Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2014:85

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
04-02-2014
Datum publicatie
04-03-2014
Zaaknummer
12/01398
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2014:467, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Ontbreken pleitnotities. De in het p-v tz. vermelde pleitnotities ontbreken bij de ex art. 434.1 Sv aan de HR toegezonden stukken, zodat niet valt na te gaan wat de raadsman aan het in het middel bedoelde verzoek tot het horen van getuigen ten grondslag heeft gelegd en derhalve niet kan worden beoordeeld of de afwijzing van het verzoek door het Hof toereikend is gemotiveerd. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het, nu dit verzuim onherstelbaar is, nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Conclusie

Nr. 12/01398 P

Zitting: 4 februari 2014

Mr. Hofstee

Conclusie inzake:

[betrokkene]

1. Het Gerechtshof te ‘s-Gravenhage heeft bij arrest van 1 maart 2012 het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 553.494,78,- en aan de betrokkene ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van € 550.000,-.

2. Namens de betrokkene heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, vier middelen van cassatie voorgesteld.

3. Het eerste middel klaagt dat de afwijzing van het ter terechtzitting van 29 april 2011 gedane verzoek tot het horen van diverse getuigen in het licht van hetgeen door de verdediging naar voren is gebracht, onbegrijpelijk is, althans onvoldoende met redenen is omkleed.

4. In het proces-verbaal terechtzitting van 29 april 2011 is het volgende opgenomen:

“De raadsman maakt gebruik van de hem geboden gelegenheid het standpunt van de verdediging nader toe te lichten. Daartoe voert hij het woord overeenkomstig zijn overgelegde en aan dit proces-verbaal gehechte pleitnotities. In aanvulling op zijn pleitnotities legt de raadsman een aantal op schrift gestelde verklaringen van [getuige 1], [getuige 4], [getuige 2], [getuige 5], [getuige 6], [getuige 7] en [getuige 3] aan het gerechtshof over. De raadsman merkt op dat - indien het hof zulks noodzakelijk acht - voornoemde personen bereid zijn om een getuigenverklaring af te leggen.”

5. De in het proces-verbaal genoemde pleitnotities (evenals de op schrift gestelde en door de raadsman kennelijk overhandigde verklaringen) bevinden zich niet bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken. Bij brief van 16 januari 2014 heeft de griffier van het Hof de Hoge Raad bericht dat deze pleitnotities in het ongerede zijn geraakt. Dit betekent dat niet valt na te gaan of het in het middel bedoelde verzoek is gedaan en, zo ja, op welke wijze dit verzoek is onderbouwd. Dit verzuim moet leiden tot nietigheid van het onderzoek en de uitspraak.1

6. Gelet op het voorgaande kan een bespreking van de overige middelen volgens mij achterwege blijven. Mocht Uw Raad een dergelijke bespreking niettemin geboden achten, dan ben ik graag bereid aanvullend te concluderen.

7. De conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof te Amsterdam, teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Vgl. HR 28 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO6704, NJ 2011/495, rov. 3.7 onder b.