Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2015:1873

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
07-07-2015
Datum publicatie
15-06-2016
Zaaknummer
14/02384
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2015:3801, Gevolgd
Nadere conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:492
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Ontbrekende pleitnota. De ttz. in h.b. door de raadsman overgelegde pleitnota ontbreekt bij de aan de HR toegezonden stukken. N.a.v. een door de raadsman ex art. IV.3 Procesreglement van de Strafkamer van de Hoge Raad gedaan verzoek is bij het Hof nadere informatie ingewonnen. O.g.v. die informatie moet worden aangenomen dat die pleitnota niet meer beschikbaar zal komen. Dit onherstelbare verzuim brengt nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak mee. HR wijst de zaak terug.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Conclusie

Nr. 14/02384

Mr. G. Knigge

Zitting: 7 juli 2015

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het Gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 14 maart 2014 de verdachte ter zake van "diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken of om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen", veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaren.

2. Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Namens de verdachte heeft mr. S.B.J. Hiemstra, advocaat te Haarlem, een middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel klaagt dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 28 februari 2014 nietig is, aangezien de door de raadsman bij die gelegenheid aan het Hof overgelegde pleitnotities zich niet (meer) bij de stukken bevinden.

4. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 28 februari 2014 is aldaar door de raadsman van de verdachte het woord tot verdediging gevoerd aan de hand van zijn pleitnotities die door hem aan het Hof zijn overgelegd.

5. De in dit proces-verbaal vermelde pleitnotities ontbreken bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken. Overeenkomstig het Procesreglement heeft de raadsman van de verdachte bij faxbericht van 12 december 2014 tijdig aan de Rolraadsheer verzocht alsnog in het bezit te worden gesteld van een afschrift van deze pleitnotities. Desgevraagd heeft de griffier van het Hof bij brief, ingekomen op 20 februari 2015, de Hoge Raad bericht dat deze pleitnotities niet op het Hof zijn achtergebleven.

6. Gelet hierop valt niet na te gaan of ter terechtzitting verweren zijn gevoerd of uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het, nu het blijkens bij het Hof ingewonnen informatie onherstelbaar is, nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt. Het middel is derhalve terecht voorgesteld.

7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG