Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2015:1926

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
04-09-2015
Datum publicatie
06-11-2015
Zaaknummer
15/02823
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2015:3239, Gevolgd
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Procesrecht. Art. 224 jo. art. 441 Rv. Incidenteel verzoek faillissementscurator tot zekerheidstelling voor proceskosten in cassatie. Is rechtspersoon gevestigd in Dubai of in Nederland?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Conclusie

15/02823

Mr. L. Timmerman

Zitting: 4 september 2015

Conclusie in het incident tot zekerheidstelling, inzake:

Pieter Rudolf Dekker, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Rondenborch Residential B.V.

(hierna: mr. Dekker),

verzoeker in het incident

tegen

Sypesteyn Holding B.V.

(hierna: Sypesteyn),

verweerster in het incident

1. Feiten en procesverloop

1.1 SCPD Holding B.V. (hierna: SCPD) en Crescendo Investment Group III B.V. (hierna: Crescendo) zijn op 10 maart 2015 door de rechtbank Amsterdam in staat van faillissement verklaard (nrs. C/13/15/109-F en C/13/15/107-F). De faillissementen zijn uitgesproken op verzoek van mr. Dekker, de curator van Rondenborch Residential B.V. In beide faillissementen heeft de rechtbank mr. L.G.J.M. van Ekert, rechter in de rechtbank Oost-Brabant, benoemd tot rechter-commissaris. Als curator van SCPD en van Crescendo is aangesteld mr. Ph.W. Schreurs.

1.2 Sypesteyn is bestuurder en aandeelhouder van SCPD en (middels SCPD) indirect bestuurder en aandeelhouder van Crescendo.

1.3 Sypesteyn, SCPD en Crescendo zijn bij de rechtbank in verzet gekomen tegen de faillietverklaring van SCPD en van Crescendo. Mr. Dekker heeft daarop onder meer een incidenteel verzoek ingediend tot zekerheidstelling voor de proceskosten (ex art. 224 Rv).

1.4 De rechtbank Amsterdam heeft bij vonnis van 8 april 2015 het verzet van Sypesteyn, SCPD en Crescendo ongegrond verklaard. Het incidentele verzoek tot zekerheidstelling is afgewezen op de grond dat Sypesteyn haar statutaire zetel in Amsterdam heeft en zij dus woonplaats heeft in Nederland (zie rov. 6.6 van het vonnis van 8 april 2015).

1.5 Tegen het vonnis van 8 april 2015 is door Sypesteyn, SCPD en Crescendo hoger beroep ingesteld bij het hof Amsterdam. Mr. Dekker heeft ook in hoger beroep een incidenteel verzoek ingediend tot zekerheidsstelling voor proceskosten door Sypesteyn (ex art. 224 jo. art. 353 Rv). Daarnaast heeft mr. Dekker incidenteel appel ingesteld. Met dit incidentele appel richtte mr. Dekker zich tegen het oordeel van de rechtbank dat er geen aanleiding bestaat tot een veroordeling in de proceskosten.

1.6 Het hof Amsterdam heeft bij arrest in het incident van 16 juni 2015, samengevat, (i) bevolen dat Sypesteyn aan mr. Dekker zekerheid stelt voor een bedrag van € 2.500,- ter zake van de proceskosten waartoe Sypesteyn in de procedure in hoger beroep veroordeeld zou kunnen worden; (ii) bepaald dat Sypesteyn deze zekerheid dient te stellen in de vorm van een door een Nederlandse bank af te geven bankgarantie; en (iii) bepaald dat de zekerheid uiterlijk gesteld moet zijn op 22 juni 2015 te 17.00 uur, dit op straffe van niet-ontvankelijkheid van Sypesteyn in de hoofdzaak. Het hof heeft de beslissing in het incident uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

1.7 Sypesteyn heeft bij brief van 19 juni 2015 aan het hof verzocht om tussentijds cassatieberoep open te stellen van het arrest van 16 juni 2015 in het incident tot zekerheidstelling. Het hof heeft dit verzoek op 22 juni 2015 afgewezen.

1.8 Sypesteyn heeft bij verzoekschrift, ingekomen bij de griffie van de Hoge Raad op 22 juni 2015, cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van 16 juni 2015 in het incident tot zekerheidstelling. Voor haar ontvankelijkheid in cassatie beroept Sypesteyn zich onder meer op de zogenaamde ‘doorbrekingsjurisprudentie’ (zie onder nrs. 10 t/m 13 van het cassatieverzoek).

1.9 Evenals in eerste aanleg en in hoger beroep, heeft mr. Dekker in deze cassatieprocedure een incidenteel verzoek ingediend tot zekerheidstelling voor de proceskosten (ex art. 224 jo. art. 414 Rv) (dit bij verzoekschrift van 10 juli 2015). Met het incidentele verzoek verlangt mr. Dekker dat aan Sypesteyn wordt bevolen om zekerheid te stellen, en wel op straffe van niet-ontvankelijkheid van Sypesteyn in het door haar ingestelde cassatieberoep. Sypesteyn heeft zich bij verweerschrift van 24 juli 2015 tegen het incidentele verzoek verweerd.

2 Bespreking van het incidentele verzoek

2.1

In dit incident verzoekt mr. Dekker dat aan Sypesteyn wordt bevolen om zekerheid te stellen voor de proceskosten, en wel binnen een door de Hoge Raad te bepalen termijn en voor een zodanig bedrag als de Hoge Raad in goede justitie vermeent te behoren, en op straffe van niet-ontvankelijkheid van het door Sypesteyn ingestelde cassatieberoep (art. 224 jo. art. 414 Rv).

2.2

Mr. Dekker heeft aan zijn incidenteel verzoek ten grondslag gelegd dat Sypesteyn gevestigd is in Dubai, in de Verenigde Arabische Emiraten. De Verenigde Arabische Emiraten zijn geen partij bij het Haags Rechtsvorderingsverdrag 1954 en tegen Sypesteyn is in Nederland geen verhaal mogelijk voor de proceskosten, aldus mr. Dekker.

2.3

Sypesteyn stelt dat zij statutair gevestigd is te Amsterdam, en dat zij ingevolge art. 1:10 lid 2 BW derhalve woonplaats heeft in Nederland. Voor een bevel tot zekerheidstelling ex art. 224 jo. art. 414 Rv zou om die reden geen ruimte zijn. Verder zou Sypesteyn in deze procedure niet beschouwd kunnen worden als degene die een vordering instelt of die zich voegt of tussenkomt in een geding, een en ander als bedoeld in art. 224 lid 1 Rv. Het bepaalde in art. 224 Rv is in een faillissementsprocedure als de onderhavige bovendien helemaal niet van toepassing, aldus Sypesteyn.

2.4

Het incidentele verzoek tot zekerheidstelling ex art. 224 jo. art. 414 Rv is mijns inziens niet toewijsbaar. Mr. Dekker heeft – ondanks het gegeven dat Sypesteyn zich ook in de in eerste aanleg en in hoger beroep opgeworpen incidenten tot zekerheidstelling heeft aangevoerd dat zij statutair gevestigd is te Amsterdam – niet gesteld dat Sypesteyn niet (mede) woonplaats heeft in Nederland. Door Sypesteyn is in het onderhavige incident (wederom) aangevoerd dat zij statutair gevestigd is te Amsterdam. Mijns inziens dient dan ook aangenomen dat Sypesteyn haar statutaire zetel heeft in Amsterdam en dat zij, gezien het bepaalde in art. 1:10 lid 2 BW, woonplaats heeft in Nederland. Art. 224 Rv biedt geen grond voor een bevel tot zekerheidstelling voor proceskosten aan een partij die woonplaats heeft in Nederland. Het incidentele verzoek van mr. Dekker dient reeds om deze reden te worden afgewezen.

3 Conclusie

De conclusie strekt tot afwijzing van het incidentele verzoek tot zekerheidstelling.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden

A-G