Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2014:258

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
11-02-2014
Datum publicatie
08-04-2014
Zaaknummer
13/02212
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2014:856
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Verdachte n-o in h.b. Ex art. 449.1 Sv wordt h.b ingesteld door een verklaring, af te leggen door degene die het rechtsmiddel aanwendt, op de griffie van het gerecht door of bij hetwelk de beslissing is gegeven. Dit geldt ook indien het gaat om een verklaring, af te leggen door een daartoe door de raadsman van de verdachte schriftelijk gevolmachtigde griffiemedewerker. Die volmacht moet dan wel zijn verleend aan een medewerker van de griffie van het gerecht door hetwelk de beslissing waarvan beroep is gegeven. Het gaat hier, in ieder geval wat betreft een advocaat, niet om een onredelijke eis. Uit het vorenoverwogene volgt dat het Hof verdachte terecht n-o heeft verklaard in zijn h.b. op de grond dat dit beroep eerst na het verstrijken van de appeltermijn ter griffie van de juiste instantie is ingesteld. De enkele omstandigheid dat – naar is gesteld – de raadsman binnen die termijn een schriftelijke volmacht heeft verzonden naar de griffie van een ander gerecht, leidt dus niet tot een ander oordeel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Conclusie

Nr. 13/02212

Mr. Vegter

Zitting 11 februari 2014

Standpunt/conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het cassatieberoep richt zich tegen een beslissing van het Gerechtshof te Den Haag van 26 april 2013. Er is tijdig een schriftuur houdende een middel van cassatie ingekomen.

2. Het middel heeft betrekking op de volgende overweging van het Hof: “De verdachte is ter terechtzitting in eerste aanleg in persoon verschenen. De verdachte had derhalve binnen veertien dagen na het op 27 augustus 2012 gewezen vonnis in hoger beroep moeten komen. De verdachte heeft echter eerst op 13 september 2012 hoger beroep ingesteld, zodat hij daarin niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.” Volgens het middel is de beslissing om verdachte in het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren onjuist, althans onvoldoende gemotiveerd nu tijdig en wel op 10 september 2012 bij faxbericht de griffier bij het Hof ’s-Gravenhage is gemachtigd beroep in te stellen.

Van een administratieve vergissing bij de griffie van het Hof blijkt niet; evenmin blijkt dat de griffier van het Hof de gemachtigde advocaat pas na het verstrijken van de beroepstermijn op de hoogte heeft gesteld van diens vergissing. Wel blijkt dat de daartoe gemachtigde advocaat alsnog op 13 september 2012 naar de Rechtbank Den Haag een faxbericht heeft verzonden met een machtiging aan de griffier om beroep in te stellen. De beslissing van het Hof dat het beroep te laat is ingesteld is juist en toereikend gemotiveerd.

3. Het standpunt is dat verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het beroep in cassatie nu het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG