Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2014:114

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
04-02-2014
Datum publicatie
11-03-2014
Zaaknummer
13/02012
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2014:526, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Conclusie

Nr. 13/02012

Zitting: 4 februari 2014

Mr. Knigge

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij arrest van 29 maart 2013 verdachte wegens, onder 1, “medeplegen van opzetheling” en, onder 2, “medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden. Voorts heeft het Hof de in het arrest nader omschreven bijkomende beslissingen genomen en de tenuitvoerlegging gelast van een aan verdachte eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van een maand.

2. Tegen deze uitspraak is namens verdachte cassatieberoep ingesteld.1

3. Namens verdachte heeft mr. C.C. Polat, advocaat te Breukelen, twee middelen van cassatie voorgesteld.

4. Het eerste middel

4.1. Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte heeft nagelaten de bijzondere redenen op te geven van zijn afwijking van een door de verdediging ingenomen uitdrukkelijk onderbouwd standpunt met betrekking tot de herkenning van verdachte als bestuurder van een personenauto van het merk/type Volvo XC70.

4.2. De bewezenverklaring van het Hof heeft onder meer betrekking op het (medeplegen van het) helen en het (medeplegen van het) witwassen van een personenauto van het merk/type Volvo XC70. Voor het bewijs van het helen en witwassen van de genoemde personenauto heeft het Hof gebruik gemaakt van de volgende hier relevante bewijsmiddelen:

“1. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor (als bijlage op pagina 49 van het eind-procesverbaal genummerd 30-002585 C) voor zover inhoudende –zakelijk weergegeven – als verklaring van [betrokkene 1]:

Op 3 januari 2012 is mijn Volvo type XC70, kenteken [AA-00-AA] weggenomen. In de ontvreemde auto zat onder andere een kinderstoeltje.

2. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (als bijlage op pagina 50-51 van het eindproces-verbaal genummerd 30-002585 C) voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van verbalisant:

Op 14 juni 2012 zag personeel van het observatieteam dat de verdachte [verdachte] een zwarte Volvo model XC70 voorzien van kenteken [CC-00-CC] bestuurde en deze van Montfoort naar het bedrijf Auto [A] te Druten reed. De verdachte [medeverdachte] reed in zijn Volvo achter de Volvo XC70 eveneens van Montfoort naar Druten. In Druten werd de Volvo XC70 kenteken [CC-00-CC] achtergelaten. Hierna reden beide verdachten weer terug richting Utrecht. Op 17 juli 2012 kreeg ik bij navraag van het Landelijk Informatie Centrum Voertuigcriminaliteit het bericht dat er in totaal twee Volvo’s van het type XC70 als ontvreemd stonden gesignaleerd en nog niet waren teruggevonden. Dit betrof de navolgende kentekens:

Volvo XC70, kenteken [AA-00-AA], ontvreemd 2 januari 2012.

Volvo XC70, kenteken [BB-00-BB], ontvreemd 27 juni 2012.

Laatstgenoemde Volvo is ontvreemd na de waarneming op 14 juni 2012.

Bij navraag van de diefstal van de Volvo XC70, kenteken [AA-00-AA] bleek mij het volgende: Weggenomen bij een woninginbraak in de nacht van 2 op 3 januari 2012 te Druten. In de Volvo V70 (het Hof begrijpt: XC70) waren op de achterbank van de auto twee kinderstoeltjes gemonteerd. Eén kinderstoeltje had een lichtgrijze kleur, de andere een donkergrijze kleur.

Op 20 juni 2012 vond een doorzoeking plaats in de garagebox [a-straat 1] te Utrecht, in gebruik bij verdachte [medeverdachte]. Er lagen meerdere losse goederen in de garagebox, onder andere een kinderstoel met grijze stof en plaids. De aangever van de ontvreemde Volvo XC70, genaamd [betrokkene 1] herkende de kinderstoel met grijze stof met grote zekerheid als de kinderstoel die in zijn Volvo was gemonteerd. Verder herkenden zij de geblokte deken die ooit van zijn overleden vader is geweest.”

4.3. Blijkens een pleitnota die is gehecht aan het proces-verbaal van de terechtzitting van het Hof van 18 maart 2013 heeft de raadsman van verdachte bij die gelegenheid met betrekking tot de in de bewezenverklaring genoemde personenauto van het merk/type Volvo XC70 het volgende aangevoerd:

“Volvo XC70

(…)

Heling

Naar mening van de verdediging is niet onomstotelijk vast komen te staan dat cliënt de gestolen XC70 voorhanden heeft gehad. Cliënt zou door het observatieteam als bestuurder van voornoemde Volvo gezien zijn terwijl hij achter [medeverdachte] aanreed naar Autobedrijf [A] in Druten. Op de Volvo zaten andere kentekenplaten maar doordat er op dat moment slechts één Volvo XC70 ([AA-00-AA]) als gestolen stond geregistreerd was de stelling dat het wel deze gestolen Volvo moest zijn waar cliënt op dat moment in reed.

Het dossier ondersteunt deze stelling echter maar zeer mager en laat bijzonder veel ruimte over voor een alternatief scenario. De kleur van de Volvo XC70 met kenteken [AA-00-AA] zou volgens de eigenaar donkergrijs zijn. In het proces-verbaal bevindingen Volvo XC70 (pagina 50) is echter opgenomen: ‘Op 14 juni 2012, omstreeks 19.15 uur, zag personeel van het observatieteam dat de verdachte [verdachte] een zwarte Volvo, model XC70, voorzien van het kenteken [CC-00-CC] bestuurde en deze van Montfoort naar het bedrijf Auto [A] te Druten reed.’

Naar mening van de verdediging is er een duidelijk verschil tussen een zwarte auto en een donkergrijze auto.

De rechtbank volgt de verdediging echter niet met betrekking tot de kleur van de auto en stelde dat het zeer wel denkbaar is dat donkergrijs wordt aangezien voor zwart en andersom.

Cliënt is echter op een zomeravond (14 juni 2012), een week voor de langste dag van het jaar, om 19.15 uur gezien. Op basis van deze informatie is het duidelijk dat er meer dan genoeg (zon)licht beschikbaar was om een juiste kleur van de auto vast te stellen. Hierbij moet tevens in overweging worden genomen dat het hier om getrainde politiemensen gaat. Het verschil tussen (donker)grijs en zwart moet voor hen dan ook, zeker wanneer het buiten nog licht is, geen enkel probleem zijn.

De officier stelde in zijn requisitoir dat hij proefondervindelijk heeft ondervonden dat de kleuren donkergrijs en zwart van Volvo twee kleuren zijn die nauwelijks te onderscheiden zijn. De verdediging heeft ook de proef op de som genomen en is tot de conclusie gekomen dat er een zeer duidelijk verschil is tussen een donkergrijze Volvo XC70 en een zwarte Volvo XC70. Zie afbeeldingen. Welke kleuren de officier derhalve heeft vergeleken is voor de verdediging onbekend.

Alsof de verwarring omtrent de kleur van de Volvo XC70 nog niet genoeg is, blijkt uit het proces-verbaal van de stelselmatige observatie van 14 juni 2012 (pagina 67), opgemaakt door 10(!) verbalisanten onder hun Q-nummer, dat cliënt een Volvo XC90 en dus geen Volvo XC70 naar Autobedrijf [A] zou hebben gereden. Het gaat hier om een, ook qua uiterlijk, totaal ander model dan de Volvo XC70. De Volvo XC70 is een stationwagen terwijl de Volvo XC90 als SUV kan worden beschouwd. Een typefout is tevens uit te sluiten nu het type XC90 in het proces-verbaal meerdere malen wordt herhaald.

Uit het voorgaande blijkt dat het onduidelijk is welke auto cliënt op 14 juni 2012 naar Autobedrijf [A] gebracht zou hebben. Volgens diverse leden van het observatieteam kan het gaan om een grijze Volvo XC70, een zwarte Volvo XC70 of zelfs een Volvo XC90. De enige conclusie die hier aan verbonden kan worden is dat niet vast is komen te staan in welke auto cliënt die avond op 14 juni 2012 daadwerkelijk heeft gereden. Derhalve is het niet wettig en overtuigend bewezen te verklaren dat cliënt Volvo XC70 met kenteken [AA-00-AA] heeft geheeld zoals ten laste is gelegd onder feit 1.”

4.4. Het Hof heeft aan dit verweer geen specifieke bewijsoverweging gewijd. De vraag of dit verweer, waarin geen (alternatieve) verklaring wordt aangedragen voor de herkomst van de auto waarin de verdachte op 14 juni 2012 reed, door het Hof aangemerkt had moeten worden als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt, kan in het midden blijven, aangezien de bewijsmotivering voldoende aanknopingspunten bevat die begrijpelijk maken waarom het Hof van het standpunt van de verdediging is afgeweken. Uit bewijsmiddel 2 blijkt namelijk dat aangever [betrokkene 1] een kinderzitje en een deken die in de garagebox van medeverdachte [medeverdachte] waren aangetroffen, herkende als goederen die in de hem ontstolen Volvo XC70 aanwezig waren. Die omstandigheid, gevoegd bij het feit dat op dat moment geen andere Volvo XC70 als ontvreemd stond gesignaleerd, maakt het hoogst onwaarschijnlijk dat medeverdachte [medeverdachte] achter een andere auto aanreed dan de auto die aan [betrokkene 1] toebehoorde. Het kennelijke oordeel van het Hof dat men zich gemakkelijk kan vergissen tussen donkergrijs en zwart en dat de vermelding XC90 in het (niet voor het bewijs gebezigde) proces-verbaal van observatie op een vergissing berust, is in het licht daarvan ook zonder nadere motivering niet onbegrijpelijk.

4.5. Het middel faalt.

4.6. Het tweede middel

4.7. Met het middel wordt gesteld dat het Hof ten onrechte heeft nagelaten de bijzondere redenen op te geven van zijn afwijking van een door de verdediging ingenomen uitdrukkelijk onderbouwd standpunt met betrekking tot het (medeplegen van het) witwassen van een personenauto van het merk/type Ford Focus en van de bij de bespreking van het eerst middel reeds genoemde personenauto van het merk/type merk/type Volvo XC70.

4.8. Blijkens een pleitnota die is gehecht aan het proces-verbaal van de terechtzitting van het Hof van 18 maart 2013 heeft de raadsman van verdachte bij die gelegenheid met betrekking tot het bewijs voor het witwassen van de bedoelde personenauto’s het volgende aangevoerd:

“Witwassen

(…)

Ford Focus

Met betrekking tot het vermeende witwassen van de Ford Focus wenst de verdediging te verwijzen naar een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem van 13 maart 2012 (LJN BV8906). In deze uitspraak is nog maar eens vastgesteld wat de vereisten zijn om zonder direct gronddelict over te kunnen gaan tot bewijs voor witwassen

(…):

De verdediging is van mening dat er door het OM niet voldoende is aangetoond dat er feiten en omstandigheden zijn waaruit het vermoeden van crimineel geld kan worden vastgesteld. Cliënt heeft namelijk een ruime huurachterstand en heeft een kroegschuld van rond de € 500,-. Indien cliënt crimineel geld zou hebben zou er van schulden hoogstwaarschijnlijk geen sprake zijn. De schulden van cliënt kunnen dan ook als een sterke tegenindicatie worden gezien voor het vermeende witwassen.

Cliënt heeft desondanks toch een verklaring gegeven voor het bezit van de Ford Focus. [medeverdachte] heeft de Ford Focus voorgeschoten en cliënt heeft dit bedrag terugbetaald toen hij een belastingvoordeel had.

Dit kan worden gezien als een enigszins aannemelijke verklaring voor de herkomst van het geld voor de Focus. Het is vervolgens de taak van het OM om te controleren of deze verklaring juist is. Het OM had dit eenvoudig kunnen doen door navraag te doen bij de Belastingdienst. Dit heeft het OM echter nagelaten. Het OM slaagt er derhalve niet in om de aannemelijke verklaring van cliënt te weerleggen.

(…)

Subsidiair

Mocht uw hof cliënt veroordelen voor de diefstal of heling van één of meerdere tenlastegelegde goederen onder feit 1 wenst de verdediging te verwijzen naar een arrest van de Hoge Raad (HR 8 januari 2013 LJN BX6909). Dit arrest staat er aan in de weg om cliënt naast de veroordeling voor diefstal/heling van de goederen tenlastegelegd onder feit 1 cliënt tevens te veroordelen wegens witwassen van dezelfde goederen tenlastegelegd onder feit 2.

(…)

Uit het voorgaande blijkt dat wanneer cliënt voor de heling of diefstal van één of meer onder feit 1 tenlastegelegde goederen wordt veroordeeld er vrijspraak dient te volgen voor het witwassen van datzelfde goed. Immers, het enkele voorhanden hebben van goederen uit eigen misdrijf (diefstal/heling) kan niet bijdragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat goed. Die gedraging kan derhalve niet als witwassen worden gekwalificeerd.

Vrijspraak derhalve voor het witwassen van de goederen uit feit 1 waarvoor een veroordeling wordt uitgesproken voor diefstal/heling.”

4.9. Ik stel voorop dat het Hof vrijsprak van het eveneens onder 2 tenlastegelegde witwassen van een of meer geldbedragen. Voor zover het primair gevoerde verweer mede betrekking had op die geldbedragen, mist het middel feitelijke grondslag, aangezien het Hof in zoverre niet van het ingenomen standpunt is afgeweken. Voor het overige geldt dat het primair gevoerde verweer uitsluitend gefocust is op de Ford Focus en zich daarbij alleen richt op de vraag of bewezen kan worden of die Ford Focus middellijk of onmiddellijk van misdrijf afkomstig is. Met betrekking tot die vraag heeft het Hof in het verkorte arrest onder meer het volgende overwogen:

“Verdachte heeft verklaard dat hij voor de Ford Focus € 2250,00 heeft betaald. Verdachte heeft een uitkering van € 850,00 per maand en medeverdachte [medeverdachte] heeft geen werk. [medeverdachte] heeft verklaard dat hij inkomsten genoot uit verschillende klussen maar deze werden niet bij de belastingdienst opgegeven en zijn derhalve niet verifieerbaar. Gezien de grote waarde van de goederen enerzijds en het gebrek aan voldoende legale inkomsten anderzijds, is het hof van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat deze goederen afkomstig zijn uit enig misdrijf.”

4.10. Klachten, laat staan duidelijke en welomschreven klachten, met betrekking tot deze bewijsoverweging worden in (de toelichting op) het middel niet naar voren gebracht. Aangevoerd wordt enkel dat het Hof had moeten motiveren waarom het “de door de verdediging aangehaalde jurisprudentie niet van toepassing vond op de onderhavige zaak”. Aldus stelt het middel een motiveringseis die het recht niet kent.

4.11. Het subsidiair gevoerde verweer heeft uitsluitend betrekking op de Volvo XC70 waarvan in het onder 1 en 2 bewezenverklaarde sprake is. Dat verweer miskent dat de bedoelde jurisprudentie betrekking heeft op gevallen waarin het witwassen bestaat uit het voorhanden hebben van het desbetreffende voorwerp. Onder 2 is evenwel bewezenverklaard dat de verdachte en zijn mededader van de bedoelde personenauto de werkelijke aard en de herkomst hebben verborgen en/of verhuld (en wel, zoals het Hof heeft overwogen, “door middel van valse kentekenplaten”). Ook hier geldt dat het Hof niet had hoeven uitleggen waarom het de bedoelde jurisprudentie niet van toepassing oordeelde.

4.12. Het middel faalt.

5. Beide middelen falen en kunnen worden afgedaan met de aan art. 81 RO ontleende motivering.

6. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

7. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,

AG

1 Deze zaak hangt samen met de zaak tegen [medeverdachte] (13/01890), in welke zaak ik vandaag eveneens concludeer.