Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2014:1935

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
07-10-2014
Datum publicatie
06-11-2014
Zaaknummer
13/05708
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2014:3102, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

HR: art. 80a RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 13/05708

Zitting: 7 oktober 2014

Mr. Spronken

Standpunt/conclusie inzake:

[verdachte]

  1. Het cassatieberoep richt zich tegen een arrest Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

  2. Mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam heeft tijdig een middel van cassatie voorgesteld, inhoudende dat het bewezenverklaarde onderdeel van de tenlastelegging dat verdachte na zijn ontvluchting uit een transportbus zich ‘vervolgens verborgen heeft gehouden voor politie en justitie’ niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid.

  3. Het hof heeft het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 2 april 2013, met daarin onder andere de bewezenverklaring van feit 1 onder parketnummer 500.01066/12 (onttrekking aan vrijheidsstraf) bevestigd, behoudens ten aanzien van de bewijsconstructie.

  4. Het Gerecht heeft bewezen verklaard dat verdachte:

“in de periode van 13 januari 2012 tot en met 6 september 2012 te Curaçao opzettelijk na krachtens rechterlijke uitspraak of beschikking van zijn vrijheid te zijn beroofd, zich, daaraan heeft onttrokken, immers is verdachte, onderweg naar het gerechtsgebouw uit de transportbus gevlucht en aan de (gevangen)bewaarder(s) en/of de beveiligers van de Lands Beveiligings Dienst ontkomen en heeft hij zich (vervolgens) verborgen gehouden voor politie en justitie.”

5. Uit de door het hof gebruikte bewijsmiddelen 31 tot en met 37 kan inderdaad niet zonder meer worden afgeleid dat verdachte zich na de ontvluchting uit de transportbus verborgen heeft gehouden voor politie en justitie. Dit behoeft echter niet tot cassatie te leiden omdat het zich verborgen houden voor politie en justitie geen bestanddeel is van het delict dat is strafbaar gesteld in art. 2:145 van het Wetboek van Strafrecht Curaçao.1 Het zinsdeel ‘en heeft hij zich (vervolgens) verborgen gehouden voor politie en justitie’ kan worden weggestreept waarbij het overblijvende deel van de bewezenverklaring op zichzelf alle bestanddelen bevat om te kunnen leiden tot de kwalificatie van dit feit zoals blijkt uit p. 19 van het arrest:

“Opzettelijk zich, na op openbaar gezag of krachtens rechterlijke uitspraak of beschikking van zijn vrijheid te zijn beroofd, daaraan onttrekken, strafbaar gesteld bij artikel 2:145 van het Wetboek van Strafrecht”

6. De Hoge Raad zou de bewezenverklaring verbeterd kunnen lezen en het ten onrechte opgenomen zinsdeel kunnen schrappen. Hierdoor wordt de aard en de ernst van het bewezenverklaarde in zijn geheel beschouwd niet aangetast.

7. Nu de klacht een overbodig onderdeel van de tenlastelegging betreft, heeft verdachte onvoldoende belang bij vernietiging van de bestreden uitspraak op die grond.

8. Het standpunt is dat verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het cassatieberoep op de voet van artikel 80a RO omdat verdachte hierbij klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Art. 2:145 luidt: “Hij die, na op openbaar gezag of krachtens rechterlijke uitspraak of beschikking van zijn vrijheid te zijn beroofd, zich daaraan, al dan niet met behulp van derden, onttrekt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie.”