Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2013:CA1231

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
17-05-2013
Datum publicatie
04-07-2013
Zaaknummer
13/01697
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:53, Gevolgd
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. WSNP. Tussentijdse beëindiging toepassing schuldsaneringsregeling; art. 350 lid 3, onder c, Fw.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWB 2013/347
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Zaaknummer: 13/01697 (WSNP)

mr. Wuisman

Rolzitting: 17 mei 2013

CONCLUSIE inzake:

[verzoekster],

verzoekster tot cassatie,

advocaat: mr. R.P.A. Pohlkamp.

1. Voorgeschiedenis

1.1 Bij beschikking d.d. 13 juli 2012 heeft de rechtbank 's-Gravenhage de schuldsaneringsregeling, waartoe verzoekster bij vonnis d.d. 25 januari 2011 was toegelaten, op voordracht van de rechter-commissaris voortijdig beëindigd. Het hof 's-Gravenhage heeft deze beschikking bekrachtigd bij beschikking van 28 maart 2013. Het hof is van oordeel dat verzoekster tot cassatie in de nakoming van de volgende voor haar uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten:

1. de afdrachtverplichting waardoor een boedelachterstand van € 1.514,50 is ontstaan;

2. de sollicitatieverplichting teneinde tot een voltijdbaan of een aanvullende baan te komen;

3. de verplichting om geen nieuwe schulden te doen ontstaan;

4. de verplichting om niet buiten de bewindvoerder om zelf op enkele onder de schuldsaneringsregeling vallende schulden af te lossen.

Omtrent de schending van de onder 4. genoemde verplichting overweegt het hof in rov. 5 onder meer: "Dit is gelet op het gedurende de schuldsaneringsregeling geldende fixatiebeginsel niet toegestaan en leidt tot benadeling van de overige schuldeisers. Gesteld noch gebleken is dat de bewindvoerder hierin is gekend. Ook dit rechtvaardigt beëindiging van de regeling."

1.2 Verzoekster tot cassatie is van de beschikking van het hof in cassatie gekomen met een op 2 april 2013 en daarmee tijdig bij de griffie van de Hoge Raad binnengekomen verzoekschrift.

2. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

2.1 Er wordt een algemene motiveringsklacht aangevoerd die in de toelichting nader wordt uitgewerkt.

2.2 Zoals blijkt uit het hierboven onder 1.1 weergegeven citaat met betrekking tot de schending van de onder 4 genoemde verplichting, beschouwt het hof die schending als een zelfstandige grond voor de voortijdige beëindiging van de schuldsaneringsregeling. Hoewel die grond als ten overvloede wordt aangevoerd, kan zij toch de voortijdige beëindiging van de schuldsaneringsregeling ten volle dragen. In cassatie wordt deze grond niet bestreden. Dit brengt mee dat, ook indien de andere door het hof aangevoerde gronden voor de bekrachtiging van de beschikking van de rechtbank in cassatie terecht zouden worden bestreden, de beschikking van het hof in stand blijft. Dit betekent dat het cassatieberoep klaarblijkelijk geen doel treft en derhalve niet-ontvankelijk is te achten op grond van artikel 80 RO.

3. Conclusie

De conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden