Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2013:CA1968

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
24-05-2013
Datum publicatie
16-07-2013
Zaaknummer
13/02203
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:CA1968, Gevolgd
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. WSNP. Afwijzing verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling en gedwongen schuldregeling; art. 287a, 288 lid 1 aanhef en onder b Fw.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWB 2013/388
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Zaaknummer: 13/02203 (WSNP)

mr. Wuisman

Rolzitting: 24 mei 2013

CONCLUSIE inzake:

[verzoekster],

verzoekster tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos

1. Voorgeschiedenis

1.1 Op 24 oktober 2012 heeft verzoekster tot cassatie zich met twee verzoeken tot de rechtbank 's-Gravenhage gewend, te weten primair om twee crediteuren van haar te bevelen in te stemmen met een aangeboden schuldregeling en subsidiair om haar toe te laten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Beide verzoeken heeft de rechtbank in afzonderlijke vonnissen van 14 december 2012 afgewezen. Bij afzonderlijke arresten van 18 april 2013 heeft het hof te 's-Gravenhage beide afwijzingen bekrachtigd. Van ieder arrest is verzoekster tot cassatie tijdig apart in cassatie gekomen. De voorliggende conclusie heeft betrekking op het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling. Heden wordt ook geconcludeerd in de zaak die betrekking heeft op de afwijzing van het 'dwangakkoord' (zaaknummer 13/02204).

1.2 De rechtbank heeft het verzoek tot toelating bij vonnis van 14 december 2012 afgewezen omdat onvoldoende aannemelijk was dat verzoekster te goeder trouw was geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden, en voorts omdat onvoldoende aannemelijk was dat zij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. Uitgaande van dezelfde twee gronden heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.

2. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

2.1 In cassatie wordt alleen de door het hof gebezigde grond dat verzoekster tot cassatie haar goede trouw ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van de schulden niet aannemelijk heeft gemaakt bestreden. De andere, de bekrachtiging van het vonnis van de rechtbank ook zelfstandig dragende grond, inhoudende dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat verzoekster de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven, blijft onbestreden. Dit brengt mee dat, ook indien de eerstgenoemde grond in cassatie terecht zou worden bestreden, het arrest van het hof toch in stand blijft. Anders gezegd, het cassatieberoep treft klaarblijkelijk geen doel en is derhalve niet-ontvankelijk te achten op grond van artikel 80a RO.

3. Conclusie

De conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden