Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2015:1783

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
30-06-2015
Datum publicatie
08-10-2015
Zaaknummer
14/05034
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2015:2916, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Vrijheidsbeperkende maatregel, art. 38v Sr. Uit de tekst en wetsgeschiedenis van art. 38v.1 sub 1° of 2° Sr volgt dat de vrijheidsbeperkende maatregel kan worden opgelegd ter beveiliging van de maatschappij of ter voorkoming van het – opnieuw – begaan van strafbare feiten. Uit ’s Hofs overweging blijkt dat het bij zijn veroordeling van verdachte t.z.v. openlijke geweldpleging de vrijheidsbeperkende maatregel heeft opgelegd ter voorkoming van strafbare feiten en dat het daarbij acht heeft geslagen op een eerdere veroordeling van verdachte t.z.v. openlijke geweldpleging. Daarmee heeft het Hof de oplegging van de vrijheidsbeperkende maatregel toereikend gemotiveerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 14/05034

Zitting: 30 juni 2015

Mr. Vegter

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het Gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 23 september 2014 het vonnis van de Rechtbank Amsterdam van 24 april 2013 waarbij verdachte is veroordeeld ter zake van ‘openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen’ bevestigd behalve -voor zover hier van belang- ten aanzien van de strafoplegging en de motivering daarvan. Het Gerechtshof heeft verdachte een taakstraf van 100 uren (te vervangen door 50 dagen hechtenis) met aftrek als bedoeld in de artt. 27 en 27a Sr volgens de gebruikelijke maatstaf en een (aanstonds nog nader te omschrijven) maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid (te vervangen door 7 dagen hechtenis) opgelegd.

2. Namens verdachte is beroep in cassatie ingesteld en heeft mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel klaagt over de motivering van de vrijheidsbenemende maatregel.

4. Het dictum van het Hof houdt, voor zover van belang, het volgende in:

“Legt op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid, inhoudende dat de veroordeelde voor de duur van één jaar zich in de periode tussen 3 uur voor aanvang en 3 uur na afloop van voetbalwedstrijden gespeeld door de betaald voetbalorganisatie AJAX in het kader van enige door de KNVB, een internationale voetbalbond, AJAX of derden georganiseerde wedstrijd, niet zal ophouden in het gebied rondom de Amsterdam Arena, één en ander zoals aangegeven op de als bijlage aan het arrest gehechte plattegrond.

Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 7 dagen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.”

5. Onder ‘Oplegging van straf en maatregel’ heeft het Hof, voor zover van belang, de volgende overwegingen opgenomen.

“Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging. Het hof rekent het de verdachte aan dat hij zich kennelijk zonder enige aanleiding gewelddadig heeft gedragen op een drukbezochte locatie. Dergelijk handelen op de openbare weg draagt bij aan gevoelens van onrust en onveiligheid bij de vele omstanders.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 29 augustus 2014 is de verdachte in de afgelopen vijf jaar eerder onherroepelijk veroordeeld wegens openlijke geweldpleging.

Het hof acht, alles afwegende, de oplegging van een taakstraf voor de duur als gevorderd door de advocaat-generaal passend en geboden.

Ten aanzien van de gevorderde maatregel overweegt het hof dat verdachte en zijn mededaders op de Arena Boulevard aanwezig waren in de hoedanigheid van Ajaxsupporter. Ook is de verdachte al eerder veroordeeld wegens openlijke geweldpleging. Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een maatregel van na te melden omvang een passende en geboden reactie vormt ter voorkoming van strafbare feiten rondom voetbalwedstrijden van Ajax in de Arena.”

6. De zogenaamde vrijheidsbeperkende maatregel is geregeld in art. 38v Sr1 dat als volgt luidt:

“1. Ter beveiliging van de maatschappij of ter voorkoming van strafbare feiten kan een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid worden opgelegd bij de rechterlijke uitspraak:

1°. waarbij iemand wegens een strafbaar feit wordt veroordeeld;

2°. waarbij overeenkomstig artikel 9a wordt bepaald dat geen straf zal worden opgelegd.

2. De maatregel kan inhouden dat de verdachte wordt bevolen:

a. zich niet op te houden in een bepaald gebied,

b. zich te onthouden van contact met een bepaalde persoon of bepaalde personen,

c. zich op bepaalde tijdstippen te melden bij de daartoe aangewezen opsporingsambtenaar.

3. De maatregel kan voor een periode van ten hoogste twee jaren worden opgelegd.

4. De rechter kan bij zijn uitspraak, ambtshalve of op vordering van de officier van justitie, bevelen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt of zich belastend gedraagt jegens een bepaalde persoon of bepaalde personen.

5. Het bevel, bedoeld in het vierde lid, kan door de rechter die kennisneemt van het hoger beroep, ambtshalve, op verzoek van de veroordeelde of op vordering van het openbaar ministerie, worden opgeheven.

6. De maatregel kan tezamen met straffen en andere maatregelen worden opgelegd.”

7. Bij de invoering van de nieuwe maatregel is de vraag gesteld of aan de maatregel wel behoefte bestaat, naast de bijzondere voorwaarden bij de voorwaardelijke veroordeling (art. 14c Sr) en de gedragsaanwijzing van de officier van justitie (art. 509hh Sv). Hoe dan ook leert een korte verkenning van de feitenrechtspraak op rechtspraak.nl, dat de maatregel zeer beperkt lijkt te worden toegepast. In de rechtspraak van de Hoge Raad vond ik tot half mei 2015 nog geen arresten over de voorwaarden voor of het bereik van de maatregel.

8. De maatregel wordt naar de bewoordingen van het eerste lid van art. 38v Sr opgelegd ter beveiliging van de maatschappij of ter voorkoming van strafbare feiten.2 Uit de motivering van de oplegging van de maatregel door het Hof blijkt dat het Hof de maatregel heeft opgelegd ter voorkoming van strafbare feiten en daarbij gewezen heeft op een eerdere veroordeling ter zake van openlijke geweldpleging. De wet kent geen bijzondere voorschriften inzake de motivering van de oplegging van de maatregel en dat betekent dat de maatregel toereikend is gemotiveerd.

9. De steller van het middel bepleit op basis van de wetgeschiedenis3 nadere motivering van de maatregel. Ik citeer uit de schriftuur waartoe dat volgens de steller van het middel leidt:

“Om tot herhalingsgevaar te kunnen concluderen is meer informatie nodig, zoals informatie over de aard van het geweld, het gedrag van rekwirant en zijn mededaders en (de reden van) hun aanwezigheid ter plekke. Deze informatie ontbreekt thans. Nu uit de stukken bovendien niet duidelijk is of de openlijke geweldpleging waarvoor rekwirant op 20 mei 2010 is veroordeeld enig verband houdt met voetbal gerelateerd geweld dan wel de plek waar het onderhavige strafbare feit is gepleegd, kan aan die veroordeling evenmin de verwachting worden ontleend, ook niet in combinatie met het feit dat rekwirant als Ajax-supporter aanwezig was op de Arena-boulevard, dat het strafbare gedrag zich zal herhalen en dat de opgelegde maatregel dienstig zal kunnen zijn tot het voorkomen van strafbare feiten en slachtoffers binnen het gebied en gedurende de termijn waarvoor de maatregel is gegeven.”

10. Uit de memorie van toelichting blijkt, zoals de steller van het middel terecht betoogt, op enkele plaatsen wanneer oplegging van de maatregel aangewezen wordt geacht. Dat is echter iets anders dan dat de rechter gehouden is in zijn motivering steeds minutieus en gedetailleerd tot uitdrukking te brengen op welke gronden de opgelegde maatregel berust. Indien een dergelijke, niet op de tekst van de wet gebaseerde, eis zou worden gesteld zou dat overigens ook een wanverhouding meebrengen tussen de eisen die worden gesteld aan de vormgeving van de vrijheidsbeperking in het kader van de bijzondere voorwaarden en de eisen die gelden in het kader van de in art. 38v Sr vervatte maatregel. Ik wijs erop dat het geval dat in de onderhavige zaak aan de orde is uitdrukkelijk genoemd wordt in de memorie van toelichting (p. 7-8): ”(…) of om verdachten die –bijvoorbeeld bij bepaalde voetbalwedstrijden (…) - bij herhaling vernielingen aanrichten of openlijk geweld plegen.” En verderop: “Om die reden (…) wordt voorgesteld de maatregel niet te beperken tot bepaalde in de wet omschreven gevallen, maar deze algemeen toepasbaar te maken. Het wordt aan het oordeel van de rechter overgelaten in welke concrete gevallen een wijkverbod, contactverbod of meldplicht een passende sanctie is.”

11. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81 RO ontleende overweging. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

11. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Wet van 17 november 2011, Stb. 2011, 546 (i.w.tr. 1 april 2012). Kamerstukken 32 319. Zie Bleichrodt/Vegter, Sanctierecht, 2013, p. 269-273 en H.J.B. Sackers, ‘De nieuwe maatregel van het rechterlijk gebieds-of contact verbod’, Sancties 2012, p. 119-126. Een voorstel tot wijziging van de maatregel in twee opzichten is aanhangig: toevoeging van een gebiedsverbod en, naar aanleiding van een motie van Oskam, verlenging van de duur tot vijf jaar. Bij de behandeling in de Eerste Kamer heeft de VVD-fractie de vraag naar de noodzaak van de wijziging gesteld. Zie Kamerstukken I, 2014-2015, 33882, B, p.2.

2 Zie voor kanttekeningen bij de formulering: Sanctierecht, a.w., p. 271/272.

3 Kamerstukken II, 2010-2011, 32551, nr. 3, p. 7 en 8.