Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2015:1465

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
09-06-2015
Datum publicatie
01-10-2015
Zaaknummer
13/04203
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2015:2866, Contrair
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Falende bewijsklacht opzet op uitvoer verdovende middelen. Ambtshalve: strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 13/04203

Zitting: 9 juni 2015

Mr. Hofstee

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Verzoeker is bij arrest van 20 augustus 2013 door het Gerechtshof Den Haag wegens “medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan zeven maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr.

2. Namens verzoeker heeft mr. B. Kizilocak, advocaat te Rotterdam, een middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel klaagt dat het bewezenverklaarde opzet niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid en dat het Hof het daaromtrent gevoerde verweer niet begrijpelijk gemotiveerd heeft verworpen.

4. Ten laste van verzoeker is bewezenverklaard dat:

“hij op 03 juni 2010 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet, ongeveer 1.523,9 gram heroïne en ongeveer 89,6 gram cocaïne, zijnde heroïne en cocaïne middelen als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, immers hebben verdachte en zijn mededaders opzettelijk - met die hoeveelheden heroïne en cocaïne, in een auto over de wegen A16 en A15 en A2, richting Frankrijk, gereden.”

5. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

“1. Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 22 september 2010 van de politie Rotterdam-Rijnmond met nr. PL17PO 2010169369-107. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 257 e.v.): als de op 22 september 2010 afgelegde verklaring van [betrokkene 1]:

[betrokkene 2] zei dat ik moest zorgen dat die drie Franse jongens konden vertrekken. [betrokkene 2] vertelde er toen bij dat het om 10 kilo mix zou gaan en 90 gram cocaïne. Hij gaf mij toen 300 euro. De spullen die later in de Volkswagen Golf zijn gevonden, die 10 kilo mix, wat grotendeels heroïne blijkt te zijn en die 90 gram cocaïne, lagen al in die Volkswagen Golf. Ik ben op een gegeven moment (het hof begrijpt: op 3 juni 2010) samen met die 3 Franse jongens uit mijn woning aan de [a-straat 1] in Rotterdam gegaan zoals [betrokkene 2] had gevraagd. Ik vroeg een Marokkaanse jongen die ze op straat [betrokkene 3] noemen (verdachte bedoelt hiermee V02 [betrokkene 3]) of hij wat mensen weg wilde brengen naar Venlo. Ik vertelde hem dat de mensen die hij weg zou gaan brengen 90 gram cocaïne hadden gekocht en 10 kilo mix. [betrokkene 3] wilde dat wel doen. Samen liepen we naar de Volkswagen Golf (het hof begrijpt: met kenteken [AA-00-BB]). Ik zag dat er een sporttas op de achterbank stond. [betrokkene 3] is als bestuurder in de auto gaat zitten. Ik heb tegen die Franse jongens gezegd dat ze achter de Golf aan moesten rijden. In Venlo zou de sporttas, waarin die 10 kilo mix en die 90 gram cocaïne zat, worden overgegeven aan die Franse jongens. Ik had [betrokkene 3] voor dit klusje 250 euro gegeven.

2. Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 4 juni 2010 van de politie Rotterdam-Rijnmond met nr. PL17P0 2010169369-28. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 14 e.v.): als de op 4 juni 2010 afgelegde verklaring van [betrokkene 4]:

Ik kom (naar het hof begrijpt: evenals de andere twee inzittenden van de Audi met het kenteken [CC-00-DD]) uit Strasbourg, Frankrijk. Op 3 juni 2010 was ik in Nederland. Ik wilde die dag terug naar Frankrijk.

In het dashboard van de Audi zat een gps.

3. een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 15 juni 2010 van de politie Rotterdam-Rijnmond met nr. PL17P0 2010169369-39. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 109 e.v.): Als de op 15 juni 2010 afgelegde verklaring van [betrokkene 3]:

Ik moest met de Volkswagen Golf van [betrokkene 1] een Audi begeleiden die Duitse kentekenplaten had. Gezien die kentekenplaten was het voor mijzelf duidelijk dat de inzittenden van de Audi de weg niet kenden.

U vraagt mij of het nog steeds klopt dat ik en [verdachte] op donderdag 3 juni 2010 van plan waren om te gaan chillen, bij een paar meisjes in Eindhoven of dat het nu anders is. De reden die ik bij mijn eerste verklaring aangaf (het hof begrijpt: chillen in Eindhoven) klopt.

Ik had met [verdachte] afgesproken op een grasveldje.

4. Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 6 juni 2010 van de politie Rotterdam-Rijnmond met nr. PL17P0 2010169369-30. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 39 e.v.): als de op 6 juni 2010 afgelegde verklaring van de verdachte:

Ik kwam op 3 juni 2010 [betrokkene 3] tegen met de auto van [betrokkene 1] (het hof begrijpt: [betrokkene 1]), een Volkswagen Golf 4, groen van kleur. [betrokkene 3] zei tegen mij dat hij mensen weg moest brengen. Ik zag een Audi staan met een Duits kenteken. Het was een stationcar, donker van kleur. Ik ben bij [betrokkene 3] ingestapt en onderweg vertelde hij mij dat we naar Venlo zouden gaan. Ik wilde nog even langs de coffeeshop. Ik ben daar uitgestapt en [betrokkene 3] ging tanken. De drie mannen uit de Audi gingen mee naar binnen in de coffeeshop. Daarna ben ik achterin de Audi gestapt en zijn we naar het tankstation gereden. Ik heb in de Golf nog in het dashboard gekeken voor een TomTom omdat we allebei de weg niet zo goed weten.

5. Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 14 juni 2010 van de politie Rotterdam-Rijnmond met nr. PL17P0 2010169369-38. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 104 e.v.): als de op 14 juni 2010 afgelegde verklaring van de verdachte:

Ik was op weg naar een vriend en die woont 2 straten verderop. Ik kwam toen [betrokkene 3] tegen en hij vroeg mij mee te gaan. Ik vroeg hem waarheen. Hij vertelde mij dat hij mensen weg moest brengen naar Venlo. Ik ging mee, want ik had toch niets te doen.

Ik heb in de Marokkaanse taal gesproken met de mensen uit de Audi. Dat was met de twee die voorin in de auto zaten. Een minuut verder rijden van de coffeeshop is het Esso tankstation. Daarna zat ik met [betrokkene 3] in de Golf. De Audi reed achter ons aan. Ik heb er niet op gelet of de Audi achter ons aan reed, maar ik ging daar wel vanuit. We moesten hen namelijk naar Venlo brengen. Ik heb wel achteruit naar de Audi gekeken, maar via de zijspiegel.

6. Een proces-verbaal van observeren d.d. 3 juni 2010 van de politie Rotterdam-Rijnmond met nr. 12610030610.sel, documentcode 1006032151.OBS. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 189 e.v.): als relaas van de betreffende opsporingsambtenaren:

Wij hebben op donderdag 3 juni 2010 stelselmatig geobserveerd en de navolgende waarnemingen gedaan en/of het volgende ondernomen:

20:00

350/370. Een onbekende man, verder NN5 te noemen, rijdt als bestuurder van een Volkswagen Golf, kleur groen, met het kenteken [AA-00-BB], over de Sleutelbloemstraat te Rotterdam en stopt ter hoogte van de Audi, voorzien van het kenteken [CC-00-DD].

20:03

350/360/370/377. NN1 verlaat het centrale portiek van de flat waarin zich onder andere pand [a-straat 1] te Rotterdam bevindt en loopt weg.

Drie mannen lopen in de richting van de op de Sleutelbloemstraat geparkeerd staande Audi. NN1 loopt ongeveer 10 meter achter deze drie mannen. De drie mannen stappen in de Audi.

20:08

350/370: NN1 en NN5 lopen over de Sleutelbloemstraat te Rotterdam naar de Volkswagen, voorzien van het kenteken [AA-00-BB]. NN5 stapt in als bestuurder. NN1 wenkt naar een onbekende man, verder in dit proces-verbaal NN6 te noemen. NN6 loopt naar NN1 waarna beide mannen met elkaar praten. NN6 is een man met een Noord Afrikaans uiterlijk, leeftijd ongeveer 25 jaar. Kort hierna stapt NN6 als bijrijder in de Volkswagen waarna wordt weggereden. NN1 loopt naar de Audi en stapt als passagier linksachter in de Audi. NN1 praat kort met de inzittenden van de Audi, stapt hierna uit en loopt weg in de richting van de Putsebocht.

20:10

350/370. NN2, NN3 en NN4 rijden respectievelijk als bestuurder, passagier en bijrijder met de Audi, voorzien van het kenteken [CC-00-DD], weg vanaf de Sleutelbloemstraat te Rotterdam.

343. NN5 en NN6 rijden respectievelijk als bestuurder en bijrijder met de Volkswagen, voorzien van het kenteken [AA-00-BB], voor de Audi.

20:39

325. De Audi, voorzien van het kenteken [CC-00-DD], rijdt op de Stadionweg te Rotterdam. NN5 en NN6 rijden respectievelijk als bestuurder en bijrijder met de Volkswagen, voorzien van het kenteken [AA-00-BB], voor de Audi.

20:39-21:41

325/343/350/360/366/370/377. NN5 rijdt met de Volkswagen, voorzien van het kenteken [AA-00-BB], onder andere via de autosnelwegen A16, A15, A2 en de provinciale weg N2 naar de gemeente Eindhoven. De Audi, voorzien van het kenteken [CC-00-DD], rijdt steeds achter de Volkswagen aan.

21:42

350/370. De inzittenden van de Volkswagen, voorzien van het kenteken [AA-00-BB], en de Audi, voorzien van het kenteken [CC-00-DD], worden op de provinciale weg N2 te Eindhoven door personeel van het arrestatieteam van de Regiopolitie Rotterdam-Rijnmond aangehouden.

7. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 juni 2010 van de politie Rotterdam-Rijnmond met nr. PL17R2 158/2010. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 195 e.v.): als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:

Op donderdag 3 juni 2010 werden door leden van een observatieteam van de Politie Rotterdam- Rijnmond, gedurende die dag verschillende waarnemingen gedaan, waarvan processen-verbaal zijn opgemaakt, waaronder een proces-verbaal met de documentcode 1006032151.OBS. In dit proces-verbaal is sprake van waarnemingen van personen, door hen genoemd NN1 tot en met NN6. De persoon NN1 werd reeds bij een eerder opgemaakt proces-verbaal geïdentificeerd als [betrokkene 1]. De personen NN2 tot en met NN6 werden na hun aanhouding aan de hand van de beschrijvingen, gedaan door leden van het observatieteam, geïdentificeerd.

NN2 bleek te zijn: [betrokkene 5] (V5), geboren [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats].

NN3 bleek te zijn: [betrokkene 6] (V4), geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats]

NN4 bleek te zijn: [betrokkene 4] (V3), geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats].

NN5 bleek te zijn: [betrokkene 3] (V2), geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats].

NN6 bleek te zijn: [verdachte] (V1), geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats].

8. Zaaksproces-verbaal Eindhoven d.d. 6 juni 2010 van de politie Rotterdam-Rijnmond met nr. PL17R2 158/2010. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 6 e.v.): als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:

Naar aanleiding van telefonische contacten en observatiewaarnemingen werden op 3 juni 2010 de inzittenden van de Volkswagen Golf met kenteken [AA-00-BB] op de rijksweg N2 aangehouden. Tevens werden de inzittenden van de Audi A6 daar aangehouden. Zij bleken te zijn genaamd:

Verdachte 1: [verdachte] (bijrijder Volkswagen Golf)

Verdachte 2: [betrokkene 3] (bestuurder Volkswagen Golf)

Verdachte 3: [betrokkene 4] (bestuurder Audi A6) geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats]

Verdachte 4: [betrokkene 6] (passagier Audi A6) geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats]

Verdachte 5: [betrokkene 5] (passagier Audi A6) geboren [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats].

De Audi A6 was voorzien van het Duitse kenteken [CC-00-DD]. Nadat de verdachten waren aangehouden werd de bovengenoemde Volkswagen Golf overgebracht naar het politiebureau aan het Doelwater 5 te Rotterdam. In de auto werd door mij, verbalisant [verbalisant 1], in de kofferbak, een sporttas aangetroffen waarin zich meerdere plastic tassen bevonden. In deze tassen werd wit en bruinkleurige poeder aangetroffen. Deze tas met inhoud werd ter plaatse in beslag genomen.

Opmerking verbalisant: Door de commandant van het arrestatieteam werd medegedeeld dat meteen na de aanhouding van de verdachten, leden van zijn team de voornoemde sporttas van de achterbank naar de kofferbak van voornoemde Volkswagen Golf hadden verplaatst. Teneinde de eventueel aanwezige sporen niet te verstoren werd de sporttas vervolgens, zonder nader onderzoek, overgedragen aan de afdeling Forensische Opsporing van de Regiopolitie Rotterdam-Rijnmond. Bij nader onderzoek in de sporttas bleek dat daarin in totaal 15 verschillende zakjes met bruin en witkleurig poeder aanwezig waren.

9. een proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming d.d. 4 juni 2010 van de politie Rotterdam-Rijnmond met nr. PL17P0 2010169369-17. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 31 e.v.): als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:

Ik, [verbalisant 2] verklaar dat op 3 juni 2010 te Eindhoven een sporttas inhoudende plastic tassen waarin zakken poeder, gelijkend op cocaïne en heroïne in beslag is genomen onder [betrokkene 3], [betrokkene 5], [betrokkene 6], [betrokkene 4] en [verdachte].

10. een proces-verbaal d.d. 4 juni 2010 van de politie Rotterdam-Rijnmond met BVH 2010 169369-27. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 35 e.v.): als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:

Op 4 juni 2010 ontving ik uit handen van [verbalisant 2] de volgende stukken van overtuiging met het verzoek deze te onderzoeken op de aanwezigheid van verdovende middelen:

Waarmerking SVO AABX8097NL

Omschrijving SVO Blauwe sporttas

Type materiaal 15 zakjes bruin en wit poeder

MONSTERNAME

Van ieder stuk van overtuiging wordt, nadat het netto gewicht is bepaald een monster genomen ten behoeve van een (contra)analyse door het Nederlands Forensisch Instituut.

Waarmerking SVO Netto inhoud SINnummer monster

SVO (gram)

AABX8097NL tasje "Umbro" zakje 1 89,6 AABX8098NL

AABX8097NL tasje "Umbro" zakje 2 190,0 AABX8099NL

AABX8097NL tasje "Umbro' zakje 3 158,3 AABX8100NL

AABX8097NL tasje "Umbro" zakje 4 502,3 AABX8101NL

AABX8097NL tasje 'Umbro" zakje 5 50,4 AABX8102NL

AABX8097NL tasje "Umbro" zakje 6 469,7 AABX8103NL

AABX8097NL tasje "Umbro" zakje 7 501,5 AABX8104NL

AABX8097NL AH+Aldi tas zakje 8 997,8 AABX8105NL

AABX8097NL AH+Aldi tas zakje 9 997,8 AABX8106NL

AABX8097NL AH+Aldi tas zakje 10 999,2 AABX8107NL

AABX8097NL AH tas zakje 11 1000 AABX8108NL

AABX8097NL AH tas zakje 12 1050 AABX8109NL

AABX8097NL AH tas zakje 13 1000 AABX8110NL

AABX8097NL AH tas zakje 14 1050 AABX8111NL

AABX8097NL AH tas zakje 15 1050 AABX8112NL

11. Een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, nr. 2010.09.13.028, d.d. 20 september 2010, opgemaakt en ondertekend door de deskundige A.G.A. Spong, inzake de verdachten [betrokkene 5], [verdachte], [betrokkene 6], [betrokkene 3] en [betrokkene 4] (blz. 265 e.v.). Dit rapport houdt onder meer in - zakelijk weergegeven-: als relaas van deze deskundige:

Kenmerk

Omschrijving

Conclusie

AABX8098NL

monster crèmekleurig poeder en brokjes

bevat cocaïne

AABX8099NL

monster Wit poeder en brokjes

negatief (bevat fenacetine)

AABX8100NL

monster wit kristallijn poeder

negatief (bevat fenacetine)

AABX8101NL

monster beige poeder en brokjes

bevat heroïne

AABX8102NL

monster beige brokje

bevat heroïne

AABX8103NL

monster beige poeder en brokjes

bevat heroïne

AABX8104NL

monster beige poeder en brokjes

bevat heroïne

AABX8105NL

monster beige poeder en brokjes

negatief (bevat coffeïne en paracetamol)

AABX8106NL

monster lichtbeige poeder en brokjes

negatief (bevat coffeïne en paracetamol)

AABX8107NL

monster lichtbeige poeder en brokjes

negatief (bevat coffeïne en paracetamol)

AABX8108NL

monster beige poeder

negatief (bevat coffeïne en paracetamol)

AABX8109NL

monster lichtbeige poeder en brokjes

negatief (bevat coffeïne en paracetamol)

AABX8110NL

monster beige poeder en brokjes

negatief (bevat coffeïne en paracetamol)

AABX8111NL

monster lichtbeige poeder en brokjes

negatief (bevat coffeïne en paracetamol)

AABX8112NL

monster lichtbeige poeder en brokjes

negatief (bevat coffeïne en paracetamol)

6. Voorts heeft het Hof in de bestreden uitspraak het volgende overwogen:

“Bewijsoverweging

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen, nu de verdachte geen opzet, ook niet in voorwaardelijke zin, heeft gehad op de uitvoer van de heroïne en cocaïne naar het buitenland. Hij heeft hiertoe - kort gezegd - aangevoerd dat de verdachte in het geheel geen wetenschap had van de aanwezigheid van de heroïne en cocaïne in de sporttas die in de auto is aangetroffen.

Het hof overweegt als volgt.

Medeverdachte [betrokkene 1] heeft verklaard dat hij medeverdachte [betrokkene 3] heeft gevraagd of hij drie Franse medeverdachten naar Venlo wilde begeleiden om daar drugs aan hen over te dragen. De verdachte heeft verklaard dat hij [betrokkene 3] ([betrokkene 3]) tegen kwam, dat hij vroeg wat [betrokkene 3] ging doen, dat [betrokkene 3] zei dat hij deze mensen weg moest brengen, dat hij een Audi zag staan met een Duits kenteken en dat hij vervolgens bij [betrokkene 3] in de auto is gestapt. Als de verdachte door verbalisanten wordt gevraagd of hij die dag met [betrokkene 1] heeft gesproken, ontkent de verdachte aanvankelijk. Als de verdachte vervolgens door verbalisanten wordt geconfronteerd met het feit dat een observatieteam heeft geconstateerd dat de verdachte die dag wel degelijk met [betrokkene 1] heeft gesproken, verklaart de verdachte dat hij [betrokkene 1] heeft gezien bij het Oleanderplein en dat hij daar kort met hem heeft gesproken. Door het observatieteam is echter het volgende gezien. [betrokkene 1] en [betrokkene 3] lopen over de Sleutelbloemstraat te Rotterdam naar de Volkswagen met kenteken [AA-00-BB]. [betrokkene 3] stapt in als bestuurder. [betrokkene 1] wenkt naar de verdachte. De verdachte loopt naar [betrokkene 1] toe, waarna [betrokkene 1] en de verdachte met elkaar praten. Kort hierna stapt de verdachte in als bijrijder in de Volkswagen, waarna wordt weggereden. Uit deze observatie volgt dat de verdachte over wat aan het instappen bij [betrokkene 3] voorafging, onwaarheid heeft gesproken. De verdachte heeft geen verklaring gegeven waarom hij hierover onwaarheid heeft gesproken. Uit de verklaring van [betrokkene 1] kan worden afgeleid dat de sporttas met cocaïne en heroïne zich al op de achterbank bevond toen de verdachte bij [betrokkene 3] in de Volkswagen instapte. Uit het relaas van bevindingen (pagina 6 algemeen proces-verbaal e.v.) volgt dat uit een mededeling van de commandant van het arrestatieteam volgt dat de sporttas bij de latere aanhouding zich nog steeds op de achterbank van de Volkswagen bevond. Nadat de Volkswagen is weggereden, stopt deze korte tijd later bij een coffeeshop, waar de verdachte en de drie Franse medeverdachten softdrugs kopen. De verdachte stapt vervolgens in de Audi van de drie Franse medeverdachten en rijdt met hen mee naar een verderop gelegen tankstation, tijdens welke rit de verdachte gesproken heeft met twee van de drie Franse medeverdachten. Daar stapt de verdachte weer bij medeverdachte [betrokkene 3] in de Golf en rijden zij samen richting Venlo, terwijl de Audi met de drie Franse medeverdachten constant achter hen aanrijdt.

Het hof is gelet op voornoemde gang van zaken van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat de verdachte op geen enkele wijze bekend was met het doel van de reis naar Venlo en het feit dat er verdovende middelen in de auto lagen. Ook de verklaring van de verdachte dat de Franse medeverdachten de weg naar huis niet wisten zij hen daarom moesten begeleiden, acht het hof niet aannemelijk nu de Franse verdachten zelf over een navigatiesysteem beschikten, terwijl de verdachte de weg naar Venlo ook niet kende en daarom een TomTom in de auto zocht. Een andere, plausibele verklaring voor het begeleiden van de Franse medeverdachten richting Venlo is door de verdachte niet gegeven.

Gelet op voornoemde feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat de verdachte moet hebben geweten dat zich drugs in de auto bevonden en dat hij, nu hij op weg was naar Venlo, mitsdien opzet had op de uitvoer van de drugs uit Nederland. Door met deze wetenschap samen met de medeverdachte [betrokkene 3] op verzoek van de medeverdachte [betrokkene 1] de drie Franse medeverdachten naar Venlo te begeleiden, is tevens sprake van medeplegen in de zin van een bewuste en nauwe samenwerking met de medeverdachten.”

7. In de aanvulling op het arrest heeft het Hof daar het volgende aan toegevoegd:

“Herstel kennelijke misslag in het arrest en aanvulling van het arrest

Op pagina 4 van het arrest wordt verwezen naar de verklaring van de verdachte dat de Franse medeverdachten de weg naar huis niet wisten en dat zij hen daarom moesten begeleiden. Dit moet zijn de verklaring van de medeverdachte [betrokkene 3]. De betreffende overweging dient als volgt te worden gelezen:

Ook de verklaring van de medeverdachte [betrokkene 3] dat de Franse medeverdachten de weg naar huis niet wisten en zij hen daarom moesten begeleiden, acht het hof niet aannemelijk nu de Franse verdachten zelf over een navigatiesysteem beschikten, terwijl de verdachte en de medeverdachte [betrokkene 3] de weg naar Venlo kennelijk ook niet kenden en dat de verdachte daarom een TomTom in de auto zocht.

Deze overweging wordt voorts als volgt aangevuld:

Het hof neemt voorts in aanmerking dat de verdachte heeft verklaard dat hij de medeverdachte [betrokkene 3] tegenkwam terwijl hij op weg was naar een vriend en dat hij meeging omdat hij toch niets te doen had, terwijl de medeverdachte [betrokkene 3] heeft verklaard dat hij met de verdachte had afgesproken en dat zij die dag van plan waren om te gaan chillen bij een paar meisjes in Eindhoven.

8. Het Hof heeft naar aanleiding van het door de verdediging gevoerde verweer geoordeeld dat verzoeker moet hebben geweten dat zich drugs in de auto bevonden en dat hij, nu hij op weg was naar Venlo, mitsdien opzet had op de uitvoer van de drugs uit Nederland. Hoewel verzoeker de schijn tegen zich heeft, is het de vraag of dat oordeel toereikend is gemotiveerd.

9. Want wat blijkt nu precies uit ’s Hofs bewijsconstructie, als ik verzoekers eigen verklaringen eerst even buiten beschouwing laat? Dat [betrokkene 1] heeft verklaard dat hij, [betrokkene 2] en [betrokkene 3] van de drugs wisten. Niet verklaart hij over verzoeker, althans niet in het gedeelte dat als bewijsmiddel 1 is opgenomen. Alleen [betrokkene 3] zegt iets over verzoeker, te weten dat zij in Eindhoven met een paar meisjes zouden chillen (bewijsmiddel 2). Voorts is waargenomen dat verzoeker (NN6) vlak voor vertrek heeft gesproken met [betrokkene 1] (NN1), dat verzoeker vervolgens als bijrijder in de VW Golf is gestapt, waar [betrokkene 3] als bestuurder klaar zit, en dat de Audi steeds achter de VW Golf heeft aangereden (bewijsmiddel 6). Ook volgt nog uit de gebezigde bewijsmiddelen dat de sporttas, met daarin de aangetroffen drugs, al op de achterbank van de VW Golf stond op het moment dat verzoeker als bijrijder instapte (bewijsmiddel 1). Ik merk hier reeds op dat uit de bewijsvoering niet blijkt dat verzoeker op enig moment de sporttas op de achterbank van de VW Golf heeft waargenomen noch dat hij op de hoogte was van de inhoud van deze tas.

10. Verder heeft het Hof de verklaringen van verzoeker voor het bewijs gebezigd (bewijsmiddelen 4 en 5), kennelijk om daarmee een tegenstrijdigheid met de verklaring van [betrokkene 3] over het chillen in Eindhoven tot uitdrukking te brengen. Die tegenstrijdigheid valt echter [betrokkene 3] en niet verzoeker tegen te werpen, nu als vaststaand kan worden aangenomen dat de rit inderdaad naar Venlo ging, zoals verzoeker heeft verklaard.

11. Tot slot heeft het Hof blijkens zijn bewijsoverweging betekenis toegekend aan de omstandigheid dat verzoeker heeft verklaard dat hij medeverdachte [betrokkene 3] tegenkwam, dat hij vroeg wat [betrokkene 3] ging doen, dat [betrokkene 3] zei dat hij deze mensen weg moest brengen, dat hij, verzoeker, een Audi zag staan met een Duits kenteken, dat hij vervolgens bij [betrokkene 3] in de auto is gestapt en dat verzoeker, gevraagd door verbalisanten, in eerste instantie heeft ontkend de betreffende dag met medeverdachte [betrokkene 1] te hebben gesproken, terwijl uit observaties van de politie blijkt dat verzoeker door [betrokkene 1] werd gewenkt en dat zij kort met elkaar hebben gesproken voordat verzoeker in de VW Golf stapte. Aanvankelijk had het Hof ook als onaannemelijke verklaring van verzoeker opgenomen dat [betrokkene 3] en hij de Franse medeverdachten moesten begeleiden omdat deze de weg naar huis niet wisten, maar dat was een vergissing van het Hof, hersteld in de aanvulling op het arrest.

12. Dan blijft dus naast het summiere materiaal dat ik hierboven onder 9 heb weergegeven, de omstandigheid over dat verzoeker (in de woorden van het Hof) aanvankelijk onwaarheid heeft gesproken over zijn contact met [betrokkene 1], kort voordat [betrokkene 3] en verzoeker wegreden. De aanvankelijke ontkenning van verzoeker [betrokkene 1] te hebben gesproken, maakt overigens geen onderdeel uit van enig door het Hof gebruikt bewijsmiddel.1 Ik neem aan, hoewel het Hof dit niet zo benoemt, dat het Hof deze onwaarheid heeft aangemerkt als een kennelijke leugenachtigheid. De rechter mag een kennelijke leugenachtigheid van belang achten voor het bewijsoordeel, indien deze uit ander bewijsmateriaal dan de eigen verklaring van de verdachte blijkt, zoals in het onderhavige geval de door de politie uitgevoerde observatie. De onderhavige onwaarheid of kennelijke leugenachtigheid is evenwel niet dusdanig, ook niet in combinatie met de overige bewijsmiddelen, dat daaruit de conclusie kan worden getrokken dat verzoeker opzet had op de uitvoer van heroïne en cocaïne (noch dat hij dit tezamen en in vereniging met anderen deed).

13. Op grond van het voorgaande meen ik dat ’s Hofs bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen is omkleed.2

14. Het middel is terecht voorgesteld.

15. Ik merk nog op dat namens verzoeker op 22 augustus 2013 beroep in cassatie is ingesteld. De Hoge Raad zal mogelijk uitspraak doen nadat sedertdien meer dan twee jaren zijn verstreken, hetgeen zou meebrengen dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM wordt overschreden. Met deze eventuele overschrijding van de redelijke termijn kan door het Hof na terugwijzing rekening worden gehouden.

16. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

17. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Ik laat hier de vraag rusten of een kennelijk leugenachtige verklaring ook als zelfstandig bewijsmiddel mag worden gebruikt. Zie daarover G.J.M. Corstens, Het Nederlands strafprocesrecht, achtste door M.J. Borgers bewerkte druk, 2014, p. 774/775 en M.J. Dubelaar in Tekst & Commentaar Strafvordering, aant. 2 bij art. 341 Sv.

2 Vgl. HR 6 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:7 en HR 7 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD4863.