Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2015:1028

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
12-05-2015
Datum publicatie
08-07-2015
Zaaknummer
14/00827
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2015:1813, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Beklag, beslag. 1. n-o verklaring in cassatie wegens beëindiging beslag, art. 116, 117 en 134.2. Sv. 2. Deels gegronde motiveringsklachten over ongegrondverklaring van het beklag. Ad 1. De A-G heeft bij de Dienst Domeinen en het Arrondissementsparket te Maastricht inlichtingen ingewonnen waaruit blijkt dat de inbeslaggenomen bromfiets Piaggio Fly op 18 december 2013 is vernietigd met de in art. 117 Sv bedoelde machtiging van de OvJ, dat de inbeslaggenomen bromfiets Piaggio Zip “reeds is vernietigd 116 Sv” en dat de personenauto BMW is vervreemd. In cassatie moet ervan worden uitgegaan dat het beslag op de bromfiets Piaggio Fly inmiddels na de beslissing van de Rb is beëindigd, zodat de klaagster in zoverre niet kan worden ontvangen in het cassatieberoep. Ad 2. Vatbaar voor o.a.h.v. zijn alle voorwerpen a.b.i. art. 36c Sr, ongeacht de persoon aan wie zij toebehoren. Het oordeel van de Rb dat niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de bromfiets Piaggio Zip zal o.a.h.v. op de grond dat het ongecontroleerde bezit ervan i.s.m. de wet of met het algemeen belang, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is, in aanmerking genomen dat de Rb heeft overwogen dat de echtheidskenmerken van de bromfiets zijn verwijderd, niet onbegrijpelijk. Het oordeel van de Rb dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de personenauto BMW, die onder X in beslag is genomen maar aan de klaagster toebehoort, door de strafrechter, later oordelend in de strafzaak tegen X zal worden verbeurdverklaard of o.a.h.v., is zonder nadere motivering niet begrijpelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 14/00827 B

Zitting: 12 mei 2015

Mr. Knigge

Conclusie inzake:

[klaagster]

1. De Rechtbank Limburg, locatie Maastricht, heeft bij beschikking van 16 oktober 2013 klaagster ten dele niet-ontvankelijk verklaard in het door haar ingediende klaagschrift en dit klaagschrift voor het overige ongegrond verklaard.

2. Tegen deze beschikking is namens klaagster cassatieberoep ingesteld.

3. Namens klaagster heeft mr. S. Ikiz, advocaat te Vaals, drie middelen van cassatie voorgesteld.

4 Het klaagschrift en de beschikking

4.1.

Het klaagschrift strekt tot teruggave aan klaagster van een drietal in beslag genomen voertuigen, te weten een bromfiets, merk Piaggio type Fly, alsmede het daarbij behorende kentekenbewijs, een bromfiets, merk Piaggio type Zip, met kenteken [CC-00-DD] , en een auto, merk BMW type 523i Sedan, met kenteken [AA-00-BB] . Hiertoe is kort gezegd aangevoerd dat deze voertuigen eigendom zijn van klaagster, dat het beslag vexatoir is gelegd, dat klaagster geen strafbare feiten met deze voertuigen heeft begaan en dat zij belang heeft bij teruggave.

4.2.

De Rechtbank heeft, voor zover relevant, overwogen en beslist als volgt:

“Ter zake van de Piaggio Fly is de rechtbank van oordeel dat de belanghebbende niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu er zich in het procesdossier geen proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming ter zake van deze bromfiets bevindt. Om deze reden is de grondslag aan het klaagschrift van de belanghebbende komen te ontvallen.

De rechtbank zal de belanghebbende ten aanzien van dit onderdeel van het klaagschrift dan ook niet-ontvankelijk verklaren.

Ten aanzien van de personenauto en de Piaggio Fly1 is de rechtbank, gezien de inhoud van het procesdossier en het verhandelde in raadkamer, van oordeel dat het onderzoeksbelang het voortduren van het beslag niet langer vordert. Toch zullen deze inbeslaggenomen goederen niet worden teruggegeven, omdat zich hier niet voordoet het geval dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, het inbeslaggenomene verbeurd zal verklaren dan wel zal onttrekken aan het verkeer.
Ten aanzien van de personenauto overweegt de rechtbank dat er voldoende aanwijzingen uit het procesdossier volgen dat [betrokkene] zonder rijbewijs in de auto van zijn partner, zijnde de belanghebbende, heeft gereden.
Ten aanzien van de Piaggio Zip overweegt de rechtbank dat de echtheidskenmerken op deze bromfiets zijn verwijderd, zodat deze bromfiets niet langer aan het verkeer mag deelnemen. Het beslag ter zake van de personenauto en de Piaggio Zip kan derhalve niet worden opgeheven en het beklag zal op deze punten ongegrond worden verklaard.

(…)

De rechtbank
- verklaart de belanghebbende niet-ontvankelijk in haar klaagschrift, voor zover betrekking hebbend op een Piaggio Fly;
- verklaart het beklag voor het overige ongegrond.”

5 Het eerste middel

5.1.

Het middel klaagt dat de Rechtbank klaagster ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in het klaagschrift voor zover dit betrekking heeft op de bromfiets Piaggio Fly.

5.2.

Aan de steller van het middel kan allereerst worden toegegeven dat de woordkeus van de Rechtbank niet gelukkig is. De omstandigheid dat in het procesdossier kennelijk geen proces-verbaal van kennisgeving inbeslagneming van de Piaggio Fly aanwezig is, levert immers op zichzelf beschouwd onvoldoende grond op voor het oordeel dat het klaagschrift in zoverre grondslag ontbeert en klaagster ten aanzien van deze bromfiets niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Anders gezegd, het feit dat geen stukken van inbeslagneming voorhanden zijn, betekent niet dat geen beslag is gelegd.

5.3.

Welwillend gelezen zou uit de overwegingen van de Rechtbank kunnen worden afgeleid dat is bedoeld tot uitdrukking te brengen dat in het geheel niet aannemelijk is geworden dat de Piaggio Fly in beslag is genomen. Aan de verdediging zou immers kunnen worden tegengeworpen dat het, blijkens de aan de Hoge Raad toegestuurde gedingstukken, enkel heeft gesteld maar niet op enigerlei wijze heeft onderbouwd dat, wanneer en onder wie de bromfiets in beslag zou zijn genomen.

5.4.

Complicerende factor in dezen is echter dat blijkens het klaagschrift wordt gesteld dat niet alleen de bromfiets zelf maar ook het daarbij behorende kentekenbewijs in beslag is genomen. Bovendien heeft de raadsman tijdens de raadkamerzitting van 16 oktober 2013 aangevoerd dat ten tijde van de inbeslagneming geen documenten daaromtrent aan klaagster zijn verstrekt. Hieruit zou kunnen worden afgeleid dat het de verdediging onmogelijk was een en ander te onderbouwen. Wel is door de raadsman tijdens deze raadkamerzitting aangegeven dat het kenteken van de Piaggio Fly [EE-00-FF] betreft en dat wellicht op basis van dat kenteken zou kunnen worden onderzocht of dit voertuig inderdaad in beslag is genomen. De officier van justitie heeft daarop gerespondeerd dat zo een onderzoek niet mogelijk is en dat de raadsman werd aangeraden buiten de raadkamerzitting om een brief hieromtrent aan het Openbaar Ministerie te richten.

5.5.

Mogelijk bedoelde de officier van justitie dat het in gevallen als de onderhavige raadzaam is om zich eerst met het Openbaar Ministerie te verstaan alvorens beklag te doen, omdat de beklagprocedure minder geschikt is om dit type feitelijke kwesties tot een oplossing te brengen. Dat nader onderzoek naar eventueel beslag op de bromfiets op basis van het kenteken niet mogelijk is, is echter teveel gezegd. Uit namens mij ingewonnen inlichtingen bij de Dienst Domeinen en het Arrondissementsparket te Maastricht is namelijk gebleken dat op 9 juni 2013 wel degelijk een op naam van klaagster gestelde bromfiets Piaggio Fly met kenteken [EE-00-FF] in beslag is genomen onder haar partner [betrokkene] .

5.6.

Tevens bleek mij echter dat deze bromfiets op 18 december 2013 is vernietigd op basis van een machtiging ex art. 117 Sv. Gelet op het bepaalde in art. 134, tweede lid onder c, Sv is het beslag op deze bromfiets hiermee geëindigd en moet klaagster in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard in het cassatieberoep.2 Het middel behoeft daarom geen verdere bespreking.

6 Het tweede en het derde middel

6.1.

Het tweede middel behelst naar de kern genomen de klacht dat het oordeel van de Rechtbank dat niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen BMW en Piaggio Zip zal gelasten, onvoldoende is gemotiveerd. Het derde middel klaagt dat de Rechtbank ten onrechte is voorbijgegaan aan de stelling van klaagster dat de in beslag genomen voertuigen aan haar toebehoren en dat zij daarmee geen strafbare feiten heeft gepleegd, waardoor de Rechtbank het persoonlijk belang van klaagster bij teruggave van de voertuigen ten onrechte niet zou hebben meegewogen. Deze middelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.

6.2.

Ik merk allereerst op dat de Rechtbank zich in haar beschikking niet heeft uitgelaten over de vraag of de inbeslagneming van de Piaggio Zip en de BMW is gebaseerd op art. 94 Sv of op art. 94a Sv. Maar de door de Rechtbank aangehaalde maatstaf is duidelijk gestoeld op art. 94 Sv, hetgeen erop duidt dat de Rechtbank ervan is uitgegaan dat het beslag rechtsgrond vindt in dit artikel. Nu daarover niet wordt geklaagd, kan dit uitgangspunt in cassatie voor juist worden gehouden.

6.3.

Ten aanzien van de Piaggio Zip heeft te gelden dat de Rechtbank heeft vastgesteld dat de echtheidskenmerken van deze bromfiets zijn verwijderd, zodat deze niet langer aan het verkeer mag deelnemen. Hierin ligt besloten dat de Rechtbank heeft geoordeeld dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de later oordelende rechter het ongecontroleerde bezit van de bromfiets in strijd is met het algemeen belang als bedoeld in art. 36c Sr zal achten, zodat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert. Dit kennelijke oordeel van de Rechtbank, gebaseerd op de juiste maatstaf, is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat bij een bromfiets zonder echtheidskenmerken gedacht moet worden aan een zogenoemde “omgekatte” bromfiets. 3 Aan de begrijpelijkheid van dit voorlopige oordeel doet niet af dat namens klaagster in raadkamer is gesteld dat het “chassisnummer” wel bekend was. Hetzelfde geldt voor het persoonlijk belang dat klaagster bij teruggave heeft.

6.4.

Dit betekent dat beide middelen falen voor zover zij zien op de bromfiets Piaggio Zip.

6.5.

Voor de beoordeling van de middelen ten aanzien van de BMW heeft allereerst te gelden dat in een geval als het onderhavige, waarin een ander dan de beslagene, stellende dat hem in het in beslag genomen voorwerp in eigendom toebehoort, zich bij Rechtbank beklaagt over de voortduring van het beslag en het uitblijven van een last tot teruggave aan hem, de Rechtbank dient te beoordelen of a) het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert en, zo neen, of b) de klager die stelt rechthebbende te zijn inderdaad redelijkerwijs als rechthebbende op het inbeslaggenomene kan worden aangemerkt.4 Het door art. 94 Sv beschermde belang van strafvordering verzet zich onder meer tegen teruggave indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer zal bevelen.5 Tevens is van belang te vermelden dat voor verbeurdverklaring in beginsel is vereist dat het voorwerp aan de veroordeelde toebehoort, maar dat in art. 33a, tweede lid, Sr de voorwaarden worden opgesomd waaronder - ook - voorwerpen die aan een ander dan de veroordeelde toebehoren vatbaar zijn voor verbeurdverklaring.

6.6.

In de overwegingen van de Rechtbank dat er voldoende aanwijzingen zijn voor de verdenking dat [betrokkene] zonder rijbewijs in de BMW van klaagster heeft gereden en dat zich daarom niet voordoet het geval dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend in de strafzaak tegen [betrokkene] , de auto verbeurd zal verklaren of zal onttrekken aan het verkeer, ligt als juiste maatstaf besloten dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert.

6.7.

Daarmee is nog niet gezegd dat de Rechtbank deze beslissing, gelet op de door haar vastgestelde feiten en omstandigheden, toereikend heeft gemotiveerd. Weliswaar is het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift over inbeslagneming noodzakelijkerwijs summier en voorlopig van aard en kan de motivering in cassatie slechts marginaal worden getoetst, maar in de onderhavige zaak is het oordeel wel buitengewoon karig gemotiveerd.

6.8.

Met betrekking tot de onttrekking aan het verkeer van voorwerpen merk ik op dat hiervoor niet van belang is wie eigenaar van, of rechthebbende op, het desbetreffende voorwerp is. Maar mocht de bestreden beschikking zo moeten worden begrepen dat de Rechtbank van oordeel is dat onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen auto niet hoogst onwaarschijnlijk is, dan is dat oordeel zonder nadere motivering niet begrijpelijk. Immers, niet goed valt in te zien waarom het ongecontroleerde bezit van de in het klaagschrift bedoelde personenauto in strijd zou zijn met de wet of het algemeen belang.

6.9.

Ten aanzien van de eventuele verbeurdverklaring van de auto in de strafzaak tegen [betrokkene] , wijs ik erop dat de Rechtbank niet meer heeft vastgesteld dan dat “er voldoende aanwijzingen uit het procesdossier volgen dat [betrokkene] zonder rijbewijs in de auto van zijn partner, zijnde de belanghebbende, heeft gereden.” Dit moge zo zijn, maar niet blijkt dat de Rechtbank zich rekenschap heeft gegeven van de toepasselijkheid van één van de in art. 33a, tweede lid onder a, Sr genoemde voorwaarden voor verbeurdverklaring van een niet aan de veroordeelde toebehorend voorwerp. Noch heeft de Rechtbank expliciet feiten en omstandigheden tot uitgangspunt genomen waaraan kan worden ontleend dat één van die toepasselijke voorwaarden is vervuld, waarbij ik erop wijs dat tijdens de raadkamerzittingen van 2 en 16 oktober 2013 namens klaagster is aangevoerd dat zij geen wetenschap had van de omstandigheid dat [betrokkene] met de auto reed en dat de inbeslagneming van de auto buitenproportioneel is.

6.10.

Bij deze stand van zaken meen ik dat het oordeel van de Rechtbank over de waarschijnlijkheid van verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van de BMW zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk is.6 Over dat motiveringsgebrek klaagt het tweede middel terecht, waardoor dit middel slaagt en het derde middel ten aanzien van de BMW geen bespreking meer behoeft.

7. Het eerste middel behoeft geen bespreking omdat klaagster in zoverre niet-ontvankelijk is in het cassatieberoep. Het tweede en derde middel slagen gedeeltelijk. Voor het overige kunnen zij worden afgedaan met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende motivering.

8. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

9. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van klaagster in het cassatieberoep voor zover dit ziet op de Piaggio Fly, tot vernietiging van de bestreden beschikking ten aanzien van de BMW, in zoverre tot zodanige beslissing met betrekking tot terugwijzing of verwijzing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,

AG

1 Mij komt voor dat dit een verschrijving betreft en dat wordt bedoeld de Piaggio Zip.

2 Uit de ingewonnen inlichtingen blijkt ook dat de Piaggio Zip inmiddels is vernietigd. Gelet op de vermelding “116 Sv” levert dit onvoldoende reden op om het beroep in zoverre niet-ontvankelijk te verklaren. Zie (de conclusie die voorafging aan) HR 4 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3829. De BMW blijkt te zijn vervreemd, maar dat betekent niet dat aan het beslag een einde is gekomen (art. 117 lid 4 Sv).

3 Vgl. HR 10 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:545, NJ 2015, 152, rov. 2.6.

4 HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010, 654, rov. 2.11.

5 HR 28 september 2010, rov. 2.9.

6 Vgl. bijv. HR 10 maart 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG9151, NJ 2009, 149 en HR 14 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM4128.