Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2014:1401

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
27-05-2014
Datum publicatie
03-09-2014
Zaaknummer
12/05350
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2014:2573, Contrair
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Falende bewijsklacht opzettelijk telen hennep. Oordeel van het Hof dat verdachtes verklaring van verhuur ongeloofwaardig is, is niet onbegrijpelijk. Uit de vaststellingen dat verdachte de huurder en sinds september 2009 de gebruiker is van de loods waarin zich de ruimte met de hennepkwekerijen bevond met planten die, toen de opsporingsambtenaren op 16 oktober 2009 die ruimte binnengingen, 3 resp. 1 week oud waren, heeft het Hof het daderschap van verdachte m.b.t. het opzettelijk telen van die hennepplanten kunnen afleiden. CAG: anders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VA 2015/11
JIN 2014/178 met annotatie van M.L.C.C. de Bruijn-Lückers
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 12/05350

Zitting: 27 mei 2014 (bij vervroeging)

Mr. Spronken

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Verdachte is bij arrest van 2 november 2012 door het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch wegens “opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod” veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren.

2. Mr. M.C. van der Want, advocaat te Middelburg, heeft namens verdachte twee middelen van cassatie voorgesteld.

3. Het tweede middel klaagt dat de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen is omkleed.

4. Aan verdachte is onder feit 1 ten laste gelegd dat:

“hij in of omstreeks de periode van 1 september 2009 tot en met 16 oktober 2009, in elk geval op of omstreeks 16 oktober 2009, in de gemeente Middelburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [a-straat]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 1090, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

Subsidiair, althans indien ter zake het vorenstaande geen veroordeling zou volgen:

één of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode van 1 september 2009 tot en met 16 oktober 2009, in elk geval op of omstreeks 16 oktober 2009, in de gemeente Middelburg, met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad in een pand aan de [a-straat] (een) hoeveelheid/hoeveelheden van (in totaal) ongeveer 1090, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks de periode van 1 september 2009 tot en met 16 oktober 2009 in de gemeente Middelburg, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door samen met zijn mededaders), althans alleen, aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen”.

5. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 19 oktober 2012 houdt onder meer het volgende in:

“De advocaat-generaal voert het woord tot requisitoir:

De aangetroffen hennepkwekerijen zijn in gezamenlijkheid groot en professioneel van aard. De zoon van verdachte, [betrokkene 1], heeft verklaard dat hij geen wetenschap had van de in de loods gevestigde hennepkwekerijen. (…) Verdachte heeft verklaard dat de loods is onderverhuurd aan een onbekende derde. Hij geeft als signalement een lange, blanke man met blond haar, 35 à 40 jaar oud en rijdend in een Mercedes. Deze persoon zou hem € 3.000,- hebben betaald. Niemand kan iets verklaren over deze persoon. Er is geen schriftelijke overeenkomst, zijn naam is onbekend en evenmin is een woonplaats bekend.

Ik stel vast dat de hennepkwekerijen in de beschikkingsmacht van verdachte lagen. Verdachte woonde in het naastgelegen pand en had inmiddels ook zijn klusbedrijf in de loods gevestigd. Verdachte woont dus in de nabijheid van de loods en werkt in de loods. Het moet veel tijd en moeite hebben gekost om hennepkwekerijen van deze professionaliteit en omvang op te bouwen. De verbalisanten relateren dat met twee man minimaal zes weken nodig zijn geweest om de hennepkwekerijen op te bouwen. Verdachte, die in de buurt woonde en in de loods werkte, verklaart dat hij niets mee heeft gekregen van het opbouwen van de hennepkwekerijen of het in werking zijn daarvan. Deze verklaring is volstrekt ongeloofwaardig. Verdachte moet minstens gezien of gehoord hebben dat er bedrijvigheid was in de loods.

Ik merk op dat het feit dat verdachte niet in het bezit is van een sleutel die toegang verschaft tot de hennepkwekerijen, vragen oproept […] of verdachte samen en in vereniging met een ander of anderen heeft geteeld. Verdachte is huurder en gebruiker van de loods. Vervolgens ligt het op zijn weg om uit te leggen hoe de hennepkwekerijen in de loods, waarover hij de beschikkingsmacht heeft, terecht zijn gekomen. Zijn uitleg imponeert geenzins. Hij zou de loods hebben onderverhuurd aan een derde. Hij heeft geen naam of adres en hij heeft geen schriftelijke overeenkomst. Al met al een ongeloofwaardige verklaring.

Ik ga ervan uit dat anderen de hennepkwekerij hebben ingericht en onderhouden. Mijns inziens heeft verdachte daartoe ruimte en gelegenheid gegeven. Het horen, zien en zwijgen van verdachte is te kwalificeren als medeplichtigheid aan de hennepkwekerijen.

Op grond van het vorenstaande vorder ik vrijspraak van [het onder 1 primair ten laste gelegde feit]. Ik vorder bewezenverklaring van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde feit. (…)

De raadsman voert het woord tot pleidooi:

(…) [Cliënt wist niet] dat in de door hem gehuurde loods hennepkwekerijen aanwezig waren. Cliënt heeft de loods waarin de hennepkwekerijen zijn aangetroffen zonder schriftelijk contract aan een derde verhuurd. Dat is te verklaren, gelet op de penibele financiële situatie waarin cliënt verkeerde. Hij had diverse schulden. Er was een huurder die € 3.000,- wilde betalen om de loods te huren. Hij heeft deze persoon drie of vier keer gezien. Hij weet niet de naam van die persoon en hij heeft ook geen telefoonnummer. Wellicht heeft cliënt lichtvaardig gehandeld, maar dat is te verklaren door de penibele situatie waarin hij verkeerde. Cliënt heeft in dit verband verklaard dat hij niets heeft geroken en ook niet weet hoe weed ruikt. Hij heeft evenmin iets gezien. Daarbij moet worden opgemerkt dat cliënt pas sinds kort zijn spullen in de loods had geplaatst en collega [betrokkene 2] meestal in de loods werkte. Hij heeft tot vlak voor de ontmanteling van de hennepkwekerijen altijd in de loods aan de [b-straat] gewerkt.

(…) Cliënt was niet in het bezit van een sleutel en heeft geen antecedenten op het gebied van de Opiumwet. Er is geen bewijs van het opzet op het telen van hennep, dan wel de medeplichtigheid daaraan. Ik verzoek u cliënt vrij te spreken van het aan hem ten laste gelegde.”

6. Toch heeft het hof ten laste van verdachte bewezen verklaard dat:

“hij in de periode van 1 september 2009 tot en met 16 oktober 2009 in de gemeente Middelburg opzettelijk heeft geteeld (in een pand aan de [a-straat]) een hoeveelheid van in totaal 1090 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.”

7. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

“1. Een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (…) voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als relaas van eigen waarneming en bevindingen van de verbalisanten dan wel één van hen:

Op 16 oktober 2009 reden wij, verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], omstreeks 21.30 uur over de [a-straat] te Middelburg. Wij zagen dat de roldeur van de achter het pand [a-straat] gelegen loods open stond. Wij, verbalisanten, zijn de loods binnen gegaan, om te kijken of de loods was opengebroken.

Wij zagen dat er zich in deze loods een afgetimmerde ruimte bevond. Deze bevond zich over de gehele breedte van de loods.

Wij verbalisanten hadden sterk het vermoeden dat er zich achter deze afgetimmerde ruimte een hennepkwekerij zou bevinden.

Op een gegeven moment kwam een man de loods binnen lopen. Dit bleek later [verdachte] te zijn. Hij verklaarde dat zijn zoon [betrokkene 1] eigenaar van de loods is.

Op ons verzoek heeft [verdachte] zijn zoon [betrokkene 1] gebeld. [betrokkene 1] kwam even later ter plaatse. [betrokkene 1] verklaarde dat hij geen sleutel van de loods had. Tevens deelde hij mede dat hij de eigenaar van de loods was en dat hij deze loods verhuurde aan zijn vader [verdachte].

Wij hoorden dat [verdachte] ons toestemming gaf om de deur naar de afgetimmerde ruimte te forceren. [verdachte] heeft vervolgens met een breekijzer de beveiligingsstrip van de deur verwijderd. Ik, verbalisant [verbalisant 2], heb vervolgens de deur open gebroken.

Vervolgens hebben wij, verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], het afgetimmerde gedeelte betreden. Nadat wij een deur hadden geopend, rook ik, verbalisant [verbalisant 1], een henneplucht. Wij, verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], zagen dat er planten in zwarte potten stonden. Wij, verbalisanten, herkenden deze planten, gelet op hun kleur, geur en vorm, als zijnde hennepplanten. Wij zagen dat er boven deze hennepplanten assimilatielampen hingen, welke in werking waren. Binnen de afgetimmerde ruimte bevonden zich nog twee ruimtes met daarin in werking zijnde hennepkwekerijen.

2. Een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d.5 november 2009, in wettige vorm opgemaakt door [verbalisant 1], agent, en [verbalisant 3], brigadier van politie (…) voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als relaas van eigen waarneming en bevindingen van de verbalisanten dan wel één van hen:

Omschrijving loods

Binnen de loods (het hof begrijpt: de loods gelegen achter het pand [a-straat] te Middelburg) bevond zich een afgetimmerd gedeelte.

Omschrijving afgetimmerde ruimte

Nadat wij, verbalisanten, via de toegangsdeur de ruimte betraden, zagen wij dat we uitkwamen in een kleine ruimte, nader in het proces-verbaal hal te noemen.

Aan de rechterzijde van de hal bevond zich een kleine ruimte. Deze ruimte zal in dit proces-verbaal ruimte II worden genoemd. In ruimte II troffen wij een in werking zijnde hennepkwekerij aan met in totaal 100 hennepplanten.

De hal gaf tevens toegang tot een ruimte waarin zich een vaste trap naar boven bevond. Wij zagen dat er onder deze trap een opening zat welke uitkwam in een grotere ruimte. Deze ruimte zal ruimte I worden genoemd. In ruimte 1 troffen wij een in werking zijnde hennepkwekerij aan met in totaal 500 hennepplanten.

Nadat wij via de trap naar boven waren gelopen, kwamen wij uit op de eerste verdieping. Een deur verschafte toegang tot een gelijksoortige ruimte als ruimte I. Deze ruimte zal ruimte III worden genoemd. In ruimte III troffen wij een in werking zijnde hennepkwekerij aan met 490 planten.

Omschrijving ruimte I

Wij zagen dat deze ruimte geheel was ingericht voor het telen van hennep. Wij zagen namelijk dat zich in deze ruimte hennep gerelateerde goederen bevonden. Wij roken in deze ruimte de voor ons bekende geur van hennep. Wij zagen dat op een houten constructie planten in potten stonden. Wij, verbalisanten, herkenden deze planten, gelet op kleur, geur en vorm als zijnde hennepplanten. Na telling bleken er vijfhonderd (500) hennepplanten in evenveel potten te staan. Wij zagen dat deze potten met aarde gevuld waren. Wij zagen dat boven deze hennepplanten in totaal 36 assimilatielampen met kappen hingen. Wij zagen dat deze assimilatielampen waren aangesloten op 36 transformatoren welke aan de linkerwand hingen. Wij zagen dat deze op hun beurt weer waren verbonden aan een schakelpaneel. Wij zagen dat er voor de in- en uitgang van deze ruimte slakkenhuisventilatoren waren bevestigd.

Omschrijving ruimte II

Wij zagen dat deze ruimte geheel was ingericht voor het telen van hennep. Wij zagen namelijk dat zich in deze ruimte hennep gerelateerde goederen bevonden en in werking waren. Wij roken in deze ruimte de voor ons bekende geur van hennep. Wij zagen dat er in deze ruimte twee kartonnen dozen met daarin ieder twaalf planten stonden. Gelet op kleur, geur en vorm herkenden wij deze planten als zijnde hennepplanten. Wij zagen dat op een houten constructie planten in potten stonden. Na telling bleken er 76 planten in evenveel potten te staan. Gelet op de kleur, geur en vorm herkenden wij deze planten als zijnde hennepplanten. Wij zagen dat deze potten met aarde gevuld waren. Wij zagen dat er boven deze planten acht assimilatielampen met kappen hingen. Wij zagen dat deze assimilatielampen waren aangesloten op acht transformatoren, welke aan de wand hingen. Zeven van deze transformatoren waren aangesloten op de stroomvoorziening. Wij zagen dat een zogeheten slakkenhuisventilator was aangesloten op een zilverkleurige slang welke ruimte II verliet. Tevens bevond zich in deze ruimte een staande ventilator.

Omschrijving ruimte III

Wij zagen dat deze ruimte geheel was ingericht voor het telen van hennep. Wij roken in deze ruimte de voor ons bekende geur van hennep. Wij zagen dat zich in deze ruimte hennep gerelateerde goederen bevonden en in werking waren. Wij zagen dat op een houten constructie planten in potten stonden. Wij herkenden deze planten, gelet op de kleur, geur en vorm, als zijnde hennepplanten. Na telling bleken er vierhonderdnegentig (490) hennepplanten in evenveel potten te staan. Wij zagen dat deze potten met aarde gevuld waren. Wij zagen dat boven deze hennepplanten 36 assimilatielampen hingen. Wij zagen dat deze assimilatielampen waren aangesloten op 36 transformatoren welke aan de linkerwand hingen. Wij zagen dat deze op hun beurt weer waren verbonden aan een schakelpaneel. Boven de assimilatielampen waren aan het plafond twee koolstoffilters bevestigd. Voor de in- en uitgang van deze ruimte was een houten kist gemaakt. Wij zagen dat zich in deze houten kist drie slakkenhuisventilatoren bevonden.

Ruimte I

De planten hadden een gemiddelde lengte van 55 centimeter. De planten waren ongeveer 3 weken oud.

Ruimte II

De planten hadden een gemiddelde lengte van 21 centimeter. De planten waren ongeveer 1 week oud.

Ruimte III

De planten hadden een gemiddelde lengte van 45 centimeter. De planten waren ongeveer 3 weken oud.

Gezien de door ons, verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 1], bekende en ook bij deze hennepplanten waargenomen karakteristieke kenmerken als geur, kleur en uiterlijk vorm, verklaren wij dat deze hennepplanten van het geslacht "Cannabis Stavia" (het hof begrijpt: “Cannabis Sativa”) zijn.

3.

Een op ambtsbelofte respectievelijk ambtseed opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 17 oktober 2009 (…) voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende de navolgende verklaring van verdachte:

Ik woon sinds 1 ½ jaar aan de [a-straat] te Middelburg. Mijn werkplaats was aan de [b-straat]. Die werkplaats is opgezegd sinds september 2009. Sinds die tijd staat een deel van mijn spullen op de [a-straat] te Middelburg.

Mijn zoon, [betrokkene 1], is eigenaar van zowel de woning als de loods. Ik en een man die ik in dienst heb, komen in de loods.

Ik betaal € 2.500,- euro aan mijn zoon per maand. Ik heb een huurcontract afgesloten betreffende mij en mijn zoon.

Ik betaal de stroom en het gas voor de woning en de loods.”

8. Het hof heeft ten aanzien van het bewijs - voor zover relevant - het volgende overwogen:

“De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde, nu verdachte niet wist dat er in de door hem gehuurde loods hennepkwekerijen aanwezig waren. Verdachte heeft - kort en zakelijk weergegeven - verklaard dat hij het deel van de loods waarin de hennepkwekerijen zijn aangetroffen zonder onderliggend schriftelijk contract aan een derde heeft verhuurd wiens naam of telefoonnummer hij niet weet. Verdachte ontkent dat hij op enige manier betrokken is geweest bij de inrichting van de hennepkwekerijen of het telen van hennep. Hij ontkent dat hij iets heeft gemerkt van het inrichten en vervolgens in werking zijn van de hennepkwekerijen. (…)

Het hof hecht geen geloof aan de enkele bewering van verdachte dat hij het betreffende deel van de loods heeft verhuurd aan een hem onbekende persoon en niets heeft gemerkt van de inrichting en in het werking zijn van de hennepkwekerijen. Het dossier bevat ook geen enkel aanknopingspunt dat de stelling van verdachte dat een ander verantwoordelijk is voor de aangetroffen hennepkwekerijen, zou kunnen onderbouwen. Verdachte heeft zijn verklaring op geen enkele wijze voldoende geconcretiseerd en verifieerbaar gemaakt.

Uit de bewijsmiddelen, waaruit blijkt dat verdachte de huurder en gebruiker was van de loods waarin de aangetroffen hennepplanten werden geteeld, zulks in samenhang bezien met hetgeen hiervoor is overwogen, leidt het hof af dat het verdachte is geweest die opzettelijk de hennepplanten heeft geteeld.

Het hof verwerpt het verweer.”

9. Het hof heeft geoordeeld dat betrokkenheid van een ander dan verdachte niet aannemelijk is geworden en dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte degene was die opzettelijk de hennep teelde. Weliswaar kan in beginsel worden gesteld dat de huurder van een loods verantwoordelijk is voor hetgeen zich in die loods afspeelt1 en hecht het hof kennelijk geen geloof aan verdachtes verklaring over onderhuur van die loods, dat neemt niet weg dat de gebezigde bewijsmiddelen niet méér inhouden dan dat in een door verdachte gehuurde loods een hennepkwekerij is aangetroffen, zonder dat ook maar één omstandigheid is gebleken waaruit kan worden afgeleid dat verdachte daarmee enige bemoeienis had, laat staan dat hij degene was die opzettelijk de hennep teelde. Hierbij neem ik in aanmerking dat verdachte kennelijk geen sleutel van de afgetimmerde ruimte had en hij de politieagenten zelfs heeft geholpen de deur te forceren.

10. Het middel klaagt terecht dat de bewezenverklaring van feit 1 primair onvoldoende met redenen is omkleed.

11. Het eerste middel klaagt over schending van de redelijke termijn in de cassatiefase. Het cassatieberoep is op 9 november 2012 ingesteld en de stukken van het geding zijn pas op 13 november 2013 door de Hoge Raad ontvangen.

12. De door de steller van het middel vermelde gegevens zijn juist. Dit brengt mee dat de door de Hoge Raad op acht maanden gestelde inzendtermijn2 met ruim vier maanden is overschreden. Het middel is dan ook terecht voorgesteld.

13. Bovendien zijn nu al meer dan zestien maanden verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep en kan de overschrijding van de inzendtermijn dus niet meer door een voortvarende behandeling in cassatie worden gecompenseerd.

14. Indien de Hoge Raad de strekking van deze conclusie volgt en het bestreden arrest casseert, en indien de rechter die zich opnieuw over de zaak moet buigen tot strafoplegging komt, zal de schending van de redelijke termijn in de cassatiefase in de op te leggen straf moeten worden verdisconteerd.

15. Ambtshalve heb ik geen andere grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.

16. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch om de zaak opnieuw te berechten.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Vgl. de conclusie van mijn voormalig ambtgenoot Jörg voor HR 26 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP8496 (niet gepubliceerd, HR 81RO).

2 HR 3 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7309, NJ 2000, 721, m.nt. De Hullu; HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578, NJ 2008, 358, m.nt. Mevis.