Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2014:1522

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
08-07-2014
Datum publicatie
26-08-2014
Zaaknummer
14/00740
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2014:2481
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Tegen de beslissing tot toewijzing van de vordering tot uitstel van de v.i. staat gelet op art. 15f.5 Sr geen h.b. open, terwijl uit dezelfde bepaling volgt dat geen cassatieberoep openstaat tegen ’s Hofs niet-ontvankelijkverklaring van de veroordeelde in zijn h.b. HR verklaart de veroordeelde n-o in het cassatieberoep. CAG: art. 80a RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Conclusie

Nr. 14/00740

Zitting: 8 juli 2014

Mr. Knigge

Conclusie inzake:

[de veroordeelde]

1. Het beroep in cassatie van verdachte heeft betrekking op een beschikking van het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.

2. Het oordeel van het Hof dat tegen de beslissing van de Rechtbank op de in art. 15d lid 4 Sr bedoelde vordering van het openbaar ministerie geen hoger beroep openstaat, is gezien het bepaalde in art. 14f lid 5 Sr juist. Art. 6 EVRM, waarop in de schriftuur een beroep wordt gedaan, maakt dat niet anders, reeds omdat van een ‘determination of a criminal charge’ in de onderhavige procedure geen sprake is, zodat het artikel toepassing mist. Het voorgaande brengt mee dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.

3. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO, dat ook toepassing kan vinden als zich een andere grond voor niet-ontvankelijkheid voordoet, niet-ontvankelijk wordt verklaard.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,

AG