield het wapen in zijn rechterhand, ik heb gezien dat het een .38 was. Het is [betrokkene 1] 's wapen. Ik had het al eerder gezien. Het is een revolver met een zwartkleurig handvat. Hij vroeg: waar is het gevecht? Ik wees hem de richting met mijn hand, hij is daarna in die richting vertrokken. Dertig of veertig seconden later hoorde ik schoten. Daarna zag ik [betrokkene 1] met het wapen. Hij hield het in beide handen. Het was hetzelfde wapen.”

9. Een proces-verbaal van bevindingen, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 9 december 2012 gesloten en getekend door [verbalisant 11] en [verbalisant 4] , respectievelijk senior medewerker en brigadier van politie bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als bevindingen van voornoemde verbalisanten, kort samengevat en zakelijk weergegeven:

“Op zondag 9 december 2012, omstreeks 05.00 uur bevonden wij, verbalisanten ons buiten dienst op de A. Th. Illigde Road bij de disco "Son Latino". Op een gegeven moment terwijl ik, [verbalisant 11] op de A. Th. Illidge Road, naar mijn privé auto liep die op de binnenplaats van de Francis Bar was geparkeerd, zag ik plotseling tientallen voor mij onbekende personen die midden op de openbare weg kennelijk met een andere persoon of personen aan het vechten waren.

Plotseling terwijl ik in mijn privéauto zat zag ik dat personen heen en weer op de binnenplaats aan het rennen waren en tevens personen aan het tegenhouden waren. Twee personen die mij waren opgevallen terwijl andere personen hen aan het tegenhouden waren, voldeden aan de volgende omschrijving en signalementen: NNman 1, had een rood hemd aan. Hij was kort van gestalte, ongeveer 1.68 m. Deze NNman 1 had een blauwe spijkerbroek aan en een fijne verzorgde bokkenbaard. Hij had zijn haren nogal laag geknipt.

De andere NNman 2 was van donkere huidskleur. Hij was ongeveer 1.80 m. Deze NNman2 had een zwart hemd aan met een letter "M" erop en een blauwe spijkerbroek. Deze NNman 2 had rastaharen naar achteren in een bandje in een vastgebonden.

Bedoelde NNmannen waren door mij samen met andere voor mij onbekende mannen in de club "Son Latino" voorheen bij de vechtpartij gezien. Kort daarna terwijl ik, [verbalisant 11] , nog in mijn privéauto zat, hoorde ik schoten. De schoten klonken achter elkaar. Vervolgens zag ik mensen rennen van de A. Th. Illidge Road op de binnenplaats van de Francis Bar. Ik heb meteen mijn dienstpistool getrokken en geladen. Ik stapte uit mijn privéauto. Op dat moment zag ik, [verbalisant 11] , de NNman 1. Ik zag hoe NNman 1 op de binnenplaats van de Francis Bar liep met een zwarte revolver in zijn rechterhand.

Ik zag dat meer dan 3 personen samen met deze NNman 1 in de witte auto stapten. De NNman 2 trad op als bestuurder van deze witte Toyota. Ik zag dat deze auto met volle vaart vanuit de binnenplaats van de Francis Bar wegreed, richting Madame Estate.”

10. Een proces-verbaal van bevindingen, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 10 december 2012 gesloten en getekend door [verbalisant 11] , senior medewerker bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als bevindingen van voornoemde verbalisant, kort samengevat en zakelijk weergegeven:

“Op maandag 10 december 2012, omstreeks 09.00 uur kwam ik aan de wacht. Toen ik bij de recherche bureau op de 2e verdieping was gekomen, ontmoette ik mijn collega [verbalisant 15] , die op de wachtzaal zat. Naast [verbalisant 15] zat een man. Ik herkende hem meteen. Het is dezelfde man die ik afgelopen zaterdag 8 december 2012 in Son Latino samen met andere mannen heb gezien; de man die vergezeld was van de man die de zwarte revolver in zijn hand vasthield en vermoedelijk de slachtoffers heeft neergeschoten; de man die nadat er geschoten werd in een witgelakte Toyota Corolla voorzien van het Franse kenteken 5886 stapte en optrad als bestuurder toen de auto van de plaats delict met verhoogde snelheid wegreed.”

11. Een proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] (Persoonsdossier verdachte [verdachte] , bijlage 9), in de wettelijke vorm opgemaakt en op 10 december 2012 gesloten en getekend door [verbalisant 12] en [verbalisant 8] , respectievelijk hoofdagent en brigadier bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte, kort samengevat en zakelijk weergegeven:

“On Saturday the 8th of December 2012 around midnight I left my home. I parked my car at the end inside of the “Francis Bar carwash” area. On of the two Spanish guys I was talking to leaned upon a car that was parked next to my car. A man came towards us and told the guy that was leaning against his car to lean off.

Today I decided to come in [het Hof begrijpt: the policestation] and give a statement. When I was waiting on a chair I recognized the man who last night told the guy who was leaning on his car not to do so. Then I found out he was a Dutch detective. It seems also that he recognized me, because he said something in Dutch to one of his colleagues.” Noot verbalisanten: met deze rechercheur bedoelt de verdachte rechercheur [verbalisant 11] .”

6. Het hof heeft daar de volgende bewijsoverweging met betrekking tot het medeplegen aan toegevoegd:

“Omtrent de rol van de verdachte als medepleger overweegt het Hof als volgt. De verdachte is met onder meer de man die [betrokkene 1] en ook wel [betrokkene 1] genoemd wordt naar Son Latino gegaan. Nadat een vechtpartij is ontstaan tussen het slachtoffer [slachtoffer 1] en de groep waarmee de verdachte was, heeft de verdachte op verzoek van [betrokkene 1] een vuurwapen uit zijn auto gehaald en aan [betrokkene 1] gegeven. Daarop heeft [betrokkene 1] het slachtoffer [slachtoffer 1] doodgeschoten. Vervolgens heeft [betrokkene 1] het slachtoffer [slachtoffer 2] meerdere malen met de kolf van het vuurwapen op het hoofd geslagen, op zodanige wijze dat die [slachtoffer 2] later aan de gevolgen daarvan is overleden. Door aldus te handelen heeft de verdachte nauw en bewust samengewerkt met [betrokkene 1] bij beide feiten en heeft de verdachte opzet op de dood van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gehad.”

7. Voor een bewezenverklaring van medeplegen is vereist dat er sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en die anderen. De intellectuele en/of materiële bijdrage van verdachte aan het delict moet van voldoende gewicht zijn geweest. Bij de beoordeling hiervan kunnen verschillende factoren worden betrokken, zoals “de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip”, al komt aan dat laatste geen grote zelfstandige betekenis toe. “Het gaat er immers om dat de verdachte een wezenlijke bijdrage moet hebben geleverd aan het delict.”1

8. Wanneer de bijdrage van de medepleger niet wordt geleverd tijdens het begaan van het delict en er derhalve geen sprake is van een gezamenlijke uitvoering, zal de rechter in de bewijsvoering tot uitdrukking moeten brengen waarom de samenwerking toch van dien aard is geweest dat er kan worden gesproken van medeplegen. In het bijzonder dient hij aandacht te besteden aan de vraag of de bijdrage van de verdachte daarvoor van voldoende gewicht is geweest. Hier geldt dus een bijzondere motiveringsplicht.2

9. In de onderhavige zaak heeft het hof heeft uit de bewijsmiddelen afgeleid dat medeverdachte [betrokkene 1] (badilla) alias “ [betrokkene 1] ” op [slachtoffer 1] heeft geschoten en [slachtoffer 2] met een wapen op het hoofd heeft geslagen. De bewijsmiddelen 7 tot en met 11 bevatten informatie over de mate van betrokkenheid van verdachte bij die gebeurtenissen. Bewijsmiddel 7, een proces-verbaal van de verklaring van verdachte, houdt in dat verdachte aan zijn medeverdachte [betrokkene 1] op diens verzoek een wapen heeft aangereikt “before the fight started”. [betrokkene 1] nam het wapen uit verdachtes hand en verdween. Daarna hoorde de verdachte schoten en zag hij [betrokkene 1] op een auto schieten. Vervolgens heeft verdachte gezien dat [betrokkene 1] een andere persoon sloeg met de achterkant van het wapen en dat de medeverdachte op het hoofd van die persoon bleef inslaan, nadat die persoon op de grond was gevallen. Bewijsmiddel 8, een proces-verbaal van de verklaring van [betrokkene 2] , houdt in dat verdachte met onder meer [betrokkene 1] in Son Latino was en dat “ [betrokkene 5] ” (kennelijk het latere slachtoffer [slachtoffer 1] ) probeerde zijn weg door de groep te forceren, waarna “ [betrokkene 6] en [betrokkene 7] ” zeiden dat er gevochten zou gaan worden. “ [betrokkene 6] ” volgde [betrokkene 5] en verdachte kwam met een wapen in de hand naar [betrokkene 2] toe met de vraag waar het gevecht was. Vervolgens liep hij in de richting waarin [betrokkene 2] hem wees. Korte tijd daarna hoorde [betrokkene 2] schoten. Daarna zag [betrokkene 2] [betrokkene 1] met het wapen lopen. De bewijsmiddelen 9 en 10, met bevindingen van verbalisant [verbalisant 11] , houden – in onderlinge samenhang bezien – in dat er (na)bij Son Latino op straat door tientallen mannen werd gevochten, dat er vervolgens verschillende personen over de binnenplaats renden en dat er twee mannen, kennelijk verdachte en [betrokkene 1] , werden tegengehouden door anderen. Deze twee mannen waren door [verbalisant 11] daarvoor gezien bij een vechtpartij in Son Latino. Daarna hoorde verbalisant [verbalisant 11] schoten en zag hij dat [betrokkene 1] met een wapen op de binnenplaats liep en samen met anderen in een witte Toyota stapte en dat verdachte de bestuurder van die Toyota was.

10. Uit de bewijsmiddelen volgt naar mijn mening niet zonder meer dat het gevecht waarbij het slachtoffer [slachtoffer 1] was betrokken, reeds was begonnen toen de verdachte het wapen voor [betrokkene 1] ging halen en wat dat betreft kan ik bewijsoverweging van het hof niet helemaal volgen. Verbalisant [verbalisant 11] verklaart weliswaar over een voorafgaande vechtpartij bij Son Latino, maar uit diens verklaring kan niet zonder meer worden afgeleid dat [slachtoffer 1] daarbij aanwezig was. De gebezigde bewijsmiddelen laten ook de mogelijkheid open dat er sprake is geweest van meer (opeenvolgende) vechtpartijen of dat de verdachte aan de zijlijn heeft gestaan.

11. Nu zou het aanreiken van het wapen door verdachte aan [betrokkene 1] kunnen worden gezien als het begin van de uitvoering, zodat het gebruik van het wapen door [betrokkene 1] jegens de slachtoffers als een gezamenlijke actie van verdachte en [betrokkene 1] kan worden beschouwd. Ik lees die redenering echter niet terug in de motivering van het hof. De omstandigheden die het hof redengevend heeft geacht voor verdachtes betrokkenheid als medepleger, het aanreiken van het wapen en het besturen van de Toyota, hebben zich respectievelijk vóór en na de twee tenlastegelegde delicten voorgedaan. Die beide handelingen van verdachte kunnen ook als medeplichtigheid worden aangemerkt. Ik ben van mening dat het op grond van de door het hof gebezigde bewijsmiddelen dan ook niet zonder meer gerechtvaardigd is de gedragingen van verdachte als “medeplegen” te kwalificeren. Daarom had het hof explicieter moeten motiveren waarom er sprake is van medeplegen en niet van medeplichtigheid. De nadere bewijsoverweging van het hof acht ik in dat opzicht te summier. Uit die motivering komt niet naar voren dat en waarom verdachtes rol van een zo groot gewicht was, dat moet worden gezegd dat die rol het faciliterende karakter heeft overstegen. Ik ben het dan ook met de steller van het middel eens dat de bewezenverklaring van het bestanddeel “tezamen en in vereniging met een ander” in de tenlasteleggingen ontoereikend is gemotiveerd.

12. Het eerste middel slaagt ten aanzien van beide bewezenverklaarde feiten.

13. Het tweede middel bevat de klacht dat het hof het bewezenverklaarde ten onrechte (telkens) als “medeplegen van doodslag” heeft gekwalificeerd. Uit de toelichting bij het middel maak ik op dat het bezwaar tegen die kwalificatie erin is gelegen dat de feitelijke uitwerking van de ten laste gelegde doodslag geen enkele gedraging van de verdachte bevat, zodat de kwalificatie “medeplegen” niet bij de bewezenverklaring past.

14. In een op medeplegen toegespitste tenlastelegging en bewezenverklaring hoeft niet te worden vermeld of en zo ja welke feitelijke handelingen de verdachte zelf dan wel zijn mededader of mededaders hebben verricht.3 Als het bestanddeel “tezamen en in vereniging” van de tenlastelegging wordt bewezenverklaard en de verdachte derhalve mede aansprakelijk wordt gehouden voor de gedraging die door zijn mededader is verricht, is de kwalificatie “medeplegen” passend. De feiten en omstandigheden die aan de bewezenverklaring van “tezamen en in vereniging” ten grondslag worden gelegd, moeten worden ontleend aan wettige bewijsmiddelen. De opvatting dat die feiten en omstandigheden ook moeten worden opgenomen in de tenlastelegging is echter onjuist.

15. Het tweede middel faalt.

16. Het eerste middel slaagt ten aanzien van beide door het hof bewezenverklaarde feiten. Het tweede middel faalt. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

17. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en terugwijzing van de zaak naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, teneinde de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 HR 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474, NbSr 2015/24, m.nt. J.M. Nan. HR 7 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1808, rov. 2.4 en 2.5.

2 Idem.

3 Hoge Raad 6 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO9905, r.o. 3.4, Hoge Raad 1 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT1667, r.o. 2.3.