Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2014:1924

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
09-09-2014
Datum publicatie
04-11-2014
Zaaknummer
12/01858
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2014:3085, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Het middel is gericht tegen ’s Hofs beslissing in de samenhangende strafzaak. Geen cassatiemiddel in de zin der wet. HR verklaart de betrokkene n-o in het beroep, nu niet door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Conclusie

Nr. 12/01858P

Zitting: 9 september 2014

Mr. Vellinga

Conclusie inzake:

[betrokkene]

1. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft het door de veroordeelde uit misdrijven, ter zake waarvan hij is veroordeeld bij arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 16 maart 2012, verkregen voordeel vastgesteld op € 1.095.474,20 en aan de veroordeelde ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.095.474,20.

2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummer 12/01660, 12/01740, 12/01857, 12/01858P, 12/01859, 12/01860 en 12/01861P. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.

3. Namens veroordeelde heeft mr. M.E. van der Werf, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.

4. Nu het middel strekt tot vernietiging van het arrest in de hoofdzaak en de veroordeelde overigens geen middelen heeft voorgesteld kan de veroordeelde in het onderhavige cassatieberoep niet worden ontvangen (HR 8 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BM8030).

5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de veroordeelde in zijn beroep in cassatie.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG