Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2014:2711

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
16-12-2014
Datum publicatie
20-01-2015
Zaaknummer
14/03437
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2015:100, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

HR: art. 80a RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Conclusie

Nr. 14/03437

Zitting: 16 december 2014

Bestreden arrest:

Gerechtshof te Amsterdam d.d. 7 oktober 2013

Mr. Aben

Standpunt inzake:

[verdachte]

Het middel klaagt over de strafmotivering. Het hof heeft de verdachte voor doodslag en poging doodslag veroordeeld (tot een gevangenisstraf voor de duur van 19 jaren) en de verdachte vrijgesproken van de tenlastegelegde moord en poging moord. In eerste aanleg is de verdachte voor moord en poging moord veroordeeld (tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 jaren).

De klacht in cassatie komt erop neer dat de strafoplegging onbegrijpelijk is, nu het hof de verdachte enerzijds heeft vrijgesproken van moord en poging moord en het hof anderzijds in zijn strafmotivering uitgaat van feiten en omstandigheden waarvan de verdachte – blijkens ’s hofs motivering van die vrijspraak – “geen rekenschap heeft kunnen geven”.

Mijns inziens haalt de steller van het middel de leerstukken opzet en voorbedachten raad door elkaar. ‘s Hofs vaststelling in de strafmotivering dat de verdachte “zonder mededogen op gewelddadige wijze met een mes heeft ingestoken op een weerloze, hoogzwangere vrouw die zich over haar dochter wilde ontfermen” is niet in strijd is met ’s hofs oordeel dat “niet is komen vast te staan dat de verdachte vanaf het moment dat hij zijn ex-echtgenote en [betrokkene] zag voldoende tijd had om zich te beraden omtrent zijn handelen en dat niet valt uit te sluiten dat de besluitvorming om op hen in te steken in plotselinge drift plaatsvond”. Dat onvoldoende vaststaat dat de verdachte de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van het steken en zich daarvan rekenschap te geven en dat hij mogelijk in plotselinge drift heeft gehandeld, staat er immers niet aan in de weg dat hij – zoals is bewezenverklaard, opzettelijk – “doelbewust en gericht” – met een mes op de slachtoffers heeft ingestoken. Het middel faalt.

Het middel kan worden afgedaan op de voet van artikel 80a RO.

De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,

n.d.