Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2014:722

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
20-05-2014
Datum publicatie
14-07-2014
Zaaknummer
13/02441
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2014:1692
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

De Hoge Raad wijst één arrest voor de strafzaak en voor de met de strafzaak samenhangende ontnemingszaak tegen verdachte/betrokkene. 1. De Hoge Raad maakt enkele voorafgaande opmerkingen aangaande de ontvankelijkheid van het ingestelde cassatieberoep in de strafzaak en in de ontnemingszaak. Het bij schriftuur voorgestelde middel heeft onmiskenbaar (uitsluitend) betrekking op in de strafzaak ten laste van verdachte genomen beslissingen. Op grond daarvan moet worden aangenomen dat de raadsman in de schriftuur abusievelijk de zaaknummers van de ontnemingszaak heeft vermeld, maar heeft beoogd een middel van cassatie in te dienen in de strafzaak tegen verdachte en niet in de met die zaak samenhangende ontnemingszaak. De Hoge Raad merkt die schriftuur daarom aan als houdende een middel van cassatie tegen het arrest van het Hof in de strafzaak tegen verdachte. Dit betekent dat nu verdachte in deze binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, verdachte dient te worden ontvangen in het beroep. 2. In de ontnemingszaak wordt betrokkene n-o verklaard in het beroep, aangezien er geen cassatieschriftuur is ingediend. 3. Het middel in de strafzaak wordt met toepassing van art. 81.1 RO afgedaan. De AG heeft echter in beide zaken tot n-o geconcludeerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 13/02441P

Zitting: 20 mei 2014

Mr. Hofstee

Conclusie inzake:

[betrokkene]

1. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij arrest van 29 maart 2013 de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep.

2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 13/01880, 13/02441P, 13/02439, 13/02509, 13/03295P en 13/03305P. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.

3. Namens de betrokkene heeft mr. N. van Schaik, advocaat te Utrecht, één middel van cassatie voorgesteld.

4. In deze ontnemingszaak is tijdig beroep in cassatie ingesteld. De schriftuur behelst echter een middel dat is gericht tegen het arrest van het Hof Arnhem-Leeuwarden in de met deze zaak samenhangende strafzaak. Nu in het middel niet wordt geklaagd over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak - in dit geval in de ontnemingszaak - heeft gewezen, is geen sprake van een cassatiemiddel in de zin der wet.

5. Mitsdien heeft de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie doen indienen en is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv in verbinding met art. 511h Sv. Dat betekent dat de betrokkene in het cassatieberoep niet kan worden ontvangen.

6. Deze conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van de betrokkene in het cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG