Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2015:1215

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
12-05-2015
Datum publicatie
16-09-2015
Zaaknummer
14/06236
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2015:2583
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Herziening. Tussenarrest. De HR verzoekt de raadsvrouwe om een schriftelijke toelichting op vragen over het procesverloop in de zaak waarvan herziening wordt gevraagd en stelt de stukken in handen van de PG teneinde verbalisante X een aanvullend p-v te laten opstellen n.a.v. een eerder door haar afgelegde verklaring.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 14/06236 H

Zitting: 12 mei 2015

Mr. T.N.B.M. Spronken

Conclusie inzake:

[aanvrager]

  1. De aanvrager van herziening is bij vonnis van 14 september 2007 in de zaak met parketnummer 14/700166-07 door de politierechter in de Rechtbank te Alkmaar veroordeeld tot een geldboete van € 390, te vervangen door 7 dagen hechtenis en een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden, met een proeftijd van 2 jaren, wegens overtreding van artikel 8 Wegenverkeerswet 1994 op 10 december 2006. Het vonnis is onherroepelijk geworden.

  2. Namens de aanvrager heeft Mr. T.N. van Riel, advocaat te Alkmaar, een verzoek tot herziening van het vonnis ingediend vanwege een persoonsverwisseling, omdat zich iemand anders als aanvrager heeft voorgedaan tijdens de aanhouding op 10 december 2006.

  3. Uit de processtukken blijkt dat op 10 december 2006 te Heerhugowaard door verbalisant [verbalisant 1] een aanhouding is verricht die verband houdt met een overtreding van art. 8 van de Wegenverkeerswet 1994. Uit de bewezenverklaring blijkt dat de politierechter van de opgemaakte processen-verbaal de volgende passages voor het bewijs heeft gebruikt:

“Een proces-verbaal met nummer 10.12,2006.0409.4848, gedateerd 28 december 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1].

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als het relaas van verbalisant:

Op 10 december 2006, omstreeks 04.09 uur, te Heerhugowaard, ter controle op de naleving van de Wegenverkeerswet, heb ik, de bestuurder van een personenauto het voertuig doen stilhouden.

Op 10 december 2006, te 04.10 uur, heb ik met medewerking van de bestuurder een ademtest afgenomen. Als resultaat van de test nam ik alcohol-indicatie boven de wettelijk vastgestelde grens waar.

Ik heb de bestuurder als verdacht van overtreding van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden op 10 december 2006 te 04.15 uur.

De verdachte gaf mij op te zijn:

[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986.

3. Een proces-verbaal met nummer PL1000/006-286845, gedateerd 10 december 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1].

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belangen zakelijk weergegeven, als de 10 december 2006 tegenover verbalisant voornoemd afgelegde verklaring van verdachte:

Ik erken na het nuttigen van alcoholhoudende drank als bestuurder te zijn opgetreden op 10 december 2006 omstreeks 04:09 uur.

4. Een geschrift, te weten een adem-analyseformulier met volgnummer A 232436, gedateerd 10 december 2006, als bijlage gevoegd bij het onder nummer 2. genoemde proces-verbaal.

Dit verslag houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven, de personalia van de verdachte en als resultaat van de ademanalyse: 455 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht.

5. Een geschrift, zijnde een bevraging landelijke systemen politie Noord-Holland Noord, details CRB persoonsgegevens.

Dit geschrift houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven:

[aanvrager], geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] Rijbewijsnummer [001], afgiftedatum 05-09-2005 Alkmaar, categorie B, einddatum geldig 05-09-2015.”

4. Aanvrager stoelt zijn herzieningsverzoek op de omstandigheid dat na een confrontatie van aanvrager met verbalisant [verbalisant 1] die op 3 juni 2010 heeft plaatsgevonden, [verbalisant 1] heeft vastgesteld dat aanvrager niet de persoon was die zij op 10 december 2006 had aangehouden.

5. In het proces-verbaal van bevindingen van deze confrontatie1, die als bijlage bij het herzieningsverzoek is gevoegd, verklaart zij hieromtrent als volgt:

“Ik, verbalisant, [verbalisant 1], agent, Groep 6, Alkmaar, verklaar het volgende:

Op 10/12/2006, omstreeks 05.15 uur, heb ik een onderzoek ingesteld, op locatie het […] Alkmaar waarbij het volgende is bevonden :

Bevindingen

op zondag 10 december 2006 was ik in uniform gekleed en samen met collega [verbalisant 2] belast met alcoholcontrole.

Diezelfde dag, omstreeks 04.15 uur, heb ik een persoon aangehouden welke opgaf te zijn: |

Naam: [achternaam aanvrager] |

Voornamen: [voornaam aanvrager]

Geboortedatum: [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats]

Wonende: [a-straat 1]

[woonplaats]

[aanvrager] is betreffende nacht aangehouden ter zake artikel 8 lid 3 van de Wegenverkeerswet 1994. [aanvrager] blies op het ademanalyseapparaat 455 ug/1. Daar [aanvrager] op het moment van het misdrijf beginnend bestuurder was, is hem een vordering gedaan tot overgifte van zijn rijbewijs.

Daar [aanvrager] op dat moment zijn rijbewijs niet bij zich had is aan hem een kennisgeving van vordering tot overgifte van het rijbewijs uitgereikt. Die nacht kon [aanvrager] zich niet legitimeren met een geldig legitimatiebewijs en is door collega [verbalisant 2] geverifieerd of het om betreffend persoon ging. Zie hiervoor bij gevoegd kopie van proces-verbaal van aanvullend bevindingen.

In de week van 5 mei 2010, de precieze datum kan ik mij niet herinneren, werd ik aangesproken door collega [verbalisant 3]. Deze vroeg mij of ik het voorgaande voorval nog kon herinneren. Ik zei tegen [verbalisant 3] dat ik dat inderdaad nog wist. Hij zei tegen mij dat hij in gesprek was met [aanvrager] en dat deze hem verteld had dat hij absoluut niet de bestuurder was geweest op zondag 10, december 2010. [verbalisant 3] vroeg aan mij of ik een confrontatie aan wilde gaan om te kijken of het de bestuurder zou kunnen zijn geweest. Toen ik geconfronteerd werd met [aanvrager] zag ik dat het niet de betreffende persoon was, welke ik op zondag 10 december 2006 heb aangehouden. Dit kan ik met 100 procent zekerheid zeggen.

De personalia van de verdachte die zondag 10 december 2006 is aangehouden, is mij onbekend gebleven. [aanvrager] verklaarde tegen mij bij de confrontatie dat de verdachte zou zijn ene [betrokkene] wonende in Heerhugowaard. [betrokkene] zou de naam van [aanvrager] hebben genoemd naar aanleiding van een conflict.

Waarvan door mij op ambtsbelofte is opgemaakt dit proces-verbaal dat ik sloot en ondertekende te Alkmaar, op 3 juni 2010.

[verbalisant 1] op ambtsbelofte”

6. Omdat het hiervoor geciteerde proces-verbaal, dat gevoegd is als bijlage bij het herzieningsverzoek, niet is ondertekend, heb ik op 10 maart 2015 het College van procureurs-generaal verzocht na te gaan of de verbalisant [verbalisant 1] het proces-verbaal d.d. 3 juni 2010 met nummer PL10AL 2010059174-2 al dan niet daadwerkelijk (op ambtseed) heeft opgemaakt en ervoor zorg te dragen dat de uitkomst van dit onderzoek in een aanvullend (ondertekend) proces-verbaal wordt vastgelegd. Daarop is van het College van procureurs-generaal een brief ontvangen, gedateerd 28 april 2015, waarbij een proces-verbaal van bevindingen2 van verbalisant [verbalisant 1] waarin zij meldt :

“Ik, verbalisant, [verbalisant 1], hoofdagent van politie Eenheid Noord-Holland, verklaar het volgende:

Ik, verbalisant, verklaar dat ik op 14 april 2015, omstreeks 13.37 uur, een kopie van een volgende proces-verbaal van bevindingen heb gezien en gelezen. Dit proces-verbaal van bevindingen is voorzien van proces-verbaalnummer PL10AL 2010059174-2. Dit betreft een proces-verbaal van bevindingen omtrent de herkenning van [aanvrager].

In dit proces-verbaal van bevindingen sta ik als verbalisant genoemd. Ik kan mij ook herinneren dat ik dat proces-verbaal van bevindingen destijds ambtsedig heb opgemaakt. De reden voor het opmaken van het proces-verbaal van bevindingen is het volgende :

Op 10 december 2006 was ik belast met een alcoholcontrole. Hierbij heb ik een persoon gecontroleerd, wie opgaf te zijn:

Naam : [achternaam aanvrager]

Voornaam : [voornaam aanvrager]

Geboren : [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] in Nederland

Deze persoon is betreffende nacht aangehouden terzake artikel 8 lid 3 van de Wegenverkeerswet

1994. De persoon kon zich die nacht niet legitimeren en droeg geen geldig rijbewijs bij zich. Aan de persoon is een kennisgeving van vordering tot overgifte van zijn rijbewijs uitgereikt.

In de week van 5 mei 2010, de precieze datum kan ik mij niet herinneren, werd ik aangesproken door collega [verbalisant 3]. [verbalisant 3] vroeg aan mij of ik voorgaand voorval nog kon herinneren. Ik vertelde dat ik dit inderdaad nog wist. [verbalisant 3] gaf aan dat hij op dat moment in gesprek was met [aanvrager]. [verbalisant 3] vroeg of ik wilde kijken of de persoon met wie [verbalisant 3] in gesprek was, de persoon was die ik op 10 december 2006 had aangehouden terzake artikel 8 lid 3 Wegenverkeerswet 1994.

Dat ik geconfronteerd werd met de persoon zag ik dat hij niet dezelfde persoon was als op 10 december 2006 die toendertijd had verklaard dat hij [aanvrager] zou zijn.

Voor verdere bijzonderheden verwijs ik naar het bijvoegde kopie van het proces-verbaal van bevindingen voorzien van nummer PL10AL 2010059174.

Ik kan mij niet herinneren of ik in 2010 het proces-verbaal van bevindingen opgemaakt op 03 juni 2010 heb voorzien van een handtekening. Het zou logisch dat ik dit wel heb gedaan, omdat ik het proces-verbaal van bevindingen zelf ambtsedig heb opgemaakt en normaal gesproken al mijn opgemaakte processen-verbaal onderteken.

Waarvan door mij is opgemaakt dit proces-verbaal, dat ik sloot en ondertekende te Alkmaar op 16 april 2015.

[verbalisant 1] op ambtsbelofte

[ondertekening]”

7. In het licht van de bevindingen van de politie, waaronder hetgeen is gerelateerd over aanhouding en het proces-verbaal van bevindingen van 3 juni 2010 en het thans wel ondertekende proces-verbaal van bevindingen van 15 april 2015 bestaat er een ernstig vermoeden dat er sprake is geweest van een persoonsverwisseling en dat indien deze bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de strafzaak zou hebben geleid tot vrijspraak van verzoeker.

8. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de aanvraag gegrond zal verklaren en de zaak zal verwijzen naar een gerechtshof, opdat deze op de voet van art. 472, tweede lid, Sv opnieuw zal worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Proces-verbaal nummer PL10AL 2010059174-2.

2 Met proces-verbaal nummer: PL1100-2015092602-3.