Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2014:1828

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
16-09-2014
Datum publicatie
13-10-2014
Zaaknummer
13/05506
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2014:2957, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

HR: 80a RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Conclusie

Nr. 13/05506

Mr. Vegter

Zitting 16 september 2014

Standpunt/conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het cassatieberoep richt zich tegen een beslissing van het Gerechtshof ‘s-Gravenhage van 21 oktober 2013. Er is tijdig een schriftuur ingekomen.

2. Voor zover het middel inhoudt dat uitdrukkelijk onderbouwde standpunten niet zijn weerlegd heb ik standpunten die tot respons nopen niet aangetroffen in hetgeen door de verdediging ter terechtzitting is aangevoerd. Ik verwijs overigens nog naar bewijsmiddel 8 dat inhoudt dat het aangetroffen letsel bij het voorval kan passen. Ook overigens is de bewezenverklaring toereikend gemotiveerd en is mij niet duidelijk geworden welke gebreken daaraan volgens de steller van het middel zouden kleven behalve dan dat hij zich mede op grond van een kennelijk andere waardering van de feiten en omstandigheden en een eigen selectie van de bewijsmiddelen niet in de bewezenverklaring kan vinden. Bewijsmiddel 1 houdt in dat verdachte opzettelijk en met kracht met geschoeide voeten begon te trappen. Het middel is kansloos.

3. Het standpunt is dat verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het beroep in cassatie nu het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG