Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2014:2452

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
02-12-2014
Datum publicatie
07-01-2015
Zaaknummer
14/00796
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2015:9, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

HR: art. 80a RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Conclusie

Nr. 14/00796

Zitting: 2 december 2014

Mr. Spronken

Standpunt/conclusie inzake:

[verdachte]

  1. Het cassatieberoep richt zich tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 5 december 2013, waarbij een ten laste van verdachte gewezen vonnis van de rechtbank Amsterdam is bevestigd.

  2. Het eerste middel bedoelt kennelijk te klagen over het door het hof bevestigde oordeel van de rechtbank dat het feit dat verdachte voorafgaand aan zijn politieverhoor niet een raadsman heeft kunnen consulteren niet leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie. Deze klacht is gestoeld de opvatting dat niet-ontvankelijkverklaring van het OM de enig passende sanctie is op deze schending van art. 6 EVRM. Het middel gaat hiermee uit van een onjuiste rechtsopvatting en is evident kansloos.

  3. De kennelijk als tweede middel voorgestelde klacht klaagt over het oordeel van het hof dat ook de overtuiging van de verdediging dat sprake is van een doelbewuste poging de rechtbank te misleiden door onjuiste informatie te vermelden in een proces-verbaal niet leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van het OM. Het middel voert daartoe aan dat het hof ten minste had moeten benadrukken dat een eerlijk proces is gediend met ambtsedige processen-verbaal waaraan geen enkele smet kleeft. Het middel stelt hiermee een eis die het recht niet kent. Het feitelijke oordeel van het hof dat uit de stukken in het dossier niet is gebleken van doelbewuste misleiding is allerminst onbegrijpelijk en leent zich niet voor een verdere toets in cassatie. Ook dit middel is evident kansloos.

  4. Het standpunt is dat verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het cassatieberoep op de voet van artikel 80a RO omdat de middelen klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG