Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2015:1364

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
02-06-2015
Datum publicatie
10-09-2015
Zaaknummer
14/02974
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2015:2484, Contrair
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Falende bewijsklacht schuldheling. Conclusie AG: anders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NBSTRAF 2015/219
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 14/02974

Zitting: 2 juni 2015

Mr. T.N.B.M. Spronken

Conclusie inzake:

[verdachte]

  1. Verdachte is bij arrest van 21 mei 2014 door het Gerechtshof Amsterdam wegens “schuldheling” veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een proeftijd van twee jaar.

  2. Mr. S. Aytemür, advocaat te Amsterdam, heeft namens verdachte twee middelen van cassatie voorgesteld.

  3. Het eerste middel bevat de klacht dat de bewezenverklaring van schuldheling niet wordt gedekt door de bewijsmiddelen, aangezien uit de bewijsmiddelen niet kan volgen dat de fiets die de verdachte voorhanden had een door misdrijf verkregen goed was.

  4. Het tweede middel bevat de klacht dat het hof in strijd met de wet niet heeft gereageerd op het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging, inhoudende dat niet kan worden vastgesteld dat de fiets die de verdachte voorhanden had een door misdrijf verkregen goed was.

  5. De middelen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.

  6. Het hof heeft ten laste van de verdachte bewezenverklaard:

“dat hij op 3 november 2011 te Amsterdam een fiets, Gazelle, type Davos, voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die fiets redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.”

7. Het hof heeft de bewezenverklaring gestoeld op de volgende bewijsmiddelen:

“1. Een proces-verbaal met nummer 2011283471-1 van 14 november 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] (doorgenummerde pagina’s I-III. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Op 3 november 2011 te Amsterdam, Mr Visserplein, zagen collega's een persoon die later bleek te zijn genaamd [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1966 te [geboorteplaats] , die op dat moment een fiets met zich mee voerde, die de uiterlijke kenmerken had van een fiets, die van diefstal afkomstig is. Het framenummer van de fiets was weggevijld. Op 22 november 2011 heb ik bij fietsenhandel Bikes & Boards een waardebepaling laten opmaken door A.F. Kroonenberg. Deze heeft de dagwaarde van de fiets bepaald op € 300,-.

2. Een proces-verbaal met nummer PL136D 2011283471-2 van 18 november 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] (doorgenummerde pagina's 1 e.V.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Op 3 november 2011 hield ik, verbalisant, te Amsterdam op het Mr. Visserplein te 21.00 uur [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1966 te [geboorteplaats] als verdachte aan. Ik zag dat [verdachte] mij tegemoet kwam fietsen. Ik zag dat de fiets, merk Gazelle, geen goed werkend veiligheidsslot had. Ik zag dat ter hoogte waar het veiligheidsslot zou moeten zitten, schade op het frame zichtbaar was. Ik zag tevens dat het framenummer van de fiets was weggevijld. De fiets is in beslag genomen. Uit bovenstaande bevindingen is mij ambtshalve bekend dat fietsen met een dergelijke schade veelal van diefstal afkomstig zijn.

3. Een proces-verbaal met nummer 2011283471-14 van 4 november 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] (doorgenummerde pagina's 7-10). Dit proces-verbaal houdt in, als de op bovengenoemde datum tegenover de verbalisant afgelegde verklaring van de verdachte:

Gisteren (het hof begrijpt: 3 november 2011) ben ik aangehouden (het hof begrijpt: op het Mr Visserplein te Amsterdam). Ik was in het bezit van een fiets, die ik van een Surinaamse man op straat, op de Wibautstraat (het hof begrijpt: te Amsterdam) had gekocht voor € 60,-.

4. Een verslag van een deskundige, A.F. Kroonenberg, werkzaam bij Dikes & Boards, IJzersterk in fietsen, Beukenweg 33 te Amsterdam, opgemaakt betreffende de waarde van de onderhavige, onder verdachte Hamdaoui in beslag genomen fiets (doorgenummerde pagina 23). Dit verslag houdt in, voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven:

Fiets, merk Gazelle, type Davos. Framenummer niet zichtbaar, bouwjaar fiets: onbekend.

Nieuwwaarde fiets € 749,-, huidige waarde fiets € 300,-. Staat van de fiets: redelijk.

Handtekening: onleesbaar, blokletters A.F. Kroonenberg

8. Het gaat in cassatie niet om de vraag of de verdachte wel of niet moest vermoeden dat de fiets door misdrijf was verkregen. Het gaat de steller om de in de bewezenverklaring besloten vaststelling van het hof dàt de fiets door misdrijf was verkregen. Als de fiets niet door misdrijf zou zijn verkregen, kon die immers ook niet geheeld worden.

9. De bewijsmiddelen in de voorliggende zaak houden in dat het framenummer van de fiets was weggevijld, dat de fiets geen goed werkend veiligheidsslot had en dat ter hoogte waar het veiligheidsslot zou moeten zitten, schade op het frame zichtbaar was. Verbalisant [verbalisant 1] vond dat de fiets de uiterlijke kenmerken had van een van diefstal afkomstige fiets. Verbalisant [verbalisant 2] verbaliseerde dat hem ambtshalve bekend was ‘dat fietsen met een dergelijke schade veelal van diefstal afkomstig zijn’.

10. Verdachtes verklaring omtrent de herkomst van de fiets houdt in dat hij deze heeft gekocht van een Surinaamse man op straat voor € 60,-. Door voorts als bewijsmiddel op te nemen dat de huidige waarde van de fiets wordt geschat op € 300,- heeft het hof kennelijk tot uitdrukking willen brengen dat verdachte de fiets voor een verdacht lage prijs heeft gekocht.

11. De uiterlijke kenmerken van de fiets en de omstandigheden van de aankoop dragen mijns inziens vooral bij aan het bewijs voor het ‘redelijkerwijs vermoeden’ van een criminele herkomst van de fiets. De bewijsmiddelen bieden echter slechts zijdelings steun aan de aanname dat de fiets ook daadwerkelijk een criminele herkomst heeft. Ook de verbalisanten komen niet verder dan een ‘fingerspitzengefühl’. Ander bewijs, bijvoorbeeld een aangifte waaruit blijkt dat de fiets is gestolen, ontbreekt. Ik merk hierbij op, dat het zich eenvoudig laat indenken dat legale studentenfietsen, ‘stationsfietsen’ en tweedehandsfietsen met vergelijkbare uiterlijke kenmerken op een vergelijkbare wijze worden overgedragen.

12. Gelet op het voorgaande, schiet het bewijs voor het bestanddeel ‘dat het een door misdrijf verkregen goed betrof’ tekort.

13. Tot slot wil ik nog het volgende opmerken. Ik heb geconstateerd dat de weergave van de verklaring van de verdachte in de bewijsconstructie wat ongenuanceerd is. De verdediging heeft bij pleidooi de verklaring van verdachte voorgehouden. Een blik over de papieren muur leert dat de verdediging daarbij trouw is gebleven aan de oorspronkelijke tekst. De verdachte heeft verklaard:

- dat hij de fiets voor € 60,- heeft gekocht van een Surinaamse man in de Wibautstraat,

- dat de fiets toen niet in goede staat was,

- dat hij de fiets zelf heeft opgeknapt,

- dat de politie de fiets van verdachte bij een controle ‘twee weken geleden’ in orde had bevonden en

- dat hij de fiets nooit zou hebben gekocht als hij zou hebben geweten dat de fiets gestolen was.

De werkelijke verklaring van verdachte geeft het verschil tussen het aankoopbedrag van € 60,- en de geschatte ‘huidige’ waarde van € 300,- meer nuance dan de bewijsconstructie doet vermoeden.

14. Het eerste middel slaagt. Het tweede middel bevat in de kern dezelfde klacht – namelijk dat het hof ongemotiveerd voorbij is gegaan aan het gebrek aan bewijs voor de criminele herkomst van de fiets – en slaagt derhalve ook.

15. De middelen zijn terecht voorgesteld. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.

16. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het hof, teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG