Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2013:CA2546

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
11-06-2013
Datum publicatie
11-06-2013
Zaaknummer
11/04577
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:CA2546
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Het middel slaagt op de gronden vermeld in de CAG.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 11/04577

Mr. Vegter

Zitting: 21 mei 2013

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Verdachte is door het Gerechtshof Arnhem bij arrest van 23 augustus 2011 wegens 1. "bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht" en 2. "opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen" veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 150 uren, subs. 75 dagen hechtenis, waarvan 50 uren, subs. 25 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Voorts is er een beslissing omtrent de vordering benadeelde partij genomen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

2. Namens verdachte heeft mr. S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, beroep in cassatie ingesteld en bij schriftuur vier middelen van cassatie voorgesteld.

3. Het vierde middel klaagt dat het Hof heeft verzuimd om een uitdrukkelijke beslissing te nemen op het door de verdediging ter terechtzitting in hoger beroep gedane verzoek tot het horen van getuige [getuige 1].

4. Uit de pleitnota die ter terechtzitting van het Hof van 11 augustus 2011 is overgelegd en aan het proces-verbaal van die zitting is gehecht, blijkt dat een verzoek tot het horen van getuige [getuige 1] is gedaan. Dat verzoek is subsidiair gedaan en wel voor zover het Hof van oordeel is dat in het dossier, in het bijzonder de verklaringen van [getuige 2] en [getuige 1], aanknopingspunten te vinden zijn voor betrokkenheid van verdachte bij de tenlastegelegde feiten. Die aanknopingspunten heeft het Hof gevonden. Bewijsmiddel 1 is immers een verklaring van [getuige 2] en bewijsmiddel 2 bevat een verklaring van [getuige 1]. Aldus is een verzoek gedaan als bedoeld in art. 315 Sv in verbinding met art. 328 Sv tot het horen van een getuige, zodat een uitdrukkelijke beslissing op dit verzoek was vereist. Noch het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep, noch het bestreden arrest houdt een beslissing in op dit verzoek. Dat verzuim heeft ingevolge art. 330 Sv in verbinding met art. 415 Sv nietigheid tot gevolg.(1) Het middel is derhalve terecht voorgesteld.

5. Bij die stand van zaken zie ik thans geen aanleiding om de middelen 1 t/m 3 te onderzoeken dan wel te speuren naar gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen. Indien de Hoge Raad daartoe aanleiding ziet, ben ik uiteraard bereid aanvullend te concluderen.

6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Vgl. HR 18 januari 2005, LJN AR2425, NS 2005/61; HR 24 juni 2008, LJN BD0429; HR 3 januari 2012, LJN BU2901.