Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2014:1930

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
09-09-2014
Datum publicatie
06-11-2014
Zaaknummer
13/04960
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2014:3096, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Slagende bewijsklacht diefstal. Ontoereikende motivering oogmerk wederrechtelijke toeëigening, mede gelet op hetgeen namens de verdachte is aangevoerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Conclusie

Nr. 13/04960

Zitting: 9 september 2014

Mr. Knigge

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, heeft bij arrest van 1 oktober 2013 verdachte wegens “diefstal” veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van veertig uren, subsidiair twintig dagen hechtenis.

2. Tegen deze uitspraak is namens verdachte cassatieberoep ingesteld.

3. Namens verdachte heeft mr. M.J. van Weerden, advocaat te Almere, een middel van cassatie voorgesteld.

4. Het middel

4.1. Het middel klaagt dat het bewezenverklaarde oogmerk niet uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid.

4.2. Ten laste van verdachte heeft het Hof bewezenverklaard dat:

“hij op 13 september 2011 in de gemeente Almere, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een afstandsbediening (merk LG) en een (COAX-)kabel, toebehorende aan [betrokkene], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.”

4.3. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van verdachte aldaar het volgende aangevoerd:

“Allereerst kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte zich, al dan niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen, schuldig heeft gemaakt aan de primair ten laste gelegde braak, verbreking en/of inklimming. Daarnaast acht ik het enkele feit dat verdachte bij de woning van aangever gaat kijken, daar een afstandsbediening en een COAX-kabel op de grond vindt en deze opraapt, onvoldoende om vast te kunnen stellen dat hij die goederen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen. Gelet hierop kan het primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen worden en dient verdachte daarvan te worden vrijgesproken.”

4.4. Het Hof heeft ten aanzien van het bewezenverklaarde het volgende overwogen:

“Overweging met betrekking tot het bewijs ter zake van het primair ten laste gelegde

Met de verdediging acht het hof niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde braak, verbreking en/of inklimming, al dan niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen, zodat hij hiervan partieel vrijgesproken wordt.

Ter terechtzitting van het hof heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte tevens vrijgesproken dient te worden van de ten laste gelegde diefstal, nu onvoldoende vastgesteld kan worden dat verdachte de bij hem aangetroffen afstandsbediening en COAX-kabel met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen. Het enkele feit dat verdachte iets opraapt van de grond is hiervoor onvoldoende, aldus de raadsman.

Anders dan de raadsman acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de bij hem aangetroffen afstandsbediening en COAX-kabel met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen. Verdachte heeft deze goederen, die in de onmiddellijke nabijheid van de woning van aangever op de grond lagen, opgepakt en bij zich gestoken. Aldus is hij als heer en meester over deze goederen gaan beschikken. Het hof baseert dit oordeel op de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.”

4.5. Uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen volgt dat op 13 september 2006 is ingebroken in het pand aan de [a-straat 1] te Almere, dat uit de woning een afstandsbediening van het merk LG is weggenomen, dat een verbalisant samen met een collega om 23.30 uur aankomt op voornoemde locatie, dat hij een jongen achter de heg vandaan ziet lopen, dat hij ziet dat een soort snoer uit de rechterjaszak van de jongen hangt, dat de verbalisant dit snoer herkent als een COAX-kabel, dat hij daarop de jongen aanhoudt en dat deze jongen de verdachte is. Onder verdachte zijn in beslag genomen een afstandsbediening van het merk LG en een snoer. Voorts heeft het Hof tot het bewijs gebezigd de verklaring van verdachte inhoudende dat hij uit de richting van een huis een hard en dof geluid hoorde, dat hij toen bij dat huis is gaan kijken, dat hij langs de heg naar de tuindeur toe liep en merkte dat hij tegen iets aan schopte, dat hij keek wat het was en het oppakte en zag dat het een afstandsbediening en een kabel waren, dat hij die voorwerpen vervolgens bij zich heeft gestoken, waarna hij aan de buitenzijde van de tuin langs de heg is gelopen naar de voorkant en dat hij toen hij daar de hoek omliep een agent tegen het lijf liep, die hem vervolgens aanhield.

4.6. Het Hof heeft overwogen dat verdachte de afstandsbediening en de kabel, die in de onmiddellijke omgeving van de woning van aangever op de grond lagen, heeft opgepakt en bij zich heeft gestoken en dat verdachte aldus als heer en meester over deze goederen is gaan beschikken. Het Hof leidt uit deze omstandigheden af dat verdachte met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening de voorwerpen heeft weggenomen. Uit ’s Hofs bewijsvoering kan echter niet zonder meer worden afgeleid dat verdachte inderdaad met dit oogmerk de goederen heeft weggenomen. Volgens zijn tot het bewijs gebezigde verklaring kwam verdachte op het geluid van de vermoedelijke inbraak af en vond hij de voorwerpen op de grond. Of verdachte de voorwerpen op straat of op het erf van aangever heeft gevonden, kan uit de bewijsmiddelen niet worden afgeleid. In het licht van de inhoud van de tot het bewijs gebezigde verklaring van verdachte, die het Hof juist en betrouwbaar achtte, kan uit het enkele oppakken en bij zich steken van de gevonden voorwerpen niet worden afgeleid dat verdachte handelde met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening.

5. Het middel slaagt.

6. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,

AG