Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2014:2087

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
23-09-2014
Datum publicatie
18-11-2014
Zaaknummer
13/06081
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2014:3309, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Klacht over n-o verklaring verdachte in h.b. Het middel slaagt op de gronden vermeld in de conclusie van de A-G.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Conclusie

Nr. 13/06081

Mr. Harteveld

Zitting 23 september 2014

Conclusie inzake:

[verdachte]


1. Het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch heeft bij arrest van 20 september 2013 de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen het vonnis van de Politierechter in de Rechtbank Oost-Brabant van 27 december 2012, waarbij de verdachte ter zake van 1. “bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd”, 2. “eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd” en 3. “eenvoudige belediging”, is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken, met beslissingen omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen.

2. Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Mr. J.M. Stad, advocaat te Boxmeer, heeft een schriftuur ingezonden, houdende twee middelen van cassatie.


3.1. Het eerste middel komt op tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het Hof van de verdachte in zijn hoger beroep.

3.2. De stukken van het geding houden, voor zover van belang, het volgende in:

( i) de inleidende dagvaarding voor de terechtzitting van 3 februari 2012 bij de Politierechter in de Rechtbank Oost-Brabant is aan de verdachte in persoon betekend op zijn detentieadres (P.I. Limburg Zuid);

(ii) op de terechtzitting van de Politierechter van 3 februari 2012 is de verdachte niet verschenen en heeft de Politierechter na verstekverlening de behandeling van de zaak geschorst voor onbepaalde tijd;

(iii) de oproeping voor de nadere terechtzitting van 27 december 2012 is aan de verdachte in persoon betekend op zijn detentieadres (P.I. Breda);

(iv) op de terechtzitting van de Politierechter van 27 december 2012 is de zaak opnieuw aangevangen en is de verdachte wederom niet verschenen (afstandsverklaring);

( v) de Politierechter heeft op 27 december 2012 bij verstek (een aantekening mondeling) vonnis gewezen.

(vi) een op 10 januari 2013 verzonden faxbericht van mr. A. van der Gronde, advocaat te Utrecht, waarin hij heeft verklaard dat hij namens de verdachte hoger beroep wenst in te stellen1 en dat hij daartoe een schriftelijke volmacht verleent aan de griffier van de Rechtbank om namens de verdachte beroep in te stellen tegen het voornoemde vonnis. De de fax plint vermeldt echter als datum, tijdstip en geadresseerde “11 januari 2013, 8:01 (uur), rechtbank strafgriffie”. Ook blijkens een op het faxbericht gezet stempel is het stuk op 11 januari 2013 bij de strafgriffie binnengekomen. Voorts is onderaan het faxbericht nog vermeld “ontvangst tijd 11 jan. 8:04” en “afdrukken tijd 11 jan. 8:05”;

(vii) de griffier heeft een akte instellen hoger beroep opgemaakt, inhoudende dat op 11 januari 2013 [betrokkene] ter griffie van de Rechtbank Oost-Brabant is gekomen en, daartoe gemachtigd, namens de verdachte hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis van 27 december 2012;

(viii) de appeldagvaarding is aan de verdachte in persoon uitgereikt op zijn detentieadres (P.I. Breda);

(ix) blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 6 september 2013 volgt dat de verdachte afstand heeft gedaan van zijn recht om bij zijn strafzaak aanwezig te zijn en dat hij geen bijstand heeft van een advocaat2;

( x) het Hof heeft bij arrest van 20 september 2013 de verdachte niet-ontvankelijk verklaard, op de grond dat de verdachte te laat hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis van de Politierechter.3

3.3. Het hof heeft de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en heeft daartoe het volgende overwogen:

“De politierechter heeft op 27 december 2012 bij verstek vonnis gewezen. De oproeping voor die terechtzitting is op 7 december 2012 in de persoon aan de verdachte uitgereikt. Gelet op het bepaalde in artikel 408, eerste lid onder a, van het Wetboek van Strafvordering had de verdachte derhalve binnen veertien dagen na het op 27 december 2012 gewezen vonnis hoger beroep moeten instellen.

Blijkens een akte instellen hoger beroep heeft een griffiemedewerker van de rechtbank Oost-Brabant op 11 januari 2013 namens de verdachte hoger beroep ingesteld, daartoe gemachtigd blijkens een aan de akte gehechte bijzondere volmacht van mr. A. van der Gronde. Die aan de strafgriffie van de rechtbank Brabant-Oost gerichte schriftelijke volmacht van mr. Van der Gronde is gedateerd op 10 januari 2013, maar is blijkens een daarop geplaatste ontvangststempel alsmede blijkens het ontvangsttijdstip van het faxbericht bij de strafgriffie binnengekomen op 11 januari 2013. Gelet op de datum waarop de schriftelijke volmacht op de strafgriffie is ontvangen, gaat het hof ervan uit dat de verdachte op 11 januari 2013 hoger beroep heeft ingesteld. Nu het hoger beroep eerst na het verstrijken van de termijn van veertien dagen is ingesteld, dient verdachte daarin niet-ontvankelijk te worden verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting zijn geen bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen omstandigheden naar voren gekomen die de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doen zijn.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.”

3.4.

De termijnen voor het instellen van rechtsmiddelen zijn van openbare orde. Voorop staat dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, uiterlijk op de laatste dag van de uit de wet voortvloeiende appeltermijn het hoger beroep moet worden ingesteld. Daarbij geldt de niet onbelangrijke, door de Hoge Raad aangebrachte, nadere restrictie dat het aanwenden van het rechtsmiddel dient te geschieden vóór de sluiting van de griffie. Dat maakt het mogelijk om daadwerkelijk voor ommekomst van de termijn een akte te doen opstellen door de griffier, waarmee het instellen van het rechtsmiddel als het ware voltooid is. In zeer uitzonderlijke omstandigheden is het geheel ongebruikt laten verstrijken van de beroepstermijn verontschuldigbaar, namelijk als dit is het gevolg is van niet aan de insteller van het rechtsmiddel toe te rekenen omstandigheden.4

3.5.

In het onderhavige geval is de nadere oproeping voor de terechtzitting van 27 december 2012 bij de Politierechter aan de verdachte in persoon betekend op 7 december 2012. De verdachte was echter niet aanwezig op die terechtzitting (afstand). De Politierechter heeft op 27 december 2012 bij verstek vonnis gewezen. Ingevolge art. 408, eerste lid onder a, Sv had de verdachte derhalve binnen veertien dagen na de uitspraak op 27 december 2012 hoger beroep moeten aantekenen tegen het vonnis. De termijn liep af op 10 januari 2013.

3.6.

In het middel wordt gesteld dat het hoger beroep wel degelijk tijdig is ingediend namens de verdachte door zijn raadsman en dat het Hof de niet-ontvankelijkverklaring heeft gebaseerd op onjuiste gegevens. Ter staving van deze stelling zijn aan de cassatieschriftuur kopieën gehecht van - voor zover hier van belang -:

(i) het faxbericht van de raadsman van 10 januari 2013 (de inhoud hiervan is hiervoor onder 3.2 onder vi reeds uitgebreid beschreven). Op de faxplint is als achtereenvolgens datum, tijdstip van verzending en geadresseerde vermeld: ‘10/01/2013, 16.46, Boschpoort Breda’. Boven deze regel is vermeld: ‘11/01/2013, 08:04, 0880727211, Boschpoort Breda’. Uit de aanhef van het faxbericht volgt dat de raadsman het bericht heeft verstuurd naar de strafgriffie van de Rechtbank Oost-Brabant en c.c. naar de P.I. Breda, locatie De Boschpoort, alwaar de verdachte uit anderen hoofde gedetineerd zat.5

(ii) een ‘fax journaal’ van 11 januari 2013, kennelijk afkomstig van het faxapparaat van het advocatenkantoor van mr. Van der Gronde, waaruit blijkt dat op 10 januari 2013 om 16:46 uur een faxbericht is verstuurd naar nr. 0880727203, zijnde het faxnummer van de P.I. Breda, locatie De Boschpoort, en op diezelfde dag om 16:51 uur een faxbericht is verzonden naar het nr. 0736202583, zijnde het faxnummer van de strafgriffie van de Rechtbank Oost-Brabant.6

3.7.

De hiervoor vermelde, aan de cassatieschriftuur gehechte, stukken bevinden zich niet bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken van het geding. Aan de herkomst en betrouwbaarheid daarvan kan in redelijkheid echter niet worden getwijfeld en gelet op het grote belang dat is gemoeid met de (strikte) termijnenregeling voor het aanwenden van rechtsmiddelen kan de Hoge Raad daarop in cassatie wél acht slaan.7 Uit deze stukken kan worden afgeleid dat de raadsman op 10 januari 2013 om 16:46 uur zijn bijzondere volmacht tot het instellen van hoger beroep heeft verzonden naar de P.I. te Breda. De datum en het tijdstip vermeld op de verzendbevestiging van het faxbericht aan de P.I. te Breda komen overeen met de gegevens die op het faxjournaal staan. Voorts heeft de raadsman blijkens het faxjournaal op 10 januari 2013 om 16:51 uur (vijf minuten na het wel in goede orde ontvangen faxbericht door de P.I. te Breda) hetzelfde stuk verstuurd naar de strafgriffie van de Rechtbank Oost-Brabant. De verklaring die de steller van het middel geeft dat uit de nadien toegezonden correspondentie blijkt dat het op 10 januari 2013 aan de rechtbank verzonden faxbericht kennelijk, en eerst op 11 januari 2013 om 08:04, intern is toegezonden naar een andere afdeling (de centrale informatiebalie) binnen de Rechtbank Oost-Brabant (met nr. 0880727211) acht ik plausibel (zie de bovenste regel van de faxplint). Het ligt gelet op de gang van zaken niet voor de hand dat de aan de strafgriffie gerichte schriftelijke volmacht eerst op 11 januari 2013 bij de Rechtbank zou zijn binnengekomen. Het vorenstaande brengt mee dat uit de thans ter beschikking staande gegevens het ernstige vermoeden rijst dat het faxbericht met daarin de schriftelijke volmacht aan de griffiemedewerker wel degelijk binnen de gestelde termijn van veertien dagen is ingekomen, te weten op 10 januari 2013 en vóór de sluiting van de strafgriffie om 17.00 uur,8 en dat als gevolg van een administratieve misslag de akte hoger beroep een dag te laat is opgemaakt. Gelet hierop is het oordeel van het Hof dat het appel tardief is, niet begrijpelijk.

3.8.

Het middel lijkt mij evident gegrond.

4. Gelet op het slagen van het eerste middel heeft de verdachte mijns inziens geen rechtens te respecteren belang meer bij het tweede middel, dat klaagt over de schending van art. 51 Sv. Derhalve laat ik dit middel buiten bespreking. Mocht de Hoge Raad daarop prijs stellen dan kan ik op dat middel in een nadere conclusie terugkomen.

5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Ik teken hierbij aan dat uit het faxbericht niet blijkt dat de raadsman door de verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd om het hoger beroep in te stellen. Nu dit verzuim zich makkelijk laat oplossen na terugwijzing van de zaak naar het Hof, zoals ik in deze conclusie zal voorstellen, volsta ik met de constatering daarvan.

2 Hoewel het proces-verbaal van die terechtzitting niet expliciet vermeldt dat het Hof verstek heeft verleend tegen de verdachte, was dat kennelijk wel het geval.

3 De Politierechter heeft vonnis gewezen op 27 december 2012. De veertien-dagentermijn voor het indienen van hoger beroep liep af op 10 januari 2013.

4 Vgl. o.m. HR 4 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:231.

5 Zie productie 1 gehecht aan de schriftuur.

6 Zie productie 4 gehecht aan de schriftuur.

7 Vgl. Van Dorst, Cassatie in strafzaken, zevende druk, p. 212, waar het gaat over de betekening van de dagvaarding, en, ook in dat verband, HR 21 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO2974.

8 De openingstijden van de griffie van de rechtbank Oost-Brabant zijn voldoende kenbaar gemaakt op het internet, te weten op www.rechtspraak.nl. Op voornoemde site is onder de kop ‘bezoekinformatie’ vermeld: “maandag - vrijdag: openingstijden: 8.30-17.00 uur”.