Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2014:721

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
20-05-2014
Datum publicatie
14-07-2014
Zaaknummer
13/02439
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2014:1692
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

De Hoge Raad wijst één arrest voor de strafzaak en voor de met de strafzaak samenhangende ontnemingszaak tegen verdachte/betrokkene. 1. De Hoge Raad maakt enkele voorafgaande opmerkingen aangaande de ontvankelijkheid van het ingestelde cassatieberoep in de strafzaak en in de ontnemingszaak. Het bij schriftuur voorgestelde middel heeft onmiskenbaar (uitsluitend) betrekking op in de strafzaak ten laste van verdachte genomen beslissingen. Op grond daarvan moet worden aangenomen dat de raadsman in de schriftuur abusievelijk de zaaknummers van de ontnemingszaak heeft vermeld, maar heeft beoogd een middel van cassatie in te dienen in de strafzaak tegen verdachte en niet in de met die zaak samenhangende ontnemingszaak. De Hoge Raad merkt die schriftuur daarom aan als houdende een middel van cassatie tegen het arrest van het Hof in de strafzaak tegen verdachte. Dit betekent dat nu verdachte in deze binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, verdachte dient te worden ontvangen in het beroep. 2. In de ontnemingszaak wordt betrokkene n-o verklaard in het beroep, aangezien er geen cassatieschriftuur is ingediend. 3. Het middel in de strafzaak wordt met toepassing van art. 81.1 RO afgedaan. De AG heeft echter in beide zaken tot n-o geconcludeerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 13/02439

Zitting: 20 mei 2014

Mr. Hofstee

Conclusie inzake:

[verzoeker = verdachte]

1. Namens verzoeker is beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 maart 2013.

2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 13/01880, 13/02441P, 13/02439, 13/02509, 13/03295P en 13/03305P. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.

3. Verzoeker heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Namens hem zijn geen middelen van cassatie voorgesteld.

4. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, dient verzoeker niet-ontvankelijk in het cassatieberoep te worden verklaard.

5. Deze conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van verzoeker in het cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG