Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2014:1775

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
26-08-2014
Datum publicatie
30-09-2014
Zaaknummer
13/06103
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2014:2799, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

HR: art. 80a RO

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Conclusie

Nr. 13/06103

Zitting: 26 augustus 2014

Mr. Hofstee

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het cassatieberoep richt zich tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 12 november 2013. Namens verzoeker is tijdig een schriftuur houdende vijf middelen van cassatie ingezonden.

2. Anders dan in het eerste, het tweede en het derde middel wordt aangevoerd houden de bewijsmiddelen 1, 12 en 13 geen verklaringen in die een ongeoorloofde conclusie/gissing bevatten. Het eerste bewijsmiddel is een feitelijke weergave van een door verzoeker gevoerd telefoongesprek, terwijl de bewijsmiddelen 12 en 13 weergeven wat de getuige Zwart heeft waargenomen.

3. Anders dan het vierde middel stelt, heeft het Hof niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd uiteengezet dat voor de aangedragen alternatieve scenario’s geen enkel uit het dossier blijkend aanknopingspunt is te vinden.

4. Het vijfde middel is tevergeefs voorgesteld, nu het Hof heeft overwogen dat het mede gelet op de (geringe) overschrijding van de redelijke termijn tot een gevangenisstraf voor de duur van negen jaar in plaats van tien jaar is gekomen.

5. Op grond van het voorgaande kunnen de middelen klaarblijkelijk niet tot cassatie leiden en stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk kan worden verklaard.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG