Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2013:CA2542

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
11-06-2013
Datum publicatie
11-06-2013
Zaaknummer
11/03064
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:CA2542
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Belediging van de Koning, art. 111 Sr. 1. In ’s Hofs bewijsvoering ligt besloten dat het de verklaring van verdachte dat hij niet de Koningin maar de of een “koningin van de nacht” bedoelde niet aannemelijk heeft geacht. Dat oordeel is, mede gelet op hetgeen ttz. door verdachte voorts nog is verklaard, niet onbegrijpelijk. 2. V.zv. in cassatie een beroep wordt gedaan op de “linguïstieke uitingsvrijheid” van verdachte en dat deze uitingsvrijheid wordt beschermd door art. 10 EVRM, geldt dat een dergelijk beroep niet met vrucht voor het eerst in cassatie kan worden gedaan. Het Hof heeft het betoog van verdachte kennelijk niet als zodanig opgevat, hetgeen niet onbegrijpelijk is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 11/03064

Mr. Harteveld

Zitting 9 april 2013

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft bij arrest van 4 juli 2011 de verdachte wegens "opzettelijke belediging van de Koning"(1) veroordeeld, maar met toepassing van art. 9a Sr geen straf of maatregel opgelegd.

2. Namens de verdachte heeft mr. E. Tamas, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.

3.1. Het middel klaagt over de verwerping van het verweer dat de verdachte met de term 'Koningin' niet Hare Majesteit de Koningin, maar de koningin van de nacht heeft bedoeld. Voorts wordt geklaagd dat het Hof heeft nagelaten de verwerping van het beroep op de linguïstieke uitingsvrijheid van de verdachte als dichter te motiveren.

3.2. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte aldaar het volgende aangevoerd:

"Ergens in de periode van 1 augustus 2009 tot 14 september 2009 heb ik op de muur van een pand aan de [a-straat] te Zoetermeer met witte verf de tekst "Lang leve de Koningin die kankerhoer" aangebracht. (...) Ik zeg u, de enige koningin van de nacht is een hoer. U houdt mij voor dat deze woorden de eer en goede naam van iemand zouden kunnen aantasten. Dat is juist, maar er staat geen "Hare Majesteit". Er zijn meerdere koninginnen. Mensen die langslopen en niet weten wat ik met mijn teksten bedoel kunnen aanbellen en vragen stellen. Laatst stond er in de krant "koningin van de kaaskoppen". Ik kan mij voorstellen dat meerdere mensen verschillende ideeën over mijn teksten hebben, maar dit is mijn visie. Ik draag gedichten waarin ik het heb over de koningin van de nacht op aan Hare Majesteit. Mijns inziens heb ik niet onrechtmatig gehandeld. Ik heb het Haagse Wilhelmus geschreven. Ik laat zien hoe je kan spelen met de Nederlandse taal."

3.3. Ten laste van de verdachte heeft het Hof bewezenverklaard dat hij zich - kort gezegd - heeft schuldig gemaakt aan opzettelijke belediging van de Koningin, H.M. Beatrix Wilhelmina Armgard, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje Nassau, Prinses van Lippe-Biesterfeld door met witte verf de tekst "Lang leve de Koningin die kankerhoer" op een pand aan te brengen. Deze bewezenverklaring heeft het Hof doen steunen op (een deel van) voornoemde verklaring van de verdachte, een relaas van opsporingsambtenaren over het aantreffen van de tekst en een foto van de tekst. Voorts heeft het Hof overwogen dat het een feit van algemene bekendheid is dat met Koningin wordt bedoeld, H.M. Beatrix Wilhelmina Armgard, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje Nassau, Prinses van Lippe-Biesterfeld.

3.4. In de bestreden uitspraak ligt als kennelijk oordeel van het Hof besloten dat het Hof het niet aannemelijk acht dat de verdachte met 'Koningin' de koningin van de nacht bedoelde. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en behoefde gelet op de onderbouwing van het verweer geen nadere motivering. Voor het overige geldt dat het Hof hetgeen de verdachte heeft aangevoerd kennelijk niet heeft aangemerkt als een beroep op straffeloosheid in verband met de 'linguïstieke uitingsvrijheid' van de verdachte. Ook dat is gelet op hetgeen is aangevoerd niet onbegrijpelijk.Tot nadere motivering van zijn beslissing omtrent de strafbaarheid van het feit was het hof aldus niet gehouden, meer in het bijzonder niet op grond van art. 358, derde lid van het Wetboek van Strafvordering.

3.5. Het middel faalt.

4. Het middel kan worden afgedaan met de aan art. 81 RO ontleende motivering. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van het bestreden arrest behoren te leiden.

5. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Het misdrijf van artikel 111 van het Wetboek van Strafrecht heeft het oog op belediging van degene die als Koning regeert, ook indien deze een vrouw is, Kamerstukken II, 1979-1980, 16 032, nr. 1-3, p. 9-10.