Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2014:1539

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
10-06-2014
Datum publicatie
18-09-2014
Zaaknummer
12/01257
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2014:2672, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Economische zaak. Geen schriftuur houdende middelen ingediend. N.o. cassatieberoep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 12/01257 E

Zitting: 10 juni 2014

Mr. Aben

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het gerechtshof te ‘s-Gravenhage heeft bij arrest van 3 februari 2012 de verdachte ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde “medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 3, vierde lid, van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening, meermalen gepleegd” en ter zake van het onder 6, eerste cumulatief bewezenverklaarde “doen plegen van valsheid in geschrift,” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, met aftrek van voorarrest.

2. Deze zaak hangt samen met zaaknummers 13/04398 E, 13/04334 E, 13/04394 E en 13/04396 E. In alle zaken zal ik vandaag concluderen.

3. De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld.

4. De aanzegging ex artikel 435, lid 1, Sv is op 17 september 2013 betekend. De in het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 18 november 2013. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.

5. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,

AG