Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2013:CA0473

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
21-05-2013
Datum publicatie
21-05-2013
Zaaknummer
11/05695
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:CA0473
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Afwijzing getuigenverzoek aan de hand van het verdedigingsbelang ontoereikend gemotiveerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 11/05695

Mr. Vellinga

Zitting: 19 maart 2013

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Verdachte is door het Gerechtshof te Arnhem wegens "wederrechtelijk in het besloten erf vertoevende, zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds verwijderen" veroordeeld tot een geldboete van € 100, subsidiair twee dagen hechtenis.

2. Namens verdachte heeft mr. J. van Beest, advocaat te 's-Gravenhage, één middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel houdt in dat het Hof het verzoek tot het horen van de getuige heeft afgewezen op gronden die deze afwijzing niet kunnen dragen. Ter toelichting van het middel wordt aangevoerd dat de verklaring van de getuige het Hof immers aanwijzingen had kunnen geven dat hetgeen de verbalisanten in het proces-verbaal van bevindingen hadden gerelateerd niet juist was.

4. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt in voor zover hier van belang:

"De raadsman voert het woord, zakelijk weergegeven:

lk herhaal mijn verzoek uit mijn appelschriftuur. Ik verzoek dat de getuige [betrokkene 1] alsnog wordt gehoord. Dit is in het belang van de verdediging. Ik heb de reactie van de AG gezien. Ik begrijp dat op zich ook wel. Het lijkt allemaal een beetje dubbelop. Als je het dossier goed leest, is toch onvoldoende duidelijk geworden wat [betrokkene 1] heeft gezegd.

Zij is gehoord door twee verbalisanten. [Betrokkene 1] zou hebben gezegd dat haar ex-man uit de tuin wordt gehaald. Dan volgt er nog een gesprekje. Dat wordt netjes opgeschreven. Ik mis dan een handtekening van [betrokkene 1] dat haar verklaring klopt. Wij weten niet of hetgeen de verbalisanten hebben opgeschreven daadwerkelijk overeenkomt met haar verklaring. Er zitten toch een paar haken en ogen aan deze zaak.

[Betrokkene 1] laat verdachte niet binnen. Daarna zegt zij dat verdachte wegging. Zij heeft de sporttas naar binnen gehaald. Ongeveer na tien minuten hoort zij dat er aan de achterkant wordt gerommeld. Zij weet niet wie het is. Zij durft niet te kijken en zij belt de politie. Zij belt de politie omdat zij niet durft te kijken. De politie gaat dan in de achtertuin kijken. Zij horen niets. Vervolgens gaan zij naar de voordeur. Zij zien cliënt dan slapend in de achtertuin. Hij was gewoon stil. Het is onduidelijk of [betrokkene 1] de politie had gebeld als zij had geweten dat het cliënt was geweest die daar rommelde. Hij wilde daar gewoon slapen.

U moet ook weten dat zij een goede verstandhouding hadden. Hij kwam daar regelmatig.

lk ga er vanuit dat de politie verder is gegaan dan hetgeen de bedoeling is geweest volgens [betrokkene 1]. Ik wil haar daarom ter controle als getuige horen.

De advocaat-generaal voert het woord, zakelijk weergegeven:

Dit is opvallend. De raadsman onderbouwt zijn verzoek nu op een andere manier dan in de appelschriftuur. Er stonden een aantal vragen. Er moet een begin van een aanwijzing zijn. Ik heb daar nog steeds geen behoefte aan. Verdachte verklaart dat hij meermalen van de politie heeft gehoord dat hij weg moest en dat hij baldadig was. Waarom zou zij de politie erbij halen als zij zou willen dat hij daar gewoon mocht slapen.

De voorzitter deelt als beslissing mede dat het verzoek van de raadsman tot het horen van de getuige wordt afgewezen, nu uit het dossier geen enkele aanwijzing volgt dat hetgeen de verbalisanten in het proces-verbaal van bevindingen hebben gerelateerd niet juist zou zijn. Het hof ziet ook anderszins geen reden om de door de raadsman gevraagde controle uit te oefenen en acht de verdachte door het niet horen van deze getuige niet in zijn verdedigingsbelang geschaad.

(...)

De advocaat-generaal voert het woord, zakelijk weergegeven:

De politierechter is in eerste aanleg terecht tot een bewezenverklaring gekomen. Wat mij betreft is de verklaring van [betrokkene 1] helder. Zij wilde niet dat verdachte daar in de tuin verbleef, gelet op de mate waarin hij alcohol had genuttigd. De verbalisanten hebben namens mevrouw de verdachte meermalen gevraagd om te vertrekken. Dat levert erfvredebreuk op.

De advocaat-generaal leest de vordering voor en legt deze aan het hof over (bijlage I).

De raadsman voert het woord tot verdediging, zakelijk weergegeven:

Op grond van het dossier kom ik niet tot een bewezenverklaring. Weliswaar ligt er een proces-verbaal van twee verbalisanten, maar dat wordt niet onderbouwd door een verklaring van [betrokkene 1] zelf. Nu het verzoek is afgewezen, valt er niet te achterhalen wat zij heeft bedoeld. Wij komen dat nu niet te weten.

De Hoge Raad heeft ook al gezegd dat je niet vooruit kan lopen op een verklaring van een getuige. Wij weten niet wat zij als getuige verklaard zou hebben. Er is te veel twijfel. In dat licht dient de verdachte vrijgesproken te worden.

Het adres van mijn cliënt was bekend bij de politie. Er waren wel eerder problemen. Er wordt expliciet voor gekozen om mijn cliënt te dagvaarden. [Betrokkene 1] weet ook dat cliënt dingen gaat roepen die hij niet meent als hij heeft gedronken. Hij deed vervelend. Dan is er nog de kwestie van de tas. Zij neemt die tas mee naar binnen. Dat belet mijn cliënt om weg te gaan. Hij had die tas nodig om te slapen.

lk denk aan een voorwaardelijke geldboete."

5. De overweging dat uit het dossier geen enkele aanwijzing volgt dat hetgeen de verbalisanten in het proces-verbaal van bevindingen hebben gerelateerd niet juist zou zijn, kan het oordeel dat de verdachte door het niet horen van deze getuige niet in zijn verdedigingsbelang is geschaad niet dragen.

6. Voor zover die overweging aldus dient te worden verstaan dat de verdachte door het afwijzen van het verzoek tot het horen van een getuige alleen in zijn verdedigingsbelang wordt geschaad wanneer aan het dossier enige aanwijzing valt te ontlenen dat een daarin voorkomend proces-verbaal op een of meer onderdelen onjuist is, getuigt het van een onjuiste rechtsopvatting. Het verdedigingsbelang is immers bij uitstek in het geding wanneer een verdachte een getuige wil horen om aan te tonen dat hetgeen in een proces-verbaal wordt gerelateerd niet juist is.

7. Voor zover die overweging aldus dient te worden verstaan dat het verzoek van verdachtes raadsman om de getuige [betrokkene 1] te horen onvoldoende is onderbouwd omdat aan het dossier geen enkele aanwijzing valt te ontlenen dat hetgeen de verbalisanten in het proces-verbaal van bevindingen hebben gerelateerd niet juist zou zijn, is de afwijzing van het verzoek de getuige te horen onvoldoende met redenen omkleed. De essentie van de onderbouwing van het verzoek bestaat immers juist hierin dat [betrokkene 1] als getuige dient te worden gehoord ter onderbouwing van de op de goede verstandhouding tussen de getuige en verdachte gebaseerde stelling van verdachtes raadsman dat de politie door de verwijdering van verdachte te vorderen verder is gegaan dan de getuige beoogde. Voorts ligt in die overweging besloten dat het Hof bij gebreke van enige aanwijzing voor de onjuistheid van de in het proces-verbaal van bevindingen opgenomen verklaring van de getuige niet verwacht dat de getuige anders of meer zal verklaren dan in het proces-verbaal van bevindingen is gerelateerd en aldus ongeoorloofd vooruitloopt op hetgeen getuige zal verklaren.(1)

8. Hetgeen het Hof overigens overweegt kan de afwijzing van het verzoek niet zelfstandig dragen. De door het Hof gebezigde motivering, die aan de afwijzing van het verzoek ten grondslag is gelegd, doet sterk denken aan hantering van het noodzaakcriterium. Dat is hier echter niet aan de orde, nu het hier gaat om een getuige die reeds bij appelschriftuur was opgegeven.

9. Het middel slaagt.

10. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.

11. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof dan wel verwijzing van de zaak naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Vgl. HR 8 april 2008, LJN BC5966, NJ 2008, 230.