Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2014:2796

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
25-11-2014
Datum publicatie
28-01-2015
Zaaknummer
14/00138
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2015:123, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Art. 437.2 Sv. Verdachte wordt n-o verklaard, nu geen schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 14/00138

Zitting: 25 november 2014

Mr. Bleichrodt

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft bij arrest van 20 december 2013 de verdachte wegens primair “overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl het feit mede is veroorzaakt doordat de schuldige geen voorrang heeft verleend” veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand, met een proeftijd van twee jaren, een taakstraf voor de duur van tachtig uren, subsidiair veertig dagen hechtenis, en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden. Voorts heeft het hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, één en ander zoals in het arrest vermeld.

2. Deze zaak hangt in administratief opzicht samen met de zaken tegen [medeverdachte 1] (nr. 14/00081) en [medeverdachte 2] (nr. 14/01778), waarin ik vandaag eveneens concludeer.

3. Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Er is geen schriftuur ingediend.

4. De aanzegging in cassatie is op 24 april 2014 uitgereikt aan de griffier van de Rechtbank te ’s-Gravenhage, omdat van de verdachte geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is. Daarbij is voldaan aan de zogenaamde VIP-controle. De ID-staat SKDB betreffende de verdachte van 24 april 2014 houdt in dat de verdachte niet was gedetineerd en dat hij niet stond ingeschreven in de GBA (met ingang van 2 mei 2013 vertrokken onbekend waarheen), terwijl uit de stukken van het geding niet blijkt dat van hem een feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland dan wel een adres in het buitenland bekend was. De cassatie-akte vermeldt als adres van de verdachte eveneens “thans zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande”. Bovendien is op 24 april 2014 mededeling van de betekening van de aanzegging gedaan aan de raadsman van de verdachte (mr. M.W.G.J. IJsseldijk, advocaat te Arnhem). Aldus is de aanzegging overeenkomstig art. art. 588, eerste lid, onder b, sub 3º, Sv rechtsgeldig betekend.

5. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv niet in acht genomen, zodat de verdachte niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.

6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG