Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2013:CA0795

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
28-05-2013
Datum publicatie
28-05-2013
Zaaknummer
11/04338
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:CA0795
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

De HR verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk o.g.v. art. 80a RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 11/04338

Mr. Aben

Zitting 23 april 2013

Standpunt c.q. conclusie inzake:

[Verdachte]

Het eerste middel bestrijdt de feitelijke grondslag op basis waarvan het hof een noodweer(exces)-verweer heeft verworpen.

Blijkens de (ongenummerde) pleitnotities overeenkomstig welke de raadsman heeft gepleit, is namens de verdachte aangevoerd dat hij in paniek heeft gestoken nadat hij door het gebruik van pepperspray weinig meer kon zien en nadat hij werd geslagen en getrapt door diverse mensen. Dat het hof dit verweer (blijkens de bespreking ervan in het aangevochten arrest) aldus heeft verstaan, acht ik derhalve geenszins onbegrijpelijk.

Thans wordt in cassatie aangevoerd dat de paniek die bij de verdachte zou hebben geleid tot de doodslag reeds het gevolg was van het enkele feit dat hij door meer mensen werd aangevallen.

Het middel miskent echter dat het hof het noodweer(exces)-verweer heeft verworpen omdat het hof een andere toedracht heeft vastgesteld, waarin de verdachte enkel verwikkeld was in een man-tegen-man-gevecht, de verdachte niet wild om zich heen heeft gestoken, maar doelgericht, en het hof deze reactie - ook binnen het bestek van noodweerexces - volstrekt disproportioneel acht.

Daarmee komt het middel op tegen een geenszins onbegrijpelijke motivering van de verwerping van een ovar-verweer.

Het tweede middel klaagt over de overschrijding van de redeljike termijn in de fase van cassatie.

De klachten kunnen worden afgedaan op de voet van artikel 80a RO.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,