Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2015:1007

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
12-05-2015
Datum publicatie
08-07-2015
Zaaknummer
13/05871
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2015:1788, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het cassatieberoep wegens het niet tijdig door een raadsman indienen van een schriftuur houdende middelen van cassatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 13/05871

Zitting: 12 mei 2015

Mr. Vegter

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het Gerechtshof te Den Haag, heeft bij arrest van 14 november 2013 de verdachte wegens “Een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden, door een ander trachten te bewegen om dat feit mede te plegen”, veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien weken, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr.

2. Deze zaak hangt samen met de zaak tegen [medeverdachte] (13/05945), waarin ik vandaag eveneens concludeer.

3. Namens verdachte heeft mr. H. Faouzi, advocaat te Zoetermeer, op 27 november 2013 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 4 november 2014 betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv, door een raadsman een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. Binnen de termijn als bedoeld in art. 437, tweede lid, Sv is geen schriftuur houdende middelen bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.

4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep in cassatie.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG