Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2014:2308

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
16-09-2014
Datum publicatie
28-01-2015
Zaaknummer
13/02326
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2015:133, Contrair
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

1. Promis. Geen belang. De HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2007:BA0424 m.b.t. een Promisbewijsvoering. Het middel klaagt terecht dat een viertal zinsneden niet wordt geschraagd door de inhoud van de op de zog. Promis-wijze samengevatte bewijsmiddelen. Dit gebrek in de motivering van de bewezenverklaring behoeft evenwel bij gebrek aan belang niet tot cassatie te leiden. Ook indien deze zinsneden uit de bewezenverklaring worden geschrapt, kan niet worden gezegd dat daarmee aan de aard en ernst van het bewezenverklaarde wezenlijk afbreuk wordt gedaan, terwijl niet is aangevoerd dat en waarom de verdachte bij de omstandigheid dat deze zinsneden in de door het Hof in de voetnoten 13 en 14 vermelde proces-verbaal van aangifte, inhoudende de door de aangeefster afgelegde verklaring, (vrijwel) letterlijk voorkomen, niettemin een rechtens te respecteren belang heeft bij vernietiging van het arrest en een nieuwe behandeling. CAG: anders. 2. De HR verwijst de zaak naar de rolzitting opdat de AG zich alsnog kan uitlaten over het tweede middel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Conclusie

Nr. 13/02326

Mr. Vegter

Zitting 16 september 2014

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het Gerechtshof ’s-Gravenhage heeft bij arrest van 20 februari 2013 de verdachte ter zake van medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving en medeplegen van mishandeling veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 268 (tweehonderdachtenzestig) dagen met aftrek als bedoeld in artikel 27 Sr waarvan 180 (honderdtachtig) dagen voorwaardelijk en een taakstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren, subsidiair 90 (negentig) dagen hechtenis.

2. Mr. R.A. Kaarls, advocaat te ’s-Gravenhage, heeft namens verdachte beroep in cassatie ingesteld. Mr. Th.J. Kelder, advocaat te ’s-Gravenhage, heeft een schriftuur ingezonden, houdende twee middelen van cassatie.

3. Het eerste middel behelst de klacht dat ‘s Hofs bewijsmotivering van het Promis-arrest de bewezenverklaring niet, althans ontoereikend dekt.

4. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

“zij op of omstreeks 21 augustus 2009 te ’s-Gravenhage tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk [betrokkene 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers hebben zij, verdachte, en haar mededader(s) met dat opzet

- tegen [betrokkene 1] gezegd dat zij op de bank moest gaan zitten en de woning (gelegen aan de [b-straat 1]) niet mocht verlaten en

- de (vlucht)weg voor [betrokkene 1] geblokkeerd en

- [betrokkene 1] meermalen in het gezicht en tegen het hoofd gestompt en geslagen en

- [betrokkene 1] meermalen aan de haren getrokken en

- [betrokkene 1] meermalen tegen het hoofd en het lichaam geschopt terwijl [betrokkene 1] op de grond lag en

- de tas en mobiele telefoon van [betrokkene 1] afgepakt en

- [betrokkene 1] (dreigend) de woorden toegevoegd: "Je moet je uitkleden en dan gaan er foto's van je gemaakt worden" en "En als je dat niet doet dan krijg je nog meer knallen van ons" en "Hoe meer je schreeuwt hoe meer klappen je krijgt" en "Je moet je bek houden en luisteren naar wat wij zeggen" althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en

- [betrokkene 1] uitgekleed terwijl [betrokkene 1] werd vastgehouden en

- meerdere foto's van [betrokkene 1] gemaakt terwijl zij naakt was en

- met een schaar plukken haar van [betrokkene 1] afgeknipt en

- tegen [betrokkene 1] gezegd dat ze in een bestelbus moest stappen en

- [betrokkene 1] belet de bestelbus te verlaten door aan weerszijden van [betrokkene 1] te gaan zitten en

- [betrokkene 1] meegenomen naar de woning gelegen aan de [a-straat 1], en aldus voor [betrokkene 1] een bedreigende situatie hebben doen ontstaan waaraan [betrokkene 1] zich niet kon onttrekken;

en

zij op of omstreeks 21 augustus 2009 te ’s-Gravenhage tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk een persoon te weten [betrokkene 1]

- meermalen in het gezicht en tegen het hoofd heeft gestompt en geslagen en

- meermalen aan de haren heeft getrokken en

- meermalen tegen het hoofd en/of het lichaam heeft geschopt en/of getrapt terwijl [betrokkene 1] op de grond lag waardoor voornoemde [betrokkene 1] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.’’

5. Van de zestien afzonderlijk (na een liggende streepje aangeduide) bewezenverklaarde feitelijke onderdelen van de vrijheidsberoving en mishandeling zijn er acht niet of niet volledig gedekt door de Promisbewijsvoering1 in het arrest van het Hof. De steller van het middel heeft het vermoedelijk bij het rechte eind als hij opmerkt dat het Hof in het arrest met name de weerlegging van het door en namens verdachte gevoerde verweer tot uitgangspunt lijkt te hebben genomen. Dat heeft geresulteerd in een uitvoerige bewijsvoering van negen pagina’s, maar in die bewijsvoering ontbreekt bewijs ter staving van cruciale (en dus niet ondergeschikte2) onderdelen van de bewezenverklaarde feiten. De beslissing van het Hof kan reeds om deze reden niet in stand blijven en het tweede middel laat ik vooralsnog buiten bespreking.

6. Het eerste middel is terecht voorgesteld.

7. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van het bestreden arrest behoren te leiden.

8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en terugwijzing van de zaak naar het Hof, teneinde deze op het bestaande beroep opnieuw te berechten en af te doen.

De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Zie voor de eisen: HR 15 mei 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA0424, NJ 2007/387 m.nt. Buruma.

2 Vgl HR 19 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1514.